PSBK Samenvatting
Week 1........................................................................................2
Hoorcollege.........................................................................................2
Week 2........................................................................................5
H1......................................................................................................5
H2......................................................................................................7
Hoorcollege.......................................................................................10
Week 3....................................................................................... 13
Hoorcollege.......................................................................................13
Week 4....................................................................................... 19
Hoorcollege.......................................................................................19
Literatuur..........................................................................................26
Week 5....................................................................................... 29
Hoorcollege.......................................................................................29
H4....................................................................................................34
H10...................................................................................................35
Week 6....................................................................................... 36
Hoorcollege.......................................................................................36
Literatuur..........................................................................................41
Week 7....................................................................................... 43
Hoorcollege.......................................................................................43
Literatuur..........................................................................................50
Week 8....................................................................................... 53
Hoorcollege.......................................................................................53
Literatuur..........................................................................................58
,Week 1
Hoorcollege
Pedagogiek moet gaan over perspectief, groei en over het handelen van volwassen
om die groei te stimuleren.
Optimisme -> algemene verwachtingen van mensen over toekomstige uitkomsten,
eigen invloed eigenlijk geen rol
Hoop -> inspanning en voorbereiding zorgt voor het kunnen bereiken van het doel
Voor de handelingsgerichte hoopgevende sociale pedagogiek moeten we (HOOP):
Ons meer richten op het perspectief van gemeenschappelijk handelen;
handelingsperspectief cultiveren
Kinderen en jongeren een onderzoekende en nieuwsgierige houding aanleren
Onderbreken van impulsieve oordelen en verlangens (door ouders/docent)
Optimisme -> gezonde dosis optimisme maakt gelukkiger, gezonder en
slimmer. Hierdoor moeten we sociale problemen met elkaar oplossen
Participatie bevorderen, want je leert door te doen. Kinderen moet je een
stem geven en ze moeten strijden voor hun idealen en samen een toekomst
opbouwen.
Pedagogische wetenschappen = houdt zich bezig met de wetenschappelijke
bestudering van de ontwikkeling en opvoeding van, en het onderwijs aan kinderen
en jongeren in een brede context (individueel-, groeps- en beleidsniveau), en
preventie, diagnostiek en behandeling van de problemen die daarbij kunnen
ontstaan.
Het is een handelingswetenschap = niet alleen beschrijven, verklaren, maar ook
proberen om tot concrete handelingsadviezen te komen (voorkomen, ontwikkeling
stimuleren)
Doordat het gaat over de brede context en het een handelingswetenschap is
onderscheid het zich van andere disciplines.
Wat is opvoeding?
Opvoeding gaat over het aanleren of onderwijzen van vaardigheden, gedrag,
normen en waarden en het stimuleren van interesses opdat kinderen competent
kunnen functioneren binnen de cultuur en maatschappij waarin ze opgroeien ->
hierin hebben niet alleen de ouders invloed
,Opvoeding hangt samen met socialisatie, omdat er voortdurende interactie is
tussen het individu en de context waarin diegene zich bevindt.
Cultuur sensitiviteit = het bewustzijn dat de eigen normen, waarden en behoeften
niet voor iedereen gelden. Want je wordt gesocialiseerd in een bepaalde cultuur, en
de normen/waarden zijn niet normatief.
Wat doen pedagogen?
Pedagogen zijn vaak niet direct met het kind bezig. Pedagogen zijn betrokken bij
een breed spectrum van ontwikkelings-, opvoedings-, en onderwijs gerelateerde
vragen: van vragen over alledaagse situaties tot situaties die bedreigend zijn voor
een kind of zijn omgeving, op het vlak van zowel preventie als interventie. De
pedagoog heeft daarbij niet altijd direct contact met opvoeders en kinderen, maar
kan ook ondersteuning bieden aan de professional die dat directe contact wel heeft.
In alle hoedanigheden leveren pedagogen een bijdrage aan de optimale
ontwikkeling van het kind.
Stromingen binnen de Pedagogische Wetenschappen:
Geesteswetenschappelijke stroming: Stroming waarbij de focus ligt op de belevingswereld en
het gevoel van het kind
- Beschrijven en werkelijk begrijpen van het opvoeden tussen kind en opvoeder, om zo tot een
dieper inzicht te komen. Iedere situatie is uniek, dus je moet continu zelf bij reflecteren,
pedagoog kan helpen met evalueren. Je moet het kind begrijpen zoals het is -> Langeveld.
- Opvoeders zijn gidsen en begeleiders, als de opvoeding geslaagd is zijn het kind en opvoeder
gelijk en is er geen sprake meer van een opvoedsituatie.
- Normatief, want constant reflecteren en wat is er goed?
- Vrije school, montessori: Het gaat om meer dan alleen de cognitieve ontwikkeling, dus we
moeten kijken naar de individuele ontwikkeling
- Langeveld
Empirisch analytische stroming: op systematische wijze pedagogische handelingen, methoden,
programma's, therapieën uitproberen en kijken of er sprake is van een pedagogisch effect.
- Focus op gedrag van kinderen en de omgeving, gaat minder over het gevoel en het individu. Ze
zijn geïnteresseerd in algemeenheden. Het is belangrijk om zaken te bewijzen en
objectiveerbaar te maken en je wilt kunnen voorspellen. Empirisch, kwantitatief onderzoek met
statistische onderbouwing en hypotheses
- Onderwijs: invoering Cito-toetsen
- De groot
Kritisch emancipatorische stroming: geesteswetenschappelijke stroming focust zich te veel op
het individu, op andere stroming op grote groepen met wetmatigheden wat bijna een opvoed
psychologie is geworden. -> waar is de maatschappij dan eigenlijk?
- Het gaat om betere algemene omstandigheden te creëren voor kinderen.
Deficit thinking: denkwijze van docenten/professionals: sommige studenten hebben
bepaalde gebreken of tekorten die de achterstanden verklaren -> de
, tekortkomingen worden benadrukt en het is een excuus om de ongelijkheid in stand
te houden
Medical model: focus ligt erg op de stoornis of handicap, niet op de behoeften ->
behandeling van specifiek de handicap/ stoornis, niet op wat er in de gehele
omgeving kan veranderen
Nu: postive youth development -> focus op diverse behoeften van kinderen, hun
mogelijkheden en potenties. Interventies zijn nodig, maar ga weg van de
stoornissen en tekortkomingen. Wat is er nodig om alle kinderen en jongeren
optimaal te laten kunnen participeren in de samenleving?
- De belangen van het kind zijn belangrijk, degelijk onderzoek en goede theorieën
ook en kwesties uit de maatschappij zijn belangrijk.
Micha de Winter: handelsgerichte hoopgevende sociale pedagogiek = minder
gericht op problematiseren en meer gericht op groei, minder individueel en
meer sociaal.
- Er ligt een grote nadruk op het initiatief en participatie van kinderen en
jongeren zelf, bijv. Vreedzame School (= programma voor sociale
competentie én democratisch burgerschap), later is daar ook de Vreedzame
Wijk bijgekomen.
Week 1........................................................................................2
Hoorcollege.........................................................................................2
Week 2........................................................................................5
H1......................................................................................................5
H2......................................................................................................7
Hoorcollege.......................................................................................10
Week 3....................................................................................... 13
Hoorcollege.......................................................................................13
Week 4....................................................................................... 19
Hoorcollege.......................................................................................19
Literatuur..........................................................................................26
Week 5....................................................................................... 29
Hoorcollege.......................................................................................29
H4....................................................................................................34
H10...................................................................................................35
Week 6....................................................................................... 36
Hoorcollege.......................................................................................36
Literatuur..........................................................................................41
Week 7....................................................................................... 43
Hoorcollege.......................................................................................43
Literatuur..........................................................................................50
Week 8....................................................................................... 53
Hoorcollege.......................................................................................53
Literatuur..........................................................................................58
,Week 1
Hoorcollege
Pedagogiek moet gaan over perspectief, groei en over het handelen van volwassen
om die groei te stimuleren.
Optimisme -> algemene verwachtingen van mensen over toekomstige uitkomsten,
eigen invloed eigenlijk geen rol
Hoop -> inspanning en voorbereiding zorgt voor het kunnen bereiken van het doel
Voor de handelingsgerichte hoopgevende sociale pedagogiek moeten we (HOOP):
Ons meer richten op het perspectief van gemeenschappelijk handelen;
handelingsperspectief cultiveren
Kinderen en jongeren een onderzoekende en nieuwsgierige houding aanleren
Onderbreken van impulsieve oordelen en verlangens (door ouders/docent)
Optimisme -> gezonde dosis optimisme maakt gelukkiger, gezonder en
slimmer. Hierdoor moeten we sociale problemen met elkaar oplossen
Participatie bevorderen, want je leert door te doen. Kinderen moet je een
stem geven en ze moeten strijden voor hun idealen en samen een toekomst
opbouwen.
Pedagogische wetenschappen = houdt zich bezig met de wetenschappelijke
bestudering van de ontwikkeling en opvoeding van, en het onderwijs aan kinderen
en jongeren in een brede context (individueel-, groeps- en beleidsniveau), en
preventie, diagnostiek en behandeling van de problemen die daarbij kunnen
ontstaan.
Het is een handelingswetenschap = niet alleen beschrijven, verklaren, maar ook
proberen om tot concrete handelingsadviezen te komen (voorkomen, ontwikkeling
stimuleren)
Doordat het gaat over de brede context en het een handelingswetenschap is
onderscheid het zich van andere disciplines.
Wat is opvoeding?
Opvoeding gaat over het aanleren of onderwijzen van vaardigheden, gedrag,
normen en waarden en het stimuleren van interesses opdat kinderen competent
kunnen functioneren binnen de cultuur en maatschappij waarin ze opgroeien ->
hierin hebben niet alleen de ouders invloed
,Opvoeding hangt samen met socialisatie, omdat er voortdurende interactie is
tussen het individu en de context waarin diegene zich bevindt.
Cultuur sensitiviteit = het bewustzijn dat de eigen normen, waarden en behoeften
niet voor iedereen gelden. Want je wordt gesocialiseerd in een bepaalde cultuur, en
de normen/waarden zijn niet normatief.
Wat doen pedagogen?
Pedagogen zijn vaak niet direct met het kind bezig. Pedagogen zijn betrokken bij
een breed spectrum van ontwikkelings-, opvoedings-, en onderwijs gerelateerde
vragen: van vragen over alledaagse situaties tot situaties die bedreigend zijn voor
een kind of zijn omgeving, op het vlak van zowel preventie als interventie. De
pedagoog heeft daarbij niet altijd direct contact met opvoeders en kinderen, maar
kan ook ondersteuning bieden aan de professional die dat directe contact wel heeft.
In alle hoedanigheden leveren pedagogen een bijdrage aan de optimale
ontwikkeling van het kind.
Stromingen binnen de Pedagogische Wetenschappen:
Geesteswetenschappelijke stroming: Stroming waarbij de focus ligt op de belevingswereld en
het gevoel van het kind
- Beschrijven en werkelijk begrijpen van het opvoeden tussen kind en opvoeder, om zo tot een
dieper inzicht te komen. Iedere situatie is uniek, dus je moet continu zelf bij reflecteren,
pedagoog kan helpen met evalueren. Je moet het kind begrijpen zoals het is -> Langeveld.
- Opvoeders zijn gidsen en begeleiders, als de opvoeding geslaagd is zijn het kind en opvoeder
gelijk en is er geen sprake meer van een opvoedsituatie.
- Normatief, want constant reflecteren en wat is er goed?
- Vrije school, montessori: Het gaat om meer dan alleen de cognitieve ontwikkeling, dus we
moeten kijken naar de individuele ontwikkeling
- Langeveld
Empirisch analytische stroming: op systematische wijze pedagogische handelingen, methoden,
programma's, therapieën uitproberen en kijken of er sprake is van een pedagogisch effect.
- Focus op gedrag van kinderen en de omgeving, gaat minder over het gevoel en het individu. Ze
zijn geïnteresseerd in algemeenheden. Het is belangrijk om zaken te bewijzen en
objectiveerbaar te maken en je wilt kunnen voorspellen. Empirisch, kwantitatief onderzoek met
statistische onderbouwing en hypotheses
- Onderwijs: invoering Cito-toetsen
- De groot
Kritisch emancipatorische stroming: geesteswetenschappelijke stroming focust zich te veel op
het individu, op andere stroming op grote groepen met wetmatigheden wat bijna een opvoed
psychologie is geworden. -> waar is de maatschappij dan eigenlijk?
- Het gaat om betere algemene omstandigheden te creëren voor kinderen.
Deficit thinking: denkwijze van docenten/professionals: sommige studenten hebben
bepaalde gebreken of tekorten die de achterstanden verklaren -> de
, tekortkomingen worden benadrukt en het is een excuus om de ongelijkheid in stand
te houden
Medical model: focus ligt erg op de stoornis of handicap, niet op de behoeften ->
behandeling van specifiek de handicap/ stoornis, niet op wat er in de gehele
omgeving kan veranderen
Nu: postive youth development -> focus op diverse behoeften van kinderen, hun
mogelijkheden en potenties. Interventies zijn nodig, maar ga weg van de
stoornissen en tekortkomingen. Wat is er nodig om alle kinderen en jongeren
optimaal te laten kunnen participeren in de samenleving?
- De belangen van het kind zijn belangrijk, degelijk onderzoek en goede theorieën
ook en kwesties uit de maatschappij zijn belangrijk.
Micha de Winter: handelsgerichte hoopgevende sociale pedagogiek = minder
gericht op problematiseren en meer gericht op groei, minder individueel en
meer sociaal.
- Er ligt een grote nadruk op het initiatief en participatie van kinderen en
jongeren zelf, bijv. Vreedzame School (= programma voor sociale
competentie én democratisch burgerschap), later is daar ook de Vreedzame
Wijk bijgekomen.