Samenvatting MANEC
Hoofdstuk 1
Organisatie = doelgericht samenwerkingsverband
gecoördineerde inzet van mensen en middelen, realiseren de doelstellingen
Onder organisatie vallen bedrijven en overige organisaties
Provit= winst nastreven
Nonprovit= niet winst nastrevend
Bedrijven
Voor voortbestaan afhankelijk van
klanten
Vb profitbedrijven (ondernemingen): Vb non-profitbedrijven:
Philips Ziekenhuis
Douwe Egberts School
Particuliere school Ministerie
Overige organisaties
Voor voortbestaan (niet direct) afhankelijk van klanten
Vb:
Amateursportvereninging
Kerk
Organisaties kunnen ook volgens juridische criteria worden ingedeeld rechtsvormen
Rechtsvormen worden verdeelt onder:
- De organisatie zonder rechtspersoonlijkheid privé vermogen aansprakelijk (eenmanszaak,
VOF, de maatschap en de commanditaire vennootschap)
- De organisatie met rechtspersoonlijkheid niet aansprakelijk van privé vermogen (BV, NV,
vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting
Organisatiekunde = de systematische en structurele besturing van deze organisaties
Ontwikkeling van de organisatietheorie is onder te scheiden in 3 perioden:
1. Eind 19e eeuw tot 1935
2. 1935 tot 1955
3. 1955 tot heden
Eerste aanzet tot organisatietheorie = de industriële revolutie
Frederick Taylor (scientific managment), 1856-1915
Organisatie is een gesloten systeem en middels een wetenschappelijke methode kan die
geoptimaliseerd worden
Hoe: wetenschappelijke analyse van tijdsmetingen en bewegingsstudies van handelingen in het
productieproces
Voordelen: verregaande taakverdeling en specialisatie efficiency. Invoering prestatiebeloning
Nadelen: eentonig, uitbuiting arbeiders en meerdere bazen
,Henry Fayol (general managment), 1841-1925
Benodigde vaardigheden om een organisatie als geheel te leiden
Hoe: door een structurele benadering van plannen, organiseren, opdracht geven, coördineren en
controleren. Eenheid van bevel
Voordelen: algemeen geldend. Daarnaast kan je management leren
Nadelen: idee van eenheid van bevel is achterhaald
Max Weber (bureaucratie), 1864-1920
Er zou een bureaucratisch samenwerkingsverband moeten bestaan met duidelijk door
systemen en procedures afgebakende werkzaamheden, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden
Hoe: werknemers zouden moeten geselecteerd worden op basis van kennis en vaardigheden en niet
op vriendjespolitiek
Elton Mayo (human relations benadering), 1880-1949
Arbeidsprestaties komen niet alleen tot stand op basis van rationele overwegingen, maar
sociale aspecten spelen een rol
Hoe: Hawthorne experimenten (experiment groep en controle groep)
Voordelen: hogere arbeidsproductiviteit door aandacht sociale aspecten
Nadelen: werkplaats als vriendenclub (te sociaal)
Kenneth boulding (system theorie), 1910-1993
Toenemende interdependentie (onderling afhankelijk) in de wereld en besef dat van
problemen alleen worden opgelost door samenwerking
Hoe: organisatie beschouwd worden als open systeem systemen die invloed uitoefenen op hun
omgeving en door die omgeving beïnvloed worden
Voordelen: geheel is meer dan de soms der delen zonder verlies van specifieke expertise (= kennis en
vaardigheden van persoon of bedrijf)
Nadelen: conceptuele benadering is erg abstract en vraagt veel kennis en oefening
Bennis, Perow, likert, Maslow en Herzberger (revisionisme = herziening)
Integratie HR en scientific management. Motto: ‘mensen en organisatie’. Ook wel
motivatietheorie.
Gevoelsmatig handelen speelt ook een rol in besluitvorming er wordt afstand genomen van de
gedachte dat er in een organisatie maar één beslisser is. Werkoverleg, medezeggenschap en
delegatie komen op.
