Het huidige Rusland is ontstaan uit het vorstendom Moskou. Onder leiding van Iwan III (de Grote) in
de 16de eeuw werd het vorstendom Moskou driemaal zo groot, ook wel de grote expansie
genoemd. Iwan zag zichzelf als opvolger van het Oost-Romeinse rijk, daarom liet hij zichzelf ook
Tsaar noemen.
De Russische tsaren verklaarden dat zij hun macht van God hadden gekregen en dat ze aan niemand
verantwoording schuldig waren. Ze heersten als absolute vorsten. Ze maakten gebruik van de politie,
het leger, waaronder de Kozakken en de geheime dienst, de Orchana. Zo werden regelmatig
mensen, vaak Koelakken (staatvijanden) naar de Goelag (strafkampen) in afgelegen gebieden van
Rusland gestuurd.
Rusland heeft ook een verlicht despoot gehad, Catherina de Grote. Zij luisterde in enige mate naar
de bevolking, maar was nog steeds erg dictatoriaal.
In Rusland was er sprake van grote sociale ongelijkheid. Er was een heel kleine, machtige toplaag
(Adel). Zij bezaten ongeveer 50% van alle landbouwgrond. Ook waren er weinig industriearbeiders,
Rusland was een agrarische cultuur met een feodale traditie en een soort hofstelsel. Als gevolg
hiervan, was er in Rusland sprake van een enorme laag arme boeren.
De Russische kerk was nauw met de staat verbonden. In Rusland lag er een Russisch Orthodoxe
basis. De Russisch Orthodoxe kerk was ontstaan in het Byzantijnse (Oost-Romeinse) rijk.
- Aan het hoofd van de kerk staat de patriarch van Constantinopel, maar in praktijk is de kerk
zelfstandig-
- Een belangrijk kenmerk is de verering van Iconen, dat zijn stukken hout met een religieus
onderwerp erop geschilderd
- De staat betaalde de geestelijken
Paragraaf 2: De ondergang van het Tsarendom
Halverwege de 19e eeuw ontstonden in het geheim organisaties en later politieke partijen. Zij
hadden veelal socialistische of anarchistische trekken en streefden naar meer macht voor de
bevolking. Leden van een van deze organisaties vermoordden bijvoorbeeld Tsaar Alexander II
Een van deze opgerichte partijen was de Marxistische Partij. Het Marxisme is een politieke stroming
gebaseerd op de ideeën van Karl Marx, die een klasseloze samenleving wil, na de klassenstrijd, met
een economisch systeem gebaseerd op gemeenschappelijk eigendom van productiemiddelen. Deze
partij viel later uiteen in:
- De mensjewieken (gematigd, via politiek socialisme inbrengen)
- De Bolsjewieken (revolutionair, radicaal)
Er werden twee grote partijen belangrijk in Rusland, De socialisten-revolutionairen (socialisten) en
de kadetten (de liberalen).
In 1905 ontstonden er veel demonstraties, mensen (voornamelijk vrouwen) gingen massaal de
straten op, ze hadden honger en wilden invloed. De Tsaar in die periode, Nicolaas II gaf een generaal
de opdracht het plein, waar een demonstratie onder leiding van Priester Gapon plaatsvond,
overhoop te schieten. Deze dag wordt ook wel bloedige zondag genoemd. De gevolgen hiervan
waren:
, - Het Oktobermanifest: ‘Belofte’ van de Tsaar om over te schakelen naar een constitutionele
monarchie -> Dit zou gedaan worden door de oprichting van de Doema -> Een (soort)
parlement. De Doema kreeg vervolgens geen invloed, de Tsaar ging door zoals het ‘vroeger’
ging.
Rond deze tijd kwam ook Raspoetin aan het hof van de Tsaar terecht. De Tsaar geloofde dat
Raspoetin zijn zoon, die aan bloedarme leed, kon genezen. Raspoetin bleef aan het hof, waar hij de
reputatie van de Tsaar drastisch naar beneden haalde door zijn vreemde uitstraling en het versieren
van de vrouwen aan het hof.
Tijdens de Februarirevolutie van 1917 wordt Tsaar Nicolaas II afgezet. De voorlopige regering, met
als leider Kerenski, neemt het bestuur over. Zij voeren een parlementaire democratie in. Zij maakten
echter wel de fout om de invloed van Rusland in de eerste wereldoorlog door te zetten.
Paragraaf 3: de bolsjewieken grijpen de macht met geweld
De Oktoberrevolutie van 1917
Er werd verwacht dat de voorlopige regering onder leiding van Kerenski zou stoppen met WOI, maar
ze gingen door. Groot deel van de bevolking bleef ontevreden.
Oktoberrevolutie slaagde doordat
- De bolsjewieken waren beter georganiseerd dan de andere partijen.
- De propaganda van de bolsjewieken sloeg aan.
- De bolsjewieken verboden na hun machtsgreep andere partijen en vervolgden aanhangers
daarvan via een speciale staatsveiligheidsdienst, Tsjeka.
- Verzet werd bloedig neergeslagen.
Lenin kwam terug met veel geld om in Rusland een revolutie te startten. Op 7 november 1917
startte de Oktoberrevolutie nadat Lenin de bolsjewieken sterk genoeg vond. Het winterpaleis werd
ingenomen.
Slogans van Lenin
- “Vrede, brood en land” -> einde aan WOI (met DU), vrede van bres-litovsk (1918),
terugtrekken van troepen was in 1917.
- “Alle macht aan de sovjets” -> arbeidersraad, ongelaagde, lokale raad.
Er waren weinig fabrieksarbeiders in Rusland dus Lenin maakte een Russische variant op het
marxisme (boeren) -> leninisme. Na de revolutie zou een kleine groep tijdelijk de macht overnemen,
de raad van volkscommissarissen o.l.v. Lenin. Na de verkiezingen verloren de bolsjewieken, maar
verklaarde deze ongeldig en bleven aan de macht.
Een burgeroorlog breekt uit, de bolsjewieken winnen (1918-1921)