Lecture 1
FDI (Foreign direct investment) is een concept om te beschrijven de dat er een financiele
stroom is van een land naar het andere met daarbij een interessant ownership advantage
anders kan men net zo goed deelnemen in portfolio investment. Het gaat erom dat een
bedijrf op deze manier zijn firm specific advantage kan exploiteren met controle hierbij.
Bij een FDI heeft een investor een substiontiele invloed/ controle over de management van
de foreign company. Naast FDI hebben we ook nog Foreign Portfolio Investment, hierbij
hebben we geen significant aandeel in het bedrijf. De trashold om aan te geven of een
bedrijf serieuze invloed heeft is 10% van het bedrijf. Men noemt dit ook wel de 10%
ownership rule. Mocht het minder zijn dan 10% is het dus FPI en geen FDI.
De stroom van FDI noemt men ook wel een FDI Flow, deze kan inwards en outwards zijn:
• FDI inflow = capital moving in the country
• FDI outflow = capital moving out the country
Dan hebben we ook nog FDI-stock, dit is de som van een inflow of outflow FDI van een
specifiek land.
Over het algemeen wordt een bedrijf een MNE als men deelneemt in FDI alleen is de
beweegruimte van een MNE groter dan alleen FDI activiteiten. Zo kan een MNE meer dan
alleen captial overbrengen, denk aan intangible assets zoals kennis en bedrijfnaam. Een
ander onderdeel is dat niet alle investments die de MNE doet niet wordt opgenomen in de
FDI-data, zo worden funds die verkregen zijn in het land waar geinvesteerd wordt niet
meegerekend in de FDI flow omdat er geen transfer van capital is van een land naar het
andere.
Het doel van FDI kan erg wijd zijn deze hoeft niet per se gericht te zijn op een het
vervaardigen van een productie fasliteit maar kan ook gericht zijn op vervaardigen van een
goede belastingspositie (mailbox firms). Maar over het algemeen is er een hoge correlatie
tussen MN activiteiten en FDI.
De vraag is natuurlijk waarom een MNE liever zijn funds zou halen in de host counrty dan
gebruik te maken van echte FDI. Er zijn twee redenen over het algemeen waarom een MNE
zijn activiteiten financierd in host country:
• Exchange rate risk = wanneer men assets aanschaft in foreign currency kan een
verandering in koers zorgen voor fluctuaties op de balans van deze FDI waardoor de
waardoor de assets de liabilities niet meer kunnen dekken.
• Risk of expropriation = door activietien te financieren met geld uit de host country
verlaagt men het risico dat het bedrijf zijn assets kwijt raakt door een dispute met de
gouvernement van de host country
Dan hebben we nog twee typen van FDI, horizontal en vertical:
• Horizontal FDI = A type of FDI in which a firm duplicates its home country- based
activities at the same value chain stage in a host country.
• Vertical FDI = A type of FDI in which a firm moves upstream or downstream at
different value chain stages in a host country
Horizontal en vertical FDI ziet er als volgt uit:
,Over het algemeen zorgt een FDI voor minder trade wanneer het bedrijf market seeking is
en probeert tarieven en transport kosten te verminderen. Wanneer het bedrijf een
efficiency of strategic-assets/ innovation seeking is vergroot FDI handel.
• Global value chain income = Income generated in a country by carrying out
activities in global production networks.
De gescheidenis van FDI kan men alsvolgt samenvatten waarbij we zien dat de FDI-stock of
the world groter is geworden:
' 1970s: FDI gedomineerd door investeringen van Amerikaanse bedrijven in
ontwikkelingslanden.
' 1980s: Toename van FDI door Europese en Zuid- en Oost-Aziatische bedrijven. Oriëntatie
op ontwikkelde landen (VS als belangrijkste ontvanger van DBI).
' 1990s: Toenemende FDI in ontwikkelingslanden (gedreven door lage arbeidskosten en
economische hervormingen).
Tegenwoordig: Meeste FDI-stromen tussen geïndustrialiseerde landen.
Toenemende rol van FDI in dienstensector, afnemende rol van verwerkende en primaire
sector.
Why do MNE exist and Cost and benefits of FDI
MN activiteit is meer dan alleen shifting kaptiaal over de borders, als dat namelijk wel het
geval zou zijn zou men beter kunnen participeren in FPI zonder management control te
hebben. Het betekent dus dat er dus nog andere voordelen zijn die te maken hebben met
management control. Dit heeft te maken met de FSA van een bedrijf, Firm specific
advantages zijn voordelen die een bedrijf onderscheid van andere bedrijf, deze voordelen
kunnen tangible en intangible zijn. De FSA hebben over het algemeen minimaal vier
kenmerken:
• Valuable
• Rare
• Inimitable
• Non-substitutable
Deze FSA kunnen helpen bij het overwinnen van de liability of foreignness, dit zijn de
nadelen die een bedrijf ervaart door dat het operereert in een foreign country. Aspecten
van Liabilities of foreigners die overwonnen worden door FSA’s zijn:
, • Het overwinnen van institutionele, culturele en taalbarrières in het buitenland.