, Bij het ontstaan van verschillende vormen van overleg en participatie past het gedachtegoed van:
Joan Woodard, Lawrence en Lorsche (contingentiebenadering)
Er is niet een beste manier van leidinggeven en structuren . Dit wordt bepaald door omgeving
waar de organisatie zich begeeft: aard van het werk, aard van het niveau van medewerkers
en de mate waarin de omgeving invloed heeft op het reilen en zeilen van de organisatie.
Peter Drucker (kennisrevolutie)
Verhoging van de productiviteit in de kennis- en dienstensector is een voorwaarde geworden
voor verdere economische groei
Henry Mintzberg (basisconfiguraties)
Beste manier van leidinggeven en structureren bestaat niet . Of een bepaalde structuur
geschikt is hangt af van de situatie waarin een organisatie zich bevindt. In verband met
contingentietheorie. Elke configuratie kent eigen kenmerken, gegroepeerd in twee punten:
de manier van coördineren en de plaats waar de macht ligt.
Micheal Porter (vijfkrachtenmodel)
Onderscheid directe concurrentie en potentiele toetreders, de aanbieders van substituut
artikelen, de handel en de leveranciers, tegen de achtergrond van toetredings- en
uittredingsbelemmeringen.
Micheal Hammer (zelfsturing)
Als gevolg van de steeds snellere en complexere veranderingen in de omgeving van
organisaties zal de nadruk steeds meer komen te liggen op het vermogen op snel op
verandering in te haken. Zelfsturing van medewerkers van belang.
Ralph Nader (consumentisme)
belangen behartigen van de consument. Tegenwoordig te vinden door consumentenbond en
Vereniging Eigen Huis.
Trends in de ontwikkeling van organisaties.
Ideaaltype bedrijf:
Efficiënte firma maximering van arbeidsdeling
Kwaliteit firma streven naar meer kwaliteit
Flexibele firma wisselende eisen aan producten, dus flexibilisering van productieproces
Innovatieve firma vernieuwing
Netwerkfirma een organisatie die voor bepaalde taken of activiteiten afhankelijk is van
partners in netwerk
Hoofdstuk 1
Organisatie = doelgericht samenwerkingsverband
gecoördineerde inzet van mensen en middelen, realiseren de doelstellingen
Onder organisatie vallen bedrijven en overige organisaties
Provit= winst nastreven
Nonprovit= niet winst nastrevend
Bedrijven
Voor voortbestaan afhankelijk van
klanten
Vb profitbedrijven (ondernemingen): Vb non-profitbedrijven:
Philips Ziekenhuis
Douwe Egberts School
Particuliere school Ministerie
Overige organisaties
Voor voortbestaan (niet direct) afhankelijk van klanten
Vb:
Amateursportvereninging
Kerk
Organisaties kunnen ook volgens juridische criteria worden ingedeeld rechtsvormen
Rechtsvormen worden verdeelt onder:
- De organisatie zonder rechtspersoonlijkheid privé vermogen aansprakelijk (eenmanszaak,
VOF, de maatschap en de commanditaire vennootschap)
- De organisatie met rechtspersoonlijkheid niet aansprakelijk van privé vermogen (BV, NV,
vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting
Organisatiekunde = de systematische en structurele besturing van deze organisaties
Ontwikkeling van de organisatietheorie is onder te scheiden in 3 perioden:
1. Eind 19e eeuw tot 1935
2. 1935 tot 1955
3. 1955 tot heden
Eerste aanzet tot organisatietheorie = de industriële revolutie
Frederick Taylor (scientific managment), 1856-1915
Organisatie is een gesloten systeem en middels een wetenschappelijke methode kan die
geoptimaliseerd worden
Hoe: wetenschappelijke analyse van tijdsmetingen en bewegingsstudies van handelingen in het
productieproces
Voordelen: verregaande taakverdeling en specialisatie efficiency. Invoering prestatiebeloning
Nadelen: eentonig, uitbuiting arbeiders en meerdere bazen
,Henry Fayol (general managment), 1841-1925
Benodigde vaardigheden om een organisatie als geheel te leiden
