Hoofdstuk 2.5
Non-verbaal spreekgedrag
Je kan zonder woorden spreken maar niet alle non-verbale signalen heb je in de hand.
Daarom is het goed om ook te letten op de non-verbale signalen die jij ontvangt van je
gesprekspartner.
Oogcontact
Je ogen tonen hoe betrokken maar ook hoe onzeker je bent. Probeer dus oogcontact te maken. Een
open blik straalt vertrouwen uit en werkt vertrouwen bij degene die tegenover je zitten.
Gezichtsuitdrukking
Zorg dat e mimiek je verhaal ondersteunt en versterkt. Wees zelf niet zichtbaar aangeslagen als je
slecht nieuws moet vertellen. Betrokkenheid tonen is goed, maar blijf professioneel
Lichaamshouding
Suggereer geen gesloten houding en gebruik bij een presentatie de ruimte die er is
Kleding
Pas je kleding aan de omgeving en gelegenheid aan. En zorg dat het niet afleidt
Gebaren
Bewegingen dienen je woorden te ondersteunen. Maar let erop dat je niet overdrijft
Intonatie
Als je voor een groep spreekt, is het belangrijk dat je iets duidelijker, luider en langzamer spreekt dan
je gewend bent.
Zwijgen
Een stilte laten vallen is een krachtig instrument. Kijk dan wel je gesprekspartner aan
Hoofdstuk 3
Luisteren
Luisteren is een intensieve bezigheid: slechts als goede luisteraar zal je goede vragen kunnen stellen.
Non-verbaal luistergedrag
We verbaan meestal iets subtielere manieren van het geven van feedback aan de zenders.
Er zijn 5 algemene soorten van non-verbaal gedrag
1. Oogcontact - luisteraars geven het signaal dat ze luisteren. Maar als luisteraar constant
oogcontact te houden kan confronterend werken.
2. Gezichtsuitdrukking - er zijn tallozen signalen die je kan afgeven met je wenkbrauwen en je
mondhoeken. Maar probeer dit niet teveel te doen = kan ongeïnteresseerd overkomen.
3. Lichaamshouding - met je lichaamshouding zeg je onbewust of bewust iets. Wil je de rol van
een effectieve luisteraar uitstralen dan moet je
o Rustig zitten of staan
o Je richten tot de spreker en vriendelijk aankijken
o Rechtop zitten
4. Gebaren - beperk je met het gebaren dat er geluisterd wordt.
5. Zwijgen - kan de ander ertoe verleiden om iets meer te zeggen. Maar kan ook heel
confronterend zijn, het kan een averechts effect hebben: niet alleen jij maar ook je
gesprekspartner valt stil. Confronterend zwijgen kan ook hard overkomen, het is dan een hele
harde vorm van kritiek geven.
, Verbaal luistergedrag
Alles wat je zegt tijdens het luisteren. Een actieve luisteraar:
Maakt stimulerende opmerkingen - zijn bedoeld om spreker uit te dagen om verder te gaan
Vat samen en parafraseert - je maakt een samenvatting als je wilt controleren of je de
woorden goed hebt begrepen en parafraseren doe je, wanneer je een boodschap in je eigen
woorden herhaalt.
Het functioneert als controle-instrument. Ook kan je de spreker uitdagen om zichzelf toe te
lichten
Stelt vragen - de belangrijke vraagtypes zijn
o Gesloten vraag - er past maar 1 antwoord op
o Open vraag - stelt de ander in staat meer informatie te geven
Kritiek ontvangen
Je moet kritiek zo aanbieden dat de ontvanger ook echt daadwerkelijk wat aan heeft. Doe er ook wat
mee als ontvanger: gebruik kritiek constructief en zie het als een kans om de kwaliteit te verbeteren
Het ontvangen van kritiek is een vaardigheid die je kunt leren. Een eigenschap die je daarbij goede
diensten bewijst is je assertiviteit. Door bij alle kritiek die je krijgt te vragen naar de productiviteit
ervan.
Belangrijke punten bij omgaan met negatieve kritiek
Luisteren en laten uitpraten
Bedanken
Vraag door als je het niet begrijpt
Geef aan waarmee je het eens bent
Vraag bij onduidelijkheid om argumenten
Gebruik kritiek voor kans voor verbetering
Weerleg beledigingen door woorden te herhalen
Belangrijke punten bij omgaan met positieve kritiek
Bedanken
Niet achterdochtig worden
Geef ander tijd om compliment toe te lichten
Ontvang het positieve kritiek, weerleg het niet
Hoofdstuk 13
Publiek doel en strategie
Je bereid je gesprek goed voor en je vormt je een beeld van die ander. Het bijzondere aan een
tweegesprek is dat je partner precies hetzelfde doet. Zorg dat je daar bewust van bent. Je bent
spreker maar ook ontvanger
Vervolgens breng je je doelen in kaart. Let op botsende doelen. Want je gesprekspartner heeft ook
doelen. Houd dus bij de formulering van je eigen doelen altijd rekening met die van je
gesprekspartner.
In communicatieactiviteiten onderscheiden we drie soorten doelen:
1. Kennis
2. Houding
3. Gedrag
In veel gevallen gaan deze samen. Zo verzin je dus een strategie, dit komt neer over wat soort
gesprek jullie het hebben (bijv. functioneringsgesprek)
De tactiek die ieder van jullie heeft kan sterk verschillen. (bijv. jezelf verdedigen)
Non-verbaal spreekgedrag
Je kan zonder woorden spreken maar niet alle non-verbale signalen heb je in de hand.
