Vreemdelingenrecht 2024-2025
Hoorcollege 1: Introductie
Hoofdcategorieën migranten: Studie, Familie/ gezin, Arbeid/werk en Asiel
Verhouding tot algemeen bestuursrecht:
Migratierecht = onderdeel van het bestuursrecht. Een groot deel van
migratierecht in NL wordt geregeld door Unierecht.
Consequenties:
• Bestuur besluit (niet de rechter, de rechter toetst) normaal
gesproken zou detentie behandeld worden via het strafrecht en
uithuisplaatsing via het privaatrecht, maar hier gaat dat via het
bestuur.
• Veel regels worden gemaakt door het bestuur het bestuur past
niet alleen regels toe
• Awb en a.b.b.b zijn van toepassing (maar, let op: wel veel
uitzonderingen!
Verhouding tot mensenrechten:
• Geen algemeen recht op toegang of verblijf, of algemeen verbod op
uitzetting:
— EHRM-Abdulaziz vs UK – 1985 (para. 67) ‘(…) as a matter of
well-established international law and subject to its treaty
obligations, a State has the right to control the entry of non-
nationals into its territory.’ Staten hebben soevereiniteit om
te bepalen wie ze binnen de grenzen laten, maar deze
soevereiniteit is niet absoluut. Het wordt nl beperkt door
mensenrechten.
• Alleen in uitzonderlijke gevallen, met name o.g.v.:
– Verbod op onmenselijke of vernederende behandeling non-
refoulement
– Recht op respect voor gezins- en familieleven en privéleven
Kinderrechten spelen een (belangrijke) rol bij interpretatie
Daarnaast bescherming tegen andere vormen van overheidsoptreden:
• Recht op vrijheid (vreemdelingenbewaring)
• Verbod op onmenselijke of vernederende behandeling (onthouden
van opvang)
• Non-discriminatie (ongelijke behandeling)
• Recht op een effectief rechtsmiddel (procedures)
NB. Recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM): niet van toepassing op
toegang, toelating en verblijf van vreemdelingen (EHRM Maaouia t.
Frankrijk). Dit omdat Art 6 EVRM van toepassing is op burgerlijke en
strafrechtelijke zaken. Toegang, toelating en verblijf van vreemdelingen
betreffen bestuursrechtelijke zaken.
1
,Verhouding tot Unierecht:
• ‘Migratierecht is bijna helemaal Unierecht’ (Groenenijk en van Riel)
• Geldt voor alle in dit vak te behandelen onderwerpen
• Consequenties:
– EU Handvest en algemene beginselen van Unierecht zijn van
toepassing
– Er bestaat (steeds meer) relevante jurisprudentie van het HvJ
EU
– De Nederlandse vreemdelingenrechter is ook ‘EU-rechter’
kan (en in sommige gevallen moet) prejudiciële vragen stellen
aan HvJ EU inzake uitleg EU recht
Nederlandse (vreemdelingen) wet- en regelgeving
Uitgangspunt: restrictief toelatingsbeleid (afwijzing tenzij…)
Artikel 13 Vreemdelingenwet 2000:
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning wordt slechts
ingewilligd indien:
a. Internationale verplichtingen daartoe nopen;
b. Met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands
belang is gediend, of
c. Klemmende redenen van humanitaire aard daartoe nopen.
Uitzondering Toelating/vergunning/mensenrechten
Gelaagde regelgeving:
Artikel 2 lid 2 Grondwet: “De wet regelt de toelating en de uitzetting van
vreemdelingen”
• Algemene wet bestuursrecht (AWB) algemeen kader
• Vreemdelingenwet 2000 – wet in formele zin
• Vreemdelingenbesluit 2000 - AMvB
• Voorschrift vreemdelingen 2000 – ministeriële regeling
• Beleidsregels en aanwijzingen Minister:
– Vreemdelingencirculaire (Vc 2000) hoe de bepalingen
toegepast moeten worden in de praktijk. Regulier staat in B
en asiel staat in C.
– Werkinstructies IND zijn beleidsregels van de IND en deze
zijn dus niet bindend voor de burger, wel voor de IND.
– Informatieberichten IND (waren vroeger interne richtlijnen).
• Overige wetgeving: Algemene wet bestuursrecht, Wet arbeid
vreemdelingen; Wet inburgering,
Nb. Legaliteitsbeginsel in formele en materiële zin
Formeel overheidsoptreden moet gebaseerd zijn op een wettelijke
grondslag.
Materieel primaat van de wetgever; de wetgever bepaalt zelf hoe alles
geregeld moet worden.
Structuur Vw/Vb/VV 2000
H1: Inleidende bepalingen
H2: Toegang
2
,H3: Verblijf
H4: Handhaving
H5: Vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming
H6: Vertrek, uitzetting en overdracht, inreisverbod en
ongewenstverklaring
• Ongewenstverklaring: wanneer je als vreemdeling een strafbaar feit
pleegt en het zo bont gemaakt hebt dan zal je als je wordt
aangetroffen uitgezet te worden.
