Paragraaf 1: Natuur: Klimaat en landschap
Klimaatfactoren
1. Geografische breedteligging
Algemene regel: hoe dichter bij de evenaar hoe warmer. Hoge en lagedrukgebieden hebben invloed
op de neerslag
- Maar ook: stijgingsregens
- Maar ook: invloed ITCZ (passaten of moessons)
Algemene regel:
Lagedrukgebied
1. Warme lucht stijgt op
2. Lucht koelt af
3. Koude lucht kan minder water bevatten en dus gaat het regenen
Hogedrukgebied
1. Koude lucht daalt
2. Lucht warmt op
3. Warme lucht kan meer water bevatten en dus blijft het droog
2. Gebergtes (reliëf) en hoogteligging
Algemene regel: hoe hoger hoe kouder. De gebergtes/het reliëf heeft invloed op de neerslag.
Maar ook: Stuwingregens/regenschaduw
, 3. Type oppervlak
Zee, land of ijs
- Zee warmt langzame rop en koelt langzamer af dan land
4. Zeestromen
Hebben invloed op de temperatuur en de neerslag.
- Warm: gematigde temperatuur en meer neerslag
- Koud: grote temperatuurverschillen en minder neerslag
5. Overheersende windrichting
- Aflandig: droog
- Aanlandig: nat/vochtig
Klimaatgebieden
A: Tropisch (klimaat)
B: Droog (klimaat)
C: Gematigd (klimaat)
Klimaatfactoren
1. Geografische breedteligging
Algemene regel: hoe dichter bij de evenaar hoe warmer. Hoge en lagedrukgebieden hebben invloed
op de neerslag
- Maar ook: stijgingsregens
- Maar ook: invloed ITCZ (passaten of moessons)
Algemene regel:
Lagedrukgebied
1. Warme lucht stijgt op
2. Lucht koelt af
3. Koude lucht kan minder water bevatten en dus gaat het regenen
Hogedrukgebied
1. Koude lucht daalt
2. Lucht warmt op
3. Warme lucht kan meer water bevatten en dus blijft het droog
2. Gebergtes (reliëf) en hoogteligging
Algemene regel: hoe hoger hoe kouder. De gebergtes/het reliëf heeft invloed op de neerslag.
Maar ook: Stuwingregens/regenschaduw
, 3. Type oppervlak
Zee, land of ijs
- Zee warmt langzame rop en koelt langzamer af dan land
4. Zeestromen
Hebben invloed op de temperatuur en de neerslag.
- Warm: gematigde temperatuur en meer neerslag
- Koud: grote temperatuurverschillen en minder neerslag
5. Overheersende windrichting
- Aflandig: droog
- Aanlandig: nat/vochtig
Klimaatgebieden
A: Tropisch (klimaat)
B: Droog (klimaat)
C: Gematigd (klimaat)