Daarom is het goed om ook te letten op de non-verbale signalen die jij ontvangt van je
gesprekspartner.
Oogcontact
Je ogen tonen hoe betrokken maar ook hoe onzeker je bent. Probeer dus oogcontact te maken. Een
open blik straalt vertrouwen uit en werkt vertrouwen bij degene die tegenover je zitten.
Gezichtsuitdrukking
Zorg dat e mimiek je verhaal ondersteunt en versterkt. Wees zelf niet zichtbaar aangeslagen als je
slecht nieuws moet vertellen. Betrokkenheid tonen is goed, maar blijf professioneel
Lichaamshouding
Suggereer geen gesloten houding en gebruik bij een presentatie de ruimte die er is
Kleding
Pas je kleding aan de omgeving en gelegenheid aan. En zorg dat het niet afleidt
Gebaren
Bewegingen dienen je woorden te ondersteunen. Maar let erop dat je niet overdrijft
Intonatie
Als je voor een groep spreekt, is het belangrijk dat je iets duidelijker, luider en langzamer spreekt dan
je gewend bent.
Zwijgen
Een stilte laten vallen is een krachtig instrument. Kijk dan wel je gesprekspartner aan
Hoofdstuk 3
Luisteren
Luisteren is een intensieve bezigheid: slechts als goede luisteraar zal je goede vragen kunnen stellen.
Non-verbaal luistergedrag
We verbaan meestal iets subtielere manieren van het geven van feedback aan de zenders.
Er zijn 5 algemene soorten van non-verbaal gedrag
1. Oogcontact - luisteraars geven het signaal dat ze luisteren. Maar als luisteraar constant
oogcontact te houden kan confronterend werken.
2. Gezichtsuitdrukking - er zijn tallozen signalen die je kan afgeven met je wenkbrauwen en je
mondhoeken. Maar probeer dit niet teveel te doen = kan ongeïnteresseerd overkomen.
3. Lichaamshouding - met je lichaamshouding zeg je onbewust of bewust iets. Wil je de rol van
een effectieve luisteraar uitstralen dan moet je
o Rustig zitten of staan
o Je richten tot de spreker en vriendelijk aankijken
o Rechtop zitten
4. Gebaren - beperk je met het gebaren dat er geluisterd wordt.
5. Zwijgen - kan de ander ertoe verleiden om iets meer te zeggen. Maar kan ook heel
confronterend zijn, het kan een averechts effect hebben: niet alleen jij maar ook je
gesprekspartner valt stil. Confronterend zwijgen kan ook hard overkomen, het is dan een hele
harde vorm van kritiek geven.
, Verbaal luistergedrag
Alles wat je zegt tijdens het luisteren. Een actieve luisteraar:
Maakt stimulerende opmerkingen - zijn bedoeld om spreker uit te dagen om verder te gaan
Vat samen en parafraseert - je maakt een samenvatting als je wilt controleren of je de
woorden goed hebt begrepen en parafraseren doe je, wanneer je een boodschap in je eigen
woorden herhaalt.
Het functioneert als controle-instrument. Ook kan je de spreker uitdagen om zichzelf toe te
lichten
Stelt vragen - de belangrijke vraagtypes zijn
o Gesloten vraag - er past maar 1 antwoord op
o Open vraag - stelt de ander in staat meer informatie te geven
Kritiek ontvangen
Je moet kritiek zo aanbieden dat de ontvanger ook echt daadwerkelijk wat aan heeft. Doe er ook wat
mee als ontvanger: gebruik kritiek constructief en zie het als een kans om de kwaliteit te verbeteren
Het ontvangen van kritiek is een vaardigheid die je kunt leren. Een eigenschap die je daarbij goede
diensten bewijst is je assertiviteit. Door bij alle kritiek die je krijgt te vragen naar de productiviteit
ervan.
Belangrijke punten bij omgaan met negatieve kritiek
Luisteren en laten uitpraten
Bedanken
Vraag door als je het niet begrijpt
Geef aan waarmee je het eens bent
Vraag bij onduidelijkheid om argumenten
Gebruik kritiek voor kans voor verbetering
Weerleg beledigingen door woorden te herhalen
Belangrijke punten bij omgaan met positieve kritiek
Bedanken
Niet achterdochtig worden
Geef ander tijd om compliment toe te lichten
Ontvang het positieve kritiek, weerleg het niet
Hoofdstuk 13
Publiek doel en strategie
Je bereid je gesprek goed voor en je vormt je een beeld van die ander. Het bijzondere aan een
tweegesprek is dat je partner precies hetzelfde doet. Zorg dat je daar bewust van bent. Je bent
spreker maar ook ontvanger
Vervolgens breng je je doelen in kaart. Let op botsende doelen. Want je gesprekspartner heeft ook
doelen. Houd dus bij de formulering van je eigen doelen altijd rekening met die van je
gesprekspartner.
In communicatieactiviteiten onderscheiden we drie soorten doelen:
1. Kennis
2. Houding
3. Gedrag
In veel gevallen gaan deze samen. Zo verzin je dus een strategie, dit komt neer over wat soort
gesprek jullie het hebben (bijv. functioneringsgesprek)
De tactiek die ieder van jullie heeft kan sterk verschillen. (bijv. jezelf verdedigen)