H7: Rechtsmiddelen
H8: Algemene en strafbepalingen
Staatsnoodrecht:
• Separate toepassing’ (zie Smeulders):
– Wet verplaatsing bevolking (1952): gebruikt in 2022 m.b.t.
opvang Oekraïners
– Artikelen 110 en 111 Vw 2000
• Vereist: buitengewone omstandigheden die dit noodzakelijk maken
restrictieve uitleg (RvS)
• Vereist: proportionaliteit en subsidiariteit
Rechtmatig verblijf: Artikel 8 Vw
• Verblijfsvergunning
• Verblijf als gemeenschapsonderdaan/Turkse onderdaan
• Gedurende aanvraag- en verlengingsprocedures
• Vrije termijn (visa)
• Tijdens uitstel van vertrek, aangifte mensenhandel,
overdrachtsprocedure
Waterscheiding asiel en regulier:
• Wat is asiel en regulier? Onderscheid aangeven op het tentamen
– Asiel onvrijwillig, vluchtelingenverdrag en art 3 EVRM
mensen niet terugsturen die gevaar lopen. Je wilt mensen
beschermen tegen een situatie elders.
– Regulier allesbehalve asiel. Zie ook wel art 1 VW. De
toelating gaat om het doel van het verblijf.
– Dit onderscheid wordt ook wel waterscheiding genoemd. Asiel
gronden worden niet getoetst in de reguliere procedure en
visa versa. In het Unierecht bestaat er geen waterscheiding.
• Waarom dit onderscheid? Om NL binnen te komen heb je een
paspoort en een visum nodig, machtiging voorlopig verblijf (MVV).
Anders moet je terug naar het land van herkomst om er eentje aan
te vragen. Dit kun je niet vragen aan asielzoekers. Ook zijn de
termijnen om te beslissen in asielprocedures veel kleiner en is er
geen bezwaarfase. Dit onderscheid is erg strikt. Dit is om te
voorkomen dat mensen procedures stapelen.
• Gevolgen onderscheid?
– Onderscheid in aanvraagprocedure en rechtsbescherming
3
, – Onderscheid in Vw/Vb/Vv/Vc: let op gebruik van de juiste
bepalingen!
• Het onderscheid is door de jaren heen versoepeld. Dit onderscheid
was er om doorprocedure (stapeling van aanvragen) te voorkomen
maar het is effectiever om alle vragen mee te nemen in de
aanvraag. De aanvraag is dan omvangrijker, maar dan hoeft de
vreemdeling geen nieuwe procedure meer te beginnen). De
scheiding is dus niet meer strikt met name wat betreft de toets aan
Art 8 EVRM. Deze toets is dus niet meer alleen van toepassing in
reguliere zaken maar ook in bepaalde asielaanvragen.
Verblijfsvergunning asiel: (H3, Afdeling 4)
Vergunning voor bepaalde tijd asiel
• Bevoegdheid: Art 28 Vw
• Voorwaarden: Art 29 Vw Verblijfsvergunning asiel wordt
verleend vanwege:
– Vluchtelingenstatus (art. 29, lid 1, onder a Vw 2000)
Vluchtelingenverdrag en Kwalificatierichtlijn
– Subsidiaire bescherming (art. 29, lid 1, onder b 2000) 3
EVRM en 15 Kri
– Gezinsleden onder bepaalde voorwaarden (‘nareis’, art. 29, lid
2 Vw 2000)
• Intrekking Art 32 Vw
• Afwijzingsgronden:
– Ernstig gevaar voor openbare orde of nationale veiligheid (Art
32, lid 1, sub b )
– Misbruik of niet meewerken (art. 30b Vw 2000)
– Geen grond voor verlening (art. 31 Vw ) aantonen dat je
echt gevaar loopt.
De IND beoordeelt de situatie van de asielzoeker ex nunc (op het
moment). Eerst de geloofwaardigheid van het verzoek aan de hand van
bekende feiten en omstandigheden over het land van herkomst
(geloofwaardigheidstoets), hierna volgt een risico-inschatting van de
vrees. Voldoet de vreemdeling aan de gestelde voorwaarden, dan wordt
de vergunning verleend (Art 13 en 18 DRi II).
Verblijfsvergunning regulier: (H3, afdeling 3)
Vergunning voor bepaalde tijd regulier (Art 14-19 Vw)
• Bevoegdheid en beperking (Art 14 Vw) lid 3 Verblijfsvergunning
regulier wordt verleend: ‘Onder beperkingen, verband houdende
met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan’ (art. 14, lid 3 Vw
2000)
– Verblijfsdoelen: artikel 3.4, lid 1, Vb 2000 (o.a. familie,
arbeid, studie)
– Tijdelijk of niet-tijdelijk (art. 3.5 Vb 2000, maakt o.a. uit voor
inburgeringsplicht)
• Afwijzingsgronden (art, 16 Vw 2000), o.a.:
– Geen mvv (tenzij art. 17 Vw 2000)
4