Opdracht 1: berekent met behulp van een balans en eventuele aanvullende gegevens hoe groot de posten kort vreemd
vermogen en lang vreemd vermogen zijn
📘 Begrippen
Kort vreemd vermogen (KVV): schulden met een looptijd korter dan 1 jaar (bijv. crediteuren, belastingschuld, te
betalen rente).
Lang vreemd vermogen (LVV): schulden met een looptijd langer dan 1 jaar (bijv. leningen, hypotheken).
Eigen vermogen (EV): wat de onderneming “zelf” bezit na aftrek van alle schulden.
Balansvergelijking:
Bezittingen = EigenVermogen + Lang Vreemd Vermogen + Kort Vreemd Vermogen
🔸 Casus
Je krijgt de volgende balans (bedragen in €):
Activa (bezittingen)
Vaste activa 80.000
Vlottende activa (voorraad, kas) 40.000
Totaal activa 120.000
| Passiva (financiering) | | | Eigen vermogen | 50.000| | Lang vreemd vermogen | ? | | Kort vreemd
vermogen | ? | | Totaal passiva |120.000|
Aanvullende gegevens:
Je weet dat het kort vreemd vermogen €20.000 is.
✅ Stap 1: Gebruik balansvergelijking
EV+LVV+KVV = Totale activa
50.000+LVV+20.000 =120.000
LVV=120.000−50.000−20.000 =€50.000
🔚 Antwoord:
Kort vreemd vermogen (KVV) = €20.000 (gegeven)
Lang vreemd vermogen (LVV) = €50.000
Opdracht 2: berekent aan de hand van een casus de met een obligatielening samenhangende couponrente, het effectief
rendement en de aflossingsverplichtingen.
, 📘 Begrippen
Couponrente: de vaste jaarlijkse rente (in %) die je ontvangt over de nominale waarde van de obligatie.
Effectief rendement: het werkelijke rendement dat je krijgt als je de obligatie tot het einde aanhoudt,
rekening houdend met koerswinst/verlies én rente.
Aflossingsverplichting: het bedrag dat aan het einde van de looptijd moet worden terugbetaald aan de
obligatiehouder.
🔸 Casus
Een bedrijf geeft een obligatielening uit met de volgende voorwaarden:
Nominale waarde per obligatie: €1.000
Couponrente: 6%
Looptijd: 5 jaar
Verkoopprijs per obligatie: €950 (dus onder pari)
Aflossing: op einddatum 100% (volledige nominale waarde)
✅ 1. Couponrente
De jaarlijkse rente is gebaseerd op de nominale waarde:
Couponrente=6% van €1.000=€60 per jaar
✅ 2. Effectief rendement (YTM)
Hiervoor kijken we naar de jaarlijkse opbrengst, rekening houdend met:
de jaarlijkse rente (€60),
de koerswinst (€1.000 - €950 = €50),
de looptijd (5 jaar),
én het effect van rente-op-rente.
We gebruiken een benadering:
📌 De exacte YTM kun je berekenen met een financiële rekenmachine of Excel-functie zoals IRR, maar dit is een
goede schatting.
✅ 3. Aflossingsverplichtingen
De onderneming moet over 5 jaar de volledige nominale waarde terugbetalen:
Aflossing=€1.000 per obligatie × aantaluit gegeven obligaties
vermogen en lang vreemd vermogen zijn
📘 Begrippen
Kort vreemd vermogen (KVV): schulden met een looptijd korter dan 1 jaar (bijv. crediteuren, belastingschuld, te
betalen rente).
Lang vreemd vermogen (LVV): schulden met een looptijd langer dan 1 jaar (bijv. leningen, hypotheken).
Eigen vermogen (EV): wat de onderneming “zelf” bezit na aftrek van alle schulden.
Balansvergelijking:
Bezittingen = EigenVermogen + Lang Vreemd Vermogen + Kort Vreemd Vermogen
🔸 Casus
Je krijgt de volgende balans (bedragen in €):
Activa (bezittingen)
Vaste activa 80.000
Vlottende activa (voorraad, kas) 40.000
Totaal activa 120.000
| Passiva (financiering) | | | Eigen vermogen | 50.000| | Lang vreemd vermogen | ? | | Kort vreemd
vermogen | ? | | Totaal passiva |120.000|
Aanvullende gegevens:
Je weet dat het kort vreemd vermogen €20.000 is.
✅ Stap 1: Gebruik balansvergelijking
EV+LVV+KVV = Totale activa
50.000+LVV+20.000 =120.000
LVV=120.000−50.000−20.000 =€50.000
🔚 Antwoord:
Kort vreemd vermogen (KVV) = €20.000 (gegeven)
Lang vreemd vermogen (LVV) = €50.000
Opdracht 2: berekent aan de hand van een casus de met een obligatielening samenhangende couponrente, het effectief
rendement en de aflossingsverplichtingen.
, 📘 Begrippen
Couponrente: de vaste jaarlijkse rente (in %) die je ontvangt over de nominale waarde van de obligatie.
Effectief rendement: het werkelijke rendement dat je krijgt als je de obligatie tot het einde aanhoudt,
rekening houdend met koerswinst/verlies én rente.
Aflossingsverplichting: het bedrag dat aan het einde van de looptijd moet worden terugbetaald aan de
obligatiehouder.
🔸 Casus
Een bedrijf geeft een obligatielening uit met de volgende voorwaarden:
Nominale waarde per obligatie: €1.000
Couponrente: 6%
Looptijd: 5 jaar
Verkoopprijs per obligatie: €950 (dus onder pari)
Aflossing: op einddatum 100% (volledige nominale waarde)
✅ 1. Couponrente
De jaarlijkse rente is gebaseerd op de nominale waarde:
Couponrente=6% van €1.000=€60 per jaar
✅ 2. Effectief rendement (YTM)
Hiervoor kijken we naar de jaarlijkse opbrengst, rekening houdend met:
de jaarlijkse rente (€60),
de koerswinst (€1.000 - €950 = €50),
de looptijd (5 jaar),
én het effect van rente-op-rente.
We gebruiken een benadering:
📌 De exacte YTM kun je berekenen met een financiële rekenmachine of Excel-functie zoals IRR, maar dit is een
goede schatting.
✅ 3. Aflossingsverplichtingen
De onderneming moet over 5 jaar de volledige nominale waarde terugbetalen:
Aflossing=€1.000 per obligatie × aantaluit gegeven obligaties