HRM Studiehandleiding: Quiz & Essay Vragen
HRM Studiehandleiding
Quiz
Vraag 1: Wat is de kern van Human Resource Management volgens Paul
Boselie?
Vraag 2: Wat is het verschil tussen een werknemer en een medewerker?
Vraag 3: Benoem de drie niveaus van HRM en geef bij elk een korte
omschrijving.
Vraag 4: Geef vanuit drie perspectieven (bedrijfseconomisch,
sociaalpsychologisch, maatschappelijk) aan hoe er naar HRM kan worden
gekeken.
Vraag 5: Wat is een functieanalyse en welke vier methoden worden
gebruikt bij het uitvoeren ervan?
Vraag 6: Beschrijf kort wat arbeidsmarktcommunicatie inhoudt en wat het
doel ervan is.
Vraag 7: Noem drie voorbeelden van interne en drie voorbeelden van
externe wervingsmiddelen.
Vraag 8: Wat zijn primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden? Geef van
beide twee voorbeelden.
Vraag 9: Wat zijn de twee belangrijkste vormen van
arbeidsovereenkomsten en wat is het belangrijkste onderscheid
hiertussen?
Vraag 10: Wat zijn de drie hoofdcomponenten van duurzame
inzetbaarheid volgens de SER?
, Antwoord Sleutel
Antwoord 1: De kern van HRM volgens Paul Boselie is het fatsoenlijk
omgaan met werknemers, zodat ze hun werk goed doen en het ook nog
naar hun zin hebben. Het gaat om een mensgerichte benadering van
personeelsmanagement.
Antwoord 2: Een werknemer heeft een arbeidsrelatie met de organisatie
en ontvangt loon voor het werk. Een medewerker is breder en omvat ook
vrijwilligers, stagiaires en zzp’ers, dus niet altijd met een arbeidscontract.
Antwoord 3:* Operationeel HRM: Dagelijkse activiteiten, zoals het
aantrekken en benutten van personeel. * Organisatorisch HRM: Inrichten
van organisatieprocessen en arbeid, het bepalen van de koers van de
organisatie. * Strategisch HRM: Zeker stellen van het voortbestaan van de
organisatie op de lange termijn.
Antwoord 4:* Bedrijfseconomisch: Medewerkers zijn een kostenpost die
zo productief mogelijk moet zijn; de focus ligt op efficiëntie en effectiviteit
van arbeid. * Sociaalpsychologisch: Organisaties zijn
samenwerkingsverbanden waar mensen zich willen ontplooien, met
aandacht voor prettige collega’s en identificatie met de organisatie. *
Maatschappelijk: De organisatie is onderdeel van een groter geheel en
heeft een maatschappelijke verantwoordelijkheid, met invloed op
werkgelegenheid, gezondheid, en het milieu.
Antwoord 5: Een functieanalyse is een systematische analyse van de
inhoud van een functie en de eisen aan de medewerker. Methoden zijn
observatie, interview, dagboekmethode, en zelf de functie uitvoeren.
Antwoord 6: Arbeidsmarktcommunicatie is het structureel communiceren
met interne en externe doelgroepen om nieuwe medewerkers te werven,
bestaande medewerkers te binden, en het werkgeversmerk positief te
beïnvloeden.
Antwoord 7:* Interne wervingsmiddelen: interne vacatures,
doorverwijzing door medewerkers, interne mobiliteit. * Externe
wervingsmiddelen: vacaturesites, social media, personeelsadvertenties.
Antwoord 8:* Primaire arbeidsvoorwaarden: direct verbonden aan loon,
bijvoorbeeld uurloon en pensioenrecht. * Secundaire arbeidsvoorwaarden:
niet direct loongerelateerd, bijvoorbeeld flexibele werktijden en
opleidingsmogelijkheden.
Antwoord 9: De twee belangrijkste vormen zijn arbeidsovereenkomsten
voor bepaalde en onbepaalde tijd. Het belangrijkste verschil is dat een
overeenkomst voor bepaalde tijd een vaste einddatum heeft, terwijl een
overeenkomst voor onbepaalde tijd geen einddatum heeft.
Antwoord 10: De drie hoofdcomponenten van duurzame inzetbaarheid
zijn werkvermogen (fysiek, psychisch, sociaal functioneren), employability
(vermogen om werk te vinden en behouden) en vitaliteit (energie en
motivatie).
HRM Studiehandleiding
Quiz
Vraag 1: Wat is de kern van Human Resource Management volgens Paul
Boselie?
Vraag 2: Wat is het verschil tussen een werknemer en een medewerker?
Vraag 3: Benoem de drie niveaus van HRM en geef bij elk een korte
omschrijving.
Vraag 4: Geef vanuit drie perspectieven (bedrijfseconomisch,
sociaalpsychologisch, maatschappelijk) aan hoe er naar HRM kan worden
gekeken.
Vraag 5: Wat is een functieanalyse en welke vier methoden worden
gebruikt bij het uitvoeren ervan?
Vraag 6: Beschrijf kort wat arbeidsmarktcommunicatie inhoudt en wat het
doel ervan is.
Vraag 7: Noem drie voorbeelden van interne en drie voorbeelden van
externe wervingsmiddelen.
Vraag 8: Wat zijn primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden? Geef van
beide twee voorbeelden.
Vraag 9: Wat zijn de twee belangrijkste vormen van
arbeidsovereenkomsten en wat is het belangrijkste onderscheid
hiertussen?
Vraag 10: Wat zijn de drie hoofdcomponenten van duurzame
inzetbaarheid volgens de SER?
, Antwoord Sleutel
Antwoord 1: De kern van HRM volgens Paul Boselie is het fatsoenlijk
omgaan met werknemers, zodat ze hun werk goed doen en het ook nog
naar hun zin hebben. Het gaat om een mensgerichte benadering van
personeelsmanagement.
Antwoord 2: Een werknemer heeft een arbeidsrelatie met de organisatie
en ontvangt loon voor het werk. Een medewerker is breder en omvat ook
vrijwilligers, stagiaires en zzp’ers, dus niet altijd met een arbeidscontract.
Antwoord 3:* Operationeel HRM: Dagelijkse activiteiten, zoals het
aantrekken en benutten van personeel. * Organisatorisch HRM: Inrichten
van organisatieprocessen en arbeid, het bepalen van de koers van de
organisatie. * Strategisch HRM: Zeker stellen van het voortbestaan van de
organisatie op de lange termijn.
Antwoord 4:* Bedrijfseconomisch: Medewerkers zijn een kostenpost die
zo productief mogelijk moet zijn; de focus ligt op efficiëntie en effectiviteit
van arbeid. * Sociaalpsychologisch: Organisaties zijn
samenwerkingsverbanden waar mensen zich willen ontplooien, met
aandacht voor prettige collega’s en identificatie met de organisatie. *
Maatschappelijk: De organisatie is onderdeel van een groter geheel en
heeft een maatschappelijke verantwoordelijkheid, met invloed op
werkgelegenheid, gezondheid, en het milieu.
Antwoord 5: Een functieanalyse is een systematische analyse van de
inhoud van een functie en de eisen aan de medewerker. Methoden zijn
observatie, interview, dagboekmethode, en zelf de functie uitvoeren.
Antwoord 6: Arbeidsmarktcommunicatie is het structureel communiceren
met interne en externe doelgroepen om nieuwe medewerkers te werven,
bestaande medewerkers te binden, en het werkgeversmerk positief te
beïnvloeden.
Antwoord 7:* Interne wervingsmiddelen: interne vacatures,
doorverwijzing door medewerkers, interne mobiliteit. * Externe
wervingsmiddelen: vacaturesites, social media, personeelsadvertenties.
Antwoord 8:* Primaire arbeidsvoorwaarden: direct verbonden aan loon,
bijvoorbeeld uurloon en pensioenrecht. * Secundaire arbeidsvoorwaarden:
niet direct loongerelateerd, bijvoorbeeld flexibele werktijden en
opleidingsmogelijkheden.
Antwoord 9: De twee belangrijkste vormen zijn arbeidsovereenkomsten
voor bepaalde en onbepaalde tijd. Het belangrijkste verschil is dat een
overeenkomst voor bepaalde tijd een vaste einddatum heeft, terwijl een
overeenkomst voor onbepaalde tijd geen einddatum heeft.
Antwoord 10: De drie hoofdcomponenten van duurzame inzetbaarheid
zijn werkvermogen (fysiek, psychisch, sociaal functioneren), employability
(vermogen om werk te vinden en behouden) en vitaliteit (energie en
motivatie).