Bestuursrecht
Niloufar Shahang Gir
WINDESHEIM ZWOLLE
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1- Kennismaking met het bestuursrecht ................................................................. 4
1.1 Wat is bestuursrecht? ....................................................................................................... 4
1.2 Legaliteitsbeginsel en specialiteitsbeginsel ...................................................................... 5
1.3 Bronnen van het bestuursrecht ........................................................................................ 5
1.4 Algemeen en bijzonder bestuursrecht.............................................................................. 8
1.5 De Algemene wet bestuursrecht ...................................................................................... 8
Hoofdstuk 2- Spelers in het veld van het bestuursrecht .......................................................... 9
2.1 Organisatie van het openbaar bestuur ............................................................................. 9
2.2 Bestuursorganen ............................................................................................................. 11
2.3 Bestuursbevoegdheid ..................................................................................................... 15
2.4 Belanghebbenden ........................................................................................................... 17
Hoofdstuk 3- Bevoegdheden van het openbaar bestuur ....................................................... 19
3.1 Bestuurshandelingen ...................................................................................................... 19
3.2 Besluiten ......................................................................................................................... 20
3.3 Besluiten van algemene strekking en beschikkingen ..................................................... 21
3.4 Privaatrechtelijke bevoegdheden ................................................................................... 24
Hoofdstuk 4- De spelregels voor het openbaar bestuur ........................................................ 25
4.1 Behoorlijk bestuur .......................................................................................................... 25
4.2 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur ................................................................ 25
4.3 Formele beginselen......................................................................................................... 26
4.4 Materiele beginselen ...................................................................................................... 27
Hoofdstuk 5- Bestuur in actie: beschikkingen ........................................................................ 29
5.1 Soorten beschikkingen ............................................................................................. 29
5.2 Totstandkoming van beschikkingen ................................................................................ 31
5.3 Intrekking en wijziging van beschikkingen ...................................................................... 34
5.4 Subsidiebesluiten ............................................................................................................ 34
Hoofdstuk 6- Handhaving van het bestuursrecht ................................................................... 36
6.1 Handhaving en sancties .................................................................................................. 36
6.2 Bestuurlijke sancties ....................................................................................................... 38
6.3 Alternatieve handhavingsmogelijkheden ................................................................. 41
Hoofdstuk 7- Toezicht op bestuursorganen en rechtsbescherming ...................................... 43
7.1 Belang van toezicht en rechtsbescherming .................................................................... 43
7.2 openbaarheid en inspraak .............................................................................................. 43
, 7.3 toezicht op bestuursorganen .......................................................................................... 44
7.4 bezwaar ........................................................................................................................... 45
7.5 administratief beroep ..................................................................................................... 48
Hoofdstuk 8 ........................................................................................................................... 49
8.1 bestuursprocesrecht ................................................................................................... 49
8.2 de algemene procedure rechtbank ............................................................................. 50
8.3 speciale procedures .................................................................................................... 51
8.4 bijzondere rechtsgangen ............................................................................................. 52
8.5 hoger beroep ............................................................................................................... 52
8.6 beroep op de burgerlijke rechter ................................................................................ 52
8.7 beroep op EU............................................................................................................... 53
8.8 mediation naast rechtspraak....................................................................................... 53
Hoofdstuk 9 .............................................................................................................................. 54
9.1 legitimatie van privaatrechtelijk optreden .................................................................. 54
9.2 privaatrechtelijke organisatievormen ......................................................................... 55
9.3 gebruik van eigendomsrechten ................................................................................... 55
9.4 overeenkomsten met bestuurlijk doel ........................................................................ 55
9.5 privaatrecht als handhavingsinstrument .................................................................... 55
Hoofdstuk 10......................................................................................................................... 56
,Hoofdstuk 1- Kennismaking met het bestuursrecht
1.1 Wat is bestuursrecht?
Bestuursrecht is het juridisch functioneren van het openbaar bestuur en de relatie tot
burgers.
Openbaar bestuur
• Het uitvoeren van bestuurstaken
• Treedt in verschillende manieren op
• Behartigt het algemeen belang; de rol van het openbaar bestuur in de samenleving.
Dient de samenleving zo te besturen dat burgers en organisaties daar op een fatsoenlijke
manier met en naast elkaar kunnen leven, wonen, werken en recreëren. – datgene wat in
ieders belang zou moeten zijn (één of meerdere burgers hun belangen worden wel
getroffen).
Burgers hebben echter mogelijkheden om zich te beschermen tegen openbaar bestuur.
Rechtsnormen van bestuursrecht met betrekking tot:
- De organisatie van openbaar bestuur
- Het verlenen van bestuursbevoegdheden aan bestuursorganen
- Rechtsnormen waaraan bestuur zich moet houden bij de uitoefening van die
bestuursbevoegdheden
- Rechtsnormen die gelden voor burgers en handhaving daarvan
- Juridische bescherming voor burger tegen het optreden van het openbaar bestuur.
Organisatie
openbaar
bestuur
Rechtsbescherming Verlening van
tegen het openbaar bestuursbevoegd
bestuur heden
Hoofdlijnen
Rechtsnormen Normen voor het
voor burgers en gebruik van
regels voor bestuursbevoegd
handhaving heden
,Bestuursrecht behoord tot het publiekrecht. Maar bij privaatrecht komen ook regels van
publiekrechtelijke aard voor. Bestuursrecht kan ook gebruik maken van privaatrechtelijke
instrumenten.
1.2 Legaliteitsbeginsel en specialiteitsbeginsel
Legaliteitsbeginsel
• Openbaar bestuur mag alleen als openbaar bestuur optreden als dit is vastgelegd in
de wet. -> wetmatigheid van bestuur
• Art. 8 GW (; het openbaar bestuur mag alleen inbreuk maken op de rechten en
vrijheden van een burger als de wet dit toestaat)
Specialiteitsbeginsel
• Tenzij de wet anders bepaald, moet het openbaar bestuur bij alles wat het doet
belangen afwegen.
• Openbaar bestuur mag alleen dat belang behartigen waarop de wet of regelgeving
zich richt, het specifieke doel waarvoor de wet bedoeld is.
1.3 Bronnen van het bestuursrecht
Drie rechtsbronnen van belang:
- Wet- en regelgeving en verdragen
- Jurisprudentie
- Ongeschreven recht, met name enkele algemene beginselen van behoorlijk bestuur
(abbb’s)
-Beleidsregels > regels bestuur en richtlijnen
-Vergunningsvoorschriften
Let op: verdragen, beleidsregels en vergunningsvoorschriften behoren niet tot de wet- en regelgeving
Tabel 1 Bestuurlijk normenstelling
verdrag Staat der Nederlanden
Wet- en regelgeving:
Eu verordening en richtlijn Europees parlement/commissie/raad
Grondwet formele wetgever
wet in formele zin formele wetgever
AMvB regering
ministeriële regeling minister
Provinciale verordening Provinciale Staten
, Gemeentelijke verordening, waterschap verordening Gemeenteraad/ waterschapsbestuur
Geen wet- en regelgeving
Beleidsregels en vergunningvoorschriften Op alle niveaus van openbaar bestuur
Verdragen, EU-verordening en EU-richtlijn
Verdragen zijn afspraken tussen staten (meer over in Staatsrecht),
enkele belangrijke verdragen voor het bestuursrecht zijn:
- Het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM)
- Het Verdrag van de Europese Unie (EU-Verdrag)
- Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (EU-
Werkingsverdrag)
Deze verdragen en Europese verordeningen hebben rechtstreekse werking : de daarin
opgenomen regels zijn rechtstreeks van toepassing in Nederland.
Europese richtlijnen zijn gericht tot lidstaten en hebben in beginsel geen rechtstreekse
werking.
Grondwet, wet in formele zin en AMvB
De Grondwet bevat, afgezien van de belangrijke grondrechten, weinig regels voor burgers.
Dit is de hoogste wet in formele zin die dus net als de andere wetten in formele zin door de
formele wetgever vastgesteld.
Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)
AMvB’s bevatten vooral algemeen verbindende voorschriften voor burgers en overheden en
kennen bevoegdheden toe aan organen van openbaar bestuur.
Verordening/regeling
Ook ministeriële regeling bevatten hoofdzakelijk algemeen verbindende voorschriften voor
burgers en kunnen daarnaast bevoegdheden toekennen aan bestuursorganen, alleen lager in
rang.
Zelfde geldt voor provinciale verordeningen, gemeentelijke verordeningen en waterschap
verordeningen
De regels voor een provinciale verordening gelden alleen voor het grondgebied van de
provincie, de regels voor een gemeentelijke verordening gelden alleen binnen de
,gemeentegrenzen. Waterschap verordeningen hebben dezelfde rang als gemeentelijke
verordeningen en zijn van toepassing op het grondgebied van de waterschap.
Algemeen plaatselijke verordening = gemeentelijke verordening die voor iedereen geldt.
,Beleidsregels en vergunningsvoorschriften
Naast hiërarchische normenstelsel in andere lagen openbaar bestuur ook beleidsregels en
vergunningsvoorschriften.
Beleidsregels = eigen richtlijnen voor openbaar bestuur, art 1:3 lid 4 Awb en gelden alleen
voor het orgaan van het openbaar bestuur dat ze heeft vastgesteld of waarvoor ze bedoeld
zijn.
Vergunningsvoorschriften = normen die gelden in individuele gevallen. Kunnen bestaan uit
rechtsnormen afkomstig van wetten en lagere regelingen en uit regels die het
bestuursorgaan dat de vergunning verleent voorschrijft.
