Motivatie:
Intrinsiek: Vanuit eigen drijfveer, behoeften en ambitie (komt uit zichzelf in
beweging)
Extrinsiek: Salaris, opgelegde doelen en beloningen/verplichtingen (komt
door externe prikkels in beweging)
Behoeften (weet het verschil en overeenkomst)
Maslow
o Deprivatie (onbevredigde behoefte) van behoefte
lijdt tot activatie. Wanneer er tekort is, komt men in
beweging of juist het tegenovergestelde gebeurd
o Behoefte zijn hiërarchisch geordend (eerste
moeten andere behoeften bevredigd worden)
ERG-Theorie
o Existentiële behoeften: Behoefte aan materiele
zekerheid, hier vallen € en werkomstandigheden ook
onder. (Fysiologische en veiligheidsbehoeften)
o Rationele behoeften: Goede relatie met andere, en aan liefde en
vriendschap.
(Sociale- en erkenningsbehoeften)
o Groeibehoeften: Behoefte aan persoonlijke groei en ontplooiing.
(zelfactualisatiebehoefte, erkeningsbehoefte, groeibehoefte)
McClelland: Eigen behoefteprofiel
o Prestatiebehoeften: Mensen zullen vooral gericht zijn op het leveren van
goede prestaties.
o Machtsbehoefte: Mensen streven naar invloed en controle over anderen. Ze
proberen posities te bereiken.
o Affiliatiebehoefte: Mensen zijn gericht op schepen van goede relaties met
andere.
o Gaat uit van aangeleerde behoeftes
Overeenkomst: op moment dat de motivatie te kort is dan zijn mensen
gemotiveerd deze te bevredigen (deprivatie)
Verschil: Bij Maslow is heel veel hiërarchisch (eerst het ene en dan het andere)
en ERG-Theorie kunnen verschillende behoeftes samen gaan er is dus geen
sprake van een vaste ordering
Situatie zorgt voor de motivatie:
Trail and error: Missen en gissen (aanpassen gedragspatronen)
Wet van het effect: Het effect geeft weer hoe je je opstelt in een bepaalde
situatie. De gevolgen van een handeling bepalen of iemand de neiging heeft om
de handeling te herhalen of achter wegen te laten
Verwachtingstheorie: het is een overweging proces (de verwachting van een
persoon om zich in te spannen)
Inspanning-prestatieverwachting
Prestatie-opbreng verwachting
Waarde van de opbrengst
Attributietheorie:
Intern: Kijken naar jezelf
, Extern: Andere factoren dan jezelf
Niveaus van maatschappelijk ondernemen:
Compliance – wet- en regelgeving (ex)
MVO – Je moet voldoen aan de (ex)
Meervoudige waarde creatie (in)
Social company (in)
Bedrijfsethiek
Ethiek: vakgebied dat de moraal van een groep bestudeert.
Moraal: verzameling van waarden, normen en deugden in een cultuur.
Waarden: beginselen die men binnen een gemeenschap juist en
nastrevenswaardig vindt. (Waarden zijn een abstractie van normen)
Normen: gedragsregels die voorschrijven wat men behoort te doen of te laten.
(Normen zijn een concretisering van waarden).
Deugden: een eigenschap van een mens dat gericht is op goed handelen.
Integriteitsmanagement: Hoe zorg je ervoor dat mensen zich aan de regels en
procedures houden. Het doel is betrouwbaarheid, veilige werkomgeving etc.
