Rogoff et al. (2018) – Cultuur als geïntegreerd proces in ontwikkeling Verwerpen opvatting dat cultuur Culturele Sensitiviteit
en mens aparte entiteiten zijn, waarbij cultuur wordt gezien als een externe invloed op individuen. • Watch out for harmful
Ipv: cultuur en ontwikkeling samen evolueren en verweven in dagelijkse leven van mensen. overgeneralization.
Cultuur en kinderontwikkeling Implicaties voor onderzoek • Don’t overgeneralize your
•Kinderen ontwikkelen zich door actieve participatie in •Onderzoekers moeten kinderontwikkeling bestuderen in personal experiences
hun sociale en culturele omgeving. realistische, culturele contexten ipv in laboratorium- • Be critical about how
•Leren gebeurt niet alleen door expliciete instructie, omgevingen of via geïsoleerde cognitieve tests. studies group people
maar ook door observatie, samenwerking en deelname •Onderzoek moet rekening houden met de variabiliteit in into categories
aan gemeenschapsactiviteiten. culturele praktijken en opvoedingsstijlen, in plaats van • Be critical about the
•Cultuur is niet iets dat "bovenop" de menselijke ervaring universele ontwikkelingsnormen aan te nemen. generalization of results
ligt, maar eerder een fundamenteel onderdeel van alle •Culturele processen moeten als dynamisch en (WEIRD)
ontwikkelingsprocessen. interactief worden beschouwd, niet als statisch en extern.
(Vélez-Agosto et al., 2017) Bronfenbrenner’s Bioecological Theory Revision: Moving Culture
From the Macro Into the Micro (herziening Bronfenbrenner model)
Dit artikel onderzoekt hoe cultuur het gedrag en de ontwikkeling van kinderen
beïnvloedt en stelt dat Bronfenbrenners bio-ecologische model tekortschiet in de
manier waarop het cultuur plaatst. Tekortkomingen van Bronfenbrenner:
- Plaatst cultuur in het macrosysteem, als een externe, bovenliggende invloed.
- Volgens auteurs is dit problematisch, omdat cultuur niet een abstract, extern
systeem is, maar diep verweven is in het dagelijkse leven en sociale interacties.
- De invloed van cultuur wordt in het oorspronkelijke model te passief en
afstandelijk gepositioneerd.
Drie alternatieve theorieën die een betere benadering bieden:
1. Vygotsky’s socioculturele theorie: Ontwikkeling vindt plaats door sociale
interacties en het gebruik van culturele hulpmiddelen zoals taal en symbolen.
Kinderen internaliseren culturele kennis via interacties met sociale omgeving.
2. Weisners eco culturele theorie: Dagelijkse routines en activiteiten weer-
spiegelen de culturele context van een kind. Opvoeding en leren vinden plaats
binnen de specifieke sociale en economische realiteit van een gemeenschap.
3. Rogoff’s: zie hierboven.
Voorstel voor een herzien model:
- Cultuur direct verweven met dagelijkse interacties en activiteiten. Herziene culturele microsysteemmodel van Vélez-
- Culturele contexten niet extern maar is onderdeel van hoe kinderen zich ontwikkelen. Agosto toont cultuur als aanwezig in verschillende
- Sociale instellingen opvoedingspraktijken actief culturele waarden en normen overbrengen. omgevingen, dichtbij of ver van het individu. Nadruk
Implicaties voor onderzoek: op hoe culturele praktijken en het individu elkaar
Onderzoekers en beleidsmedewerkers moeten cultuur beschouwen als een fundamenteel beïnvloeden in wederzijds proces, waarbij menselijke
onderdeel van de microsystemen waarin kinderen opgroeien. In plaats van cultuur behandelen ontwikkeling als interactief wordt gezien.
als vaste, homogene entiteit, aandacht hebben voor de dynamiek en variatie binnen en tussen
culturen.
Super & Harkness (1986) – De Developmental Niche
Een kader om te begrijpen hoe kinderen opgroeien binnen een culturele context.
Bestaat uit drie onderling verbonden componenten:
1. De fysieke en 2. Cultureel bepaalde 3. De psychologie van de
sociale omgeving opvoedingspraktijken opvoeders
-Dit omvat de materiële -Verwijst naar dagelijkse -Overtuigingen, waarden en
omstandigheden waarin gewoonten en gedragingen verwachtingen van ouders
een kind opgroeit, waarmee kinderen worden spelen een belangrijke rol in
zoals huisvesting, opgevoed, zoals de opvoeding.
klimaat en slaappatronen, -Culturele ideeën over wat
voedselvoorziening. voedingsgewoonten etc. als ‘normaal’ of ‘gewenst’
-Het omvat ook de -Deze praktijken zijn sterk wordt beschouwd in de
sociale structuren, cultureel bepaald en kunnen opvoeding beïnvloeden hoe
zoals het gezin en de variëren tussen verschillende kinderen worden begeleid en
bredere gemeenschap. samenlevingen. ondersteund.
Relatie tussen de componenten en de bredere cultuur:
-De drie componenten werken samen en beïnvloeden elkaar wederzijds.
-Bredere cultuur bepaalt de normen en waarden die doorgegeven worden via
opvoedingspraktijken en ouderlijke overtuigingen.
