Waardenpluralisme = (Rekening houden met) verschillende waarden die
er zijn. Voor elke situatie zal er een andere waarden moeten worden
afgewogen.
Normatieve wetenschap/Normatieve pedagogiek = Richt zich op het
vaststellen van normen en waarden voor opvoeding en onderwijs. Bepalen
wat goed of slecht, juist of onjuist is (in onderwijsbeleid en
opvoedingspraktijken.)
Rizoom als metafoor voor hoe we naar pedagogiek kijken Rizoom =
wortelachtige structuur die zich horizontaal verspreidt. Pedagogiek
verandert door de tijd. Veelvormigheid, meervoudigheid en diversiteit.
Vormingprincipe van het kind = Samenspel van nature (genetische
factoren) en nurture (omgevingsfactoren) dat de ontwikkeling van een
kind ontwikkeld. Het (zelf iemand willen zijn) van het kind noemde
Langeveld ook wel: het eigenvormprincipe van het kind.
Joint attention = Belang van gedeelde aandacht. Vaardigheid om bepaalde
sociale interacties aan te gaan.
Contrafactische anticipatie = Vooruitlopen op wat feitelijk nog niet het
geval is
College 2 Hoofdstuk 6 Becker
Empirisme en inductie = Empirisme is een filosofische stroming die
opkwam in de 17e eeuw, hierin wordt gesteld dat kennis voorkomt uit
ervaring. Inductie houdt in dat men pas een hypothese kan stellen op het
moment dat er genoeg observaties zijn gedaan.
Rationalisme en deductie = Het rationalisme kwam ook op in de 17e eeuw
en was een tegenhanger van het empirisme. Hier gaan ze er niet vanuit
dat zintuigelijke waarneming, maar het denken de meest betrouwbare
bron is. Deductie houdt in dat er eerst een hypothese wordt gesteld, en
daarna pas een observatie wordt gedaan (precies het tegenovergestelde
als inductie)
Verlichting en maakbaarheid van de samenleving = De verlichting is een
intellectuele stroming die uitgaat van theorie en verstand om de waarheid
te bewijzen. Mensen gingen ervanuit dat de mensen van nature gelijk is,
maar vanwege zijn of haar omgeving van de ander kan verschillen. Ook
kwamen er veel initiatieven om de samenleving te verbeteren, dit wijst op
de maakbaarheid van de samenleving
Romantiek = Romantiek is een stroming die kan worden gezien als
geesteshouding waarbij de gevoelensleven centraal staat
, Reformpedagogiek = Vernieuwingsbeweging die eind 19e eeuw in de
westerse wereld is opgekomen.
Geesteswetenschappelijke of personalistische pedagogiek =
Dienstbaarheid: Nadruk op belevingswereld (emotie,gevoel en wil) van het
kind en interactie inopvoedingsrelatie
Hermeneutiek = Hypothese stellen m.b.v observatie/literatuur zoeken,
daarna terugkijken naar hypothese -> klopt die nu?
Dialectiek = Interesse in tegenstrijdigheden en hierover dan discussie
aangaan en nadenken.
Fenomenologie = Onderzoek in de natuurlijke leefomgeving (dus de
opvoedomgeving).
Empirisch-analytische pedagogiek = Waarheid: Streeft naar objectiviteit,
naar waarheid, meten is weten.
Kritisch-emancipatorische pedagogiek = Rechtvaardigheid: Focust vooral
op rechtvaardigheid, eigen keuzes maken en gelijke kansen en in welke
mate pedagogiek moet bijdragen tot het veranderen van de samenleving
College 2 en 3 Hoofdstuk 2 Horst et al.
Demografische benadering = Het verzamelen en interpreteren van
kwantitatieve gegevens, zoals geboortecijfers, sterfcijfers en
huwelijksvorming. Het doel hiervan is om inzicht te krijg op de leef-en
opvoedingsomstandigheden
Affectieve benadering = Het verzamelen en interpreteren van
kwalitatieve bronnen, zoals dagboeken, briefwisselingen, tekeningen en
speelgoed. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen op menselijke gedrag
en persoonlijk gegevens
Historische maatschappijwetenschappelijke benadering = De invloed van
sociaaleconomische, cultureel maatschappelijke en technologische
ontwikkelingen op veranderingen in het gezin. DOEL: inzicht krijgen in de
samenhang tussen gezinsstructuren, individuele gedragingen en
belevingen, sociale relaties en maatschappelijke instituties.
Humanisme (1400 – 1650) = de vorming van universele mens. Streven
naar geleerdheid, beschaafdheid en sportiviteit, kenschetst de humanist.
Verlichting (1650 – 1800) = Kind is onbeschreven blad “tabula rosa”:
rationele mens komt voorop te staan, de wereld is mede door opkomst
wetenschap, te verklaren met de reden