• Reis- en communicatiekosten (tussen hoofdkantoor en dochteronderneming).
• Andere kosten van het zakendoen waarmee de inheemse ondernemingen niet
worden geconfronteerd.
De vraag blijft dan altijd nog waarom men voor FDI zou kiezen en niet voor andere
buitenland strategien zou kiezen. We zien de volgende strategien:
• Exporting = het direct verkopen van je product vanuit de home country naar de host
country, dit is een subsititie voor horizontal FDI
De voordelen van exporting zijn:
o De productie vindt alleen plaats op een plek en niet op verschillende plekken
waardoor je kosten bespaard
o Gebruik kunnen maken van economies of scale.
De nadelen van exproting ten opzichte van FDI zijn:
o Geen gebriuik van local resources
o Het niet omzeilen van import restricties en het moeten betalen van
transactie kosten
o Niet kunnen aanschuiven in trade blocks
o Minder grote markt van buitenlandse klanten
• Licensing = het geven van permissie aan een bedrijf om gebruik te maken van het
bedrijf zijn of haar assets en het mogen verkopen van het specifieke product onder
haar naam en daarbij trademark voordelen te hebben.
De voordelen van licensing zijn:
o De lokale bedrijven zijn meer gewend aan de interne markt en kunnen
daarom beter reageren op de vraag.
o Er zijn hoge koste gemoeid bij het opzetten van een management
department in de foreign country bij een FDI.
De nadelen van licensing ten opzichte van FDI zijn:
o FDI heeft niet te maken met transaction cost gerelateerd aan licensing
o Er is geen controle over het de assets van het bedrijf worden gebruikt.
o Geen risico hebben op te erge verspreiding waardoor men geen controle
heeft over de business.
Om te bepalen welke strategie te nemen bij internationalisatie gebruikt men OLI model, het
OLI model is alsvolgt:
• Ownership advantage (resource-based view) = het bedrijf haar competitive
advantages die helpen de liability of foreigners te overwinnen. Denk hierbij aan
bijvoorbeeld:
o Schaarse, assets en resource zoals brand en technologische ontwikkelingen
o Het vermogen van de manager om resources te identificeren en uitbuiten
o Het vergroten van je business om zo monoplische power te kunnen
uitoefenen door size.
• Location advantages (location-specific advantages) = resources die gelinkt zijn aan
dat bepaalde gebied waardoor dat gebied interessanter is dan anderen. Denk hierbij
aan:
o Resources, natuurlijke resources die nodig zijn om het product te maken
FDI (Foreign direct investment) is een concept om te beschrijven de dat er een financiele
stroom is van een land naar het andere met daarbij een interessant ownership advantage
anders kan men net zo goed deelnemen in portfolio investment. Het gaat erom dat een
bedijrf op deze manier zijn firm specific advantage kan exploiteren met controle hierbij.
Bij een FDI heeft een investor een substiontiele invloed/ controle over de management van
de foreign company. Naast FDI hebben we ook nog Foreign Portfolio Investment, hierbij
hebben we geen significant aandeel in het bedrijf. De trashold om aan te geven of een
bedrijf serieuze invloed heeft is 10% van het bedrijf. Men noemt dit ook wel de 10%
ownership rule. Mocht het minder zijn dan 10% is het dus FPI en geen FDI.
De stroom van FDI noemt men ook wel een FDI Flow, deze kan inwards en outwards zijn:
• FDI inflow = capital moving in the country
• FDI outflow = capital moving out the country
Dan hebben we ook nog FDI-stock, dit is de som van een inflow of outflow FDI van een
specifiek land.
Over het algemeen wordt een bedrijf een MNE als men deelneemt in FDI alleen is de
beweegruimte van een MNE groter dan alleen FDI activiteiten. Zo kan een MNE meer dan
alleen captial overbrengen, denk aan intangible assets zoals kennis en bedrijfnaam. Een
ander onderdeel is dat niet alle investments die de MNE doet niet wordt opgenomen in de
FDI-data, zo worden funds die verkregen zijn in het land waar geinvesteerd wordt niet
meegerekend in de FDI flow omdat er geen transfer van capital is van een land naar het
andere.
Het doel van FDI kan erg wijd zijn deze hoeft niet per se gericht te zijn op een het
vervaardigen van een productie fasliteit maar kan ook gericht zijn op vervaardigen van een
goede belastingspositie (mailbox firms). Maar over het algemeen is er een hoge correlatie
tussen MN activiteiten en FDI.
De vraag is natuurlijk waarom een MNE liever zijn funds zou halen in de host counrty dan
gebruik te maken van echte FDI. Er zijn twee redenen over het algemeen waarom een MNE
zijn activiteiten financierd in host country:
• Exchange rate risk = wanneer men assets aanschaft in foreign currency kan een
verandering in koers zorgen voor fluctuaties op de balans van deze FDI waardoor de
waardoor de assets de liabilities niet meer kunnen dekken.