Implicaties voor onderzoek:
•Onderzoek naar kinderontwikkeling moet niet alleen het individu bestuderen, maar
ook culturele niche waarin het kind opgroeit.
Ouderlijke oriëntatie (Berns 2016)
•Culturele contexten moeten niet worden gezien als een "achtergrondfactor", maar als
een fundamenteel onderdeel van ontwikkeling.
•Onderzoekers moeten rekening houden met hoe verschillende culturen opvoeding en
ontwikkeling vormgeven op basis van hun unieke waarden en omstandigheden.
• (Vertovec, 2007) NL kent super diversiteit.
• Kagitcibasi (1996) Introduceert het concept van autonoom-relationalisme: een
combinatie van autonomie (zelfstandigheid, keuzevrijheid) en relationalisme
(hechte sociale banden, familieverbondenheid). Kritiek: oversimplificatie &
categorisatie cultures als geheel. Neemt globalisatie en social media niet mee.
, Week 2: Acculturatie, beleid, zorg en educatie in multiculturele samenleving Aansluitende studies:
Acculturation model (Berry, 2006): Acculturatie: 2 culturen in contact, kunnen Schachner et al. (2017): Een inclusieve
elementen van elkaar overnemen. schoolomgeving die culturele diversiteit
Vormen Acculturatie: waardeert, ondersteunt een positieve
- Intergratie: Behoud delen eigen cultuur en identiteit en betere psycho uitkomsten.
Integratie Assimilatie overname dominante cultuur. = beste Francot et al., 2023: geaccepteerd voelen
Multicultural Melting pot uitkomst, psychologisch + school. op school en steun ervaren van
- Assimilatie: Grotendeels loslaten eigen leerkrachten, ontwikkelt een positievere
Segregatie Marginalisatie
Segregatie Exclusion
cultuur, overnemen dominante cultuur. biculturele identiteit. Voelt zich beter, wat
- Segregatie: Vasthouden eigen cultuur en ook schoolsucces bevordert.
contact vermijden dominante cultuur. Friberg (2019): Zowel met eigen cultuur als
- Marginalisatie: Raakt zowel eigen als dominante cultuur identificeren, zorgt voor
Zwart = individueel. Groen = Maatschappelijk. dominante cultuur kwijt (of wordt uitgesloten). betere schoolprestaties.
Interdisciplinair kader (Pérez et al. 2021): Broekhuizen et al., 2015 : NL scoort laag in belang
diversiteit voor zowel 0-3 en 3-6 jaar. Kwaliteit van
kinderopvang hangt samen met sociaal-emotionele
ontwikkeling bij jonge kinderen, en in hoeverre dit
afhangt van zelfregulatie en geslacht. Vondst:
vooral kinderen met lage affectieve (liefdevolle)
zelfregulatie of jongens, gevoeliger zijn voor de
kwaliteit van opvang: lage kwaliteit = minder sociale
competentie. Hoge kwaliteit = positieve werking.
Studie wijst op het belang van maatwerk in
kinderopvang, afgestemd op de behoeften van
individuele kinderen.
Slot et al., 2023: ouders verschillen in wat ze
belangrijk vinden. Amsterdam veel culturen, veel
belang bij aanraking met andere culturen.
Huijbregts et al., 2008: NL docenten scoren hoger
op individualistische beliefs, maar niet op daycare-
specific beliefs. Door: leren van elkaar en
vooropleiding. = Seperated Acculturatie (thuis en
werk verschillen).
Anders dan Bronfenbrenner’s; specifiek gericht op cultuur intertwined met,-en werking op Voordelen van Culturele Diversiteit:
de systemen.
Global (context waarin migratie plaatsvind): Pushfactoren (bijv. oorlog, natuurrampen),
pullfactoren (bijv. economisch en onderwijs), globalisatie.
(Sidler et al. 2022) Hoe jongeren omgaan met culturele (Bornstein et al. 2019) Opvoedingskennis in Verschillende Samenlevingen.
uitwisseling en wat dat betekent voor hun welzijn. Cross-cultural vergelijking in opvoedingskennis van moeders door measurement
Duitslands, Zwitserland en Griekenland. 3 acculturatie invariance van Knowledge of Infant Development Inventory (KIDI).
profielen: sterke en milde wederzijdse integratieprofielen, 3 voorspellende factoren:
3e profiel gaat uit van een lagere verantwoordelijkheid - Opleiding moeder (hoger = meer opvoedkennis).
voor de meerderheid. "Jongeren die openstaan voor - Toegang Educatieve bronnen (raadplegen boeken en internet = hogere opvoedings-
wederzijdse aanpassing voelen zich mentaal beter dan kennis).
jongeren die dat minder belangrijk vinden.“ - Culturele normen (sommige landen benadrukken formele educatie meer dan
Deze bevindingen sturen op beleid dat zich niet alleen andere, wat invloed heeft op hoeveel moeders leren over opvoeding).
richt op de integratie van minderheden, maar ook op het In alle landen waren de factoren niet significant. Dit laat zien dat opvoedkennis niet door
bevorderen van intercultureel begrip en universele, maar door context specifieke factoren wordt beïnvloed. Beleidsmaatregelen
aanpassingsbereidheid van de meerderheidsgroep. moeten dus worden afgestemd op specifieke behoeften van een samenleving.