Groei van het skelet (Kennisclip week 1)
- Kraakbeen
o Bevat veel Chondrine (lijmstof).
o Bevat veel collageen.
▪ Hierdoor kan het kraakbeen meebuigen en breekt het niet zo snel.
o Lage doorbloeding.
o Wordt langzaam omgezet in botweefsel.
▪ In botweefsel wordt veel meer calcium opgenomen.
• Botweefsel bevat meer kalk en minder lijmstof.
o Kan meer krachten verdragen (is dus sterker).
- Epifysair schijf (groeischijf). Lengtegroei.
o Ligt in de epifyse.
o Kraakbeencellen delen zich hier (het worden er meer).
▪ H et uiteinde van het bot wordt naar buiten geduwd.
,Pijnbeenderen
- Bestaat uit:
o Periost
▪ Botvlies
o Epifyse
▪ Compact bot (donkergeel)
▪ Spongieus bot (stippeltjes)
o Groeischijf
o Diafyse (schacht
▪ Compact bot
▪ Mergholte (wit met rood en
blauw)
o Groeischijf
o Epifyse
Compact en spongieus botweefsel
- Spongieus bot
o Minder grote dichtheid
▪ Door de ruimtes kunnen er bloedvaatjes doorheen lopen
o Bestaat uit trabecula
▪ Botbalkjes.
- Beenmerg
o Hier worden bloedcellen gevormd
- Compact bot
o Osteocyten (botcellen)
▪ Zitten om een haversisch kanaaltje heen.
• Hier kunnen bloedcellen doorheen. (Horizontaal)
o (volkmann kanaal is vertikaal)
, - Periost (functies)
o Hier vindt breedtegroei plaats.
o Hier zitten botcellen in die het bot kunnen laten groeien.
▪ Osteoblasten
• Voor de botopbouw
▪ Osteoclasten
• Voor de bot afbraak.
o Het is een beschermlaag.
o Er zitten veel pijnreceptoren in.
o Bij kinderen is het extra dik. (Zodat de botten goed kunnen groeien)
▪ Hierdoor is de doorbloedding goed en geneest een botbreuk
sneller.
Botweefsel samengevat:
- Bestaat uit:
o Collageenvezels (netwerk waarbinnen de cellen liggen)
▪ Zorgt ervoor dat het bot niet zomaar uit te trekken is en een beetje
mee kan geven.
▪ Trekvast.
o Calciumfosfaat (worden cellen afgezet door osteoblasten)
▪ Zorgt ervoor dat het bot niet samen te drukken is dus het geeft
stevigheid.
o ‘Losse’ cellen (Osteocyten)
Veranderbaarheid botweefsel
- Osteoblasten
o Zorgen voor opbouw.
o Afscheiden collageen en calciumopname uit het bloed.
- Osteoclasten
o Zorgen voor afbraak.
▪ Waarom afbraak?
• Ter vervanging van weefsel.
• Calcium naar de rest van het
lichaam zenden.
o Voor spiercontracties
o Voor geleiding van elektrische signalen tussen
neuronen.
o Calciumafgifte aan het bloed.
- BMD (Botmassa Dichtheid)
o De kwaliteit van het botweefsel
▪ Hoe hoger dit getal, hoe steviger het bot.
o Neemt toe tot een leeftijd van ongeveer 30 jaar.
▪ Daarna wordt het minder, hoe snel het minder wordt daar heb je
invloed op.
• Schokbelasting en goede voeding met calcium helpen
hierbij.
, Groei en ontwikkeling
- Groei kwantitatief proces): lengte- en breedtegroei
o Toename in afmetingen en/of aantal.
- (Motorische) ontwikkeling:
o Toename van mogelijkheden; resulteert zich foor samenspel biologische
rijping en omgevingsinvloeden.
▪ Rijping is een kwalitatief proces.
• Het proces dat leidt tot een skelet waarin alle botten
normaal volgroeid en geossificeerd zijn.
• Tempo en timing van de voortgang naar volwassenheid.
- Ontwikkeling
o Functionele vaardigheden (op overleven gericht)
▪ Zuigen, huilen bij honger, hoofd draaien.
o Steeds meer controle over omgeving
▪ Vaardigheden in relatie tot omgeving.
- Groeicurves