Hoorcollege 1 ~ Hfst 1 & 6
Casus: Iphone
- Fabricage
o Wereldwijde connecties (761 fabrieken werken samen aan samenstelling)
- Transport en opslag
o (‘iphone eDect’ = duurdere luchtvaartkosten bij lancering nieuwe iphone)
o Lage voorraad beschikbaar -> snelle supply chain
- Afhankelijkheden en verstoringen
o Sterke afhankelijkheid van leveranciers
o Sterke afhankelijkheid verkopers aan apple
- ODshoring & nearshoring
Supply Chain Management
è making, planning, sourcing, delivering, returning
è ieder lid heeft al deze stappen (leveranciers, bedrijf, klant) (klant van klant & leveranciers
van leveranciers NIET!)
2. Proces en layouttypen (in de maakindustrie)
Procestype = algemene inrichting van het productieproces
Layouttype = specifieke positionering van machines en gereedschap in fabriek
Proces selection:
2 dimensies: variatie en volume
- variatie; mate waarin unieke producten worden geproduceerd (verschillende soorten)
- volume; het aantal producten dat (van een soort) wordt geproduceerd
Dimensies gaan hand in hand:
- hoog volume = lage variatie
- laag volume = hoge variatie
Types processen:
1. Projectbasis
a. Grootschalige producten gemaakt in grootschalig proces voor unieke producten
b. Sterke volgordelijkheid tussen taken (sequentiële taken)
c. Product opleveren voordat volgende product opgebouwd wordt
2. Jobbing
a. Productie op kleine schaal
b. Klantwens afgestemd vaak
c. Paar producten van een bepaald type
d. Vakmensen produceren
e. Product tot product ononderbroken
, 3. Batchprocessen
a. Productie van meerdere of veel dezelfde producten
b. Bijv. industriele pompen
4. Massaproductie
a. Bijv. vrachtwagens
b. Vergelijkbare of zelfde producten in grote volumes
c. Lage variatie
d. Hoge druk op eDicientie
5. Continue productie
a. Geen discrete producten te onderscheiden tot ze worden verpakt
(dus bijvoorbeeld rookworst)
b. Hetzelfde type producten op grote schaal geproduceerd
c. Duidelijke flow (stroom) door het proces
Productvariatie / productvolume – matrix
aangevuld door process tasks & proces flow (zie slides)
Lay-out types:
1. Vaste positie-layout (fixed position)
a. Product blijft op 1 plek staan tijdens productie en gereedschap en machines en
productiemiddelen worden naar het product toegebracht op hieraan te werken
b. Bijv. Boten, (vaak) huizen
2. Functionele layout (functional)
a. Vergelijkbare machines en gereedschap wordt geclusterd in functionele
werkruimtes/ afdelingen
b. Product beweegt door de afdelingen die op dat product van toepassing zijn
c. Ieder productsoort heeft andere route door fabriek
d. Jobbing & batching verschil: volume (dit is namelijk niet handig voor grote
producties)
3. Cel (cellular)
a. Geclusterde routes per productsoort
b. Product gaat alleen door zn eigen cel(route)
c. Geordende indeling
d. EDicientie want kortere routes en minder ruimte inname
4. Product (product)
a. Productielijn met sequentiele routes
b. Routes naast elkaar
c. Machines kunnen omgeschakeld worden naar bijvoorbeeld anders smaak of
ander label, maar de lijn blijft gelijk
3. KlantOrder OntkoppelPunt (KOOP)
I.e. customer order decoupling point (CODP)
= punt dat anonieme deel van het productieproces scheidt van het klant-specifieke deel van de
productie. (dus tot wanneer klantorder binnenkomt)
,KOOP types:
1. Make-to-Stock (MTS)
a. Al het werk is al vooraf gedaan voordat een klant een order plaatst (bijv ikea)
b. Klant koopt dus meteen uit de afgewerkte voorraad (bijv, televisie, voedsel, etc)
2. Assemble-to-order (ATO)
a. Assemblage (in elkaar zetten) van een eindproduct start zodra de klantorder is
ontvangen (bijv. subway)
b. Onderdelen worden dus gecombineerd op de plaats van de bestelling
c. Flexibiliteit in het ontwerp is dus mogelijk (cruciaal zelfs)
3. Make-to-order (MTO)
a. De productie van het eindproduct start zodra de klantorder binnen is (bijv.
