HOORCOLLEGE 1: INWINDING IN HET STADSSOCIOLOGISCH DENKEN ILLIASS EL HADIOUI
SOCIOLOGIE
Stadssociologisch denken is gericht op intermenselijke relaties (alles tussen mensen).
Duiden van de sociale context waarin kinderen en jongeren opgroeien in een groot
stedelijke omgeving. Stadssociologen zijn geïnteresseerd in de manier waarop
pedagogische processen ontwikkelen in verschillende landelijke en stedelijke
omgevingen.
Vier typen sociologie (Buroway, 2005)
- Kritisch (theoretische, fundamentele reflecties op macht): analyseren van de
machtsverhoudingen die gerelateerd zijn gelijkheid en ongelijkheid.
- Professioneel (een combinatie van een theoretische en empirische focus om de
sociale werkelijkheid te duiden). Professionele sociologie staat in dit blok centraal
maar wel met een sterke connectie met het publieke debat.
- Beleidssociologie (instrumenteel, gericht op advies)
- Publiek (gericht op het publieke debat, veranderen van de wereld)
Typen wetenschappelijke artikelen:
- Multidisciplinair
- ‘Sociologische verbeelding’: focus op verklaren gedrag door te kijken naar de
inbedding van mensen in groepen
- ‘De-familiarisering’: vermogen om bekende en vanzelfsprekende zaken ter
discussie te stellen
Segregatie en concentratie als wetenschappelijke concepten
- Concentratie: mate van groepering van personen met gelijke kenmerken in
bepaalde buurten. In welke mate woont een bepaalde groep mensen in een
bepaalde wijk (absoluut).
- Segregatie: ongelijke verdeling van personen met gelijke kenmerken over alle
buurten in de stad. Hoe is de groep mensen verdeeld over de verschillende
wijken in de stad (relatief).
- Segregatie index: geeft aan welk deel van een groep moet verhuizen om een
volledig gelijke verdeling van de groep over alle buurten van de stad te krijgen.
Varieert van 0 (geen segregatie, volledig gelijke verdeling) tot 100 (absolute
segregatie: een groep woont in een buurt en nergens anders)
Getto wijken (gekoppeld aan concentratie vooral)
- Dwangmatig element om gedwongen bij elkaar te wonen
- Een getto is etnisch homogeen (één gemeenschap is dominant)
- Een aanzienlijk deel van de gemeenschap woont in de getto en niet daarbuiten
- Onvrijwillige concentratie
- Geen andere keuze
- Discriminatie
, - Overheidsbeleid (bewust of onbewust)
Etnische enclave: etnische clustering op vrijwillige basis en eigen keuze
Artikel 23, lid 6 (grondwet)
Nederland is het enige land dat nationale financiering heeft voor bijzonder onderwijs:
De eisen worden voor het algemeen vormend lager onderwijs zodanig geregeld dat de
deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en
van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd. Bij die regeling wordt
met name de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende keuze der leermiddelen
en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd.
Misverstanden tegenstanders artikel 23
Afschaffen van artikel 23 zorgt niet direct voor het verminderen van segregatie en een
mindere behoefte aan bijzonder onderwijs. Door artikel 23 af te schaffen verdwijnt
daarnaast het toezicht van de overheid op scholen.
Misverstanden voorstanders artikel 23
Het artikel geeft zowel de vrijheid voor het organiseren van bijzonder onderwijs maar
dwingt ook af dat er een kwalitatief hoogstaand onderwijs plaatsvindt. Dat laatste wordt
vaak vergeten. Artikel 23 draagt wel bij aan segregatie, maar het is niet de belangrijkste
factor.
Segregatie index Rotterdam: welk percentage moet verhuizen om de groepsverdeling
gelijk te trekken.
- Verschuiving zichtbaar over tijd: Turken zijn in tien jaar tijd veel minder
gesegregeerd gaan wonen door financiële factoren. Autochtonen zijn constant,
vooral de lower middenklasse verhuisd uit de stad, maar de upper middenklasse
blijft vaak in Rotterdam.