Hoofdstuk 9: Staatsrecht
Samenvatting + Toetsvragen | Antwoorden:
Gaat om publiekrecht.
Waarom is er een overheid? Dat heeft te maken met het feit dat
geen mens volstrekt zonder aan anders mens kan.
De staat: Na een proces van eeuwen ontstond vanuit de primitieve
samenlevingsnormen de staat.
De groep was een natie geworden;
Het grondgebied een land met grensafbakeningen.
Een staat vertoont drie kenmerken:
1) De aanwezigheid van een volksgemeenschap, een groep mensen
die - vaak als gevolg van historische gebeurtenissen - bij elkaar
hoort of wil horen (natie);
2) Deze volksgemeenschap bevindt zich op een afgegrensd
grondgebied;
3) Binnen deze volksgemeenschap is er een orgaan dat de hoogste
macht heeft en dat daarvoor de bevoegdheid heeft het volk via
het uitvaardigen van regels zijn wil op te leggen.
Staatsapparaat: Alle organen die namens de staat over de
gemeenschap (samenleving) beslissingen nemen.
Dit apparaat bezit soevereiniteit (wat wil zeggen dat het zowel
naar buiten toe (naar andere volksgemeenschappen) als naar
binnen toe (in de eigen volksgemeenschap) de hoogste en
machtigste organisatie is.
Toetsvraag 9.1.
A. Zuid-Afrika is een staat. Er is sprake van een bepaald
grondgebied en een hoogste gezag.
B. De Molukse gemeenschap bevindt zich niet op een afgegrensd
grondgebied, dus vormt geen staat.
C. België is een (federale) staat.
Hoe kunnen we staatsmacht hebben zonder dat deze misbruikt
wordt ten koste van de onderdanen, de burger?
Montesquieu (18de eeuw) zei: ‘Door de staatsmacht te spreiden
over verschillende organen.’ Montesquieu onderscheidde drie
machten:
- De wetgevende macht;
- De uitvoerende macht;
- De rechterlijke macht.
, De wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht mogen niet in
een hand komen en moeten dus door verschillende mensen en
instantie worden uitgeoefend.
De wetgevende macht is het belangrijkst; De wetgever,
samengesteld door leden van de volksgemeenschap, vaardigt
regels uit;
De uitvoerende macht voert deze regels uit;
De rechterlijke macht (rechter) spreekt vervolgens uit welk
wetsartikel van toepassing is als er conflicten rijzen.
Er moeten ook controlemechanismen zijn tussen de drie machten
onderling.
- Op deze wijze wordt snel duidelijk of iemand zijn macht op
(on)behoorlijke wijze uitoefent.
Staatsmacht
Uitvoerende macht Rechtsprekende
Wetgevende macht
(bestuur) macht (rechter)
Deze theorie van Montesquieu wordt de trias politica genoemd.
Toetsvraag 9.2.
De rechter gaat met zijn uitspraken veel verder dan Montesquieu
wilde. De wet moet namelijk geïnterpreteerd worden; dit vereist
een zelfstandige, creatieve instelling.
Staatsmacht is in ons land niet alleen in handen van de centrale
overheid, maar ook van lagere overheden. Dit verschijnsel noemen
we decentralisatie.
Territoriale spreiding (territoriale decentralisatie): In dit geval
wordt er een in beginsel onbepaald aantal bevoegdheden van
lagere overheidsorganen toegekend, maar deze bevoegdheden
zijn wel uitdrukkelijk gevonden aan een afgebakend stuk grond
(in Nederland);
Functionele spreiding (functionele decentralisatie): Daarbij zijn
aan openbare lichamen specifieke bevoegdheden gegeven om
een bepaald doel te realiseren, zonder dat deze bevoegdheden
binnen bepaalde grenzen moeten worden uitgeoefend.
, - Waterschap: Lager overheidslichaam dat een combinatie
vormt van territoriale en functionele decentralisatie vormt.
Dit heeft opdracht de waterstand en alles wat daarmee
Decentralisati
e van
staatsmacht
Territoriale en
Territoriale Functionele
functionele
decentralisatie decentralisatie
decentralisatie
Gemeente Productschap Waterschap
Provincie Bedrijfschap
samenhangt in stand te houden en daartoe de nodige
maatregelen te treffen (functionele decentralisatie),
maar uitsluitend gekoppeld aan een bepaald regio
(territoriale decentralisatie).
