Casus 8; hardlopen; no pain no gain?
Probleemstelling
- Hoe komt het dat er zo veel blessures optreden?
Brainstorm
Anatomie van de enkel en voet
Pijn aan de voorkant van het scheenbeen, botvlies ontstoken?, springschenen
Achillespees aan de achterzijde van voet
Ottawa ankle rules soort protocol voor röntgenfoto voet en/of onderbeen
Straling, kosten besparen en sneller
Fibula in het nederlands kuitbeen
Tibia
Weber A fractuur soort gradatieschaal botbreuken?
Fasciitis plantaris voorkant scheenbeen
Enkel verzwikt geeft verdikking en pijn
Verzwikking oprekking pezen, gewrichtskapsel en ligamenten
Verzwikking en verstuiking verschillen in ernst, verstuiking erger
Grens bij wat er beschadigd is en hoelang het duurt om te genezen
Enkel heeft meerdere gewrichten, hoofd gewricht is een scharniergewricht
Onder de voet loopt een pees
Leerdoelen
1) Anatomie van de enkel en voet
- Botten
- Gewrichten
- Bewegingen
- Hoeken
2) Ligamenten van de enkel
3) Spieren van onderbeen, enkel en voet
4) Zenuwen van de enkel
5) Bloedvoorziening van onderbeen, enkel en voet
6) Wat zijn de Ottawa ankle rules?
- Voordelen
- Toepassing
- Wetenschappelijk onderbouwing
- Blessures
- Fracturen, weber-A-fractuur
Uitwerken leerdoelen
1) Anatomie van de enkel en voet
- Botten
- Gewrichten
- Bewegingen
- Hoeken
Botten in het been
Twee parallel botten, het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula), vormen het skelet van
het onderbeen, het gebied van het onderste lidmaat tussen de knie en de enkel. Deze twee
,botten zijn verbonden door een interossaal membraan en articuleren zowel proximaal als
distaal met elkaar. In tegenstelling tot de gewrichten tussen de radius en de ellepijp van de
onderarm, laten de tibiofibulaire gewrichten van het been in wezen geen beweging toe. De
botten van het been vormen dus een minder flexibel maar sterker en stabieler been dan die
van de onderarm. De mediale tibia articuleert proximaal met het femur om het
gemodificeerde scharnier gewricht van de knie te vormen en distaal met talus bot van de
voet bij de enkel. De fibula draagt daarentegen niet bij aan het kniegewricht en helpt alleen
het enkelgewricht te stabiliseren (figuur 1).
Scheenbeen (tibia)
Het scheenbeen ontvangt het gewicht van het lichaam van het dijbeen en brengt het over op
de voet. Het is na het dijbeen het grootste en sterkste bot. Aan het brede proximale uiteinde
bevinden zich de concave mediale en laterale condylen, die eruitzien als twee enorme
schijven die naast elkaar liggen. Deze worden gescheiden door een onregelmatige projectie,
de intercondylaire eminentie. De scheenbeen schacht is driehoekig in doorsnede. Noch de
scherpe voorste rand van het scheenbeen, noch het mediale oppervlak wordt bedekt door
spieren, dus ze kunnen over de hele lengte tot diep in de huid worden gevoeld. Distaal is het
scheenbeen vlak waar het articuleert met het talus bot van de voet. Mediaal aan het
gewrichtsoppervlak bevindt zich een inferieur uitsteeksel, de mediale malleolus, die de
mediale uitstulping van de enkel vormt. De fibulaire inkeping, op het oppervlak van het
scheenbeen, neemt deel aan het inferieure tibiofibulaire gewricht.
Fibula
De fibula is een stokachtig bot met licht uitgezette uiteinden. Het articuleert proximaal en
distaal met de laterale aspecten van het scheenbeen. Het proximale uiteinde is zijn kop; het
distale uiteinde is de laterale malleolus. De laterale malleolus vormt de opvallende laterale
enkel uitstulping die articuleert met de talus. De fibulaire schacht is sterk en geribbeld en lijkt
een kwartslag te zijn gedraaid. De fibula draagt geen gewicht, maar er komen verschillende
spieren uit voort.
Botten van de voet
Het skelet van de voet omvat de botten van de hak (tarsus), de botten van de middenvoet
(metatarsus) en de vingerkootjes of teenbeenderen (phalanges). De voet heeft twee
belangrijke functies; hij ondersteunt ons lichaamsgewicht en hij fungeert als een hefboom
om het lichaam naar voren te stuwen als we lopen en rennen. Eén enkel bot kan beide
doelen dienen, maar het zou zich slecht aanpassen aan oneffen ondergrond. Segmentatie
maakt de voet buigzaam, waardoor dit probleem wordt vermeden. De voet kan nog in drie
hoofdgedeelten worden opgedeeld; de achtervoet (talus en calcaneus), middenvoet
(naviculare, cuboideum en de drie cuneiforme) en voorvoet (14 kootjes van de tenen).