Hoe: door een structurele benadering van plannen, organiseren, opdracht geven, coördineren en
controleren. Eenheid van bevel
Voordelen: algemeen geldend. Daarnaast kan je management leren
Nadelen: idee van eenheid van bevel is achterhaald
Max Weber (bureaucratie), 1864-1920
Er zou een bureaucratisch samenwerkingsverband moeten bestaan met duidelijk door
systemen en procedures afgebakende werkzaamheden, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden
Hoe: werknemers zouden moeten geselecteerd worden op basis van kennis en vaardigheden en niet
op vriendjespolitiek
Elton Mayo (human relations benadering), 1880-1949
Arbeidsprestaties komen niet alleen tot stand op basis van rationele overwegingen, maar
sociale aspecten spelen een rol
Hoe: Hawthorne experimenten (experiment groep en controle groep)
Voordelen: hogere arbeidsproductiviteit door aandacht sociale aspecten
Nadelen: werkplaats als vriendenclub (te sociaal)
Kenneth boulding (system theorie), 1910-1993
Toenemende interdependentie (onderling afhankelijk) in de wereld en besef dat van
problemen alleen worden opgelost door samenwerking
Hoe: organisatie beschouwd worden als open systeem systemen die invloed uitoefenen op hun
omgeving en door die omgeving beïnvloed worden
Voordelen: geheel is meer dan de soms der delen zonder verlies van specifieke expertise (= kennis en
vaardigheden van persoon of bedrijf)
Nadelen: conceptuele benadering is erg abstract en vraagt veel kennis en oefening
Bennis, Perow, likert, Maslow en Herzberger (revisionisme = herziening)
Integratie HR en scientific management. Motto: ‘mensen en organisatie’. Ook wel
motivatietheorie.
Gevoelsmatig handelen speelt ook een rol in besluitvorming er wordt afstand genomen van de
gedachte dat er in een organisatie maar één beslisser is. Werkoverleg, medezeggenschap en
delegatie komen op.
, Bij het ontstaan van verschillende vormen van overleg en participatie past het gedachtegoed van:
Joan Woodard, Lawrence en Lorsche (contingentiebenadering)
Er is niet een beste manier van leidinggeven en structuren . Dit wordt bepaald door omgeving
waar de organisatie zich begeeft: aard van het werk, aard van het niveau van medewerkers
en de mate waarin de omgeving invloed heeft op het reilen en zeilen van de organisatie.
Peter Drucker (kennisrevolutie)
Verhoging van de productiviteit in de kennis- en dienstensector is een voorwaarde geworden
voor verdere economische groei
Henry Mintzberg (basisconfiguraties)
Beste manier van leidinggeven en structureren bestaat niet . Of een bepaalde structuur
geschikt is hangt af van de situatie waarin een organisatie zich bevindt. In verband met
contingentietheorie. Elke configuratie kent eigen kenmerken, gegroepeerd in twee punten:
de manier van coördineren en de plaats waar de macht ligt.
Micheal Porter (vijfkrachtenmodel)
Onderscheid directe concurrentie en potentiele toetreders, de aanbieders van substituut
artikelen, de handel en de leveranciers, tegen de achtergrond van toetredings- en
uittredingsbelemmeringen.
Micheal Hammer (zelfsturing)
Als gevolg van de steeds snellere en complexere veranderingen in de omgeving van
organisaties zal de nadruk steeds meer komen te liggen op het vermogen op snel op
verandering in te haken. Zelfsturing van medewerkers van belang.
Ralph Nader (consumentisme)
belangen behartigen van de consument. Tegenwoordig te vinden door consumentenbond en
Vereniging Eigen Huis.
Trends in de ontwikkeling van organisaties.
Ideaaltype bedrijf:
Efficiënte firma maximering van arbeidsdeling
Kwaliteit firma streven naar meer kwaliteit
Flexibele firma wisselende eisen aan producten, dus flexibilisering van productieproces
Innovatieve firma vernieuwing
Netwerkfirma een organisatie die voor bepaalde taken of activiteiten afhankelijk is van
partners in netwerk