Aantekeningen hoorcolleges en werkcolleges
Week 1:
WC:
Het schrijven van een beleidsadvies: Bestuurskunde en beleidskunde
Kernwoorden: actualiteit – sociale sector – politiek – participatiewet
Wat is beleid? Oplossing voor een maatschappelijk probleem
Actoren: mensne die betrokken zijn bij het oplossen van een maatschappelijk probleem.
Krachtenveld analyse: Het rangschikken van actoren die het meeste betrokken zijn bij het probleem.
Tv programma tegenlicht: komt terug in je tentamen
HC:
Actoren: je bent een actor als je je mond open trekt/ je mening laat horen.
Gestructureerd probleem: er moet kennis zijn + consensus over de maatstaven (iedere actor is het
hierover eens)
Matig gestructureerd probleem: als maar 1 van de 2 van hier boven bij een probleem aanwezig is.
Ongestructureerd probleem: als geen van de twee van de bovenstaande factoren bij een probleem
aanwezig is.
Polderen: overleggen tot je er bij neer valt of er uit komt -> poldermodel
Krachtenveld analyse: wie de machtigste actor is of wie het voor het zeggen heeft -> houdt deze
actor aan jouw kant!
Sociaal interactief perspectief: initiatief van onder af -> bottom up
Analytisch rationeel perspectief: initiatief van boven af -> top down
Inspraak: nadat het beleid is gemaakt mag je er wat van zeggen
Week 2:
WC
1 openbaar bestuur: het bestuur van de openbare ruimte (voor ons alle toegankelijk). -> public
management.
Bestuur = public management
2 privé bestuur: bestuur waar de overheid geen directe invloed op heeft (thuis/bedrijven) -> private
management.
Willem Drees: stichter verzorgingsstaat + aannemer AOW
Johan Cruijff: sociaal ondernemer: foundation. Leefbaarheid.
Jan Schaeterpad: geschriften nakomen ‘’in gelul kan je niet wonen’’
Sociale werkplaats: waar beperkten kunnen mee werken in de maatschappij.
Beleid: voor uit moeten lopen op de ontwikkeling die nog komen gaan (preventief)
Beleid: is voor de politiek (of management) officieel bekrachtig plan voor het oplossen van ene
probleem
Opvallen op de arbeidsmarkt: extra cursussen. -> Vrijwilligers nemen banen over
Beleidskunde = wat?
Bestuurskunde = hoe?
Gemeentelijk bestuur : ambtelijke -> college B&W -> college raad
Wil je een verandering? Ga naar de raad
Wil je iets op de agenda? Ga naar de raad
Raad is het belangrijkste
Sociale realiteit: verschillende mensen in de samenleving
Fysieke realiteit: gebouwen, wegen, parken, scholen etc. alles wat je kan waarnemen, infrastructuur
, Economische realiteit: bedrijven, werkgelegenheid
AWBZ: begeleiding en persoonlijke begeleiding
PGB: persoonsgebonden budget
EB: Eigen bijdrage
Zie filmpje over AWBZ-transitie !!
Beleid is het streven naar oplossingen met bepaalde middelen in een bepaalde tijdsvolgorde ->
beleidsinstrumenten: de middelen
Beleidsadvies: een suggestie geven voor het oplossen van een probleem.
Beleidsarena: waarin beleid gemaakt / afgesproken / beinvloed wordt
Formele: gemeenteraad, provinciale staten, tweede kamer
Informele : alle plekken waar mensen samen komen en praten.
WC:
Analytisch rationeel perspectief:
1 agenda vorming (publieke + bestuurlijke = politieke agenda)
2 beleidsvorming (maken van beleid, oplossingen bedenken)
3 beleidsbepaling (beleidsmaker kiest uiteindelijk beleid)
4 Beleid uitvoering, naleving en handhaving
5 beleidsevaluatie (wat ging er goed, wat niet)
Voor en na elke stap is er een evaluatie.
Week 3:
HC
Beleid ontstaat bij problemen -> oplossen van problemen
AWBZ transitie -> ongestructureerd probleem
Format beleidsadvies:
Beleidsarena: plek waar mensen praten over problemen
Beleidsactoren: mensen die betrokken zijn bij een probleem
Krachten veld: belangen. Wie heeft belang bij het oplossen van het probleem
Beleidswetenschap (bedenken van oplossingen): bestudeert de doelmatigheid, doelgerichtheid en
democratie -> 3 belangrijke aspecten.
Efficiënt: heeft te maken met geld: goedkoop, kostengericht.
Effectief: heeft te maken met bruikzaamheid
Bestuurskunde (doen) -> wetenschappelijke discipline die zich bezig houdt met het openbaar
bestuur (bestuurskunde)
Openbaar bestuur: binnen de maatschappij
Privaat bestuur: bedrijfsleven (bedrijfskunde)
Openbaar bestuur heeft invloed op privaat bestuur (stem je op linkse partijen of rechtste?)
Openbaar bestuur kan soms niet op tegen de grootsheid van privaat bestuur (apple, google etc.)
Politiek is de maatschappelijke strijd om de macht.
Primaat (eerste) van de politiek (opvattingen van de mensen): de politiek gaat voor het ambtelijk
apparaat. -> ambtelijk apparaat dient zich aan te passen aan wat de inwoners willen. (zie Oekraïne:
minister is weg maar het ambtelijk apparaat, wat hem aanhangt, zit er nog)
Week 4:
HC
Twee manieren om problemen op te lossen: beleidskunde (denken)
Bottom up: van onderaf
Week 1:
WC:
Het schrijven van een beleidsadvies: Bestuurskunde en beleidskunde
Kernwoorden: actualiteit – sociale sector – politiek – participatiewet
Wat is beleid? Oplossing voor een maatschappelijk probleem
Actoren: mensne die betrokken zijn bij het oplossen van een maatschappelijk probleem.
Krachtenveld analyse: Het rangschikken van actoren die het meeste betrokken zijn bij het probleem.
Tv programma tegenlicht: komt terug in je tentamen
HC:
Actoren: je bent een actor als je je mond open trekt/ je mening laat horen.
Gestructureerd probleem: er moet kennis zijn + consensus over de maatstaven (iedere actor is het
hierover eens)
Matig gestructureerd probleem: als maar 1 van de 2 van hier boven bij een probleem aanwezig is.
Ongestructureerd probleem: als geen van de twee van de bovenstaande factoren bij een probleem
aanwezig is.
Polderen: overleggen tot je er bij neer valt of er uit komt -> poldermodel
Krachtenveld analyse: wie de machtigste actor is of wie het voor het zeggen heeft -> houdt deze
actor aan jouw kant!
Sociaal interactief perspectief: initiatief van onder af -> bottom up
Analytisch rationeel perspectief: initiatief van boven af -> top down
Inspraak: nadat het beleid is gemaakt mag je er wat van zeggen
Week 2:
WC
1 openbaar bestuur: het bestuur van de openbare ruimte (voor ons alle toegankelijk). -> public
management.
Bestuur = public management
2 privé bestuur: bestuur waar de overheid geen directe invloed op heeft (thuis/bedrijven) -> private
management.
Willem Drees: stichter verzorgingsstaat + aannemer AOW
Johan Cruijff: sociaal ondernemer: foundation. Leefbaarheid.
Jan Schaeterpad: geschriften nakomen ‘’in gelul kan je niet wonen’’
Sociale werkplaats: waar beperkten kunnen mee werken in de maatschappij.
Beleid: voor uit moeten lopen op de ontwikkeling die nog komen gaan (preventief)
Beleid: is voor de politiek (of management) officieel bekrachtig plan voor het oplossen van ene
probleem
Opvallen op de arbeidsmarkt: extra cursussen. -> Vrijwilligers nemen banen over
Beleidskunde = wat?
Bestuurskunde = hoe?
Gemeentelijk bestuur : ambtelijke -> college B&W -> college raad
Wil je een verandering? Ga naar de raad
Wil je iets op de agenda? Ga naar de raad
Raad is het belangrijkste
Sociale realiteit: verschillende mensen in de samenleving
Fysieke realiteit: gebouwen, wegen, parken, scholen etc. alles wat je kan waarnemen, infrastructuur
, Economische realiteit: bedrijven, werkgelegenheid
AWBZ: begeleiding en persoonlijke begeleiding
PGB: persoonsgebonden budget
EB: Eigen bijdrage
Zie filmpje over AWBZ-transitie !!
Beleid is het streven naar oplossingen met bepaalde middelen in een bepaalde tijdsvolgorde ->
beleidsinstrumenten: de middelen
Beleidsadvies: een suggestie geven voor het oplossen van een probleem.
Beleidsarena: waarin beleid gemaakt / afgesproken / beinvloed wordt
Formele: gemeenteraad, provinciale staten, tweede kamer
Informele : alle plekken waar mensen samen komen en praten.
WC:
Analytisch rationeel perspectief:
1 agenda vorming (publieke + bestuurlijke = politieke agenda)
2 beleidsvorming (maken van beleid, oplossingen bedenken)
3 beleidsbepaling (beleidsmaker kiest uiteindelijk beleid)
4 Beleid uitvoering, naleving en handhaving
5 beleidsevaluatie (wat ging er goed, wat niet)
Voor en na elke stap is er een evaluatie.
Week 3:
HC
Beleid ontstaat bij problemen -> oplossen van problemen
AWBZ transitie -> ongestructureerd probleem
Format beleidsadvies:
Beleidsarena: plek waar mensen praten over problemen
Beleidsactoren: mensen die betrokken zijn bij een probleem
Krachten veld: belangen. Wie heeft belang bij het oplossen van het probleem
Beleidswetenschap (bedenken van oplossingen): bestudeert de doelmatigheid, doelgerichtheid en
democratie -> 3 belangrijke aspecten.
Efficiënt: heeft te maken met geld: goedkoop, kostengericht.
Effectief: heeft te maken met bruikzaamheid
Bestuurskunde (doen) -> wetenschappelijke discipline die zich bezig houdt met het openbaar
bestuur (bestuurskunde)
Openbaar bestuur: binnen de maatschappij
Privaat bestuur: bedrijfsleven (bedrijfskunde)
Openbaar bestuur heeft invloed op privaat bestuur (stem je op linkse partijen of rechtste?)
Openbaar bestuur kan soms niet op tegen de grootsheid van privaat bestuur (apple, google etc.)
Politiek is de maatschappelijke strijd om de macht.
Primaat (eerste) van de politiek (opvattingen van de mensen): de politiek gaat voor het ambtelijk
apparaat. -> ambtelijk apparaat dient zich aan te passen aan wat de inwoners willen. (zie Oekraïne:
minister is weg maar het ambtelijk apparaat, wat hem aanhangt, zit er nog)
Week 4:
HC
Twee manieren om problemen op te lossen: beleidskunde (denken)
Bottom up: van onderaf