Stadia van morele ontwikkeling:
Pre conventioneel
o Niveau 1 straffen (Ex)
o Niveau 2 belonen (Ex)
Conventioneel
o Niveau 3 andere kijken positief naar je (Ex)
o Niveau 4 normaal om je aan de situatie houden (in)
Post conventioneel
o Niveau 5 Sociaal contract (in)
o Niveau 6 universele principes betekend niet aan de regels houden
(In)
Groep en team:
Intrinsiek: Vanuit eigen drijfveer, behoeften en ambitie (komt uit zichzelf in
beweging)
Extrinsiek: Salaris, opgelegde doelen en beloningen/verplichtingen (komt
door externe prikkels in beweging)
Behoeften (weet het verschil en overeenkomst)
Maslow
o Deprivatie (onbevredigde behoefte) van behoefte
lijdt tot activatie. Wanneer er tekort is, komt men in
beweging of juist het tegenovergestelde gebeurd
o Behoefte zijn hiërarchisch geordend (eerste
moeten andere behoeften bevredigd worden)
ERG-Theorie
o Existentiële behoeften: Behoefte aan materiele
zekerheid, hier vallen € en werkomstandigheden ook
onder. (Fysiologische en veiligheidsbehoeften)
o Rationele behoeften: Goede relatie met andere, en aan liefde en
vriendschap.
(Sociale- en erkenningsbehoeften)
o Groeibehoeften: Behoefte aan persoonlijke groei en ontplooiing.
(zelfactualisatiebehoefte, erkeningsbehoefte, groeibehoefte)
McClelland: Eigen behoefteprofiel
o Prestatiebehoeften: Mensen zullen vooral gericht zijn op het leveren van
goede prestaties.
o Machtsbehoefte: Mensen streven naar invloed en controle over anderen. Ze
proberen posities te bereiken.
o Affiliatiebehoefte: Mensen zijn gericht op schepen van goede relaties met
andere.
o Gaat uit van aangeleerde behoeftes
Overeenkomst: op moment dat de motivatie te kort is dan zijn mensen
gemotiveerd deze te bevredigen (deprivatie)
Verschil: Bij Maslow is heel veel hiërarchisch (eerst het ene en dan het andere)
en ERG-Theorie kunnen verschillende behoeftes samen gaan er is dus geen
sprake van een vaste ordering
Situatie zorgt voor de motivatie:
Trail and error: Missen en gissen (aanpassen gedragspatronen)
Wet van het effect: Het effect geeft weer hoe je je opstelt in een bepaalde
situatie. De gevolgen van een handeling bepalen of iemand de neiging heeft om
de handeling te herhalen of achter wegen te laten
Verwachtingstheorie: het is een overweging proces (de verwachting van een
persoon om zich in te spannen)
Inspanning-prestatieverwachting
Prestatie-opbreng verwachting
Waarde van de opbrengst
Attributietheorie:
Intern: Kijken naar jezelf
, Extern: Andere factoren dan jezelf
Niveaus van maatschappelijk ondernemen:
Compliance – wet- en regelgeving (ex)
MVO – Je moet voldoen aan de (ex)
Meervoudige waarde creatie (in)
Social company (in)
Bedrijfsethiek
Ethiek: vakgebied dat de moraal van een groep bestudeert.
Moraal: verzameling van waarden, normen en deugden in een cultuur.
Waarden: beginselen die men binnen een gemeenschap juist en
nastrevenswaardig vindt. (Waarden zijn een abstractie van normen)
Normen: gedragsregels die voorschrijven wat men behoort te doen of te laten.
(Normen zijn een concretisering van waarden).
Deugden: een eigenschap van een mens dat gericht is op goed handelen.
Integriteitsmanagement: Hoe zorg je ervoor dat mensen zich aan de regels en
procedures houden. Het doel is betrouwbaarheid, veilige werkomgeving etc.
Stadia van morele ontwikkeling:
Pre conventioneel
o Niveau 1 straffen (Ex)
o Niveau 2 belonen (Ex)
Conventioneel
o Niveau 3 andere kijken positief naar je (Ex)
o Niveau 4 normaal om je aan de situatie houden (in)
Post conventioneel
o Niveau 5 Sociaal contract (in)
o Niveau 6 universele principes betekend niet aan de regels houden
(In)
Groep en team: