Werken aan Normatieve
Professionaliteit
Inhoud
HC1................................................................................................................................2
Literatuur week 1: Van Hees H10.................................................................................2
HC2................................................................................................................................5
Literatuur week 2: van Hees H1...................................................................................6
Literatuur week 2: De Jong en Snik.............................................................................9
HC3..............................................................................................................................10
Literatuur week 3.......................................................................................................12
HC4..............................................................................................................................16
Literatuur: Hoofdstuk 4..............................................................................................19
HC5..............................................................................................................................23
Literatuur: Hoofdstuk 6..............................................................................................26
Literatuur: Slavin........................................................................................................29
Literatuur: Biesta.......................................................................................................31
HC6..............................................................................................................................33
Literatuur: Hoofdstuk 7..............................................................................................36
,HC1
Wat heb je als filosofie als pedagoog? -> het kritisch reflecteren op het eigen denken en
handelen en het stellen van kritische vragen. Heb ik er goed aan gedaan? (normatieve vragen)
Hoofdzaken van argumentatieleer (deel van de logica)
- Meningsverschillen
- Regels van de kritische discussie
- Dialectische argumentatie
- Argumentatieschema: als hulpmiddel om argumentatie te begrijpen en kritische
vragen te formuleren
- De grenzen aan de kritische discussie -> er is geen principiële grens, want de
wetenschap ontwikkelt zich. Wel is er een praktische grens (tijd, geld). Je moet
handelen met de beste kennis die je tot nu toe bezit, met voorzichtigheid
Literatuur week 1: Van Hees H10
Logica en argumentatietheorie is een deel van de filosofie dat zich bezighoudt met
wanneer redeneringen kloppen en welke niet en onder welke omstandigheden een
argumentatie hout snijdt.
Geuit meningsverschil/ geschil -> 1 meningsuiting van een gesprekspartner en een
andere uiting waaruit blijkt dat die de mening niet deelt.
, 1. Gemengd enkelvoudig geschil: positief en negatief standpunt
2. Niet-gemengd enkelvoudig geschil
3. Gemengd meervoudig geschil
4. Niet-gemengd meervoudig geschil
Strijdige proposities (niet beiden waar):
- Tegengesteld: niet beiden waar, niet beiden onwaar -> 1 twistpunt
- Contrair: niet beiden waar, wel beiden onwaar -> 2 of meer twistpunten
Discussievormen:
1. Kritische discussie: gericht op het oplossen van het geschil
2. Informatieve discussie: ene gesprekspartner beschikt over kennis en ander
probeert dat door te vragen te weten te komen
3. Onderzoeksdiscussie: geen gesprekspartner neemt nog een standpunt in
4. Beraadslagingen: gaat over hoe te handelen of welke koers volgen
5. Ruzies: wel een geschil, maar niet het oplossen als doel
6. Twistgesprekken: winnaar worden van de discussie, redelijkheid speelt geen rol
7. Onderhandelingen
Beoordelen van argumentatie:
Discussieregels:
- Verdedigingplichtsregel: als je een standpunt naar voren brengt is het verplicht
deze als het gevraagd wordt te verdedigen.
Als dit niet gebeurt is er sprake van ontduiken van de bewijslast of
verschuiven van de bewijslast (drogreden)
- Standpunt regel: een aanval op een standpunt moet betrekking hebben op een
standpunt dat ook werkelijk door de andere partij naar voren is gebracht
Stroman: Het verdraaien van het standpunt van iemand en dat weerleggen
Kritiek:
- Houdbaarheidskritiek -> er ontstaat een subgeschil met een substandpunt
(nieuwe hoezo vraag)
- Bewijskrachtkritiek
, - Actieve kritiek -> hierbij neem je een standpunt in, kan een tegenwerping of
tegenargument zijn
- Drogredenkritiek: dit is kritiek op metaniveau, bijv. ignoratio elenchi (=
aanvoeren van geheel irrelevante argumenten)
Argumentatiestructuren
1. Onderschikkende argumentatie
2. Enkelvoudige argumentatie: bestaat meestal uit 1 standpunt en 2 argumenten,
waarvan 1 verzwegen argument
3. Cumulatief nevenschikkende argumentatie
4. Complementair nevenschikkende argumentatie: een complementair argument
ondervangt een bezwaar op het hoofdargument
5. Meervoudige argumentatie
Dialectische argumentatietheorie = interpreteert argumentatieve monologen als
impliciete kritische discussies
Beoordelen van argumentatie
Vanuit het deelnemersperspectief beoordeel je uitgangspunten en redeneringen vanuit je
eigen inzichten, en vanuit een theoretisch perspectief ga je uit van de inzichten die gelden
voor de gesprekspartners of het gezelschap (discussiecultuur). Het is aan te raden om je
te houden aan het welwillendheidsbeginsel (= voorkeur gaat uit naar de keus voor
redelijke argumentatie, en aan sterke argumentatie -> iedere discussiezet als redelijke
bijdrage aan de discussie interpreteren)
- Afvragen of er drogredenen in voorkomen
Argumentum ad hominem: persoonlijke aanval -> dit is een overtreding
van de vrijheidsregel. Een vorm van deze drogreden is de tu quoque,
hierbij wijs je je gesprekpartner erop dat de beweringen niet in
overeenstemming zijn met zijn of haar gedrag.
Argumentum ad populum: emoties van het volk bespelen
Argumentum ad verecundiam: jezelf naar voren schuiven als iemand die
het allemaal wel weet. De laatste twee drogreden zijn voorbeelden van
overtreding van de relevantieregel (= je mag alleen een standpunt
verdedigen met argumentatie die op dit standpunt betrekking heeft)
Professionaliteit
Inhoud
HC1................................................................................................................................2
Literatuur week 1: Van Hees H10.................................................................................2
HC2................................................................................................................................5
Literatuur week 2: van Hees H1...................................................................................6
Literatuur week 2: De Jong en Snik.............................................................................9
HC3..............................................................................................................................10
Literatuur week 3.......................................................................................................12
HC4..............................................................................................................................16
Literatuur: Hoofdstuk 4..............................................................................................19
HC5..............................................................................................................................23
Literatuur: Hoofdstuk 6..............................................................................................26
Literatuur: Slavin........................................................................................................29
Literatuur: Biesta.......................................................................................................31
HC6..............................................................................................................................33
Literatuur: Hoofdstuk 7..............................................................................................36
,HC1
Wat heb je als filosofie als pedagoog? -> het kritisch reflecteren op het eigen denken en
handelen en het stellen van kritische vragen. Heb ik er goed aan gedaan? (normatieve vragen)
Hoofdzaken van argumentatieleer (deel van de logica)
- Meningsverschillen
- Regels van de kritische discussie
- Dialectische argumentatie
- Argumentatieschema: als hulpmiddel om argumentatie te begrijpen en kritische
vragen te formuleren
- De grenzen aan de kritische discussie -> er is geen principiële grens, want de
wetenschap ontwikkelt zich. Wel is er een praktische grens (tijd, geld). Je moet
handelen met de beste kennis die je tot nu toe bezit, met voorzichtigheid
Literatuur week 1: Van Hees H10
Logica en argumentatietheorie is een deel van de filosofie dat zich bezighoudt met
wanneer redeneringen kloppen en welke niet en onder welke omstandigheden een
argumentatie hout snijdt.
Geuit meningsverschil/ geschil -> 1 meningsuiting van een gesprekspartner en een
andere uiting waaruit blijkt dat die de mening niet deelt.
, 1. Gemengd enkelvoudig geschil: positief en negatief standpunt
2. Niet-gemengd enkelvoudig geschil
3. Gemengd meervoudig geschil
4. Niet-gemengd meervoudig geschil
Strijdige proposities (niet beiden waar):
- Tegengesteld: niet beiden waar, niet beiden onwaar -> 1 twistpunt
- Contrair: niet beiden waar, wel beiden onwaar -> 2 of meer twistpunten
Discussievormen:
1. Kritische discussie: gericht op het oplossen van het geschil
2. Informatieve discussie: ene gesprekspartner beschikt over kennis en ander
probeert dat door te vragen te weten te komen
3. Onderzoeksdiscussie: geen gesprekspartner neemt nog een standpunt in
4. Beraadslagingen: gaat over hoe te handelen of welke koers volgen
5. Ruzies: wel een geschil, maar niet het oplossen als doel
6. Twistgesprekken: winnaar worden van de discussie, redelijkheid speelt geen rol
7. Onderhandelingen
Beoordelen van argumentatie:
Discussieregels:
- Verdedigingplichtsregel: als je een standpunt naar voren brengt is het verplicht
deze als het gevraagd wordt te verdedigen.
Als dit niet gebeurt is er sprake van ontduiken van de bewijslast of
verschuiven van de bewijslast (drogreden)
- Standpunt regel: een aanval op een standpunt moet betrekking hebben op een
standpunt dat ook werkelijk door de andere partij naar voren is gebracht
Stroman: Het verdraaien van het standpunt van iemand en dat weerleggen
Kritiek:
- Houdbaarheidskritiek -> er ontstaat een subgeschil met een substandpunt
(nieuwe hoezo vraag)
- Bewijskrachtkritiek
, - Actieve kritiek -> hierbij neem je een standpunt in, kan een tegenwerping of
tegenargument zijn
- Drogredenkritiek: dit is kritiek op metaniveau, bijv. ignoratio elenchi (=
aanvoeren van geheel irrelevante argumenten)
Argumentatiestructuren
1. Onderschikkende argumentatie
2. Enkelvoudige argumentatie: bestaat meestal uit 1 standpunt en 2 argumenten,
waarvan 1 verzwegen argument
3. Cumulatief nevenschikkende argumentatie
4. Complementair nevenschikkende argumentatie: een complementair argument
ondervangt een bezwaar op het hoofdargument
5. Meervoudige argumentatie
Dialectische argumentatietheorie = interpreteert argumentatieve monologen als
impliciete kritische discussies
Beoordelen van argumentatie
Vanuit het deelnemersperspectief beoordeel je uitgangspunten en redeneringen vanuit je
eigen inzichten, en vanuit een theoretisch perspectief ga je uit van de inzichten die gelden
voor de gesprekspartners of het gezelschap (discussiecultuur). Het is aan te raden om je
te houden aan het welwillendheidsbeginsel (= voorkeur gaat uit naar de keus voor
redelijke argumentatie, en aan sterke argumentatie -> iedere discussiezet als redelijke
bijdrage aan de discussie interpreteren)
- Afvragen of er drogredenen in voorkomen
Argumentum ad hominem: persoonlijke aanval -> dit is een overtreding
van de vrijheidsregel. Een vorm van deze drogreden is de tu quoque,
hierbij wijs je je gesprekpartner erop dat de beweringen niet in
overeenstemming zijn met zijn of haar gedrag.
Argumentum ad populum: emoties van het volk bespelen
Argumentum ad verecundiam: jezelf naar voren schuiven als iemand die
het allemaal wel weet. De laatste twee drogreden zijn voorbeelden van
overtreding van de relevantieregel (= je mag alleen een standpunt
verdedigen met argumentatie die op dit standpunt betrekking heeft)