Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Grondslagen van het recht boek

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
34
Geüpload op
28-04-2025
Geschreven in
2024/2025

Alle literatuur uit het boek samengevat

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Inhoudsopgave
E-module: Belangrijke begrippen en de rechtsgang.........................................2

Week 1.......................................................................................................... 4
Hoofdstuk 1: Recht......................................................................................................... 4
Hoofdstuk 2: Indelingen in het recht...............................................................................6
Hoofdstuk 3: Rechtsbronnen........................................................................................... 8

Week 2........................................................................................................ 10
Hoofdstuk 4: De organisatie van de staat: wetgevende en bestuurlijke organisatie.....10
Hoofdstuk 6: Wetgeving...............................................................................................12

Week 3........................................................................................................ 13
Hoofdstuk 20: Internationaal recht...............................................................................13
Hoofdstuk 21: Recht der internationale organisaties....................................................15

Week 4........................................................................................................ 19
Hoofdstuk 5: De organisatie van de staat: rechterlijke organisatie...............................19

Week 5........................................................................................................ 22
Hoofdstuk 9: Privaatrecht: vermogensrecht..................................................................22
Hoofdstuk 11: Onrechtmatige daad..............................................................................23
Hoofdstuk 13: Burgerlijk procesrecht............................................................................24

Week 6........................................................................................................ 25
Hoofdstuk 14: Strafrecht: algemeen.............................................................................25
Hoofdstuk 15: Strafrecht: de delictsomschrijving..........................................................27
Hoofdstuk 16: Wederrechtelijkheid en schuld...............................................................28
Hoofdstuk 17: Strafprocesrecht: algemeen...................................................................30
Hoofdstuk 19: Strafrechtelijke sancties.........................................................................31

Week 7........................................................................................................ 33
Hoofdstuk 22: Internationale procedures inzake mensenrechten.................................33

,E-module: Belangrijke begrippen en de rechtsgang
Als twee partijen een geschil hebben of als iemand verdacht wordt van het plegen van een
strafbaar feit, dan kan de zaak worden voorgelegd aan de rechter. Een zaak wordt eerst
voorgelegd aan de rechter in eerste aanleg, oftewel de rechtbank. Een rechtszaak kent
een partij die de zaak aanbrengt en een wederpartij.
- Bij strafzaken wordt een rechtszaak altijd gestart door het openbaar ministerie (OM),
tegen een verdachte. Het OM, vertegenwoordigd door een officier van justitie (OvJ),
stelt dat de verdachte een strafrechtelijk delict heeft gepleegd, de
zogenaamde tenlastelegging, en eist dat de rechter een bepaalde straf oplegt. De
verdachte vormt natuurlijk de wederpartij
- In het bestuursrecht wordt een rechtszaak vaak gestart door een burger of een
belanghebbende bij een besluit van een bestuursorgaan. Vaak zal de belanghebbende
eerst een bezwaarprocedure moeten volgen bij het bestuursorgaan dat het besluit
genomen heeft, maar als dat niet leidt tot de gewenste uitkomst, dan kan het
belanghebbende beroep aantekenen en naar de rechter stappen. De eisende partij wordt
in het bestuursrecht de eisergenoemd, en de wederpartij (het bestuursorgaan)
de verweerder.
- In het privaatrecht zijn er twee soorten procedures te onderscheiden:
een dagvaardingsprocedure en een verzoekschriftprocedure. De meeste zaken
beginnen als een dagvaardingsprocedure, waarbij de eisende partij een dagvaarding
indient. De eisende partij noemen we de eiser en de wederpartij de gedaagde. Nu kan
het voorkomen dat de wederpartij zelf ook een claim indient. Dat noemen we een eis
in reconventie.
Sommige zaken beginnen niet met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift. Dit is het
begin van een zogenaamde verzoekschriftprocedure. In een verzoekschriftprocedure noemen
we de eisende partij de verzoeker, en de wederpartij de verweerder.