Tarsus
De tarsus bestaat uit zeven botten die tarsals worden genoemd en de achterste helft van de
voet vormen. Het komt overeen met de carpus van de hand. Het lichaamsgewicht wordt
voornamelijk gedragen door de twee grootste, meest posterieure tarsals: de talus (enkel),
die articuleert met het scheenbeen en kuitbeen aan de bovenzijde, en de sterke calcaneus
(hiel), die de hiel van de voet vormt en de talus op zijn bovenste oppervlak draagt. De dikke
calcaneale of achillespees van de kuitspieren hecht zich aan het achterste oppervlak van de
calcaneus. Daarnaast zijn er ook vier kleinere tarsale botten die de voorvoet ondersteunen
,en de boog van de voet helpen vormen; het cuboid, het naviculare en drie cuneiforme
botten. Het cuboid bevindt zich aan de laterale zijde van de voet, terwijl het naviculare zich
in het midden bevindt, en de drie cuneiforme botten liggen mediaal ten opzichte van het
naviculare. Deze botten spelen een belangrijke rol bij het ondersteunen van de voetboog en
het verdelen van het lichaamsgewicht tijdens het lopen en staan (figuur 2).
Metatarsus
De middenvoetsbeentjes bestaan uit vijf kleine, lange botten. Deze zijn genummerd van I tot
V en beginnen aan de mediale (grote teen) zijde van de voet. Het eerste
middenvoetsbeentje, dat een belangrijke rol speelt bij het ondersteunen van het
lichaamsgewicht, is kort en dik. De opstelling van de middenvoetsbeentjes is meer parallel
dan die van de middenhandsbeentjes van de handen. Distaal waar de middenvoetsbeentjes
articuleren met de proximale teenbeenderen, vormt de vergrote kop van het eerste
middenvoetsbeentje de ‘bal’ van de voet.
Phalanges (tenen)
De 14 vingerkootjes van de tenen zijn een stuk kleiner dan die van de vingers en dus minder
lenig. Maar hun algemene structuur en opstelling zijn hetzelfde. Er zijn drie vingerkootjes in
elke teen behalve de grote teen, de hallux. De hallux heeft er maar 2, proximaal en distaal.
Het voetgewelf
Het voetgewelf is een bouwkundig samenstel waarin alle elementen van de voet, de
gewrichten, ligamenten en spieren in onderlinge harmonie zijn samengebracht. Dankzij de
veranderingen in het gewelf en de elasticiteit kan het gewelf zich aanpassen aan elke
oneffenheid van de ondergrond en de krachten die door het lichaamsgewicht worden
uitgeoefend op de ondergrond overbrengen op de mechanisch gunstige wijze en onder zeer
verschillende omstandigheden. Het gewelf speelt de rol van schokdemper, wat onmisbaar is
voor een soepele gang van lopen. Afwijkingen die de welving groter of kleiner maken,
verstoren ernstig de aanpassingen van de voet aan de ondergrond en hebben een nadelige
invloed op rennen en lopen en zelfs op het staan.
Een gesegmenteerde structuur kan alleen gewicht dragen als deze gebogen is. De voet
heeft drie bogen: twee longitudinale bogen (mediaal en lateraal) en een transversale boog,
die de ontzagwekkende sterkte verklaren. Deze bogen worden in stand gehouden door de in
elkaar grijpende vormen van de voetbeenderen, door sterke ligamenten en door het
strekken van sommige pezen tijdens spieractiviteit. De ligamenten en spierpezen zorgen
voor een zekere mate van veerkracht. Over het algemeen strekken de bogen zich iets uit
wanneer er gewicht op de voet wordt uitgeoefend en veren terug wanneer het gewicht wordt
verwijderd. Waardoor lopen en rennen zuiniger is termen van energiegebruik dan anders het
geval zou zijn.
Als je je natte voetafdrukken onderzoekt, zul je zien dat de mediale marge van de hiel tot de
kop van het eerste middenvoetsbeentje geen afdruk achterlaat. Dit komt doordat de mediale
longitudinale boog ver boven de grond buigt. De talus is de basis van deze boog, die zijn
oorsprong vindt in de calcaneus, stijgt naar de talus en daalt vervolgens af naar de drie
mediale middenvoetsbeentjes.
