Uitleg berekeningen A1 Financiën (27%)
Begrippen Uitleg – wat is wat?
1. Brutowinst
→ Dit is het verschil tussen de omzet en de inkoopkosten van de verkochte producten.
🔹 Formule:
Brutowinst = Omzet - Inkoopwaarde van de omzet
2. Brutowinstmarge
→ Geeft aan hoeveel procent van de omzet brutowinst is.
🔹 Formule:
Brutowinstmarge = (Brutowinst / Omzet) × 100
3. Bedrijfsresultaat (ook wel: operationeel resultaat)
→ Dit is wat er overblijft van de brutowinst nadat de bedrijfskosten (zoals loon, huur, afschrijvingen)
zijn afgetrokken.
🔹 Formule:
Bedrijfsresultaat = Brutowinst - Bedrijfskosten
4. Financieel resultaat
→ Dit is het saldo van financiële opbrengsten (bijv. rente op spaargeld) en kosten (bijv. rente op
leningen).
🔹 Formule:
Financieel resultaat = Financiële opbrengsten - Financiële kosten
5. Winst uit gewone bedrijfsuitoefening
→ De winst uit de normale bedrijfsactiviteiten vóór belasting.
🔹 Formule:
Winst uit gewone bedrijfsuitoefening = Bedrijfsresultaat + Financieel resultaat
6. Buitengewoon resultaat
→ Incidentele (eenmalige) baten of lasten, zoals winst/verlies uit de verkoop van een pand.
🔹 Voorbeeld: Verkoop oude machine met winst van €3.000 → buitengewoon resultaat = +€3.000
7. Nettowinst
→ De echte winst die onderaan de streep overblijft, na belasting.
🔹 Formule:
Nettowinst = Winst uit gewone bedrijfsuitoefening + Buitengewoon resultaat - Belastingen
8. Nettowinstmarge
→ Hoeveel procent van de omzet uiteindelijk winst is.
🔹 Formule:
Nettowinstmarge = (Nettowinst / Omzet) × 100
1
,Opdracht 1: Berekent aan de hand van een casus brutowinst(marge), bedrijfsresultaat, winst uit gewone
bedrijfsuitoefening, financieel resultaat, buitengewoon resultaat en nettowinst(marge).
📊 Voorbeeld Casus – Simpele cijfers
Stel, je hebt een winkel en dit is je jaaroverzicht:
Omzet: €100.000
Inkoopwaarde van de omzet: €60.000
Lonen en andere bedrijfskosten: €25.000
Rente op lening (financiële kosten): €2.000
Rente-inkomsten (financiële opbrengst): €500
Verkoop oude machine met winst: €3.000
Belasting over winst: €4.500
📐 Stap voor stap berekening
1. Brutowinst
= €100.000 - €60.000 = €40.000
2. Brutowinstmarge
= (€40.000 / €100.000) × 100 = 40%
3. Bedrijfsresultaat
= €40.000 - €25.000 = €15.000
4. Financieel resultaat
= €500 - €2.000 = -€1.500
5. Winst uit gewone bedrijfsuitoefening
= €15.000 + (-€1.500) = €13.500
6. Buitengewoon resultaat
= €3.000
7. Nettowinst
= €13.500 + €3.000 - €4.500 = €12.000
8. Nettowinstmarge
= (€12.000 / €100.000) × 100 = 12%
📚 Begrippen – wat is wat?
2
, 1. Winst voor belastingen
→ De winst vóór aftrek van de belasting.
🔹 Dit is meestal gelijk aan de winst uit gewone bedrijfsuitoefening + buitengewoon resultaat.
2. Winstbelasting / Vennootschapsbelasting (vpb)
→ Een percentage belasting dat een bedrijf moet betalen over de winst voor belasting.
🔹 Meestal rond de 15-25% (je krijgt dat mee in de casus).
3. Winstsaldo / Nettowinst
→ De winst ná belasting.
🔹 Formule:
Winstsaldo = Winst vóór belasting - Winstbelasting
4. Nog te verdelen winst
→ Het bedrag dat je kunt verdelen over aandeelhouders, reserves en eventuele bonussen.
🔹 Dit is gelijk aan het winstsaldo, tenzij er al iets is gereserveerd of uitgekeerd.
5. Contant dividend
→ Dividend dat in geld aan aandeelhouders wordt uitgekeerd.
6. Stock dividend
→ Dividend dat in de vorm van aandelen wordt uitgekeerd.
7. Gemengd dividend
→ Een combinatie van contant en stock dividend.
8. Tantièmes
→ Bonus voor bestuurders of personeel, een percentage van de winst.
9. Winstreserve
→ Het deel van de winst dat in het bedrijf blijft (niet wordt uitgekeerd), bv. voor investeringen.
Opdracht 2: berekent de winstverdeling aan de hand van een casus met behulp van de begrippen winstsaldo,
nog te verdelen winst, winst voor belastingen, winstbelasting (vennootschapsbelasting), contant dividend,
stock dividend, gemengd dividend, tantièmes en winstreserve.
3
Begrippen Uitleg – wat is wat?
1. Brutowinst
→ Dit is het verschil tussen de omzet en de inkoopkosten van de verkochte producten.
🔹 Formule:
Brutowinst = Omzet - Inkoopwaarde van de omzet
2. Brutowinstmarge
→ Geeft aan hoeveel procent van de omzet brutowinst is.
🔹 Formule:
Brutowinstmarge = (Brutowinst / Omzet) × 100
3. Bedrijfsresultaat (ook wel: operationeel resultaat)
→ Dit is wat er overblijft van de brutowinst nadat de bedrijfskosten (zoals loon, huur, afschrijvingen)
zijn afgetrokken.
🔹 Formule:
Bedrijfsresultaat = Brutowinst - Bedrijfskosten
4. Financieel resultaat
→ Dit is het saldo van financiële opbrengsten (bijv. rente op spaargeld) en kosten (bijv. rente op
leningen).
🔹 Formule:
Financieel resultaat = Financiële opbrengsten - Financiële kosten
5. Winst uit gewone bedrijfsuitoefening
→ De winst uit de normale bedrijfsactiviteiten vóór belasting.
🔹 Formule:
Winst uit gewone bedrijfsuitoefening = Bedrijfsresultaat + Financieel resultaat
6. Buitengewoon resultaat
→ Incidentele (eenmalige) baten of lasten, zoals winst/verlies uit de verkoop van een pand.
🔹 Voorbeeld: Verkoop oude machine met winst van €3.000 → buitengewoon resultaat = +€3.000
7. Nettowinst
→ De echte winst die onderaan de streep overblijft, na belasting.
🔹 Formule:
Nettowinst = Winst uit gewone bedrijfsuitoefening + Buitengewoon resultaat - Belastingen
8. Nettowinstmarge
→ Hoeveel procent van de omzet uiteindelijk winst is.
🔹 Formule:
Nettowinstmarge = (Nettowinst / Omzet) × 100
1
,Opdracht 1: Berekent aan de hand van een casus brutowinst(marge), bedrijfsresultaat, winst uit gewone
bedrijfsuitoefening, financieel resultaat, buitengewoon resultaat en nettowinst(marge).
📊 Voorbeeld Casus – Simpele cijfers
Stel, je hebt een winkel en dit is je jaaroverzicht:
Omzet: €100.000
Inkoopwaarde van de omzet: €60.000
Lonen en andere bedrijfskosten: €25.000
Rente op lening (financiële kosten): €2.000
Rente-inkomsten (financiële opbrengst): €500
Verkoop oude machine met winst: €3.000
Belasting over winst: €4.500
📐 Stap voor stap berekening
1. Brutowinst
= €100.000 - €60.000 = €40.000
2. Brutowinstmarge
= (€40.000 / €100.000) × 100 = 40%
3. Bedrijfsresultaat
= €40.000 - €25.000 = €15.000
4. Financieel resultaat
= €500 - €2.000 = -€1.500
5. Winst uit gewone bedrijfsuitoefening
= €15.000 + (-€1.500) = €13.500
6. Buitengewoon resultaat
= €3.000
7. Nettowinst
= €13.500 + €3.000 - €4.500 = €12.000
8. Nettowinstmarge
= (€12.000 / €100.000) × 100 = 12%
📚 Begrippen – wat is wat?
2
, 1. Winst voor belastingen
→ De winst vóór aftrek van de belasting.
🔹 Dit is meestal gelijk aan de winst uit gewone bedrijfsuitoefening + buitengewoon resultaat.
2. Winstbelasting / Vennootschapsbelasting (vpb)
→ Een percentage belasting dat een bedrijf moet betalen over de winst voor belasting.
🔹 Meestal rond de 15-25% (je krijgt dat mee in de casus).
3. Winstsaldo / Nettowinst
→ De winst ná belasting.
🔹 Formule:
Winstsaldo = Winst vóór belasting - Winstbelasting
4. Nog te verdelen winst
→ Het bedrag dat je kunt verdelen over aandeelhouders, reserves en eventuele bonussen.
🔹 Dit is gelijk aan het winstsaldo, tenzij er al iets is gereserveerd of uitgekeerd.
5. Contant dividend
→ Dividend dat in geld aan aandeelhouders wordt uitgekeerd.
6. Stock dividend
→ Dividend dat in de vorm van aandelen wordt uitgekeerd.
7. Gemengd dividend
→ Een combinatie van contant en stock dividend.
8. Tantièmes
→ Bonus voor bestuurders of personeel, een percentage van de winst.
9. Winstreserve
→ Het deel van de winst dat in het bedrijf blijft (niet wordt uitgekeerd), bv. voor investeringen.
Opdracht 2: berekent de winstverdeling aan de hand van een casus met behulp van de begrippen winstsaldo,
nog te verdelen winst, winst voor belastingen, winstbelasting (vennootschapsbelasting), contant dividend,
stock dividend, gemengd dividend, tantièmes en winstreserve.
3