ECO 3 samenvatting
Week 1
Kennisclip 1
Na afloop van dit college ben je in staat om:
1. Uit te leggen waarom en hoe ‘de economie van de overheid’ verschilt van de ‘normale
economie;
2. Uit te leggen waarom de overheid geld uitgeeft aan veiligheid,
zodanig dat je begrijpt hoe de overheid besluit om geld uit te geven aan veiligheid.
Monopolies van de overheid en de consequenties daarvan
De overheid heeft specifieke bevoegdheden, zoals het geweldsmonopolie. Dat geeft de overheid het
recht om geweld te gebruiken als middel om de veiligheid van burgers te waarborgen.
Tegenover dat recht staan ook verplichtingen, waaronder de verplichting om de werkzaamheden
publiek te verantwoorden, zowel inhoudelijk als financieel.
Bovendien betekent dit iets voor de economie omdat de overheid geen onderneming is.
Economie gaat over ‘vraag en aanbod’ en de plaats van ‘de markt’ hierbinnen: het
marktmechanisme
Economie en marktmechanisme
De overheid grijpt in op onze economie:
• Wat is economie?
• Wat is marktmechanisme?
• Waarom grijpt de overheid in?
Wat is economie en wat is marktmechanisme?
Overheidsingrijpen
Doelen overheidsingrijpen:
• Beïnvloeding allocatie (geld toewijzen aan iets)
• Redelijke inkomensverdeling
• Bevordering van stabiele economische ontwikkeling
,Marktmechanisme
Marktwerking: Aanbod en prijs worden op ‘de markt’ bepaald
Over de werking van ‘de markt’ zijn enkele kanttekeningen te plaatsen:
Marktwerking is afhankelijk van kennis van aanbieders en klanten
Is er sprake van één aanbieder (monopolie), een beperkt aantal aanbieders (oligopolie) of
veel aanbieders (volledige mededinging)?
Zijn de goederen bestemd als eerste levensbehoeften of betreft het luxegoederen?
Marktwerking bij veiligheidsvraagstukken heeft drie kenmerken:
1. Publieke partijen hebben een monopolie op diverse ‘diensten’
2. De allocatie van middelen door de overheid is problematisch
3. Veiligheid is een collectief goed
Ad 1) monopolie op diensten
• Door monopolie op dienstverlening wordt werking van ‘vraag en aanbod’ verstoord: één
aanbieder
• De aanbieder is de overheid: heeft rechten krachtens wetten
Voorbeelden:
• Geweldsmonopolie (blauw en groen)
• Bevoegdheden in het kader van Gemeentewet (Gemw) en
Wet veiligheidsregio’s (Wvr)
• Afgifte van documenten (paspoorten, identiteitsbewijzen, vergunningen)
Ad 2) problematische allocatie van middelen door overheid
Stelling: (Productie)middelen worden toegewezen aan productie van goederen en diensten die de
hoogste opbrengst genereren.
De vraag is: hoe bepaal je die?
Bijvoorbeeld met behulp van de BCG-matrix
Marktmechanisme: de BCG-matrix
Ad 2) problematische allocatie van middelen door overheid
De BCG-matrix:
Ad 2) problematische allocatie van middelen
Als voor diensten niet direct betaald hoeft te worden, is economische benadering op basis van
financiële gegevens onmogelijk:
• Want: wat is de kostprijs?
• Want: wat is de verkoopprijs?
, Ad 3) veiligheid is een collectief goed
Collectief goed = iets waar iedereen gebruik van kan maken
Collectieve goederen hebben de volgende kenmerken:
Non-exclusiviteit niet op te splitsen
Non-rivaliserend gebruik van de één gaat niet ten koste gebruik van de ander
Non-rivaliserend:
geen absoluut begrip!
Er zijn ook quasicollectieve goederen
Kenmerk: uitsluiting van potentiële gebruikers door betaling.
Twee vormen:
Merit goederen
Demerit goederen (btw, accijns, leeftijdsgrens, nudging)
Kennisclip 2
Budgetmechanisme: allocatie door overheid
Economisch gevolg van collectieve goederen:
Verstoring van vraag en aanbod
Door:
• Sturing vanuit politieke motieven
• Overheid is geen profit-organisatie
• Wisselwerking tussen overheidsinitiatieven en particuliere initiatieven
Alleen: de markt zorgt voor allocatieve en productieve efficiency …
Dilemma overheid:
Band ‘beslissen, genieten en betalen’ doorbroken: voorkeuren niet bekend prijs die men wil
betalen is niet bekend
Bijvoorbeeld: hoeveel defensie, tegen welke prijs?
Budgetmechanisme: bepaalt omvang, samenstelling en bekostiging collectieve voorzieningen
Beperkingen budgetmechanisme:
• band ‘beslissen, genieten, betalen’ blijft doorbroken
• rol politiek
• rol ambtenaren, pressiegroepen etc.