, De laterale longitudinale boog is erg laag. Het verhoogt het laterale deel van de voet net
genoeg om een deel van het gewricht te herverdelen naar de calcaneus en de kop van het
vijfde middenvoetsbeentje. Het cuboid beentje is de basis van deze boog.
De twee longitudinale bogen dienen als pilaren voor de transversale boog, die schuin van de
ene kant naar de andere kant van de voet loopt, het volgt de lijn van de voegen tussen de
tarsals en de middenvoetsbeentjes. Samen vormen de bogen van de voet een half koepel
die ongeveer de helft van de iemand sta-en loopgewicht verdeelt over de hielbeenderen en
de helft naar de hoofden van de middenvoetsbeentjes (figuur 3).
De enkelgewrichten
In de enkel zitten twee grote gewrichten: het bovenste spronggewricht (articulatio
talocruralis) en het onderste spronggewricht (articulatio subtalaris en articulatio
talocalcaneonavicularis).
Articulatio talocruralis → Deze zorgt voor de op-en-neer beweging van de voet (opwaartse
beweging: dorsaalflexie, neerwaartse beweging: plantairflexie). Het is het gewricht tussen
het onderbeen en de achtervoet. Het gewrichtskapsel dat dit spronggewricht bevat is dunner
aan de voor- en achterkant, het is daarbij een scharniergewricht. Verder zorgt het ook voor
een verbinding van de tibia en fibula met de talus.
Articulatio subtalaris/talotarsalis → Deze zorgt voor het kantelen van de voet. Hij kan 30
graden naar binnen worden gekanteld (inversie) en 20 graden naar buiten (eversie). Dit
gewricht wordt gevormd door de 3 gewrichtsvlakken tussen de talus, calcaneus en os
navicularare. Hierdoor ontstaan er 2 deel gewrichten die allebei hun eigen gewrichtskapsel
hebben;
- Achterste deel gewricht (art. subtalaris) levert de samenwerking tussen de talus en
de calcaneus.
- Voorste deel gewricht (art. talocalcaneonavicularis) levert de samenwerking tussen
de talus, calcaneus en os naviculare.
Bewegingsmogelijkheden
Er zijn verschillende bewegingen mogelijk in de enkel;
Plantaire/dorsale flexie → Door beweging van het bovenste spronggewricht.
- 40-50 graden plantair (omlaag)
- 20-30 graden dorsaal (omhoog)
Probleemstelling
- Hoe komt het dat er zo veel blessures optreden?
Brainstorm
Anatomie van de enkel en voet
Pijn aan de voorkant van het scheenbeen, botvlies ontstoken?, springschenen
Achillespees aan de achterzijde van voet
Ottawa ankle rules soort protocol voor röntgenfoto voet en/of onderbeen
Straling, kosten besparen en sneller
Fibula in het nederlands kuitbeen
Tibia
Weber A fractuur soort gradatieschaal botbreuken?
Fasciitis plantaris voorkant scheenbeen
Enkel verzwikt geeft verdikking en pijn
Verzwikking oprekking pezen, gewrichtskapsel en ligamenten
Verzwikking en verstuiking verschillen in ernst, verstuiking erger
Grens bij wat er beschadigd is en hoelang het duurt om te genezen
Enkel heeft meerdere gewrichten, hoofd gewricht is een scharniergewricht
Onder de voet loopt een pees
Leerdoelen
1) Anatomie van de enkel en voet
- Botten
- Gewrichten
- Bewegingen
- Hoeken
2) Ligamenten van de enkel
3) Spieren van onderbeen, enkel en voet
4) Zenuwen van de enkel
5) Bloedvoorziening van onderbeen, enkel en voet
6) Wat zijn de Ottawa ankle rules?
- Voordelen
- Toepassing
- Wetenschappelijk onderbouwing
- Blessures
- Fracturen, weber-A-fractuur
Uitwerken leerdoelen
1) Anatomie van de enkel en voet
- Botten
- Gewrichten
- Bewegingen
- Hoeken
Botten in het been
Twee parallel botten, het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula), vormen het skelet van
het onderbeen, het gebied van het onderste lidmaat tussen de knie en de enkel. Deze twee
,botten zijn verbonden door een interossaal membraan en articuleren zowel proximaal als
distaal met elkaar. In tegenstelling tot de gewrichten tussen de radius en de ellepijp van de
onderarm, laten de tibiofibulaire gewrichten van het been in wezen geen beweging toe. De
botten van het been vormen dus een minder flexibel maar sterker en stabieler been dan die
van de onderarm. De mediale tibia articuleert proximaal met het femur om het
gemodificeerde scharnier gewricht van de knie te vormen en distaal met talus bot van de
voet bij de enkel. De fibula draagt daarentegen niet bij aan het kniegewricht en helpt alleen
het enkelgewricht te stabiliseren (figuur 1).
Scheenbeen (tibia)
Het scheenbeen ontvangt het gewicht van het lichaam van het dijbeen en brengt het over op
de voet. Het is na het dijbeen het grootste en sterkste bot. Aan het brede proximale uiteinde
bevinden zich de concave mediale en laterale condylen, die eruitzien als twee enorme
schijven die naast elkaar liggen. Deze worden gescheiden door een onregelmatige projectie,
de intercondylaire eminentie. De scheenbeen schacht is driehoekig in doorsnede. Noch de
scherpe voorste rand van het scheenbeen, noch het mediale oppervlak wordt bedekt door
spieren, dus ze kunnen over de hele lengte tot diep in de huid worden gevoeld. Distaal is het
scheenbeen vlak waar het articuleert met het talus bot van de voet. Mediaal aan het
gewrichtsoppervlak bevindt zich een inferieur uitsteeksel, de mediale malleolus, die de
mediale uitstulping van de enkel vormt. De fibulaire inkeping, op het oppervlak van het
scheenbeen, neemt deel aan het inferieure tibiofibulaire gewricht.
Fibula
De fibula is een stokachtig bot met licht uitgezette uiteinden. Het articuleert proximaal en
distaal met de laterale aspecten van het scheenbeen. Het proximale uiteinde is zijn kop; het
distale uiteinde is de laterale malleolus. De laterale malleolus vormt de opvallende laterale
enkel uitstulping die articuleert met de talus. De fibulaire schacht is sterk en geribbeld en lijkt
een kwartslag te zijn gedraaid. De fibula draagt geen gewicht, maar er komen verschillende
spieren uit voort.
Botten van de voet
Het skelet van de voet omvat de botten van de hak (tarsus), de botten van de middenvoet
(metatarsus) en de vingerkootjes of teenbeenderen (phalanges). De voet heeft twee
belangrijke functies; hij ondersteunt ons lichaamsgewicht en hij fungeert als een hefboom
om het lichaam naar voren te stuwen als we lopen en rennen. Eén enkel bot kan beide
doelen dienen, maar het zou zich slecht aanpassen aan oneffen ondergrond. Segmentatie
maakt de voet buigzaam, waardoor dit probleem wordt vermeden. De voet kan nog in drie
hoofdgedeelten worden opgedeeld; de achtervoet (talus en calcaneus), middenvoet
(naviculare, cuboideum en de drie cuneiforme) en voorvoet (14 kootjes van de tenen).
Tarsus
De tarsus bestaat uit zeven botten die tarsals worden genoemd en de achterste helft van de
voet vormen. Het komt overeen met de carpus van de hand. Het lichaamsgewicht wordt
voornamelijk gedragen door de twee grootste, meest posterieure tarsals: de talus (enkel),
die articuleert met het scheenbeen en kuitbeen aan de bovenzijde, en de sterke calcaneus
(hiel), die de hiel van de voet vormt en de talus op zijn bovenste oppervlak draagt. De dikke
calcaneale of achillespees van de kuitspieren hecht zich aan het achterste oppervlak van de
calcaneus. Daarnaast zijn er ook vier kleinere tarsale botten die de voorvoet ondersteunen
,en de boog van de voet helpen vormen; het cuboid, het naviculare en drie cuneiforme
botten. Het cuboid bevindt zich aan de laterale zijde van de voet, terwijl het naviculare zich
in het midden bevindt, en de drie cuneiforme botten liggen mediaal ten opzichte van het
naviculare. Deze botten spelen een belangrijke rol bij het ondersteunen van de voetboog en
het verdelen van het lichaamsgewicht tijdens het lopen en staan (figuur 2).
Metatarsus
De middenvoetsbeentjes bestaan uit vijf kleine, lange botten. Deze zijn genummerd van I tot
V en beginnen aan de mediale (grote teen) zijde van de voet. Het eerste
middenvoetsbeentje, dat een belangrijke rol speelt bij het ondersteunen van het
lichaamsgewicht, is kort en dik. De opstelling van de middenvoetsbeentjes is meer parallel
dan die van de middenhandsbeentjes van de handen. Distaal waar de middenvoetsbeentjes
articuleren met de proximale teenbeenderen, vormt de vergrote kop van het eerste
middenvoetsbeentje de ‘bal’ van de voet.
Phalanges (tenen)
De 14 vingerkootjes van de tenen zijn een stuk kleiner dan die van de vingers en dus minder
lenig. Maar hun algemene structuur en opstelling zijn hetzelfde. Er zijn drie vingerkootjes in
elke teen behalve de grote teen, de hallux. De hallux heeft er maar 2, proximaal en distaal.
