Toetsmatrijs Analyseren Financiële Structuur
N.B. Toets bestaat uitsluitend uit meerkeuzevragen
Vragen KF Vragen KB
Toepassing
Doelstellingen Feitelijke Begripsmatig Resultaat
svragen
kennis e kennis
1. De student heeft kennis
van en kan werken met een
investeringsbegroting, een 4 2 6 vragen
financieringsplan en een
balans
2. De student kent het
verschil tussen kosten en
6 6 vragen
uitgaven, opbrengsten en
inkomsten
3. De student heeft kennis
van en kan werken met een
4 5 9 vragen
liquiditeitsbegroting en een
exploitatiebegroting
4. De student kan werken
met balansmutaties en ziet
3 3 6 vragen
de verbanden tussen begin-
en eindbalans
5. De student weet wat
vaste, variabele, directe en 1 3 4 vragen
indirecte kosten zijn
6. De student kan een
kostprijsberekening maken
3 3 6 vragen
bij zowel een homogeen als
een heterogeen product
7.De student kan het break-
evenpunt berekenen en een
1 2 3 vragen
differentiële kostencalculatie
uitvoeren
8. De student kan financiële
kengetallen berekenen en 2 6 8 vragen
interpreteren
9. De student kan interne
kengetallen
2 2 vragen
(activiteitskengetallen)
berekenen en interpreteren
Totaal
50 vragen
(cesuur: cijfer 5,5)
(33 vragen)
,De student heeft kennis van en kan werken met een investeringsbegroting, een
financieringsplan en een balans
Openingsbalans: investeringsbegroting + financieringsplan
Debet = investeringskant
Credit = financiering kant (hoe ga je het betalen)
Investeringsbegroting
- Overzicht van alle productiemiddelen (bezittingen/activa)
- Debetzijde
- Hieruit is vermogensbehoefte af te leiden
- Rubrieken (groepen)
o Vaste activa (VA)
o Vlottende activa (VLA)
Vaste activa
- Langer dan een jaar in gebruik
o Materiele vaste activa (laptop, bureau, gebouw, auto)
o Immateriële vaste activa (goodwill, patent, octrooi)
o Financiële vaste activa (deelnemingen, effecten)
Vlottende activa
- Korter dan een jaar in gebruik (of binnen een jaar omgezet in liquiditeit/cash)
- Voorraad goederen, debiteuren, kas, bank
, Financieringsplan
- Overzicht van alle vermogen
- Creditzijde balans
- Rubrieken (groepen)
o Eigen vermogen (EV)
o Vreemd Vermogen lang (VVL)
o Vreemd Vermogen kort (VVK)
Eigen vermogen
- Permanent vermogen, geen terugbetalingsverplichting
- Onderdelen afhankelijk van rechtsvorm
- BV/NV: Aandelen, winst-m, agioreserve, algemene reserve (alle soorten reserves)
- Eenmanszaak/V.O.F.: privé vermogen, winstreserve, oudedagsreserve
Rechtsvormen
Vreemd vermogen
Tijdelijk aanwezig, moet worden terugbetaald
- Lang vreemd vermogen (LVV): langer dan een jaar in gebruik:
o Hypothecaire lening
o Banklening lang
- Voorzieningen (LVV): post voor toekomstige posten, speciale post VVL
o Voorziening onderhoud, garantievoorziening
- Kort vreemd vermogen (KVV): korter dan een jaar in gebruik:
o Crediteuren (leverancierskrediet)
o Rekening courant (rood staan, voor bedrijven)
o Te betalen btw/belasting
o Banklening kort
N.B. Toets bestaat uitsluitend uit meerkeuzevragen
Vragen KF Vragen KB
Toepassing
Doelstellingen Feitelijke Begripsmatig Resultaat
svragen
kennis e kennis
1. De student heeft kennis
van en kan werken met een
investeringsbegroting, een 4 2 6 vragen
financieringsplan en een
balans
2. De student kent het
verschil tussen kosten en
6 6 vragen
uitgaven, opbrengsten en
inkomsten
3. De student heeft kennis
van en kan werken met een
4 5 9 vragen
liquiditeitsbegroting en een
exploitatiebegroting
4. De student kan werken
met balansmutaties en ziet
3 3 6 vragen
de verbanden tussen begin-
en eindbalans
5. De student weet wat
vaste, variabele, directe en 1 3 4 vragen
indirecte kosten zijn
6. De student kan een
kostprijsberekening maken
3 3 6 vragen
bij zowel een homogeen als
een heterogeen product
7.De student kan het break-
evenpunt berekenen en een
1 2 3 vragen
differentiële kostencalculatie
uitvoeren
8. De student kan financiële
kengetallen berekenen en 2 6 8 vragen
interpreteren
9. De student kan interne
kengetallen
2 2 vragen
(activiteitskengetallen)
berekenen en interpreteren
Totaal
50 vragen
(cesuur: cijfer 5,5)
(33 vragen)
,De student heeft kennis van en kan werken met een investeringsbegroting, een
financieringsplan en een balans
Openingsbalans: investeringsbegroting + financieringsplan
Debet = investeringskant
Credit = financiering kant (hoe ga je het betalen)
Investeringsbegroting
- Overzicht van alle productiemiddelen (bezittingen/activa)
- Debetzijde
- Hieruit is vermogensbehoefte af te leiden
- Rubrieken (groepen)
o Vaste activa (VA)
o Vlottende activa (VLA)
Vaste activa
- Langer dan een jaar in gebruik
o Materiele vaste activa (laptop, bureau, gebouw, auto)
o Immateriële vaste activa (goodwill, patent, octrooi)
o Financiële vaste activa (deelnemingen, effecten)
Vlottende activa
- Korter dan een jaar in gebruik (of binnen een jaar omgezet in liquiditeit/cash)
- Voorraad goederen, debiteuren, kas, bank
, Financieringsplan
- Overzicht van alle vermogen
- Creditzijde balans
- Rubrieken (groepen)
o Eigen vermogen (EV)
o Vreemd Vermogen lang (VVL)
o Vreemd Vermogen kort (VVK)
Eigen vermogen
- Permanent vermogen, geen terugbetalingsverplichting
- Onderdelen afhankelijk van rechtsvorm
- BV/NV: Aandelen, winst-m, agioreserve, algemene reserve (alle soorten reserves)
- Eenmanszaak/V.O.F.: privé vermogen, winstreserve, oudedagsreserve
Rechtsvormen
Vreemd vermogen
Tijdelijk aanwezig, moet worden terugbetaald
- Lang vreemd vermogen (LVV): langer dan een jaar in gebruik:
o Hypothecaire lening
o Banklening lang
- Voorzieningen (LVV): post voor toekomstige posten, speciale post VVL
o Voorziening onderhoud, garantievoorziening
- Kort vreemd vermogen (KVV): korter dan een jaar in gebruik:
o Crediteuren (leverancierskrediet)
o Rekening courant (rood staan, voor bedrijven)
o Te betalen btw/belasting
o Banklening kort