• inefficiënt door gebrek concurrentie
Conclusie:
• Markt en overheid niet perfect
• Mate van ingrijpen = politieke keuze
Week 1
Kennisclip 1
Na afloop van dit college ben je in staat om:
1. Uit te leggen waarom en hoe ‘de economie van de overheid’ verschilt van de ‘normale
economie;
2. Uit te leggen waarom de overheid geld uitgeeft aan veiligheid,
zodanig dat je begrijpt hoe de overheid besluit om geld uit te geven aan veiligheid.
Monopolies van de overheid en de consequenties daarvan
De overheid heeft specifieke bevoegdheden, zoals het geweldsmonopolie. Dat geeft de overheid het
recht om geweld te gebruiken als middel om de veiligheid van burgers te waarborgen.
Tegenover dat recht staan ook verplichtingen, waaronder de verplichting om de werkzaamheden
publiek te verantwoorden, zowel inhoudelijk als financieel.
Bovendien betekent dit iets voor de economie omdat de overheid geen onderneming is.
Economie gaat over ‘vraag en aanbod’ en de plaats van ‘de markt’ hierbinnen: het
marktmechanisme
Economie en marktmechanisme
De overheid grijpt in op onze economie:
• Wat is economie?
• Wat is marktmechanisme?
• Waarom grijpt de overheid in?
Wat is economie en wat is marktmechanisme?
Overheidsingrijpen
Doelen overheidsingrijpen:
• Beïnvloeding allocatie (geld toewijzen aan iets)
• Redelijke inkomensverdeling
• Bevordering van stabiele economische ontwikkeling
,Marktmechanisme
Marktwerking: Aanbod en prijs worden op ‘de markt’ bepaald
Over de werking van ‘de markt’ zijn enkele kanttekeningen te plaatsen:
Marktwerking is afhankelijk van kennis van aanbieders en klanten
Is er sprake van één aanbieder (monopolie), een beperkt aantal aanbieders (oligopolie) of
veel aanbieders (volledige mededinging)?
Zijn de goederen bestemd als eerste levensbehoeften of betreft het luxegoederen?
Marktwerking bij veiligheidsvraagstukken heeft drie kenmerken:
1. Publieke partijen hebben een monopolie op diverse ‘diensten’
2. De allocatie van middelen door de overheid is problematisch
3. Veiligheid is een collectief goed
Ad 1) monopolie op diensten
• Door monopolie op dienstverlening wordt werking van ‘vraag en aanbod’ verstoord: één
aanbieder
• De aanbieder is de overheid: heeft rechten krachtens wetten
Voorbeelden:
• Geweldsmonopolie (blauw en groen)
• Bevoegdheden in het kader van Gemeentewet (Gemw) en
Wet veiligheidsregio’s (Wvr)
• Afgifte van documenten (paspoorten, identiteitsbewijzen, vergunningen)
Ad 2) problematische allocatie van middelen door overheid
Stelling: (Productie)middelen worden toegewezen aan productie van goederen en diensten die de
hoogste opbrengst genereren.
De vraag is: hoe bepaal je die?
Bijvoorbeeld met behulp van de BCG-matrix
Marktmechanisme: de BCG-matrix
Ad 2) problematische allocatie van middelen door overheid
De BCG-matrix:
Ad 2) problematische allocatie van middelen
Als voor diensten niet direct betaald hoeft te worden, is economische benadering op basis van
financiële gegevens onmogelijk:
• Want: wat is de kostprijs?
• Want: wat is de verkoopprijs?
, Ad 3) veiligheid is een collectief goed
Collectief goed = iets waar iedereen gebruik van kan maken
Collectieve goederen hebben de volgende kenmerken:
Non-exclusiviteit niet op te splitsen
Non-rivaliserend gebruik van de één gaat niet ten koste gebruik van de ander
Non-rivaliserend:
geen absoluut begrip!
Er zijn ook quasicollectieve goederen
Kenmerk: uitsluiting van potentiële gebruikers door betaling.
Twee vormen:
Merit goederen
Demerit goederen (btw, accijns, leeftijdsgrens, nudging)
Kennisclip 2
Budgetmechanisme: allocatie door overheid
Economisch gevolg van collectieve goederen:
Verstoring van vraag en aanbod
Door:
• Sturing vanuit politieke motieven
• Overheid is geen profit-organisatie
• Wisselwerking tussen overheidsinitiatieven en particuliere initiatieven
Alleen: de markt zorgt voor allocatieve en productieve efficiency …
Dilemma overheid:
Band ‘beslissen, genieten en betalen’ doorbroken: voorkeuren niet bekend prijs die men wil
betalen is niet bekend
Bijvoorbeeld: hoeveel defensie, tegen welke prijs?
Budgetmechanisme: bepaalt omvang, samenstelling en bekostiging collectieve voorzieningen
Beperkingen budgetmechanisme:
• band ‘beslissen, genieten, betalen’ blijft doorbroken
• rol politiek
• rol ambtenaren, pressiegroepen etc.
• inefficiënt door gebrek concurrentie
Conclusie:
• Markt en overheid niet perfect
• Mate van ingrijpen = politieke keuze