https://countryle.com/ https://worldle.teuteuf.fr/worldle-faq.md
Aardrijkskunde samenvatting hoofdstuk 1 wateroverlast Lieke en Femke Janssen
V4
Paragraaf 1. Rivieren: kenmerken
- Gebied waarbinnen alle neerslag en grondwater via zijrivieren in de hoofdrivier stroomt
noemen wij het stroomgebied.
- Stroomgebieden worden van elkaar gescheiden door een waterscheiding
- De hoofdrivier en zijtakken samen noem je het stroomstelsel
- Het stroomstelsel van een rivier bestaat uit de bovenloop, middenloop en de benedenloop.
Samen noem je deze drie onderdelen het lengteprofiel
Er zijn drie soorten rivieren:
- Gletsjerrivier: rivier bestaande uit smeltwater
- Regenrivier: rivier bestaande uit regen (Maas)
- Gemengde rivier: rivier bestaande uit regen en smeltwater (Rijn)
Bij een gemengde rivier is het regiem vaak regelmatiger dan een regenrivier. Regiem: de
schommelingen in de waterafvoer van een rivier gedurende een jaar. Een regiem is altijd regelmatig
of onregelmatig!
De totale hoeveelheid water die een rivier op een bepaald punt afvoert, noem je het debiet
Vertragingstijd is de tijd die het regenwater nodig heeft om uiteindelijk in de rivier te komen.
- In de vorige eeuw heeft veel ontbossing plaatsgevonden en is de stedelijke bouw sterk
toegenomen.
- Hoe snel dit gebeurt hangt af van de ondergrond. De algemene regel geldt: hoe hoger de
verstening hoe korter de vertragingstijd
- Verstening: door toegenomen verstedelijking neemt de oppervlakte van straten en wegen
toe, waardoor regenwater sneller afspoelt. Zorgt voor slechte infiltratie (water dat in de
grond trekt) en rivieren krijgen in het dwarsprofiel in de benedenloop veel water te
verwerken: piekafvoer.
- Piekafvoer: de maximale afvoer tijdens een hoogwaterperiode.
Dwarsprofiel:
, Het binnendijksgebied ligt tussen de twee winterdijken en het buitendijksgebied ligt buiten de
winterdijken.
Neerslagregiem: de verdeling van de hoeveelheid neerslag over een bepaalde periode, gaat door de
klimaatsverandering op twee manier veranderen:
- Er valt meer neerslag
- De neerslag valt onregelmatiger
Gevolgen daarvan zijn:
- Het debiet wordt groter
- Het regiem wordt onregelmatiger
Verval: het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier
Verhang: het gemiddelde verval per km
h𝑜𝑜𝑔𝑡𝑒𝑣𝑒𝑟𝑠𝑐h𝑖𝑙 𝑚
Formule verhang: =… …
𝑎𝑓𝑔𝑒𝑙𝑒𝑔𝑑𝑒𝑎𝑓𝑠 tan 𝑑 𝑘𝑚
- Bij hoge waterstanden stroomt de rivier tussen de winterdijken.
- De rivier sedimenteert zand in de bedding en klei in de uiterwaarden.
- De uiterwaarden komen steeds hoger te liggen, waardoor het waterbergend vermogen
(water wat de bodem op kan slaan) afneemt.
Doodtij (eb): het water in de zee staat extra laag
Springtij (vloed): het water in de zee staat extra hoog
Benedenloop Middenloop Bovenloop
Lage stroomsnelheid Stroomsnelheid neemt af Hoge stroomsnelheid
Vooral sedimentatie Sedimentatie en erosie Vooral erosie
Meanders Meanders Watervallen
Aardrijkskunde samenvatting hoofdstuk 1 wateroverlast Lieke en Femke Janssen
V4
Paragraaf 1. Rivieren: kenmerken
- Gebied waarbinnen alle neerslag en grondwater via zijrivieren in de hoofdrivier stroomt
noemen wij het stroomgebied.
- Stroomgebieden worden van elkaar gescheiden door een waterscheiding
- De hoofdrivier en zijtakken samen noem je het stroomstelsel
- Het stroomstelsel van een rivier bestaat uit de bovenloop, middenloop en de benedenloop.
Samen noem je deze drie onderdelen het lengteprofiel
Er zijn drie soorten rivieren:
- Gletsjerrivier: rivier bestaande uit smeltwater
- Regenrivier: rivier bestaande uit regen (Maas)
- Gemengde rivier: rivier bestaande uit regen en smeltwater (Rijn)
Bij een gemengde rivier is het regiem vaak regelmatiger dan een regenrivier. Regiem: de
schommelingen in de waterafvoer van een rivier gedurende een jaar. Een regiem is altijd regelmatig
of onregelmatig!
De totale hoeveelheid water die een rivier op een bepaald punt afvoert, noem je het debiet
Vertragingstijd is de tijd die het regenwater nodig heeft om uiteindelijk in de rivier te komen.
- In de vorige eeuw heeft veel ontbossing plaatsgevonden en is de stedelijke bouw sterk
toegenomen.
- Hoe snel dit gebeurt hangt af van de ondergrond. De algemene regel geldt: hoe hoger de
verstening hoe korter de vertragingstijd
- Verstening: door toegenomen verstedelijking neemt de oppervlakte van straten en wegen
toe, waardoor regenwater sneller afspoelt. Zorgt voor slechte infiltratie (water dat in de
grond trekt) en rivieren krijgen in het dwarsprofiel in de benedenloop veel water te
verwerken: piekafvoer.
- Piekafvoer: de maximale afvoer tijdens een hoogwaterperiode.
Dwarsprofiel:
, Het binnendijksgebied ligt tussen de twee winterdijken en het buitendijksgebied ligt buiten de
winterdijken.
Neerslagregiem: de verdeling van de hoeveelheid neerslag over een bepaalde periode, gaat door de
klimaatsverandering op twee manier veranderen:
- Er valt meer neerslag
- De neerslag valt onregelmatiger
Gevolgen daarvan zijn:
- Het debiet wordt groter
- Het regiem wordt onregelmatiger
Verval: het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier
Verhang: het gemiddelde verval per km
h𝑜𝑜𝑔𝑡𝑒𝑣𝑒𝑟𝑠𝑐h𝑖𝑙 𝑚
Formule verhang: =… …
𝑎𝑓𝑔𝑒𝑙𝑒𝑔𝑑𝑒𝑎𝑓𝑠 tan 𝑑 𝑘𝑚
- Bij hoge waterstanden stroomt de rivier tussen de winterdijken.
- De rivier sedimenteert zand in de bedding en klei in de uiterwaarden.
- De uiterwaarden komen steeds hoger te liggen, waardoor het waterbergend vermogen
(water wat de bodem op kan slaan) afneemt.
Doodtij (eb): het water in de zee staat extra laag
Springtij (vloed): het water in de zee staat extra hoog
Benedenloop Middenloop Bovenloop
Lage stroomsnelheid Stroomsnelheid neemt af Hoge stroomsnelheid
Vooral sedimentatie Sedimentatie en erosie Vooral erosie
Meanders Meanders Watervallen