• Risk of expropriation = door activietien te financieren met geld uit de host country
verlaagt men het risico dat het bedrijf zijn assets kwijt raakt door een dispute met de
gouvernement van de host country
Dan hebben we nog twee typen van FDI, horizontal en vertical:
• Horizontal FDI = A type of FDI in which a firm duplicates its home country- based
activities at the same value chain stage in a host country.
• Vertical FDI = A type of FDI in which a firm moves upstream or downstream at
different value chain stages in a host country
Horizontal en vertical FDI ziet er als volgt uit:
,Over het algemeen zorgt een FDI voor minder trade wanneer het bedrijf market seeking is
en probeert tarieven en transport kosten te verminderen. Wanneer het bedrijf een
efficiency of strategic-assets/ innovation seeking is vergroot FDI handel.
• Global value chain income = Income generated in a country by carrying out
activities in global production networks.
De gescheidenis van FDI kan men alsvolgt samenvatten waarbij we zien dat de FDI-stock of
the world groter is geworden:
' 1970s: FDI gedomineerd door investeringen van Amerikaanse bedrijven in
ontwikkelingslanden.
' 1980s: Toename van FDI door Europese en Zuid- en Oost-Aziatische bedrijven. Oriëntatie
op ontwikkelde landen (VS als belangrijkste ontvanger van DBI).
' 1990s: Toenemende FDI in ontwikkelingslanden (gedreven door lage arbeidskosten en
economische hervormingen).
Tegenwoordig: Meeste FDI-stromen tussen geïndustrialiseerde landen.
Toenemende rol van FDI in dienstensector, afnemende rol van verwerkende en primaire
sector.
Why do MNE exist and Cost and benefits of FDI
MN activiteit is meer dan alleen shifting kaptiaal over de borders, als dat namelijk wel het
geval zou zijn zou men beter kunnen participeren in FPI zonder management control te
hebben. Het betekent dus dat er dus nog andere voordelen zijn die te maken hebben met
management control. Dit heeft te maken met de FSA van een bedrijf, Firm specific
advantages zijn voordelen die een bedrijf onderscheid van andere bedrijf, deze voordelen
kunnen tangible en intangible zijn. De FSA hebben over het algemeen minimaal vier
kenmerken:
• Valuable
• Rare
• Inimitable
• Non-substitutable
Deze FSA kunnen helpen bij het overwinnen van de liability of foreignness, dit zijn de
nadelen die een bedrijf ervaart door dat het operereert in een foreign country. Aspecten
van Liabilities of foreigners die overwonnen worden door FSA’s zijn:
, • Het overwinnen van institutionele, culturele en taalbarrières in het buitenland.
• Reis- en communicatiekosten (tussen hoofdkantoor en dochteronderneming).
• Andere kosten van het zakendoen waarmee de inheemse ondernemingen niet
worden geconfronteerd.
De vraag blijft dan altijd nog waarom men voor FDI zou kiezen en niet voor andere
buitenland strategien zou kiezen. We zien de volgende strategien:
• Exporting = het direct verkopen van je product vanuit de home country naar de host
country, dit is een subsititie voor horizontal FDI
De voordelen van exporting zijn:
o De productie vindt alleen plaats op een plek en niet op verschillende plekken
waardoor je kosten bespaard
o Gebruik kunnen maken van economies of scale.
De nadelen van exproting ten opzichte van FDI zijn:
o Geen gebriuik van local resources
o Het niet omzeilen van import restricties en het moeten betalen van
transactie kosten
o Niet kunnen aanschuiven in trade blocks
o Minder grote markt van buitenlandse klanten
• Licensing = het geven van permissie aan een bedrijf om gebruik te maken van het
bedrijf zijn of haar assets en het mogen verkopen van het specifieke product onder
haar naam en daarbij trademark voordelen te hebben.
De voordelen van licensing zijn:
o De lokale bedrijven zijn meer gewend aan de interne markt en kunnen
daarom beter reageren op de vraag.
o Er zijn hoge koste gemoeid bij het opzetten van een management
department in de foreign country bij een FDI.
De nadelen van licensing ten opzichte van FDI zijn:
o FDI heeft niet te maken met transaction cost gerelateerd aan licensing
o Er is geen controle over het de assets van het bedrijf worden gebruikt.
o Geen risico hebben op te erge verspreiding waardoor men geen controle
heeft over de business.
Om te bepalen welke strategie te nemen bij internationalisatie gebruikt men OLI model, het
OLI model is alsvolgt:
• Ownership advantage (resource-based view) = het bedrijf haar competitive
advantages die helpen de liability of foreigners te overwinnen. Denk hierbij aan
bijvoorbeeld:
o Schaarse, assets en resource zoals brand en technologische ontwikkelingen
o Het vermogen van de manager om resources te identificeren en uitbuiten
o Het vergroten van je business om zo monoplische power te kunnen
uitoefenen door size.
• Location advantages (location-specific advantages) = resources die gelinkt zijn aan
dat bepaalde gebied waardoor dat gebied interessanter is dan anderen. Denk hierbij
aan:
o Resources, natuurlijke resources die nodig zijn om het product te maken