Ontwikkelingspsychologie
Hoofdstuk 1
Ontwikkelingspsychologie: de wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit
van conceptie tot adolescentie.
Cognitieve ontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag
van mensen wordt beïnvloed door groei en verandering in de eigenschappen die de ene
persoon van de andere onderscheiden.
Cohort: een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren.
Continue verandering: geleidelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau
voortvloeien uit die van vorige niveaus.
Discontinue verandering: ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij
elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan in eerdere stadia.
Fysieke ontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het
lichaam, zoals de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan
eten, drinken en slaap.
Kritieke periode: een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de
grootste gevolgen heeft.
Gevoelige periode: een afgebakende periode, meestal vroeg in het leven van een organisme
waarin dat organisme extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op
een bepaald facet van de ontwikkeling.
Levensloopmodel vs. focus specifieke perioden: ligt de focus op het levensloopmodel of op
specifieke perioden?
Maturatie: het proces van geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie.
Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een
groep op dezelfde manier voltrekken.
Sociale ontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop de interacties
van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen
en stabiel blijven.
Persoonlijkheidsontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op stabiliteit en verandering
in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
Hoofdstuk 2 t/m pagina 39, + experiment op p. 42).
Accommodatie: het proces dat bestaande manieren van denken verandert in reacties op
nieuwe stimuli of gebeurtenissen.
Assimilatie: het proces waarbij mensen een ervaring interpreteren binnen hun huidige
cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze.
Hoofdstuk 1
Ontwikkelingspsychologie: de wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit
van conceptie tot adolescentie.
Cognitieve ontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag
van mensen wordt beïnvloed door groei en verandering in de eigenschappen die de ene
persoon van de andere onderscheiden.
Cohort: een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren.
Continue verandering: geleidelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau
voortvloeien uit die van vorige niveaus.
Discontinue verandering: ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij
elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan in eerdere stadia.
Fysieke ontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het
lichaam, zoals de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan
eten, drinken en slaap.
Kritieke periode: een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de
grootste gevolgen heeft.
Gevoelige periode: een afgebakende periode, meestal vroeg in het leven van een organisme
waarin dat organisme extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op
een bepaald facet van de ontwikkeling.
Levensloopmodel vs. focus specifieke perioden: ligt de focus op het levensloopmodel of op
specifieke perioden?
Maturatie: het proces van geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie.
Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een
groep op dezelfde manier voltrekken.
Sociale ontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop de interacties
van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen
en stabiel blijven.
Persoonlijkheidsontwikkeling: ontwikkeling die betrekking heeft op stabiliteit en verandering
in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
Hoofdstuk 2 t/m pagina 39, + experiment op p. 42).
Accommodatie: het proces dat bestaande manieren van denken verandert in reacties op
nieuwe stimuli of gebeurtenissen.
Assimilatie: het proces waarbij mensen een ervaring interpreteren binnen hun huidige
cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze.