Samenvatting aardrijkskunde hoofdstuk 4: Zuid-Amerika Lieke Janssen V4
Paragraaf 1: regionale beeldvorming
Vaak zijn je beelden van een land onvolledig of gebaseerd op vooroordelen. Bijvoorbeeld niet alle
Argentijnen dansen de tango, dat is een voorbeeld van een stereotype. Een stereotype is een
algemene karakterisering van een groep mensen of een gebied dat niet helemaal met de
werkelijkheid overeenkomt.
Naast het feit dat beelden onvolledig kunnen zijn, heet ieder persoon ook zijn eigen perceptie. Een
perceptie wil zeggen dat iedereen op basis van eigen ervaringen en kennis de werkelijkheid op een
andere manier ervaart en beoordeelt.
Op basis van jouw stereotiepe beelden en jouw perceptie maak je in je hoofd een voorstelling van
het gebied, bijvoorbeeld over de ligging, het klimaat, landschap, bevolking, etc. De kaart die je als
het ware maakt noem je een mental map. Een mental map bevat witte vlekken. Deze gebieden ken
je nog niet zo goed en zal je later in gaan vullen.
Ook heb je een geografisch beeld. Een geografisch beeld is
- Controleerbaar
- Leren je geografische kenmerken van gebieden te herkennen zoals het fysische milieu , de
inrichting van de ruimte en de bevolkingskenmerken
- Belangrijk voor het bedrijfsleven
Paragraaf 2: culturele diversiteit en samenleving
De bevolking van Zuid-Amerika is enorm divers. Dat hangt samen met de koloniale geschiedenis.
- Spanjaarden en Portugezen zetten voet op Zuid- Amerikaanse bodem. Oorspronkelijke
bewoners (zoals Inca’s) vormen vandaag de dag ongeveer acht procent van de bevolking.
Eerste kolonisten waren vooral op zoek naar zilver, diamanten en goud. Portugezen kregen
Brazilië in bezit, de Spanjaarden het grootste deel van Zuid-Amerika.
- In de 16e eeuw bleken grote delen van Zuid-Amerika geschikt om handelsgewassen te
verbouwen, zoals suikerriet en cacao. De teelt hiervan gebeurde op plantages en voor het
werk werden slaven uit Afrika gehaald. Ongeveer 5 miljoen Afrikanen kwamen in Zuid-
Amerika terecht. Het grootste deel in Brazilië.
- Argentinië, Uruguay en Brazilië worden vanaf het midden van de 19e eeuw aantrekkelijk
voor Europese migranten uit Spanje, Italië, Portugal, Duitsland en Nederland. Er was
namelijk een tekort aan landbouwgrond, terwijl er in deze landen veel vruchtbare grond
was.
- Naast de komst van Europeanen werden in deze tijd ook veel Chinese en Indiase
contractarbeiders geworven om te werken op de plantages. In de 20e eeuw kwamen veel
Japanners op de vlucht naar Zuid-Amerika, omdat er in eigen land slechte omstandigheden
waren.
Door deze migranten en het voorkomen van veel verschillende inheemse bevolkingsgroepen,
bestaat er in Zuid-Amerika een grote etnische diversiteit. De Spaanse en Portugese kolonisten
waren meestal mannen en kregen nakomelingen met de inheemse bevolking. Deze kinderen
noemen we mestiezen. In Paraguay is 95% van de bevolking mesties, dit proces noemen we ook wel
mestizering.
, De culturele diversiteit zie je bijvoorbeeld aan het grote aantal talen dat gesproken wordt. Spaans
en Portugees zijn de lingua franca in Zuid-Amerika. Culturen beïnvloeden elkaar ook. Zo bekeerden
missionarissen de oorspronkelijke bevolking, maar deze mengden hun rituelen en gebruiken met het
katholieke geloof.
Er wordt veel gesproken van de verzamelnaam Latino’s voor Zuid-Amerikanen. Voor hen is de
etniciteit veel belangrijker: mensen voelen zich in de eerste plaat Braziliaan of Peruaan, Waorani of
Aymara.
Er is sprake van een grote kloof in Zuid-Amerika die samenhangt met etnische en raciale
discriminatie.
- Afstammelingen van Europeanen hebben beter onderwijs genoten
- Voor mensen met een donkere huidskleur en inheemsen is het moeilijk om op te klimmen in
de maatschappij, dus hun sociale mobiliteit is laag.
De enorme kloof tussen arm en rijk zorgt voor veel maatschappelijke problemen zoals armoede, een
slechte kwaliteit van wonen, geweld en criminaliteit (drugsbendes & prostitutie) en het onderwijs in
deze wijken vaak van slechte kwaliteit. Het gevolg is dat jongeren uit de deze gebieden later vaker in
de informele sector terechtkomen.
Paragraaf 3: Bevolking, spreiding en groei
Bij gunstige (natuurlijke) omstandigheden heeft een gebied een grotere draagkracht en kunnen er
meer mensen een bestaan opbouwen. De bevolkingsdruk is dan laag.
- De bewoners van het Amazoneregenwoud woonden vooral langs de rivieren. Hier was naast
voedsel uit het bos ook water en vis beschikbaar
- In de Andes concentreerden de eerste bewoners zich vooral in de hogere delen. Hier konden
voedselgewassen in het gematigde bergklimaat verbouwd worden zoals aardappelen, gerst
en tarwe.
- De Europese kolonisten gingen juist weer liever in de lagere delen wonen. Deze lagere
valleien en plateaus met hun hogere temperaturen waren meer geschikt voor de verbouw
van handelsgewassen zoals cacao, koffie en suikerriet.
De bevolkingsdichtheid nam in de kustzone, vooral bij rivierdelta’s, steeds meer toe. Dit kwam
omdat van hieruit grondstoffen en handelsgewassen verscheept konden worden naar het koloniale
moederland
De ontwikkeling van de natuurlijke bevolkingsgroei kun je aflezen in het demografisch
transitiemodel. Tegenwoordig zitten de meeste landen in fase 4 van het transitiemodel.
De vruchtbaarheid is in deze landen nu nauwelijks hoger, maar er bestaan binnen landen wel
regionale verschillen, vooral veroorzaakt door het verschil in welvaart
Overheidsprogramma’s voor gezinsplanning zijn daarom vooral gericht op lage inkomensgroepen in
de stad en op het platteland, want daar zijn de geboortecijfers nog vaak hoog
Paragraaf 1: regionale beeldvorming
Vaak zijn je beelden van een land onvolledig of gebaseerd op vooroordelen. Bijvoorbeeld niet alle
Argentijnen dansen de tango, dat is een voorbeeld van een stereotype. Een stereotype is een
algemene karakterisering van een groep mensen of een gebied dat niet helemaal met de
werkelijkheid overeenkomt.
Naast het feit dat beelden onvolledig kunnen zijn, heet ieder persoon ook zijn eigen perceptie. Een
perceptie wil zeggen dat iedereen op basis van eigen ervaringen en kennis de werkelijkheid op een
andere manier ervaart en beoordeelt.
Op basis van jouw stereotiepe beelden en jouw perceptie maak je in je hoofd een voorstelling van
het gebied, bijvoorbeeld over de ligging, het klimaat, landschap, bevolking, etc. De kaart die je als
het ware maakt noem je een mental map. Een mental map bevat witte vlekken. Deze gebieden ken
je nog niet zo goed en zal je later in gaan vullen.
Ook heb je een geografisch beeld. Een geografisch beeld is
- Controleerbaar
- Leren je geografische kenmerken van gebieden te herkennen zoals het fysische milieu , de
inrichting van de ruimte en de bevolkingskenmerken
- Belangrijk voor het bedrijfsleven
Paragraaf 2: culturele diversiteit en samenleving
De bevolking van Zuid-Amerika is enorm divers. Dat hangt samen met de koloniale geschiedenis.
- Spanjaarden en Portugezen zetten voet op Zuid- Amerikaanse bodem. Oorspronkelijke
bewoners (zoals Inca’s) vormen vandaag de dag ongeveer acht procent van de bevolking.
Eerste kolonisten waren vooral op zoek naar zilver, diamanten en goud. Portugezen kregen
Brazilië in bezit, de Spanjaarden het grootste deel van Zuid-Amerika.
- In de 16e eeuw bleken grote delen van Zuid-Amerika geschikt om handelsgewassen te
verbouwen, zoals suikerriet en cacao. De teelt hiervan gebeurde op plantages en voor het
werk werden slaven uit Afrika gehaald. Ongeveer 5 miljoen Afrikanen kwamen in Zuid-
Amerika terecht. Het grootste deel in Brazilië.
- Argentinië, Uruguay en Brazilië worden vanaf het midden van de 19e eeuw aantrekkelijk
voor Europese migranten uit Spanje, Italië, Portugal, Duitsland en Nederland. Er was
namelijk een tekort aan landbouwgrond, terwijl er in deze landen veel vruchtbare grond
was.
- Naast de komst van Europeanen werden in deze tijd ook veel Chinese en Indiase
contractarbeiders geworven om te werken op de plantages. In de 20e eeuw kwamen veel
Japanners op de vlucht naar Zuid-Amerika, omdat er in eigen land slechte omstandigheden
waren.
Door deze migranten en het voorkomen van veel verschillende inheemse bevolkingsgroepen,
bestaat er in Zuid-Amerika een grote etnische diversiteit. De Spaanse en Portugese kolonisten
waren meestal mannen en kregen nakomelingen met de inheemse bevolking. Deze kinderen
noemen we mestiezen. In Paraguay is 95% van de bevolking mesties, dit proces noemen we ook wel
mestizering.
, De culturele diversiteit zie je bijvoorbeeld aan het grote aantal talen dat gesproken wordt. Spaans
en Portugees zijn de lingua franca in Zuid-Amerika. Culturen beïnvloeden elkaar ook. Zo bekeerden
missionarissen de oorspronkelijke bevolking, maar deze mengden hun rituelen en gebruiken met het
katholieke geloof.
Er wordt veel gesproken van de verzamelnaam Latino’s voor Zuid-Amerikanen. Voor hen is de
etniciteit veel belangrijker: mensen voelen zich in de eerste plaat Braziliaan of Peruaan, Waorani of
Aymara.
Er is sprake van een grote kloof in Zuid-Amerika die samenhangt met etnische en raciale
discriminatie.
- Afstammelingen van Europeanen hebben beter onderwijs genoten
- Voor mensen met een donkere huidskleur en inheemsen is het moeilijk om op te klimmen in
de maatschappij, dus hun sociale mobiliteit is laag.
De enorme kloof tussen arm en rijk zorgt voor veel maatschappelijke problemen zoals armoede, een
slechte kwaliteit van wonen, geweld en criminaliteit (drugsbendes & prostitutie) en het onderwijs in
deze wijken vaak van slechte kwaliteit. Het gevolg is dat jongeren uit de deze gebieden later vaker in
de informele sector terechtkomen.
Paragraaf 3: Bevolking, spreiding en groei
Bij gunstige (natuurlijke) omstandigheden heeft een gebied een grotere draagkracht en kunnen er
meer mensen een bestaan opbouwen. De bevolkingsdruk is dan laag.
- De bewoners van het Amazoneregenwoud woonden vooral langs de rivieren. Hier was naast
voedsel uit het bos ook water en vis beschikbaar
- In de Andes concentreerden de eerste bewoners zich vooral in de hogere delen. Hier konden
voedselgewassen in het gematigde bergklimaat verbouwd worden zoals aardappelen, gerst
en tarwe.
- De Europese kolonisten gingen juist weer liever in de lagere delen wonen. Deze lagere
valleien en plateaus met hun hogere temperaturen waren meer geschikt voor de verbouw
van handelsgewassen zoals cacao, koffie en suikerriet.
De bevolkingsdichtheid nam in de kustzone, vooral bij rivierdelta’s, steeds meer toe. Dit kwam
omdat van hieruit grondstoffen en handelsgewassen verscheept konden worden naar het koloniale
moederland
De ontwikkeling van de natuurlijke bevolkingsgroei kun je aflezen in het demografisch
transitiemodel. Tegenwoordig zitten de meeste landen in fase 4 van het transitiemodel.
De vruchtbaarheid is in deze landen nu nauwelijks hoger, maar er bestaan binnen landen wel
regionale verschillen, vooral veroorzaakt door het verschil in welvaart
Overheidsprogramma’s voor gezinsplanning zijn daarom vooral gericht op lage inkomensgroepen in
de stad en op het platteland, want daar zijn de geboortecijfers nog vaak hoog