Het voetgewelf
Het voetgewelf is een bouwkundig samenstel waarin alle elementen van de voet, de
gewrichten, ligamenten en spieren in onderlinge harmonie zijn samengebracht. Dankzij de
veranderingen in het gewelf en de elasticiteit kan het gewelf zich aanpassen aan elke
oneffenheid van de ondergrond en de krachten die door het lichaamsgewicht worden
uitgeoefend op de ondergrond overbrengen op de mechanisch gunstige wijze en onder zeer
verschillende omstandigheden. Het gewelf speelt de rol van schokdemper, wat onmisbaar is
voor een soepele gang van lopen. Afwijkingen die de welving groter of kleiner maken,
verstoren ernstig de aanpassingen van de voet aan de ondergrond en hebben een nadelige
invloed op rennen en lopen en zelfs op het staan.
Een gesegmenteerde structuur kan alleen gewicht dragen als deze gebogen is. De voet
heeft drie bogen: twee longitudinale bogen (mediaal en lateraal) en een transversale boog,
die de ontzagwekkende sterkte verklaren. Deze bogen worden in stand gehouden door de in
elkaar grijpende vormen van de voetbeenderen, door sterke ligamenten en door het
strekken van sommige pezen tijdens spieractiviteit. De ligamenten en spierpezen zorgen
voor een zekere mate van veerkracht. Over het algemeen strekken de bogen zich iets uit
wanneer er gewicht op de voet wordt uitgeoefend en veren terug wanneer het gewicht wordt
verwijderd. Waardoor lopen en rennen zuiniger is termen van energiegebruik dan anders het
geval zou zijn.
Als je je natte voetafdrukken onderzoekt, zul je zien dat de mediale marge van de hiel tot de
kop van het eerste middenvoetsbeentje geen afdruk achterlaat. Dit komt doordat de mediale
longitudinale boog ver boven de grond buigt. De talus is de basis van deze boog, die zijn
oorsprong vindt in de calcaneus, stijgt naar de talus en daalt vervolgens af naar de drie
mediale middenvoetsbeentjes.
, De laterale longitudinale boog is erg laag. Het verhoogt het laterale deel van de voet net
genoeg om een deel van het gewricht te herverdelen naar de calcaneus en de kop van het
vijfde middenvoetsbeentje. Het cuboid beentje is de basis van deze boog.
De twee longitudinale bogen dienen als pilaren voor de transversale boog, die schuin van de
ene kant naar de andere kant van de voet loopt, het volgt de lijn van de voegen tussen de
tarsals en de middenvoetsbeentjes. Samen vormen de bogen van de voet een half koepel
die ongeveer de helft van de iemand sta-en loopgewicht verdeelt over de hielbeenderen en
de helft naar de hoofden van de middenvoetsbeentjes (figuur 3).
De enkelgewrichten
In de enkel zitten twee grote gewrichten: het bovenste spronggewricht (articulatio
talocruralis) en het onderste spronggewricht (articulatio subtalaris en articulatio
talocalcaneonavicularis).
Articulatio talocruralis → Deze zorgt voor de op-en-neer beweging van de voet (opwaartse
beweging: dorsaalflexie, neerwaartse beweging: plantairflexie). Het is het gewricht tussen
het onderbeen en de achtervoet. Het gewrichtskapsel dat dit spronggewricht bevat is dunner
aan de voor- en achterkant, het is daarbij een scharniergewricht. Verder zorgt het ook voor
een verbinding van de tibia en fibula met de talus.
Articulatio subtalaris/talotarsalis → Deze zorgt voor het kantelen van de voet. Hij kan 30
graden naar binnen worden gekanteld (inversie) en 20 graden naar buiten (eversie). Dit
gewricht wordt gevormd door de 3 gewrichtsvlakken tussen de talus, calcaneus en os
navicularare. Hierdoor ontstaan er 2 deel gewrichten die allebei hun eigen gewrichtskapsel
hebben;
- Achterste deel gewricht (art. subtalaris) levert de samenwerking tussen de talus en
de calcaneus.
- Voorste deel gewricht (art. talocalcaneonavicularis) levert de samenwerking tussen
de talus, calcaneus en os naviculare.
Bewegingsmogelijkheden
Er zijn verschillende bewegingen mogelijk in de enkel;
Plantaire/dorsale flexie → Door beweging van het bovenste spronggewricht.
- 40-50 graden plantair (omlaag)
- 20-30 graden dorsaal (omhoog)