Casus 8; binnenbrand
Probleemstelling
- CO vergiftiging
- Bloedgaswaarden
Brainstorm
- CO bindt aan Hb, laat niet meer los, omdat CO beter bindt dan O2
- Te weinig binding van O2 aan Hb
- Aan de saturatie is niks te zien
- Roet heeft invloed op de luchtwegen en gasuitwisseling
- Hoe bindt O2 en CO aan Hb
Leerdoelen
1) Wat is de samenstelling van de alveolaire lucht?
- Inademingslucht
- Uitademingslucht
- Zeeniveau, bergen, vliegtuig, duiken
2) Anatomie en histologie van de alveoli
3) Hoe werkt de gaswisseling in alveolaire membraan?
- Wet van Fick
4) Hemoglobine en de saturatiecurve
- Bohr en Haldane effect (afgifte van O2 en CO2 en CO in de weefsels en
longen)
5) Hoe werkt het transport van O2 en CO2 in de longen en weefsels?
6) Wat gebeurt bij CO intoxicatie?
- Behandeling
7) Wat doet roet in de luchtwegen, inhalatie schade of trauma
Uitwerken leerdoelen
1) Wat is de samenstelling van de alveolaire lucht?
- Inademingslucht
- Uitademingslucht
- Zeeniveau, bergen, vliegtuig, duiken
De lucht die je inademt bestaat uit ongeveer 79% stikstof en voor ongeveer 21% uit zuurstof.
Koolstofdioxide is bijna niet aanwezig in ingeademde lucht, maar voor 0,01%. De
uitgeademde lucht bestaat ook voor ongeveer 79% uit stikstof, echter bestaat het nu uit 17%
zuurstof, 4% koolstofdioxide en een heel klein beetje waterstof. Het is belangrijk op te
merken dat de samenstelling van lucht niet alleen varieert tussen ingeademde en
uitgeademde lucht, maar ook met de hoogte boven zeeniveau. Op grotere hoogten is er een
significante verandering in de luchtsamenstelling, met name een afname van zuurstof. Dit
fenomeen staat bekend als hypoxie, waarbij de lagere partiële druk van zuurstof op grote
hoogte kan leiden tot verminderde zuurstofopname in het bloed. Bovendien kunnen andere
gassen zoals koolstofdioxide en methaan ook variëren met de hoogte. De concentraties van
deze gassen worden vaak uitgedrukt in parts per million (ppm), wat betekent dat ze worden
gemeten als het aantal deeltjes per miljoen deeltjes lucht. Op grotere hoogten kunnen de
ppm-waarden van deze gassen fluctueren, wat gevolgen kan hebben voor de ademhaling
processen en het algehele welzijn van individuen op die hoogte.
, De samenstelling van lucht verschilt van alveolair gas. De atmosfeer bevat bijna alleen
stikstof en zuurstof, terwijl het alveolaire gas meer koolstofdioxide en waterstof is en minder
zuurstof. Deze verschillen ontstaan voornamelijk door;
- Gasuitwisseling in de long (O2 diffundeert van de alveoli in het pulmonaire bloed en
CO2 diffundeert in de tegenovergestelde richting).
- Bevochtiging van lucht door de geleidende delen.
- Het mixen van de ingeademde lucht met alveolair gas bij elke ademhaling. Er wordt
slechts 500 ml lucht ingeademd bij elke (normale) inspiratie. Deze lucht wordt gemixt
met achtergebleven alveolair gas uit de dode ruimte aan de luchtwegen (trachea,
bronchiën etc). Deze langzame vervanging van alveolair gas is belangrijk om te
voorkomen dat de bloedgaswaarden plotseling veranderen.
De alveolaire partiële druk van O2 en CO2 veranderen makkelijk door toename van
ademdiepte en frequentie. Een hoge AVR (alveolaire ventilatie ratio, te berekenen met AVR
= frequentie x (teugvolume - dode ruimte)) brengt meer O2 in de alveoli, wat zorgt voor een
toename van de alveolaire pO2 en een sterke afname van de pCO2 in de longen (figuur 1).
Figuur 1; waarden van luchtsamenstelling
2) Anatomie en histologie van de alveoli
De alveoli wand bestaat uit 3 soorten cellen en enkele andere onderdelen;
- Alveolaire dekcellen (pneumocyten type I) → Dit zijn dunne cellen die aan het
oppervlak liggen. De belangrijkste functie van deze dekcellen is de vorming van een
barrière van minimale dikte, die voor gassen goed doorlaatbaar is. In het cytoplasma
zitten pinocyste blaasjes die een rol spelen bij de afvoer van surfactant. De
pneumocyten type I kunnen zich niet mitotisch vermeerderen. Ze vormen een
aaneensluitende laag en zijn onderling door zonulae occludentes verbonden.
- Grote alveolaire cellen (pneumocyten type II, septale cellen) → Deze komen
verspreid voor tussen de dekcellen. Het zijn de voorlopercellen van de pneumocyten
type I. Pneumocyten van type II kunnen zich dus wel mitotisch vermeerderen. Ze
scheiden door middel van exocytose surfactant uit. Dit zorgt voor de verlaging van de
oppervlaktespanning, waardoor uitzetten tijdens ademhaling eenvoudiger gaat.
Surfactant wordt door type II cellen continu geproduceerd en door type I cellen
continue geresorbeerd, zodat er een constante uitwisseling plaatsvindt.
- Collageen → Voorkomt dat de alveoli overrekken.
