Hoofdstuk 6
Bij vertegenwoordiging gaat het om het verrichten van rechtshandelingen namens de onderneming
met een derde. Op grond van de wet is bij een rechtspersoon steeds het bestuur het orgaan dat tot
vertegenwoordiging bevoegd is. Voor de nv en bv is de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het
bestuur en van de bestuurders geregeld in artikel 2:130/2:240. Aan het bestuur als zodanig komt de
bevoegdheid toe de vennootschap te vertegenwoordigen en dat vertegenwoordigingsbevoegdheid
bovendien toekomt aan iedere bestuurder afzonderlijk. Men spreekt van volledige
vertegenwoordigingsbevoegdheid. Voor de nv geldt het volgende. De
vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur en de bestuurders is onbeperkt en
onvoorwaardelijk. Er bestaan uitzonderingen, maar die gelden enkel jegens een derde wanneer deze
uit de wet voortvloeien. Alleen de vennootschap kan tegenover een derde een beroep op zo’n
wettelijke uitzondering. Tegenover derde kan bijvoorbeeld geen beroep worden gedaan op
beperkingen voortkomend uit de statuten. Ditzelfde geldt wanneer de bevoegdheid krachtens
statuten enkel uitstrekt tot een bepaald bedrag. Jegens derden kent dit geen werking. Strijd met
dergelijke bepalingen kan er echter wel toe leiden dat bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn
tegenover de vennootschap voor alle schade die voortvloeit uit de gebondenheid aan een
overeenkomst. De vertegenwoordigingsbevoegdheid is niet onbeperkt en onvoorwaardelijk als een
clausule in de zin van artikel 2:130/2:240 in de statuten is opgenomen. Oa. in de volgende artikelen
komen wettelijke beperkingen voor: artikel 2:94 jo. 2:204 jo. 2:94c jo. 2:96 jo. 2:206 jo. 2:98 lid 4.
Artikel 2:207a jo. 2:164 jo. 2:274 bepalen dat het ontbreken van goedkeuring van een bestuursbesluit
de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aantast. Zolang de
vennootschap zich tegenover haar wederpartij niet heeft beroepen op de onbevoegdheid van het
bestuur of van de bestuurders, blijft een rechtsverhouding tussen haar en de wederpartij in stand.
Vertegenwoordiging kan ook plaatsvinden bij besluit. Dergelijke besluiten noemt men direct extern
werkend. De hoofdregel van artikel 2:16 lid 2 is dat nietigheid of vernietiging van een besluit niet aan
de wederpartij kan worden tegengeworpen indien deze het gebrek dat aan het besluit kleefde
kenden noch behoefde te kennen. De derde te goeder trouw wordt dus beschermd. De nietigheid of
vernietiging van een besluit tot benoeming van een bestuurder of commissaris kan altijd aan de
benoemde worden tegengeworpen. Derdenbescherming geldt in deze dus niet. Er kan echter wel
sprake zijn van recht op schadevergoeding wanneer er sprake is van goeder trouw.
Voor de vereniging, de coöperatie en de stichting geldt dat niet op grond van de wet zelf
vertegenwoordigingsbevoegdheid toekomt aan de individuele bestuurders ex. artikel 2:45 jo. 2:53a
jo. 2:292. In deze wordt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging uitdrukkelijk in de statuten
toegekend. Bij de maatschap is een vennoot alleen vertegenwoordigingsbevoegd voor zover hij van
de andere vennoten een volmacht heeft om in naam van de maatschap te handelen. Bij de vof komt
de vertegenwoordigingsbevoegdheid toe aan iedere vennoot. Er wordt onderscheid gemaakt tussen
beheersbevoegdheid en vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beheersbevoegdheid houdt in dat de
vennoot een handeling voor rekening van de gezamenlijke vennoten mag verrichten, ook wanneer hij
uitsluitend in eigen naam handelt. De vennoot die de maatschap, vof of cv onbevoegd
vertegenwoordigt, bindt niet de vennootschap maar wel zichzelf.
Iedere rechtspersoon dient in zijn statuten een omschrijving van zijn doel dient te geven. Een
rechtspersoon mag in beginsel niet buiten zijn doel handelen. Het is een bestuurder niet toegestaan
buiten het doel van de rechtspersoon te handelen. Artikel 2:7 maakt een rechtshandeling op zich in
, strijd met het statutaire doel echter geldig. Alleen de rechtspersoon kan een beroep doen op
doeloverschrijding. Op de wederpartij berust geen onderzoeksplicht. Er is sprake van dwingend recht.
Op grond van artikel 2:7 kunnen alleen doeloverschrijdende transacties worden vernietigd, waarbij
vaststaat dat de wederpartij geweten moet hebben dat het doel van de rechtspersoon werd
overschreden. Het artikel geldt niet voor personenvennootschappen. Uit HR Kleuterschool Babbel
volgt dat een rechtspersoon ook aansprakelijk kan zijn op grond van onrechtmatige daad.
Doorslaggevend is niet in welke hoedanigheid iemand heeft gehandeld, maar of die gedragingen in
het maatschappelijk verkeer als gedraging van de rechtspersoon kunnen worden aangemerkt.
