1. Levenswijze jagers-verzamelaars → je ziet de jacht op de
achtergrond; dit staat voor hun levenswijze
2. Onstaan landbouw, -samenlevingen → temmen van wilde
dieren; dieren te zien op achtergrond, potten gemaakt →
pot
3. Onstaan eerste stedelijke gemeenschappen → handel en
nijverheid; pot.
1. Ontwikkeling wetenschappelijk denken over
burgerschap en politiek → filosofen, stadstaad; tempel
en schrift op achtergrond
2. Klassieke vormentaal → schoonheid uitbeelden; tempel
3. Groei romeinse imperium → geromaniseerd; schrift op
achtergrond
4. Confrontatie G-R en germaanse cultuur → germanen
leefden eerst zonder schrift; nu wel schrift door G-R;
achtergrond
5. Ontwikkeling joden- christendom → heilige boeken; schrift
1. Feodale verhoudingen → ambt geleend aan leenman; helm
2. Hofstelsel en horigheid → herendienst irv bescherming; helm
3. Verspreiding christendom → kerk; zuilen op achtergrond
4. Onstaan en verspreiding islam → vechten voor religie; helm
1. Handel en ambacht voor herleven agrarisch-urbane
samenleving; urbane → kerk
2. Stedelijke burgerij; steden → kerk
3. Conflict christelijke wereld; kerk
4. Expansie christelijke wereld → kerk
5. Begin staatsvorming en centralisatie; kerk → staat,
centralisatie koning werd gezien als god
1. Veranderde mens en wereldbeeld en begin
wetesncahppelijke belangstelling; achtergrond mens →
wetenschap
2. Beging overzeese expansie; schip
3. Hernieuwde orientatie; mens op achtergrond
4. Protestantse reformatie die splitsing christelijke kerk; kruis
op schip → christendom
5. Conflict in de nederlanden dat leidt tot stichting
nederlandse staat; schip → piraten → conflicten
achtergrond; dit staat voor hun levenswijze
2. Onstaan landbouw, -samenlevingen → temmen van wilde
dieren; dieren te zien op achtergrond, potten gemaakt →
pot
3. Onstaan eerste stedelijke gemeenschappen → handel en
nijverheid; pot.
1. Ontwikkeling wetenschappelijk denken over
burgerschap en politiek → filosofen, stadstaad; tempel
en schrift op achtergrond
2. Klassieke vormentaal → schoonheid uitbeelden; tempel
3. Groei romeinse imperium → geromaniseerd; schrift op
achtergrond
4. Confrontatie G-R en germaanse cultuur → germanen
leefden eerst zonder schrift; nu wel schrift door G-R;
achtergrond
5. Ontwikkeling joden- christendom → heilige boeken; schrift
1. Feodale verhoudingen → ambt geleend aan leenman; helm
2. Hofstelsel en horigheid → herendienst irv bescherming; helm
3. Verspreiding christendom → kerk; zuilen op achtergrond
4. Onstaan en verspreiding islam → vechten voor religie; helm
1. Handel en ambacht voor herleven agrarisch-urbane
samenleving; urbane → kerk
2. Stedelijke burgerij; steden → kerk
3. Conflict christelijke wereld; kerk
4. Expansie christelijke wereld → kerk
5. Begin staatsvorming en centralisatie; kerk → staat,
centralisatie koning werd gezien als god
1. Veranderde mens en wereldbeeld en begin
wetesncahppelijke belangstelling; achtergrond mens →
wetenschap
2. Beging overzeese expansie; schip
3. Hernieuwde orientatie; mens op achtergrond
4. Protestantse reformatie die splitsing christelijke kerk; kruis
op schip → christendom
5. Conflict in de nederlanden dat leidt tot stichting
nederlandse staat; schip → piraten → conflicten