Bewustzijnsfilosofie
Aanvulling college 1:
Scepticisme: systematisch twijfelen aan alles wat bestaat.
Relativisme: is het idee dat een bepaald concept (waarheid, schoonheid, het goede etc.) niet op zich
staat, maar afhankelijk is van iets anders. Meestal wordt bedoeld dat waarheid relatief is. De
waarheid van een uitspraak of theorie is dan niet absoluut, maar afhankelijk van de mens (het
subject, de waarnemer) met zijn specifieke eigenschappen. Het gaat over de waarheid die relatief is,
de waarheid kan relatief zijn tegenover elkaar. Bijvoorbeeld cultuurrelativisme, waar de waarheid
afhankelijk is van de cultuur. Jij hebt jouw waarheid en ik heb mijn waarheid.
Qualia/quele: een bepaald ervaringsaspect van hoe het voelt om bijvoorbeeld een ijsje te eten, of
hoe het voelt om te schrikken. What is it likeness? Het ervaringsaspect van mentale toestanden.
Qualia (enkelvoud 'quale') worden in de filosofie van de geest gedefinieerd als individuele gevallen
van subjectieve, bewuste ervaring. Het zijn kwalitatieve eigenschappen van de waarneming en
bewustzijn, bijvoorbeeld smaak en kleur.
Initiële beschrijving van bewustzijn/ mentale categorieën/types/toestanden.
1. Bewuste ervaringen
Nagel noemt dit what is it likeness (hoe moet het zijn/ voelt het om een vleermuis te zijn?)
What is it likeness -> quale/qualia
2. Cognitie
Cognitieve toestanden
Propositionele attitudes (PA) -> dit zijn houdingen t.o.v. een propositie.
PA’s gaan ergens over, d.w.z. ze hebben intentionaliteit (aboutness) PA’s gaan ergens over,
er is altijd inhoud waarover het gaat
PA’s zijn discrete entiteiten, dus hebben geen effect op andere PA’s, ze bestaan
onafhankelijk van elkaar.
Propositionele attitudes is een manier om naar cognitieve toestanden te kijken, maar dat wil
niet zeggen dat cognitieve toestanden daarom propositionele attitudes zijn.
3. Emoties
Combinatie van een ervaring en een cognitieve toestand.
PA -> Propositionele attitudes
Attidude: het regent
Propositionele: geloven
Jan gelooft dat het regent
Jan kan ook denken/voelen etc.
PA’s gaan ergens over, er is altijd een inhoud waarover het gaat (in dit geval regenen)
Intentionaliteit -> aboutness, het gaat ergens over
Substantie dualisme
,De traditionele verdediger van het substantiedualisme is René Descartes
2 substanties (substanties -> datgene wat op zichzelf kan bestaan)
Res cogitans -> geestelijke substantie; mentale; denkende substantie
Res extensa -> fysische substantie; uitgebreidheid -> materieel -> ze nemen plaats in de ruimte
Cogito ergo sum -> ik denk, dus ik besta ‘er is een ding waar ik niet aan kan twijfelen, en dat is dat ik
aan het twijfelen ben’.
Substantiedualisme -> van Descartes, mensen bestaan uit een geestelijke en lichamelijke substantie,
kunnen allebei los van elkaar bestaan. 2 substanties.
Elisabeth vroeg aan Descartes: hoe kunnen lichaam en geest interacteren, hoe kan een geest die
immaterieel is ons lichaam doen bewegen? Als je je lichaam stoot voel je pijn, dit is anders dan een
zeeman op een schip die tegen de rotsen aan vaart, hij zal geen pijn voelen. Dit is het
interactieprobleem. Het is onoplosbaar en daarom fataal voor het substantiedualisme. We moeten
dus op zoek naar een theorie die uitlegt hoe lichaam en geest zich tot elkaar verhouden.
Oplossingen:
- Pijnappelklier -> hier vindt de interactie plaats, waar de ziel het lichaam aanstuurt.
- God regelt die interactie, maar nog steeds hoe dan?
2 mogelijke manieren waarop men dacht dat god inderdaad voor die interactie zorgde:
- Occasionalisme -> alleen god is de ware oorzaak van dingen in de wereld. Wanneer je denkt
dat je je arm omhooggaat steken is dit voor god een gelegenheid (occasion) om je arm
omhoog te doen.
- Parallelisme -> het is vastgelegd door god hoe alles verloopt, zoals twee klokken die
synchroon lopen, dit komt omdat ze zo gemaakt zijn.
Oefenvraag:
Wanneer Daenerys Targaryan denkt ‘de winter komt’, dan is ‘de winter komt’?
a. Een emotie met een kwalitatieve ervaring
b. Een quale die over iets gaat
c. Een mentale toestand met intentionaliteit
, d. Een cognitieve toestand met een fenomenale ervaring
Het juiste antwoord is c, omdat het hier gaat over een proportionele attitude, het heeft
intentionaliteit. Geen fenomenale ervaring want er komt geen gevoel aan te pas.
Aanvulling college 2:
Idealisme
De belangrijkste verdediger van het idealisme is George Berkeley (GB)
Er is geen interactieprobleem want er zijn geen 2 substanties, er is maar 1 substantie en dat is de
geestelijke substantie. Dit noemen we een vorm van monisme, er bestaat maar 1 substantie.
‘Bestaan is waargenomen worden’ -> als je kijkt naar bijvoorbeeld een stoel, dat die stoel alleen
maar bestaat omdat je ernaar kijkt, die bestaat niet onafhankelijk van onze perceptie.
IDEEalisme -> alles bestaat omdat je er een IDEE van hebt.
De materiele wereld is afhankelijk van de geestelijke wereld. Fysische objecten bestaan alleen maar
omdat ze worden waargenomen.
Primaire en secundaire eigenschappen van Locke
Primaire eigenschap -> temperatuur
Secundaire eigenschap -> hoe je het waarneemt. Koud/warm, als je net in de sneeuw hebt gespeeld
is water van 18 graden warm, als je net hebt liggen zonnebaden is water van 18 graden koud. Of iets
warm of koud is, is afhankelijk van de waarnemer.
Berkeley meent dat alle eigenschappen waarvan Locke zei dat ze primair waren, secundair zijn
(grootte). Alle objecten zijn afhankelijk van een waarnemer.
Grootte blijkt namelijk ook afhankelijk van de waarnemer want voor een mier is een tafel veel groter
dan voor ons, dus primaire eigenschappen zijn secundair. (Probleem hiermee is dat als je een
meetlat pakt de tafel even lang is voor de mier als voor de mens).
Philonous ontkent het bestaan van de materiele substantie, maar niet het bestaan van materie.
GB is een empirist
Kritiekpunten:
1. Slechte redenering (niet wetenschappelijk ondersteunt)
2. Absurde conclusie -> wat gebeurt er met objecten als er niemand naar kijkt? (Niemand
neemt ze waar) houdt het dan op met bestaan?
Behaviorisme
We moeten ons beperken naar de dingen die we wel kunnen zien. Wat we wel kunnen zien is
gedrag.
Dus het idee van het behaviorisme over mentale geest is dat van een black box:
Input (stimuli) gaat in de black box -> Output komt eruit
Wat er in de black box (de geest) gebeurt daar heeft de behaviorist het niet over.
Aanvulling college 1:
Scepticisme: systematisch twijfelen aan alles wat bestaat.
Relativisme: is het idee dat een bepaald concept (waarheid, schoonheid, het goede etc.) niet op zich
staat, maar afhankelijk is van iets anders. Meestal wordt bedoeld dat waarheid relatief is. De
waarheid van een uitspraak of theorie is dan niet absoluut, maar afhankelijk van de mens (het
subject, de waarnemer) met zijn specifieke eigenschappen. Het gaat over de waarheid die relatief is,
de waarheid kan relatief zijn tegenover elkaar. Bijvoorbeeld cultuurrelativisme, waar de waarheid
afhankelijk is van de cultuur. Jij hebt jouw waarheid en ik heb mijn waarheid.
Qualia/quele: een bepaald ervaringsaspect van hoe het voelt om bijvoorbeeld een ijsje te eten, of
hoe het voelt om te schrikken. What is it likeness? Het ervaringsaspect van mentale toestanden.
Qualia (enkelvoud 'quale') worden in de filosofie van de geest gedefinieerd als individuele gevallen
van subjectieve, bewuste ervaring. Het zijn kwalitatieve eigenschappen van de waarneming en
bewustzijn, bijvoorbeeld smaak en kleur.
Initiële beschrijving van bewustzijn/ mentale categorieën/types/toestanden.
1. Bewuste ervaringen
Nagel noemt dit what is it likeness (hoe moet het zijn/ voelt het om een vleermuis te zijn?)
What is it likeness -> quale/qualia
2. Cognitie
Cognitieve toestanden
Propositionele attitudes (PA) -> dit zijn houdingen t.o.v. een propositie.
PA’s gaan ergens over, d.w.z. ze hebben intentionaliteit (aboutness) PA’s gaan ergens over,
er is altijd inhoud waarover het gaat
PA’s zijn discrete entiteiten, dus hebben geen effect op andere PA’s, ze bestaan
onafhankelijk van elkaar.
Propositionele attitudes is een manier om naar cognitieve toestanden te kijken, maar dat wil
niet zeggen dat cognitieve toestanden daarom propositionele attitudes zijn.
3. Emoties
Combinatie van een ervaring en een cognitieve toestand.
PA -> Propositionele attitudes
Attidude: het regent
Propositionele: geloven
Jan gelooft dat het regent
Jan kan ook denken/voelen etc.
