Auteur: Simone Atangana Bekono
, Samenvatting:
De 16-jarige Salomé is de dochter van een Kameroense vader en een Nederlandse moeder. Samen
met haar oudere zus Miriam groeit ze op in een Brabants dorp. Als ze acht jaar is, komt een broer
van haar vader vanuit Kameroen bij hen logeren. Oom Honoré brengt zijn vrouw, tante Céleste, mee.
Salomés vader schaamt zich omdat hij met zijn gezin in een gewoon rijtjeshuis woont.
Honoré en Céleste blijven drie weken. Al die tijd is Céleste dagelijks bezig op hardhandige wijze
Salomés verwaarloosde kroeshaar te fatsoeneren. Salomé kent Céleste als een lieve, rustige prinses
uit de verhalen, maar ze is een drukke, bazige vrouw. Ze noemt Salomé een speciaal meisje.
Als ze negen is, gaat ze met haar ouders en zus naar Kameroen op vakantie. Eerst vindt ze het er
vreselijk, maar ze went en na drie weken wil ze het liefst daar blijven. Eenmaal thuis maakt ze van
Kameroen een paradijs. Dat beeld wankelt als er een asielzoekerscentrum in het dorp komt.
Sommige dorpsbewoners denken dat zij een asielzoeker is. Ze krijgt steeds meer te maken met
racisme en heeft het daar erg moeilijk mee.
Haar vader vertelt haar altijd dat ze hard moet werken in plaats van reageren op racistische
opmerkingen. Hij geeft haar een boksbal om zich op uit te leven en leert haar dat ze met de klap
mee moet bewegen. Aan zijn eigen regel houdt hij zich niet. Hij slaat een keer de autoruiten van de
buurman in toen die Salomé een ‘klotenegerinnetje’ noemde.
Vanaf het moment dat ze naar het gymnasium gaat, gaat het bergafwaarts met het gezin. Miriam
voelt zich de mindere en noemt Salomé een kakmadam. Salomé wordt vanaf de eerste dag gepest.
Haar vader verliest zijn baan en blijkt kanker te hebben. Haar ouders hebben regelmatig ruzie over
geld.
Salomé gaat spijbelen. Als ze wel op school is, wordt ze vreselijk gepest. Als reactie trapt ze fietsen in
elkaar en gooit mobiele telefoons van anderen in het kanaal.
Tante Céleste gaat scheiden, volgens haar moeder omdat ze niet geschikt is voor huisvrouw. Met
een nieuwe liefde vestigt Céleste zich in Barcelona.
Op een middag achtervolgen Salvatore en Paul Salomé, schelden haar uit, gooien haar in de sloot en
vechten met haar. Eerst blijft ze passief zoals haar vader haar heeft geleerd. Maar dan wordt ze zo
kwaad dat ze met een tak Paul in zijn oog slaat, met ernstige gevolgen. De klap komt extra hard aan,
omdat ze, zoals haar vader heeft geleerd, met de klap meebeweegt. Als gevolg hiervan moet ze zes
maanden in jeugddetentie.
Als ze in het detentiecentrum, ook wel ''De Donut'' genoemd door de gedetineerden door de ronde
vorm, arriveert, wordt ze gefouilleerd. Er wordt een foto van haar gemaakt, er worden
vingerafdrukken genomen en haar urine wordt getest. Ze heeft het gevoel dat er twee Salomés zijn:
de Salomé die veroordeeld is en een Salomé die buiten in vrijheid kan doen wat ze wil, iets wat
veelvuldig terugkomt in het verhaal.
De dagen worden gevuld met naar school gaan en therapie. In haar vrije tijd haalt Salomé het liefst
positieve herinneringen op, maar die leiden altijd naar de gebeurtenis waarvoor ze hier zit. Ze
onderzoekt hoe ze geworden is wie ze nu is. Ze leest veel en heeft last van gewelddadige dromen. Je
gaat in haar gedachten mee en daarin worden thema's als angst en tijd nadrukkelijk besproken.
Salomé beschrijft angst als iets wat niet meer in het kader past waarin het vroeger zat.