Gelede normstelling = normen voor een bepaald geval (mede) worden bepaald door
normen in verschillende regelingen die dikwijls in een hiërarchische verhouding tot elkaar
staan.
Voorbeeld: bestuursorgaan dat aanvraag om vergunning moet behandelen moet dus goed
rekening houden met diverse regelingen.
1.4 Algemeen en bijzonder bestuursrecht
▪ Algemeen: regels die op alle terreinen van het bestuurlijk optreden van toepassing
zijn. Dit zijn bijvoorbeeld regels voor de toekenning van bestuursbevoegdheden en de
handhaving van rechtsnormen en besluiten. > Awb (bijv. de zorgvuldige voorbereiding
behoren tot algemene bestuursrecht)
▪ Bijzonder: regels speciaal opgesteld voor bijzondere gebieden waarop openbaar
bestuur actief is. Dit zijn bijvoorbeeld ordende overheidszaken zoals politie, defensie,
milieubeheer etc. Maar ook verzorgende overheidstaken zoals onderwijs, cultuur,
wetenschap etc. > Socialezekerheidsrecht, omgevingsrecht, vreemdelingenrecht,
milieurecht, gezondheidsrecht etc.
Hier wordt enige eenheid in gebracht door wetgever met Coördinatiewet. Bepalingen die in
alle regelingen op een bepaald gebied van het bestuursrecht, worden hier in samengebracht.
Voorbeelden zijn:
- Sociale zekerheid
- Belastingen
- Omgevingsvergunning
- Fysieke leefomgeving
1.5 De Algemene wet bestuursrecht
De Awb
In Awb zijn regels opgenomen die van toepassing zijn op hele bestuursrecht.
De basis voor de Awb is gelegen in art.107 lid 2 Gw, dat de opdracht voor algemene regels
aan de wetgever geeft.
,Doel:
➢ Het bevorderen van eenheid binnen bestuursrechtelijke wetgeving
➢ Vereenvoudiging van bestuurlijke wetgeving
➢ Opnemen in wet van ontwikkelingen in de bestuursrechtelijke rechtspraak
➢ Het treffen van algemene voorzieningen voor onderwerpen die zich niet lenen voor
regeling in een bijzondere wet.
Awb is een aanbouwwet die in vier fasen (tranches) tot stand is gekomen door er steeds
meer inhoudelijke onderdelen aan toe te voegen.
De indeling van de Awb toont al een van haar belangrijkste kenmerken : het heeft een
gelaagde structuur. De wet is opgebouwd uit verschillende lagen, waarbij telkens eerst de
algemene bepalingen worden genoemd en daarna de bepalingen voor de meer bijzondere
gevallen. Algemeen > bijzonder
Relatie tot het bijzonder bestuursrecht
Regels van algemeen bestuursrecht zijn in beginsel steeds van toepassing op die van
bijzonder bestuursrecht.
Indien de regel in de bijzondere wet afwijkt van die in de Awb, dan gaat de bijzondere voor.
Hoofdstuk 2- Spelers in het veld van het bestuursrecht
2.1 Organisatie van het openbaar bestuur
Het openbaar bestuur bestaat uit overheidsorganisaties en andere organisaties/personen
met overheidstaken.
Overheidsorganisaties
Twee soorten overheidsorganisaties:
- Openbare lichamen
- Publiekrechtelijke vormgegeven zelfstandige bestuursorganen
Nederland is gedecentraliseerde eenheidsstaat = centrale overheid voert deel van taken zelf
uit, andere deel lagere overheden. Dit zijn openbare lichamen.
- De staat
- De provincies
- De gemeenten
- De waterschappen
, Territoriale of functionele openbare lichamen.
Territoriaal = staat, provincies, gemeenten en waterschappen die besturen over een bepaald
(grond)gebied
Functioneel= deze richten zich op specifieke beroepen of taken, taakgebied.
Daarnaast nog andere openbare lichamen: openbare lichamen voor beroep (Nederlandse
orde van advocaten) en bedrijf (sociaal economische raad) en andere lichamen. Taken
gericht op bepaalde beroepen, ondernemingen of bijzonder bestuurlijk gebied. Allemaal
onderdeel overheid.
Openbare lichamen dus ingesteld via Grondwet of bijzondere wet.
Hebben allemaal rechtspersoonlijkheid = openbare lichamen zijn rechtspersonen volgens
art. 2:1 BW, waardoor zij rechtshandelingen (zoals het sluiten van overeenkomsten) en
feitelijke handelingen (zoals het aanleggen van parken) kunnen uitvoeren.
- Rechtspersoon kan handelingen niet zelf verrichten, dit doen de organen (zelfstandige
onderdelen van rechtspersoon).
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES eilanden) zijn nu soort gemeenten buiten Nederland als
openbare lichamen. Gezaghebber, eilandgedeputeerde en eilandsraad ipv burgemeester,
wethouder en gemeenteraad.