Keuzedeel MBO niveau 4
1
,HOOFDSTUK 1: Oriëntatie op Hbo-opleidingen: beroepen, methoden en
technieken
Opzet van het HBO
Verschillen MBO en HBO
MBO:
• Voornamelijk gericht op leren en toepassen in de praktijk
• Stevige begeleiding tijdens studie en stage
HBO:
• Meer theorie en veel meer zelfstandig studeren
• Ook nadenken over de achtergronden bij de theorie (waarom?, hoe?)
• Je wordt wel begeleid maar er wordt veel zelfstandigheid en eigen initiatief verwacht
Dublin-descriptoren:
• Geven een overzicht van het benodigde eindniveau voor opleidingen in het hbo en
universitaire opleidingen.
• Geven goed het verschil weer tussen de eisen die worden gesteld aan de MBO-student en de
HBO-er.
• De Dublin-descriptoren (zie tabel op blz. 1.2):
o Kennis en inzicht
o Toepassen kennis en inzicht
o Oordeelsvorming
o Communicatie
o Leervaardigheden
•
2
,Een aantal termen verklaard (begrippen, vrij specifiek voor hbo):
• Synthetiseren: info van verschillende bronnen met elkaar in verband brengen/samenvoegen
tot een geheel
• Multidisciplinair denken/handelen: bestudeert info van verschillende kennisgebieden en legt
verbanden hiertussen
• Beroepsethiek: waarden en normen waaraan de professional zich bij de uitoefening van zijn
beroep moet houden
• Reflectie: nadenken over en weten wat u doet, waarom en hoe het resultaat van uw
handelen was. Voornaamste doel is hiervan te leren.
• Evidence-based handelen en denken: gebruikmaken van inzichten uit de wetenschap en die
toepassen op uw eigen leertraject of werk. Hangt samen met onderzoekende houding.
• Innovatieve houding: out of the box denken, nieuwe ideeën enthousiast en succesvol
verspreiden of overbrengen.
Organisatie van het HBO
• In het MBO:
o wordt gewerkt met kwalificatiedossiers -> hierin is vastgelegd wat een student moet
kennen en kunnen aan het einde van de opleiding.
o Binnen de SBB (Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) maken de
onderwijsinstellingen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven samen afspraken
over de kwalificering en examinering in het MBO -> dit wordt uitgewerkt in een
kwalificatiedossier.
o De SBB is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het bijhouden van de
kwalificatiedossiers.
o De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelt de dossiers vast.
o MBO- opleidingen worden aangeboden op 4 niveaus
• In het HBO:
o Worden verschillende soorten en niveaus opleidingen aangeboden:
▪ De bachelor
▪ De associate degree
▪ De HBO master
o Er wordt niet gewerkt met kwalificatiedossiers maar met het landelijk beroepsprofiel
-> hierin is opgenomen wat de student op hoofdlijnen moet kennen en kunnen.
o HBO-instellingen kunnen afwijken van de hoofdlijnen -> moeten dit wel gemotiveerd
doen en goed weergeven wat de afwegingen en redenen zijn voor de afwijking -> is
van belang voor de accreditatie van de opleiding.
o De accreditatie is een garantie dat een opleiding voldoen aan bepaalde (landelijk
vastgestelde) kwaliteitseisen.
o Een accreditatie wordt door ene onafhankelijke partij afgegeven -> voor het HBO is
dat de NVAO.
NVAO accreditatie (= Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie)
• Een keer in de 6 jaar worden HBO-opleidingen (opnieuw) geaccrediteerd door deze
overheidsinstelling.
• Beoordeling door een evaluatiepanel -> daarna neemt de NVAO een accreditatiebesluit
• Alleen opleidingen met een NVAO-accreditatie leiden op voor een diploma dat door de
overheid is erkend.
3
, Type opleidingen
• Associate degree (Ad):
o duurt 2 jaar
o qua niveau tussen MBO-4 en bachelor in
• Bachelor:
o Complete bachelor opleiding duurt 4 jaar
o start met propedeuse, moet je halen anders mag je vaak niet verder
o in 3e of 4e jaar vaak minor volgen (specialiseren of verbreden) -> verdien je 30
studiepunten (EC) mee. Om bachelor van 4 jaar af te ronden moet je 240 EC halen
• HBO-master:
o Kan na afronden va bachelor opleiding
o Duurt 1 of 2 jaar
o Is praktisch en beroepsgericht
o Verdieping van wat je geleerd hebt in bachelor opleiding
o meestal master gecombineerd met werken
NLQF (Nederlands Kwalificatieraamwerk)
• Standaard voor het beschrijven van het opleidingsniveau van studenten
• In Europees verband is dat de EQF (European Qualification Framework)
• Alle individuele landen hebben de EQF vertaald naar de eigen standaard -> in Nederland is
dat de NLQF
• Vakonafhankelijke definitie van het niveau waarop een afgestudeerde student zou moeten
kunnen functioneren.
Opleidingsvormen
• Deeltijd HBO-studie:
o aantal dagdelen per week onderwijs op een hogeschool
o vaak in de avonduren
o ook aantal dagen thuis studeren
• Duaal systeem:
o studie en betaalde baan afwisselen of combineren
▪ afwisselen: ene half jaar studeren, andere half jaar werken
▪ combineren: deel van de week studeren, andere deel werken
o studie en werk sluiten goed op elkaar aan
• Voltijd HBO-studie:
o elke dag colleges
o besteed ongeveer 40 uur per week aan studie
• Afstandsonderwijs:
o u studeert zelfstandig thuis
o contact met docenten en medestudenten is online
o opdrachten ook online inleveren
4