PA’s gaan ergens over, er is altijd een inhoud waarover het gaat (in dit geval regenen)
Intentionaliteit -> aboutness, het gaat ergens over
Substantie dualisme
,De traditionele verdediger van het substantiedualisme is René Descartes
2 substanties (substanties -> datgene wat op zichzelf kan bestaan)
Res cogitans -> geestelijke substantie; mentale; denkende substantie
Res extensa -> fysische substantie; uitgebreidheid -> materieel -> ze nemen plaats in de ruimte
Cogito ergo sum -> ik denk, dus ik besta ‘er is een ding waar ik niet aan kan twijfelen, en dat is dat ik
aan het twijfelen ben’.
Substantiedualisme -> van Descartes, mensen bestaan uit een geestelijke en lichamelijke substantie,
kunnen allebei los van elkaar bestaan. 2 substanties.
Elisabeth vroeg aan Descartes: hoe kunnen lichaam en geest interacteren, hoe kan een geest die
immaterieel is ons lichaam doen bewegen? Als je je lichaam stoot voel je pijn, dit is anders dan een
zeeman op een schip die tegen de rotsen aan vaart, hij zal geen pijn voelen. Dit is het
interactieprobleem. Het is onoplosbaar en daarom fataal voor het substantiedualisme. We moeten
dus op zoek naar een theorie die uitlegt hoe lichaam en geest zich tot elkaar verhouden.
Oplossingen:
- Pijnappelklier -> hier vindt de interactie plaats, waar de ziel het lichaam aanstuurt.
- God regelt die interactie, maar nog steeds hoe dan?
2 mogelijke manieren waarop men dacht dat god inderdaad voor die interactie zorgde:
- Occasionalisme -> alleen god is de ware oorzaak van dingen in de wereld. Wanneer je denkt
dat je je arm omhooggaat steken is dit voor god een gelegenheid (occasion) om je arm
omhoog te doen.
- Parallelisme -> het is vastgelegd door god hoe alles verloopt, zoals twee klokken die
synchroon lopen, dit komt omdat ze zo gemaakt zijn.
Oefenvraag:
Wanneer Daenerys Targaryan denkt ‘de winter komt’, dan is ‘de winter komt’?
a. Een emotie met een kwalitatieve ervaring
b. Een quale die over iets gaat
c. Een mentale toestand met intentionaliteit
, d. Een cognitieve toestand met een fenomenale ervaring
Het juiste antwoord is c, omdat het hier gaat over een proportionele attitude, het heeft
intentionaliteit. Geen fenomenale ervaring want er komt geen gevoel aan te pas.
Aanvulling college 2:
Idealisme
De belangrijkste verdediger van het idealisme is George Berkeley (GB)
Er is geen interactieprobleem want er zijn geen 2 substanties, er is maar 1 substantie en dat is de
geestelijke substantie. Dit noemen we een vorm van monisme, er bestaat maar 1 substantie.
‘Bestaan is waargenomen worden’ -> als je kijkt naar bijvoorbeeld een stoel, dat die stoel alleen
maar bestaat omdat je ernaar kijkt, die bestaat niet onafhankelijk van onze perceptie.
IDEEalisme -> alles bestaat omdat je er een IDEE van hebt.
De materiele wereld is afhankelijk van de geestelijke wereld. Fysische objecten bestaan alleen maar
omdat ze worden waargenomen.
Primaire en secundaire eigenschappen van Locke
Primaire eigenschap -> temperatuur
Secundaire eigenschap -> hoe je het waarneemt. Koud/warm, als je net in de sneeuw hebt gespeeld
is water van 18 graden warm, als je net hebt liggen zonnebaden is water van 18 graden koud. Of iets
warm of koud is, is afhankelijk van de waarnemer.
Berkeley meent dat alle eigenschappen waarvan Locke zei dat ze primair waren, secundair zijn
(grootte). Alle objecten zijn afhankelijk van een waarnemer.
Grootte blijkt namelijk ook afhankelijk van de waarnemer want voor een mier is een tafel veel groter
dan voor ons, dus primaire eigenschappen zijn secundair. (Probleem hiermee is dat als je een
meetlat pakt de tafel even lang is voor de mier als voor de mens).
Philonous ontkent het bestaan van de materiele substantie, maar niet het bestaan van materie.
GB is een empirist
Kritiekpunten:
1. Slechte redenering (niet wetenschappelijk ondersteunt)
2. Absurde conclusie -> wat gebeurt er met objecten als er niemand naar kijkt? (Niemand
neemt ze waar) houdt het dan op met bestaan?
Behaviorisme
We moeten ons beperken naar de dingen die we wel kunnen zien. Wat we wel kunnen zien is
gedrag.
Dus het idee van het behaviorisme over mentale geest is dat van een black box:
Input (stimuli) gaat in de black box -> Output komt eruit
Wat er in de black box (de geest) gebeurt daar heeft de behaviorist het niet over.