,samenvatting ethiek in sociaal werk Jacquelien Rothfusz 5e editie 2024 9789043042642
, samenvatting ethiek in sociaal werk Jacquelien Rothfusz 5e editie 2024 9789043042642
Prettig leesbare samenvatting, geen propwerk maar overal met kopjes en voldoende witregels. Alles dat belangrijk is
voor tentamen.
Ethiek
1 Moraal en ethiek
Een social worker moet goed nadenken over de normen en waarden die zijn professioneel handelen
beïnvloeden want:
- Vaak komen mensen bij een SW als er problemen zijn die ze zelf niet kunnen oplossen
- Veel cliënten van het SW komen uit de sociaal zwakkere milieus of hebben bepaalde beperkingen.
Daarom zijn ze kwetsbaar
- Door zijn interventies kan een SW het leven van mensen ingrijpend beïnvloeden. Daar kunnen
mensen van profiteren, maar ze kunnen e rook schade door oplopen.
- Mensen geven vaak vertrouwelijke informatie aan een SW. Informatie waarvan ze niet willen
dat anderen die hoort en waarvan ze hopen dat die niet tegen hen gebruikt gaan worden
- De SW moet kunnen verantwoorden waarom hij bepaalde keuzes gemaakt heeft, naar de cliënten,
collega’s, het publiek en soms ook voor de rechter.
1.1 Moraal
Morele vragen gaan over de manier waarop mensen zouden moeten leven (over goed en kwaad). Mensen
hebben hierbij de vrijheid om te kiezen en zijn dus verantwoordelijk voor hun keuze.
Morele opvattingen geven antwoord op de vraag hoe men zich als mens verantwoordelijk en goed kan
gedragen. Het woord moraal is afgeleid van het Latijnse woord ‘mos’ wat zede of gewoonte betekent.
Waarden en normen zijn niet af te leiden uit de werkelijkheid. Waarden en normen zijn verbonden aan een
levensvisie en geven richting aan het leven van mensen.
Moraal kan gebaseerd zijn op:
- Intuïtie
- Emoties
- Rationele overwegingen.
Moreel gedrag kan ook deels verklaard worden vanuit biologische processen en de evolutie. Er zijn volgens
Verplaetse vijf verschillende moralen:
- De hechtingsmoraal regelt hoe we omgaan met mensen waarmee we verbonden zijn. Hechting en
empathie spelen hierbij een belangrijke rol. Als iemand een vriend helpt zonder dat hij daar beter
van wordt of als hij meeleeft met het lijden van een ander komt dit voort ui de hechtingsmoraal.
- De geweldsmoraal regelt hoe we met bedreigende situaties omgaan. Men moet een conflict met
woorden uitvechten en niet fysiek het geweld aangaan. Als iemand de moord op een familielid
wreekt door de moordenaar om te brengen, is er sprake van een geweldmoraal.
- De reinigingsmoraal regelt dat mensen reinheid koppelen aan het goede en besmetting met het
kwade. Daarom zijn mensen bijv. tegen vreemde stoffen, om hun omgeving te beschermen. Als
mensen de straat opgaan voor een witte mars om de samenleving te reinigen na de moorden
door Dutroux komt dat voort uit een reinigingsmoraal.
- De samenwerkingsmoraal speelt een rol in de manier waarop men samenwerkt en waarop men
omgaat met mensen die de samenwerking bedreigen. Hierbij is vertrouwen belangrijk. Deze
moraal speelt ook een rol bij collectieve samenwerking.
- De bovengenoemde moralen zijn instinctief. Ze bepalen ons gedrag en onze opvattingen over goed
en kwaad, maar ze geven ons geen argumenten. Vanuit de beginselenmoraal zoeken mensen naar
redelijke argumenten om te onderbouwen waarom iets goed of fout is. Wanneer dit systematisch
, samenvatting ethiek in sociaal werk Jacquelien Rothfusz 5e editie 2024 9789043042642
gebeurt, is er sprake van ethiek.
Micro-, meso- en macroniveau
Morele kwesties spelen op verschillende niveaus. Op microniveau gaan morele vragen over de manier waarop
je van mens tot mens met elkaar zou moeten omgaan. Op mesoniveau maken organisaties morele keuzes.
Deze keuzes vinden hun neerslag in de visie van de instelling. Op macroniveau zegt het iets over de manier
waarop de samenleving moet worden ingericht (politieke keuzes).
Waarden zijn begrippen die omschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar mensen streven (idealen).
Normen zeggen iets over de manier waarop men moet handelen. Hierbij speelt de context een belangrijke rol,
bijvoorbeeld de culturele achtergrond van iemand. Een waarde kan op verschillende manieren worden
vertaald in een norm. Dit kan voor iedere persoon verschillend zijn. Als mensen zich sterk op normen richten
ontstaat er verstarring. Mensen richten zich dan op regels en vergeten waarom die regels er zijn.
Niet alle omgangsnormen zijn morele normen. Er kan ook sprake zijn van fatsoensnormen. Een voorbeeld van
een fatsoensnorm is de kleding die men kan dragen. De grens tussen morele normen en fatsoensnormen is
niet scherp. Verplaetse onderscheidt bij een overtreding vier verschillende criteria bij regels en normen:
- Bij ernst is een morele normovertreding ernstiger.
- Bij autoriteit zijn de morele normen niet/minder afhankelijk van de goedkeuring door de autoriteit.
- Bij de straf is de straf voor een morele normovertreding zwaarder.
- Bij een regelcontingentie zijn morele normen niet/minder afhankelijk van toevallige regels.
Juridische regels sluiten vaak aan op de opvattingen over wat een goede maatschappij is en op morele regels
die mensen delen. Juridische normen.
Een deugd is een goede eigenschap van een persoon, die er voor zorgt dat hij moreel juist handelt.
Bijvoorbeeld hoop en respect. Het verschil met waarden is dat waarden abstracte cognitieve begrippen zijn,
terwijl deugden aan een specifieke persoon gekoppeld zijn.
Begrip Definitie Voorbeeld
Waarde Ideaal, dat wezenlijk is voor de kwaliteit van leven Rechtvaardigheid
Norm Handelingsvoorschrift Geef mensen gelijke kansen
Deugd Goede eigenschap die de handelwijze van de mens bepaalt Integriteit
1.2 Ethiek
Ethiek komt voort uit het Griekse woord Ethos wat zede of gewoonte betekent. Ook betekent het een plaats
waar gemeenschappelijke mores gelden en geleerd worden. Tegenwoordig verstaan we hieronder een
systematische reflectie op morele vragen, op basis van rationele argumenten. Bij ethiek wordt er afstand
genomen van instinctief gedrag en wordt op een redelijke manier het verschil tussen goed en kwaad
beargumenteerd. Er zijn verschillende manieren om systematisch na te denken over morele vragen:
- Descriptieve ethiek beschrijft de moraal in een gemeenschap (beschrijvende ethiek). Het gaat over
feiten: hoe gedragen mensen zich in morele kwesties en welke argumenten worden hierbij
gebruikt?
- Bij prescriptieve of normatieve ethiek kan er nagedacht zijn over wat de argumenten pro en
contra een bepaalde handeling zijn, om vervolgens een standpunt in te nemen (voorschrijvende
ethiek).
Hierbij gaat het om waarden: hoe mensen zich zouden moeten gedragen (normatieve ethiek). Bij de
prescriptieve ethiek gaat het om een voorschrift.
- Bij een beroepsethiek gaat het om de specifieke morele regels voor bepaalde beroepsgroepen.
Deze kan weer worden onderverdeeld in de twee bovenstaande vormen van ethiek.