Op basis van de tenlastelegging (strafrecht), het beroepschrift (bestuursrecht), de dagvaarding
of het verzoekschrift (privaatrecht) buigt de rechter zich over de zaak. De rechter zal eerst de
feiten moeten vaststellen om vervolgens te oordelen hoe het recht moet worden toegepast. De
beslissing van de rechter in eerste aanleg heet een vonnis in het strafrecht en privaatrecht. In
het bestuursrecht wordt de beslissing van de rechter een uitspraak genoemd.

Mocht een of beide partijen het niet eens zijn met de beslissing van de rechter, dan kunnen zij
in hoger beroep gaan. De zaak wordt dan opnieuw bekeken door de rechters van
het gerechtshof.
- Strafrecht - In het strafrecht blijft de vertegenwoordiger van het OM de
eisende partij, en de verdachte de verwerende partij, ongeacht wie er in beroep gaat. In
hoger beroepzaken wordt het OM niet meer vertegenwoordigd door een officier van
justitie, maar door een advocaat-generaal.
- Privaatrecht - De partij die in het privaatrecht in hoger beroep gaat heet de appellant.
De wederpartij wordt de geïntimeerde genoemd. Besef goed dat de appellant in hoger
beroep niet per se de eiser uit eerste aanleg hoeft te zijn. Ook de gedaagde of
de verweerder kan in hoger beroep gaan, in welk geval hij de appellant is.

De partij die in beroep gaat, zal redenen moeten geven waarom deze het oneens is met
het vonnis in eerste aanleg. Deze bezwaren tegen het vonnis worden grieven genoemd.
De raadsheren van het gerechtshof zullen moeten beoordelen of de grieven al dan niet

, gegrond zijn. Indien een of meerdere grieven gegrond zijn, dan wordt het vonnis
vernietigd en stelt het gerechtshof er een nieuwe uitspraak voor in de plaats. Zijn de
grieven ongegrond, dat blijft het oorspronkelijke vonnis in stand.
- Bestuursrecht - Ook in het bestuursrecht is in het algemeen hoger beroep mogelijk
tegen uitspraken in beroep (eerste aanleg). In de meeste gevallen zal het hoger beroep
niet behandeld worden door een gerechtshof, maar door de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State, tenzij een andere hoger beroepsrechter
bevoegd is. Dat kan zijn het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale
Raad van Beroep.

In privaat- en strafrechtzaken kunnen partijen in cassatie gaan als ze het oneens zijn met
de uitspraak van het gerechtshof. De zaak wordt dan voorgelegd aan de Hoge Raad.

Een arrest van de Hoge Raad verschilt in enkele opzichten van een uitspraak van de lagere
rechters. Ten eerste is de Hoge Raad, in tegenstelling tot de rechtbank en het
gerechtshof, geen feitelijke instantie. Dat betekent dat de Hoge Raad niet kijkt of de feiten
inderdaad kloppen, maar uitgaat van de feiten zoals deze door het Gerechtshof zijn
vastgesteld. Een partij kan alleen in cassatie gaan als er sprake is van een cassatiegrond. Het
Nederlandse recht kent twee cassatiegronden: 1) schending van het recht en 2) verzuim van
vormen. Met andere woorden de Hoge Raad oordeelt alleen of het recht correct is
toegepast en oordeelt alleen over de rechtsvraag.

De eiser zal zijn bewering moeten motiveren. De redenen waarom er sprake is van een
cassatiegrond, in feite de bezwaren tegen het oordeel van het gerechtshof,
worden cassatiemiddelen genoemd. De cassatiemiddelen zijn dus belangrijke elementen voor
een jurisprudentie-analyse, omdat de eisende partij hierin uitlegt wat zijn klacht in feite is, en
de Hoge Raad op basis van deze cassatiemiddelen naar de zaak gaat kijken. Nadat de Hoge
Raad tot een oordeel is gekomen, kan het of zelf de zaak afhandelen, of deze terug verwijzen
naar het Gerechtshof.