‘
Bij vertegenwoordiging gaat het om het verrichten van rechtshandelingen namens de onderneming
met een derde. Op grond van de wet is bij een rechtspersoon steeds het bestuur het orgaan dat tot
vertegenwoordiging bevoegd is. Voor de nv en bv is de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het
bestuur en van de bestuurders geregeld in artikel 2:130/2:240. Aan het bestuur als zodanig komt de
bevoegdheid toe de vennootschap te vertegenwoordigen en dat vertegenwoordigingsbevoegdheid
bovendien toekomt aan iedere bestuurder afzonderlijk. Men spreekt van volledige
vertegenwoordigingsbevoegdheid. Voor de nv geldt het volgende. De
vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur en de bestuurders is onbeperkt en
onvoorwaardelijk. Er bestaan uitzonderingen, maar die gelden enkel jegens een derde wanneer deze
uit de wet voortvloeien. Alleen de vennootschap kan tegenover een derde een beroep op zo’n
wettelijke uitzondering. Tegenover derde kan bijvoorbeeld geen beroep worden gedaan op
beperkingen voortkomend uit de statuten. Ditzelfde geldt wanneer de bevoegdheid krachtens
statuten enkel uitstrekt tot een bepaald bedrag. Jegens derden kent dit geen werking. Strijd met
dergelijke bepalingen kan er echter wel toe leiden dat bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn
tegenover de vennootschap voor alle schade die voortvloeit uit de gebondenheid aan een
overeenkomst. De vertegenwoordigingsbevoegdheid is niet onbeperkt en onvoorwaardelijk als een
clausule in de zin van artikel 2:130/2:240 in de statuten is opgenomen. Oa. in de volgende artikelen
komen wettelijke beperkingen voor: artikel 2:94 jo. 2:204 jo. 2:94c jo. 2:96 jo. 2:206 jo. 2:98 lid 4.
Artikel 2:207a jo. 2:164 jo. 2:274 bepalen dat het ontbreken van goedkeuring van een bestuursbesluit
de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aantast. Zolang de
vennootschap zich tegenover haar wederpartij niet heeft beroepen op de onbevoegdheid van het
bestuur of van de bestuurders, blijft een rechtsverhouding tussen haar en de wederpartij in stand.
Vertegenwoordiging kan ook plaatsvinden bij besluit. Dergelijke besluiten noemt men direct extern
werkend. De hoofdregel van artikel 2:16 lid 2 is dat nietigheid of vernietiging van een besluit niet aan
de wederpartij kan worden tegengeworpen indien deze het gebrek dat aan het besluit kleefde
kenden noch behoefde te kennen. De derde te goeder trouw wordt dus beschermd. De nietigheid of
vernietiging van een besluit tot benoeming van een bestuurder of commissaris kan altijd aan de
benoemde worden tegengeworpen. Derdenbescherming geldt in deze dus niet. Er kan echter wel
sprake zijn van recht op schadevergoeding wanneer er sprake is van goeder trouw.
Voor de vereniging, de coöperatie en de stichting geldt dat niet op grond van de wet zelf
vertegenwoordigingsbevoegdheid toekomt aan de individuele bestuurders ex. artikel 2:45 jo. 2:53a
jo. 2:292. In deze wordt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging uitdrukkelijk in de statuten
toegekend. Bij de maatschap is een vennoot alleen vertegenwoordigingsbevoegd voor zover hij van
de andere vennoten een volmacht heeft om in naam van de maatschap te handelen. Bij de vof komt
de vertegenwoordigingsbevoegdheid toe aan iedere vennoot. Er wordt onderscheid gemaakt tussen
beheersbevoegdheid en vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beheersbevoegdheid houdt in dat de
vennoot een handeling voor rekening van de gezamenlijke vennoten mag verrichten, ook wanneer hij
uitsluitend in eigen naam handelt. De vennoot die de maatschap, vof of cv onbevoegd
vertegenwoordigt, bindt niet de vennootschap maar wel zichzelf.
Iedere rechtspersoon dient in zijn statuten een omschrijving van zijn doel dient te geven. Een
rechtspersoon mag in beginsel niet buiten zijn doel handelen. Het is een bestuurder niet toegestaan
buiten het doel van de rechtspersoon te handelen. Artikel 2:7 maakt een rechtshandeling op zich in
, strijd met het statutaire doel echter geldig. Alleen de rechtspersoon kan een beroep doen op
doeloverschrijding. Op de wederpartij berust geen onderzoeksplicht. Er is sprake van dwingend recht.
Op grond van artikel 2:7 kunnen alleen doeloverschrijdende transacties worden vernietigd, waarbij
vaststaat dat de wederpartij geweten moet hebben dat het doel van de rechtspersoon werd
overschreden. Het artikel geldt niet voor personenvennootschappen. Uit HR Kleuterschool Babbel
volgt dat een rechtspersoon ook aansprakelijk kan zijn op grond van onrechtmatige daad.
Doorslaggevend is niet in welke hoedanigheid iemand heeft gehandeld, maar of die gedragingen in
het maatschappelijk verkeer als gedraging van de rechtspersoon kunnen worden aangemerkt.
‘