HBO Verpleegkunde Hogeschool Rotterdam OP3 jaar 1
,Inhoudsopgave
OP3 kennisweek 1 werkgroep 1..................................................................................................................... 3
OP3 kennisweek 1 werkgroep 2..................................................................................................................... 5
OP3 kennisweek 1 werkgroep 3..................................................................................................................... 5
OP3 kennisweek 1 werkgroep 4..................................................................................................................... 5
OP3 kennisweek 1 werkgroep 5..................................................................................................................... 8
Kennislijn OP3 week 2 les 1............................................................................................................................ 9
Kennislijn OP3 week 2 les 2.......................................................................................................................... 13
Zelfstudieopdracht Zelfmanagement en 5A-model.......................................................................................13
Kennislijn OP3 week 2 les 3.......................................................................................................................... 16
Zelfstudieopdracht – Doe het samen!............................................................................................................16
Zelfstudieopdracht – Informele zorg..............................................................................................................20
Kennislijn OP3 week 3 les 1.......................................................................................................................... 22
Zelfstudieopdracht – Doe het samen!............................................................................................................22
Kennislijn OP3 week 3 les 2.......................................................................................................................... 22
Zelfstudieopdracht – Psychologische basisbehoeften bij ouder wordenden................................................22
Zelfstudieopdracht - Zingeving.......................................................................................................................23
Kennislijn OP3 week 3 les 3.......................................................................................................................... 25
Zelfstudieopdracht – Behoeftegericht transitieproces en aandachtsdriehoek.............................................28
Zelfstudieopdracht – Verstandsbrein en affectiebrein..................................................................................30
Kennisweek 4 OP3 les 1................................................................................................................................ 32
Zelfstudieopdracht – De sociale omgeving doet mee....................................................................................32
UIT E-COLLEGE 10:........................................................................................................................................ 35
Kennisweek 4 OP3 les 2................................................................................................................................ 36
2
, OP3 KENNISWEEK 1 WERKGROEP 1
Zelfstudieopdracht – Verkennen van de doelgroep Vitale ouderen
Beschrijf op hoofdlijn wat er plaats vindt gedurende de latere leeftijdsfase (fysiek en psychisch)
Deze vraag is bedoeld ter oriëntatie; er wordt geen hele specifieke toetsvraag over gesteld.
De spiermassa vermindert en daardoor ook het rustmetabolisme. Tegelijkertijd neemt de mate van fysieke
activiteit geleidelijk af. Dat betekent dat het lichaam minder energie verbruikt en de voeding moet worden
aangepast om gewichtstoename en vooral ook te veel vet rond de buik te vermijden.
In de hersenen treedt een verlies van neuronen op. Die hersencellen zijn verantwoordelijk voor het geheugen,
het reactievermogen en het evenwicht. Daardoor kunnen ouderen vergeetachtig worden, moeilijker stappen of
valneigingen hebben.
Wat ouder worden is, lees je in twee bronnen:
Verplichte boeken:
- Zimbardo, P., Johnson, L. & V. McCann. (2017). Psychologie, een inleiding. Amsterdam: Pearson.
(blz. 301-305)
Vroege volwassenheid: verkenning autonomie, intimiteit.
Middelbare leeftijd”: complexiteit, generativiteit.
Late volwassenheid: integriteit
Volgens erikson wordt de ouderdom bepaald door een toenemend bewustzijn van je eigen sterfelijkheid en van
veranderingen in je lichaam, gedrag en sociale rollen. Erikson noemde de crisis in deze fase integriteit tegenover
wanhoop. Wat houdt integriteit in?
De gezonde kant van deze demensie, heeft betrekking op het vermogen om zonder spijt terug te blikken op het
leven en te genieten van een gevoel van heelheid.
Literatuur Cumlaude:
- Bakker, T., e.a. (2015). Klinisch redeneren bij ouderen_hoofdstuk 6 Normale veroudering
Biologische veroudering: tijdafhankelijk biologisch proces, hoewel het niet zieke op zichzelf betreft, functionele
achteruitgang en risico voor ziekte en dood met zich meebrengt.
Cognitieve veroudering: geheugenproblemen, moeilijk kunnen aanpassen aan de technologie en verwachtte nog
verder achteruit te gaan.
Emoties en veroudering: ouderen zijn erg goed in staat om met negatieve emoties om te gaan en hun beste
beentje voor te zetten. ouderen krijgen te maken met rouw, functionele achteruitgang en het niet kunnen halen
van doelen.
Normale sociale veroudering: veroudering is een actief proces, waarbij het individu beïnvloed wordt door de
omgeving, maar ook invloed uitoefent op de omgeving waarin deze persoon verouderd.
- Leg uit wat bedoeld wordt met vitaal ouder worden
Kijk hiervoor vooral ’s naar dia 7 in van de ppt bij het E-college nummer 1 Gezond ouder worden.
Vitaal ouder worden gaat over bewustwording en over hoe men zin geeft aan het leven. Daarnaast is het
belangrijk hoe men met zijn/haar lichaam omgaat. Gezond ouder worden is voor een belangrijk deel de
verantwoordelijkheid van de mens zelf.
(Lichaamsfunctie en staat, activiteiten, participatie samenleving, omgeving en persoonlijke factoren)
- Benoem op hoofdlijn strategieën die er aan bijdragen vitaal te blijven op oudere leeftijd.
Stel jezelf de vraag: wat kan een ouder worden doen om te behouden wat in dia 7 in van de ppt bij het E-
college nummer 1 Gezond ouder worden staat. In het E-college wordt hierover verteld.
Lichaamsfuncties (bv. klachten en pijn)
Mentale functies en beleving (bv. cognitief functioneren)
Spirituele dimensie (bv. zingeving)
Kwaliteit van leven (bv. lekker in je vel)
Sociaal-maatschappelijke participatie (bv. sociale contacten)
Dagelijks functioneren (bv. algemene dagelijkse levensverrichtingen)
- Verwoord wat mensen belangrijk vinden te behouden of juist te gaan doen op latere leeftijd, en geef aan wat
ze willen voorkomen/ niet willen
3