Een tweede bijzonderheid is het feit dat een arrest van de Hoge Raad een extra element
kent. Voordat de Hoge Raad een uitspraak doet, wordt de zaak geanalyseerd door
een advocaat-generaal (A-G) of een procureur-generaal (P-G). De A-G of de P-G geeft een
advies aan de Hoge Raad over de te nemen beslissing. Dit advies wordt de Conclusie van de
A-G/P-G genoemd. Deze conclusie wordt samen met de uitspraak van de Hoge Raad
gepubliceerd. Twee dingen zijn belangrijk om te weten over de rol van deze conclusie.
1. De conclusie wordt geschreven voordat de Hoge Raad tot een uitspraak komt, ondanks
het feit dat de conclusie vaak gepubliceerd wordt onder de uitspraak van de Hoge
Raad.
2. De Hoge Raad hoeft het advies niet over te nemen, en hoeft ook niet te motiveren
waarom het eventueel van de conclusie afwijkt. Het is dus goed mogelijk dat de Hoge
Raad tot een andere uitkomst komt dan de A-G/P-G.

, Week 1
Hoofdstuk 1: Recht
Rechtsregels verschaffen informatie: er kan te weten worden gekomen welke rechten en plichten men
heeft. Op grond daarvan is bekend hoe men zich dient te gedragen en wat er verwacht mag worden
van anderen. Ook illustreren simpele voorvallen hoe het leven bepaald en gestuurd wordt door
rechtsregels.
Sociale regels bepalen het gedrag van mensen: groepsregels, morele regels en regels van
beroepsethiek.

Functies van het rechtssysteem:
- Het scheppen van sociale orde  naleven van gedragspatronen in samenleving
- Het bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting  bij conflicten een objectieve
derde laten beslissen
- Het garanderen van de individuele ontplooiing en autonomie van burgers  burgers krijgen
vrijheid hun leven in te richten op manier die zij willen
- Het bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse goederen in de
samenleving
- Het kanaliseren van sociale verandering

Functies van staatsorganen:
- Wetgeving = vaststellen van algemene regels
- Bestuur = de vastgestelde regels worden gerealiseerd/uitgevoerd/toegepast door de door
overheid ingestelde overheidsorganen
- Rechtspraak = de rechter is het orgaan dat oordeelt of de overtreding van rechtsregels
daadwerkelijk heeft plaatsgevonden

Soorten in rechtsregels vastgestelde normen:
- Gedragsnormen = rechtsregels kunnen een gedraging gebieden, verbieden of toestaan. Deze
zijn vooral in het strafrecht te vinden en zijn doorgaans gekoppeld aan dwang of straf
- Sanctienormen = Welke sanctie degene die zich niet aan een gedragsnorm heeft gehouden te
wachten staat
- Bevoegdheidsverlenende normen = een staatsorgaan kan rechten en plichten vaststellen of
bepaalde handelingen verrichten

Ideale recht = het recht dat men wenst en nastrevenswaardig vindt
Positief recht = het recht is in een bepaalde gemeenschap door mensen vastgesteld of erkend. Deze
hebben meestal gelding = gehoorzaamheid geldt op een bepaalde plaats en tijd voor een bepaalde
groep personen
Effectiviteit van recht = het recht wordt gehoorzaamd/toegepast/gehandhaafd

Objectief recht = verzameling van alle Nederlandse rechtsregels – ‘het’ recht (law)
Subjectief recht = bevoegdheid of aanspraak, het geeft een ‘mogen’ aan (eigendomsrecht, recht op
schadevergoeding, recht op loon etc.). Een ander moet dit dan ook respecteren – ‘mijn’ recht (rights)

Grondrechten subjectieve rechten die zijn opgenomen in hoofdstuk 1 van de Grondwet.
Klassieke grondrechten = rechten die de burger een sfeer garanderen waarbinnen de overheid niet
zonder overtuigende en wettelijk omschreven rechtvaardiging kan en mag optreden.
Klassieke vrijheidsrechten = waarborgen een vrije sfeer van het individu ten opzichte van de
overheid:
- Artikel 1. Recht op gelijke behandeling
- Artikel 6. Vrijheid van godsdienst
- Artikel 7. Recht op vrije meningsuiting
- Artikel 8 en 9. Rechten van vereniging en vergadering

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 t/m 6, 9,11,13, 14 t/m 17, 19 t/m 22
Geüpload op
28 april 2025
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.27
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sarah4650
3.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sarah4650 Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
5 maanden geleden

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen