→ Verplaats je in het dier om te weten wat links en rechts is
Sinistra/sinister = links
Dextra/dexter = rechts
Topografische termen:
1. Craniaal, kant van de schedel op
Caudaal, tegenhanger craniaal, richting
achterkant
2. Ventraal, aan de kant van de buik
Dorsaal, aan de kant van de rug
3. Proximaal, tegenhanger distaal, dicht bij de romp
Distaal, van de romp af
4. Rostraal, op de kop, naar de kant van de
neus toe
5. Centraal, dwarsdoorsnede, midden
Perifeer, dwarsdoorsnede, rand (huid vacht)
6. Lateraal, richting zijkant
Mediaal, richting midden / binnenzijde
Bewegings termen:
Flexie → buigen
Extensie → strekken
Abductie → bewegen van de middellijn af
Adductie → bewegen naar de middellijn toe
Circumductie → cirkelen
Exorotatie → binnenwaartse draaiing (om as)
Endorotatie → binnenwaartse draaiing (om as)
,Opbouw van een dier
Cellen → weefsel → organen → orgaanstelsels → organisme
Cel → kleinste functionele eenheid in een lichaam
● Heeft algemene celfuncties (die alle cellen hebben)
○ Opname zuurstof en voedingsstoffen
○ Het omzetten ervan naar bijvoorbeeld eiwitten
● Elk type cel heeft ook specialistische functies
○ Bijvoorbeeld een rode bloedcel is gespecialiseerd in het vervoeren van zuurstof
Weefsel → groep cellen met dezelfde vorm en functie
● Muscular tissue
○ Spierweefsel
● Nervous tissue
○ Zenuwweefsel
● Epithelial tissue
○ Epitheel (opperhuid, slijmvliezen)
● Connective tissue
○ Steunweefsel = bindweefsel, kraakbeen, bot, vet
Orgaan → een deel van het organisme met een speciale taak
● Hierin werken verschillende weefsels samen
Orgaanstelsel → Hierin werken verschillende organen samen aan een hoger doel
Orgaansystemen
, Skelet
Functies
● Steun
● Bescherming
● Opslag mineralen → Calcium
● Aanmaken rode bloedcellen
Plaatje met bot namen hond, als het goed is ingevuld in de les.
Belangrijkste verschillen mens en dier
● Dieren hebben geen sleutelbeen (alleen primaten)
● Verhoudingen anders
● Afplatting borstkas; mens DV, dier LL
● Steunoppervlak extremiteiten
○ Mens → zoolganger
○ Paard → topteenganger
○ Overige dieren daar tussenin (teengangers)
Opbouw van het bot
● Steunweefsel met stevige tussencelstof: 2/3de kalkzouten: hydroxyapatiet
● Veerkracht door 1/3de de collageenvezels
● Lamellaire bouw voor stevigheid
● Binnen lamel dezelfde vezelrichting
Onderdelen
1. Periost (beenvlies, botvlies)
2. Substantia compacta (hard botweefsel)
● In buitenste laag van het bot
3. Substantia spongiosa (sponsachtig botweefsel)
● In epifysen van pijpbeenderen en overige beenderen
Dwarsdoorsnede einde pijpbeen
● Knopig uiteinde spons
● Beenmerg midden