12.1 - B: 88C|87B|89A
Norm = De normale waarde die je lichaam probeert te handhaven
Regelkring = de ''kring'' die zorgt dat grote afwijkingen van de norm worden voorkomen
Homeostase = het instant houden van een dynamisch evenwicht, dus dat bepaalde waarde
niet onder of boven een bepaalde grens komen
Tempratuurregulatie:
Receptoren = deel van regelkring dat de waarde meet ( tempratuur receptoren )
Regelcentrum = deel van regelkring dat de waarde ontvangt en bepaald of er iets mee gebeurt
( hypothalamus )
Effectoren = deel van de regelkring die de opdracht ( corrigeren ) van het regelcentrum
waarmaakt (zweetklieren )
Negatieve terugkoppeling = wanneer iets word gestimuleerd word het ook weer geremd
Schiltempratuur = de tempratuur in je huid, de receptoren liggen in huid en skeletspieren
Inwendig milieu = alles wat door minimaal 1 celwand is gegaan: het staat niet in direct
contact met de buitenwereld
Uitwendig milieu = alles wat in direct contact staan, zonder door een wand te moeten gaan,
in contact staan met de buitenwereld
, 12.2 - B: 82C|84A|68E|67LHGK
Belangrijke rollen lever:
• Rode bloedcellen opruimen -> uit afbraak HB ontstaat bilirubine ( galkleurstof )
• Ontgiften van lichaamsvreemde stoffen -> sommige stoffen opslaan en zo ontstaan
bierbuik ( levercirrose, dus vet in de lever )
• Stoffen opslaan -> homeostase waarmaken
• Bloed leveren -> waarmaakt O2 regulatie
• Gal vormen -> vetvertering
Insuline = hormoon dat zorgt voor opname glucose
Glucagon = hormoon dat zorgt dat glycogeen naar glucose word gemaakt en word afgegeven
aan bloed
Essentiele vetzuren = kan je alleen met voedsel binnen krijgen, en kan de lever dus niet
maken
Essentiele aminozuren = de aminozuren die je lever niet kan maken, moet via voeding
Ureum = een koppeling van NH3 + CO2, om overtollige aminogroepen (NH2) uit te
scheiden, gaat via urine eruit.