brillenglazen of koDietentje)
b. Product wordt dus volledig gemaakt aan de hand van de klantorder
4. Purchase-to-order (PTO)
a. Onderdelen en grondstoDen moeten nog ingekocht worden nadat de klantorder
binnen is
5. Engineer-to-order (ETO)
a. Het ontwerp van het eindproduct start pas zodra de klantorder binnen is
b. Product wordt dus samen met de klant ontworpen
Upstream= dichterbij de leverancier (MTS)
Downstream = dichterbij de klant (ETO)
KOOP is altijd bij een voorraadpunt op de logistieke grondvorm
KOOP: stroomafwaartse krachten (downstream)
Deze zorgen ervoor dat het KOOP dichter bij de klant komt te liggen:
- Procesbewerkingen
o Lange productuedoorlooptijden
o Lage beheersbaarheid proces
- Strikte beloftes levering
o Korte levertijd belangrijk
o Leveringsbetrouwbaarheid belangrijk
KOOP: stroomopwaartse krachten (upstream)
Deze zorgen ervoor dat het KOOP dichter bij de leverancier komt te liggen:
(dit gebeurt wanneer er vaak een nieuwe collectie komt of als er onregelmatige vraag is)
- Voorraadoverwegingen
o Hoge voorraadkosten
o Risico op incourante voorraad
- Product-markt karakteristieken
o Klantvraag onregelmatig
o Klant-specifieke producten
De stroom die het sterkste is wint en dus verschuift KOOP die kant op.
, Instructievideo 1a ~ Stroomdiagrammen
Verschillende manieren om beweging van proces te zien en te analyseren:
1. Stroomdiagrammen (flowcharts) laten beweging zien van materiaal, info en mensen in
proces.
2. Time-function mapping = stroomdiagram met tijd op de horizontale as.
3. Process Charts = analyse van beweging van materialen, info en mensen door gebruik van
symbolen, afstand én tijd.
4. Service blueprinting = focus op de klant en invloed van de klant op het proces.
Capaciteit = maximale productie die een proces aankan.
Overcapaciteit = stilstaan van machines en personeel -> hoge operationele kosten
Te weinig capaciteit = gespannen situatie, klantverlies en overbelasting personeel en machines.
Belangrijke begrippen voor capaciteitsmanagement:
- Design Capacity (= berekende maximale productie in een periode.)
Dit kan dus verschillen met de werkelijkheid
Uitgedrukt in aantal eenheden in bepaalde periode (aan productie)
Berekent aan de hand van:
o Bereken deterministische doorlooptijd
o Verander doorlooptijd in een productiesnelheid
- Production Rate (= aantal eenheden geproduceerd in bepaalde periode)
Bij verschillende parallelle productielijnen, moet productiesnelheid X aantal processen
worden gedaan. (vermenigvuldigen)
- EDectieve capaciteit = ontwerpcapaciteit - geplande stilstand
(bijv. door pauze, wissels, onderhoud, etc)
- Werkelijke capaciteit = eDectieve capaciteit – ongeplande stilstand
(bijv. door kwaliteitsproblemen, defecten, zieken, etc.)
- Capaciteit = aantal items per tijdseenheid
- Doorlooptijd = aantal tijdseenheden per item
formule doorlooptijd = 1 / CAPACITEIT
o Orderdoorlooptijd =. Orderplaatsing tot orderlevering
o Productiedoorlooptijd (throughtput time) = ordervrijgave tot order gereed
bestaat uit losse productietijden van stappen in productieproces
- Bezettingsgraad (utilization) =
! EERST BOTTLENECK VINDEN, zodat aantal producten dat aankomt niet te groot wordt.
Bezettingsgraad = totale tijd in gebruik / totale tijd
Een andere formule om de bezettingsgraad van een enkele machine of personeelslid te
berekenen is:
Bezettingsgraad = werkelijke output / ontwerpcapaciteit
Als er ook rekening wordt gehouden met pauzes, onderhoudsbeurten en verwachte
defecten, wordt er gesproken van eZiciëntie (e"iciency).
EZiciëntie = werkelijke output / eDectieve capaciteit
De eDiciëntie is gelijk aan de bezettingsgraad als er geen beperkingen zijn.