, Nederland is weliswaar een gedecentraliseerde staat, maar tevens
een gecentraliseerde eenheidsstaat.
Bevoegdheden die in eerste instantie door lagere overheden
worden uitgeoefend, kunnen altijd door de centrale overheid
worden overgenomen;
Art. 122 Gemeentewet: ‘De bepalingen van gemeentelijke
verordeningen in wier onderwerp door een wet, een algemene
maatregel van bestuur of een provinciale verordening voorzien,
zijn van rechtswege vervallen.’
- Heeft de gemeente onderwerp A geregeld en de centrale
wetgever geeft in een wet over onderwerp A daarna een eigen
invulling, dan is de gemeentelijke verordening van rechtswege
(automatisch) vervallen.
- Trekt de centrale wetgever een wet over onderwerp A in, dan
heeft iedere gemeente daarna de mogelijkheid over
onderwerp A een eigen regeling te maken.
Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden.
- Bijv. dat een gemeente geen belastingen mag heffen voordat
de provincie goedkeuring heeft verleend (preventieve
toetsing);
- Spontane vernietigingsbevoegdheid: Dit houdt in dat ieder
besluit van een gemeente of provincie door de regering kan
worden vernietigd (ongedaan gemaakt). Het besluit zelf wordt
genomen bij Koninklijk Besluit (KB).
- Spreiding in de vorm van decentralisatie wordt verticale
spreiding van staatsmacht genoemd.
Toetsvraag 9.3.
Op grond van het feit dat Nederland een gedecentraliseerde
eenheidsstaat is, heeft de Kroon de bevoegdheid besluiten van
lagere overheden spontaan te vernietigen. Er kan overigens nog
beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State.
Toetsvraag 9.4.
Ja, gezien de omstandigheden kan de Amsterdamse inwoner als
belanghebbende worden aangemerkt.
Staten-Generaal (parlement): Een orgaan van zeer groot belang.
Tweede Kamer;
Eerste Kamer.
- Zij vormen een tweekamerstelstel.
Democratie: Houdt in dat de bron van de staatsmacht bij het hele
volk berust (aanvaard); Van daaruit zijn alle andere
staatsbevoegdheden af te leiden;
Samenvatting + Toetsvragen | Antwoorden:
Gaat om publiekrecht.
Waarom is er een overheid? Dat heeft te maken met het feit dat
geen mens volstrekt zonder aan anders mens kan.
De staat: Na een proces van eeuwen ontstond vanuit de primitieve
samenlevingsnormen de staat.
De groep was een natie geworden;
Het grondgebied een land met grensafbakeningen.
Een staat vertoont drie kenmerken:
1) De aanwezigheid van een volksgemeenschap, een groep mensen
die - vaak als gevolg van historische gebeurtenissen - bij elkaar
hoort of wil horen (natie);
2) Deze volksgemeenschap bevindt zich op een afgegrensd
grondgebied;
3) Binnen deze volksgemeenschap is er een orgaan dat de hoogste
macht heeft en dat daarvoor de bevoegdheid heeft het volk via
het uitvaardigen van regels zijn wil op te leggen.
Staatsapparaat: Alle organen die namens de staat over de
gemeenschap (samenleving) beslissingen nemen.
Dit apparaat bezit soevereiniteit (wat wil zeggen dat het zowel
naar buiten toe (naar andere volksgemeenschappen) als naar
binnen toe (in de eigen volksgemeenschap) de hoogste en
machtigste organisatie is.
Toetsvraag 9.1.
A. Zuid-Afrika is een staat. Er is sprake van een bepaald
grondgebied en een hoogste gezag.
B. De Molukse gemeenschap bevindt zich niet op een afgegrensd
grondgebied, dus vormt geen staat.
C. België is een (federale) staat.
Hoe kunnen we staatsmacht hebben zonder dat deze misbruikt
wordt ten koste van de onderdanen, de burger?
Montesquieu (18de eeuw) zei: ‘Door de staatsmacht te spreiden
over verschillende organen.’ Montesquieu onderscheidde drie
machten:
- De wetgevende macht;
- De uitvoerende macht;
- De rechterlijke macht.
, De wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht mogen niet in
een hand komen en moeten dus door verschillende mensen en
instantie worden uitgeoefend.
