HBO Verpleegkunde OP2 jaar 1
,Inhoudsopgave
Kennisweek 1 OP2......................................................................................................................................... 3
E- college 1:................................................................................................................................................. 14
Kennisweek 2 OP2....................................................................................................................................... 20
Week 2 les 2................................................................................................................................................ 23
Week 2 les 3................................................................................................................................................ 27
Kennisweek 3 les 1....................................................................................................................................... 30
Week 3 les 2................................................................................................................................................ 32
Kennisweek 3 les 3....................................................................................................................................... 35
Kennisweek 4 OP2 les 1................................................................................................................................ 36
Kennisweek 4 OP2 les 2................................................................................................................................ 46
OP2 ETHIEK.........................................................................................................................................................51
2
, KENNISWEEK 1 OP2
Opdracht - Voorspellen van gezondheid
Het is belangrijk dat volwassenen gezond blijven. Hiervoor zullen ze adequaat om moeten gaan met allerlei uitdagingen in hun
leven en gezonde keuzes moeten maken.
Vanuit preventie worden volwassenen gestimuleerd en ondersteund bij het op peil houden van hun gezondheid.
Om preventie-activiteiten goed vorm te geven, hoef je niet elke individuele volwassene en diens leven te kennen. Vanuit
epidemiologisch onderzoek weten we steeds beter welk gedrag (van wie) bijdraagt aan gezondheid of een risico vormt, en
welke factoren daarbij een rol spelen. Demografisch onderzoek laat zien waar mensen met bepaalde kenmerken wonen (en
dergelijke).
De combinatie van gegevens uit epidemiologisch en demografisch onderzoek geeft een sterke aanwijzing wáár bepaalde
preventie-activiteiten van nut zijn.
1. Leg in eigen woorden uit wat epidemiologie/ epidemiologisch onderzoek is.
Leg in eigen woorden kort uit wat de volgende epidemiologische termen betekenen:
Incidentie = het aantal nieuwe gevallen van een ziekte per tijdseenheid,per aantal van de bevolking.
Prevalentie = het aantal gevallen van een aandoening per 1000 of per 100.000 op een specifiek moment In de
bevolking.
Morbiditeit = andere termen voor ziekte en sterfte.
Multimorbiditeit (= comorbiditeit) = meerdere aandoeningen of ziekten tegelijk aanwezig.
Mortaliteit = de sterfte in een bepaalde periode.
(Gebruik hierbij het boek van Lemmers e.a. Gezondheidsbevordering en leefstijl)
Preventie = het uitvoeren van interventies of het nemen van maatregelen ten einde van de gezondheid te bevorderen en
ziekte of gezondheidsproblemen te voorkomen en zodoende de gezondheidswinst te bereiken.
Leg in eigen woorden uit wat demografie/ demografisch onderzoek is.
Leg in eigen woorden uit wat de volgende demografische termen betekenen:
Geboortecijfer = aantal levend geborenen per 1000 personen per jaar.
Sterftecijfer = Sterfte of mortaliteit is het aantal sterfgevallen voor een bepaald gebied gedurende een bepaalde
periode.
Levensverwachting = het aantal jaren dat iemand naar verwachting nog heeft te leven
Geboortegolf = een opvallende toename in het aantal geboorten.
Bevolkingspiramide = Een bevolkingspiramide is een grafiek of diagram van de leeftijdsopbouw van een bevolking
in de vorm van een rug-aan-rug-histogram voor mannen en vrouwen.
Immigratie = vestigen in een ander land of gebied.
(Gebruik hierbij google, het gaat erom dat je op hoofdlijn begrijpt waarover demografie gaat)
Op basis van epidemiologische en demografische gegevens zijn gezondheidsdeterminanten beschreven.
Gezondheidsdeterminanten zijn factoren die voor veel mensen de gezondheid beïnvloeden.
In OP1 heb je ongemerkt al in heel simpele termen kennis gemaakt met gezondheidsdeterminanten. In het ICF-model staan
immers drie componenten die het (gezondheids-) gedrag beïnvloeden benoemd.
3
, 1. Het onderscheiden van endogene en exogene determinanten kan helpen de mate van beïnvloedbaar-zijn te
begrijpen. Endogeen; aangeboren. Exogeen: omgeving.
Leg uit wat bedoeld wordt met exogene determinanten en geeft hierbij enkele voorbeelden.
Exogene gezondheidsdeterminanten zijn factoren uit de fysieke en de maatschappelijke omgeving die invloed
hebben op de gezondheid en op het ontstaan van gezondheidsproblemen. De fysieke omgeving kan de gezondheid
beïnvloeden door chemische, fysische of biotische factoren
Leg uit wat bedoeld wordt met endogene determinanten en geeft hierbij enkele voorbeelden.
Endogene gezondheidsdeterminanten zijn aangeboren (genetische) factoren of verworven factoren. Voorbeelden van
verworven factoren zijn hypertensie, een te hoog cholesterolgehalte, glucose-intolerantie, psychische ongezondheid en
veroudering. Exogene gezondheidsdeterminanten zijn factoren uit de fysieke en de maatschappelijke omgeving die invloed
hebben op de gezondheid en op het ontstaan van gezondheidsproblemen.
2. Leg uit dat de verpleegkundige in het ICF-model bij de facetten aandoening/ziekte, externe factoren en persoonlijke
factoren gegevens kan zetten die gezondheidsdeterminanten zijn
Functies: fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk organisme.
Anatomische eigenschappen: positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van onderdelen van het menselijk lichaam. Tot
de onderdelen van het menselijk organisme worden gerekend lichaamsdelen, orgaanstelsels, organen en onderdelen van
organen.
Stoornissen: afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen. Activiteiten: onderdelen van iemands
handelen.
Beperkingen: moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten.
Participatie: iemands deelname aan het maatschappelijk leven.
Participatieproblemen: problemen die iemand heeft met het deelnemen aan het maatschappelijk leven.
Externe factoren: iemands fysieke en sociale omgeving.
Persoonlijke factoren: iemands individuele achtergrond (verder niet uitgewerkt).
Vijf belangrijke determinanten van de gezondheid zijn ongezonde voeding, weinig bewegen, problematisch
alcoholgebruik, psychosociale arbeidsbelasting en slechte luchtkwaliteit. Determinanten worden beïnvloed door
aandoening/ziekte, externe factoren en persoonlijke factoren.
3.
3. Health Field Concept – Model Lalonde
Geef nu een beschrijving in eigen woorden van het Health Field Concept – Model van Lalonde.
4