Ontwikkelingsfasen
- Prenatal development: alles voor geboorte
- Infancy: geboorte tot 12 maanden
- Toddlerhood (peuters): 12-30 maanden
- Early childhood: 30 maanden tot 6 jaar
- Middle/late childhood: 6 jaar tot begin puberteit
- Adolescence: begin puberteit tot ongeveer 20 jaar
- Early adulthood: 20-30 jaar
- Established adulthood: 30-45 jaar
- Middle adulthood: 45-65 jaar
- Late adulthood: 65+ jaar
Testen van theorie
- Knock-out studies: veranderingen in genotype moet ook zorgen
voor verandering in fenotype
o Bv. gen uitschakelen en verandert er dan iets?
- Natuurlijke selectie in lab
o Fruitvliegjes gebruiken; sommige in donker leven en sommige
in het licht
Gebeurt het in werkelijkheid ook?
- Natuurlijke selectie in echte wereld
,Hoofdstuk 1: theorieën
Er zijn vijf theoretische perspectieven op gebied van
ontwikkelingspsychologie;
- Genetische psychologie: jaren 1890 – 1950
- Behaviorisme: jaren 1930-1950
- Cognitieve ontwikkelingspsychologie: 1957-heden
- Constructivisme: jaren 1950-heden
- Culturele psychologie: jaren 1980-heden
Freud focus op seks
- Seksuele motivatie is wel belangrijk bij veel gedrag, zoals status en
reputatie
o Attachment theory: manier van relaties opstellen met
ouders is ook later van invloed op andere relaties
- Focus lag op motivatie, persoonlijkheid en identiteit
- Gedrag wordt gestuurd door 3 ‘agents’ in je hoofd;
o Id = impulsief
o Superego = super rationele deel
o Ego = daartussen, balans houden
Genetische perspectief: de ontwikkeling van individuen wordt begrepen
door de lens van genetische factoren (endogene factoren; invloeden
binnen het kind)
G. Stanley Hall, Arnold Gesell, en Erik Erikson
o Hall de ontwikkeling van een kind weerspiegelt de
evolutionaire geschiedenis van de mens
Herbeleving en herhaling zorgt voor ontwikkeling
Pigmoid fase van evolutie: leeftijd waarop kind geniet
van activiteiten zoals jagen en vechten
o Gesell benadrukte de rol van biologische factoren, met zijn
maturatietheorie die universele patronen in de ontwikkeling
van kinderen suggereerde
Groei is onderhevig aan algemene wetten; interactie
kind met omgeving
o Erikson verrijkte het genetische perspectief met zijn
psychosociale ontwikkelingstheorie, waarin genetische
factoren en sociale invloeden samenwerken
Cultuur speelt een tol
Elke stadia is een soort crisis; noodzakelijk keerpunt
,Theory of identity development (Erikson) = ontwikkeling door interne
conflicten op te lossen
- Leeftijden zijn twijfelachtig
- Voornamelijk op het Westen gericht
- Geeft geen verklaring voor plotselinge identiteitsveranderingen
De Child Study Movement richtte zich op systematisch onderzoek naar
kinderen om een dieper begrip van hun ontwikkeling te verkrijgen, waarbij
wetenschappelijke methoden werden toegepast om de interactie tussen
genetische aanleg en omgevingsinvloeden te bestuderen.
Het behavioristische perspectief concentreert zich op observeerbaar
gedrag en de invloed van externe stimuli.
Watson, Pavlov, Skinner, en Bandura
o Watson benadrukte observeerbaar gedrag
Little Albert onderzoek; rat + hard geluid zorgde voor
angst naar rat
= generalisatie; dus ook naar andere dieren
o Pavlov toonde klassieke conditionering aan
o Skinner operante conditionering
Gesproken taal
Mands = spraakhandelingen die voortkomen uit
staat van ontbering of verzadiging (bv. water
roepen bij dorst)
Tacts = spraakhandelingen die contact maken
met omgeving (‘het is vandaag warm’)
Onderzoek binnen het behavioristische perspectief maakte gebruik van
experimenten en observaties om gedrag en de invloed van stimuli te
bestuderen.
Exogene factoren; invloeden van buiten het kind
o Beloningen en strafprocessen
, De cognitieve ontwikkelingspsychologie: richt zich op mentale
processen en interne representaties bij het verwerven van kennis
De computer metafoor wordt gebruikt om menselijk denken te
begrijpen
o Chomsky's benadrukte het aangeboren taalvermogen, en
onderzoeksmethoden omvatten technologie zoals MRI en EEG
om hersenactiviteit te meten
o Zowel exogene als endogene factoren spelen een rol
Verzamelen van informatie en reconstrueren van
mentale representaties
Theorietheorie = ieder van ons construeert een andere theorie,
waardoor we verschillende ervaringen hebben
o Bandura bracht het sociaal cognitieve perspectief in,
waarin observatie, imitatie, en cognitieve factoren belangrijk
zijn
Bobo-pop; agressiever bij geweldspellen spelen
Zelfregulatie in drie stappen;
Zelfobservatie; eigen gedrag in gaten houden
Oordelen; uitgeoefende gedrag vergelijken met
standaard
Zelfreactie; zichzelf belonen of straffen
Het culturele perspectief: benadrukt de invloed van cultuur op
ontwikkeling
Lev Vygotsky's cultureel-historische theorie legde de basis voor het
begrip van de interactie tussen individuen en hun culturele
omgeving
o Dualisme = bewering dat er twee entiteiten zijn namelijk
mentale en materiële
Bewustzijn is een systeem van psychologische functies
(geheugen/perceptie/emotie)
Een doof persoon is niet gehandicapt, dit is die pas als
de maatschappij tekort komt en zo is georganiseerd
o Algemene genetische wet van culturele psychologie =
elke psychologische functie verschijnt 2x;
Sociaal + interpersoonlijk niveau
Individueel + intra-persoonlijk niveau
o Scaffolding: stijgers plaatsen omdat het niet op zichzelf kan
staan
Volwassenen begeleiden kinderen op deze wijze
Beperking van zelf ontwikkelen