De wetgevende macht is het belangrijkst; De wetgever,
samengesteld door leden van de volksgemeenschap, vaardigt
regels uit;
De uitvoerende macht voert deze regels uit;
De rechterlijke macht (rechter) spreekt vervolgens uit welk
wetsartikel van toepassing is als er conflicten rijzen.
Er moeten ook controlemechanismen zijn tussen de drie machten
onderling.
- Op deze wijze wordt snel duidelijk of iemand zijn macht op
(on)behoorlijke wijze uitoefent.
Staatsmacht
Uitvoerende macht Rechtsprekende
Wetgevende macht
(bestuur) macht (rechter)
Deze theorie van Montesquieu wordt de trias politica genoemd.
Toetsvraag 9.2.
De rechter gaat met zijn uitspraken veel verder dan Montesquieu
wilde. De wet moet namelijk geïnterpreteerd worden; dit vereist
een zelfstandige, creatieve instelling.
Staatsmacht is in ons land niet alleen in handen van de centrale
overheid, maar ook van lagere overheden. Dit verschijnsel noemen
we decentralisatie.
Territoriale spreiding (territoriale decentralisatie): In dit geval
wordt er een in beginsel onbepaald aantal bevoegdheden van
lagere overheidsorganen toegekend, maar deze bevoegdheden
zijn wel uitdrukkelijk gevonden aan een afgebakend stuk grond
(in Nederland);
Functionele spreiding (functionele decentralisatie): Daarbij zijn
aan openbare lichamen specifieke bevoegdheden gegeven om
een bepaald doel te realiseren, zonder dat deze bevoegdheden
binnen bepaalde grenzen moeten worden uitgeoefend.
, - Waterschap: Lager overheidslichaam dat een combinatie
vormt van territoriale en functionele decentralisatie vormt.
Dit heeft opdracht de waterstand en alles wat daarmee
Decentralisati
e van
staatsmacht
Territoriale en
Territoriale Functionele
functionele
decentralisatie decentralisatie
decentralisatie
Gemeente Productschap Waterschap
Provincie Bedrijfschap
samenhangt in stand te houden en daartoe de nodige
maatregelen te treffen (functionele decentralisatie),
maar uitsluitend gekoppeld aan een bepaald regio
(territoriale decentralisatie).
, Nederland is weliswaar een gedecentraliseerde staat, maar tevens
een gecentraliseerde eenheidsstaat.
Bevoegdheden die in eerste instantie door lagere overheden
worden uitgeoefend, kunnen altijd door de centrale overheid
worden overgenomen;
Art. 122 Gemeentewet: ‘De bepalingen van gemeentelijke
verordeningen in wier onderwerp door een wet, een algemene
maatregel van bestuur of een provinciale verordening voorzien,
zijn van rechtswege vervallen.’
- Heeft de gemeente onderwerp A geregeld en de centrale
wetgever geeft in een wet over onderwerp A daarna een eigen
invulling, dan is de gemeentelijke verordening van rechtswege
(automatisch) vervallen.
- Trekt de centrale wetgever een wet over onderwerp A in, dan
heeft iedere gemeente daarna de mogelijkheid over
onderwerp A een eigen regeling te maken.
Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden.
- Bijv. dat een gemeente geen belastingen mag heffen voordat
de provincie goedkeuring heeft verleend (preventieve
toetsing);
- Spontane vernietigingsbevoegdheid: Dit houdt in dat ieder
besluit van een gemeente of provincie door de regering kan
worden vernietigd (ongedaan gemaakt). Het besluit zelf wordt
genomen bij Koninklijk Besluit (KB).
- Spreiding in de vorm van decentralisatie wordt verticale
spreiding van staatsmacht genoemd.
Toetsvraag 9.3.
Op grond van het feit dat Nederland een gedecentraliseerde
eenheidsstaat is, heeft de Kroon de bevoegdheid besluiten van
lagere overheden spontaan te vernietigen. Er kan overigens nog
beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State.
Toetsvraag 9.4.
Ja, gezien de omstandigheden kan de Amsterdamse inwoner als
belanghebbende worden aangemerkt.
Staten-Generaal (parlement): Een orgaan van zeer groot belang.
Tweede Kamer;
Eerste Kamer.
- Zij vormen een tweekamerstelstel.
Democratie: Houdt in dat de bron van de staatsmacht bij het hele
volk berust (aanvaard); Van daaruit zijn alle andere
staatsbevoegdheden af te leiden;