Probleemstelling
- CO vergiftiging
- Bloedgaswaarden
Brainstorm
- CO bindt aan Hb, laat niet meer los, omdat CO beter bindt dan O2
- Te weinig binding van O2 aan Hb
- Aan de saturatie is niks te zien
- Roet heeft invloed op de luchtwegen en gasuitwisseling
- Hoe bindt O2 en CO aan Hb
Leerdoelen
1) Wat is de samenstelling van de alveolaire lucht?
- Inademingslucht
- Uitademingslucht
- Zeeniveau, bergen, vliegtuig, duiken
2) Anatomie en histologie van de alveoli
3) Hoe werkt de gaswisseling in alveolaire membraan?
- Wet van Fick
4) Hemoglobine en de saturatiecurve
- Bohr en Haldane effect (afgifte van O2 en CO2 en CO in de weefsels en
longen)
5) Hoe werkt het transport van O2 en CO2 in de longen en weefsels?
6) Wat gebeurt bij CO intoxicatie?
- Behandeling
7) Wat doet roet in de luchtwegen, inhalatie schade of trauma
Uitwerken leerdoelen
1) Wat is de samenstelling van de alveolaire lucht?
- Inademingslucht
- Uitademingslucht
- Zeeniveau, bergen, vliegtuig, duiken
De lucht die je inademt bestaat uit ongeveer 79% stikstof en voor ongeveer 21% uit zuurstof.
Koolstofdioxide is bijna niet aanwezig in ingeademde lucht, maar voor 0,01%. De
uitgeademde lucht bestaat ook voor ongeveer 79% uit stikstof, echter bestaat het nu uit 17%
zuurstof, 4% koolstofdioxide en een heel klein beetje waterstof. Het is belangrijk op te
merken dat de samenstelling van lucht niet alleen varieert tussen ingeademde en
uitgeademde lucht, maar ook met de hoogte boven zeeniveau. Op grotere hoogten is er een
significante verandering in de luchtsamenstelling, met name een afname van zuurstof. Dit
fenomeen staat bekend als hypoxie, waarbij de lagere partiële druk van zuurstof op grote
hoogte kan leiden tot verminderde zuurstofopname in het bloed. Bovendien kunnen andere
gassen zoals koolstofdioxide en methaan ook variëren met de hoogte. De concentraties van
deze gassen worden vaak uitgedrukt in parts per million (ppm), wat betekent dat ze worden
gemeten als het aantal deeltjes per miljoen deeltjes lucht. Op grotere hoogten kunnen de
ppm-waarden van deze gassen fluctueren, wat gevolgen kan hebben voor de ademhaling
processen en het algehele welzijn van individuen op die hoogte.
, De samenstelling van lucht verschilt van alveolair gas. De atmosfeer bevat bijna alleen
stikstof en zuurstof, terwijl het alveolaire gas meer koolstofdioxide en waterstof is en minder
zuurstof. Deze verschillen ontstaan voornamelijk door;
- Gasuitwisseling in de long (O2 diffundeert van de alveoli in het pulmonaire bloed en
CO2 diffundeert in de tegenovergestelde richting).
- Bevochtiging van lucht door de geleidende delen.
- Het mixen van de ingeademde lucht met alveolair gas bij elke ademhaling. Er wordt
slechts 500 ml lucht ingeademd bij elke (normale) inspiratie. Deze lucht wordt gemixt
met achtergebleven alveolair gas uit de dode ruimte aan de luchtwegen (trachea,
bronchiën etc). Deze langzame vervanging van alveolair gas is belangrijk om te
voorkomen dat de bloedgaswaarden plotseling veranderen.
De alveolaire partiële druk van O2 en CO2 veranderen makkelijk door toename van
ademdiepte en frequentie. Een hoge AVR (alveolaire ventilatie ratio, te berekenen met AVR
= frequentie x (teugvolume - dode ruimte)) brengt meer O2 in de alveoli, wat zorgt voor een
toename van de alveolaire pO2 en een sterke afname van de pCO2 in de longen (figuur 1).
Figuur 1; waarden van luchtsamenstelling
2) Anatomie en histologie van de alveoli
De alveoli wand bestaat uit 3 soorten cellen en enkele andere onderdelen;
- Alveolaire dekcellen (pneumocyten type I) → Dit zijn dunne cellen die aan het
oppervlak liggen. De belangrijkste functie van deze dekcellen is de vorming van een
barrière van minimale dikte, die voor gassen goed doorlaatbaar is. In het cytoplasma
zitten pinocyste blaasjes die een rol spelen bij de afvoer van surfactant. De
pneumocyten type I kunnen zich niet mitotisch vermeerderen. Ze vormen een
aaneensluitende laag en zijn onderling door zonulae occludentes verbonden.
- Grote alveolaire cellen (pneumocyten type II, septale cellen) → Deze komen
verspreid voor tussen de dekcellen. Het zijn de voorlopercellen van de pneumocyten
type I. Pneumocyten van type II kunnen zich dus wel mitotisch vermeerderen. Ze
scheiden door middel van exocytose surfactant uit. Dit zorgt voor de verlaging van de
oppervlaktespanning, waardoor uitzetten tijdens ademhaling eenvoudiger gaat.
Surfactant wordt door type II cellen continu geproduceerd en door type I cellen
continue geresorbeerd, zodat er een constante uitwisseling plaatsvindt.
- Collageen → Voorkomt dat de alveoli overrekken.