Leven in een verzorgingsstaat
Nederland is een verzorgingsstaat. Dat betekent dat de de overheid zich actief bemoeit met de
welvaart (de mate waarin mensen over voldoende middelen beschikken om hun behoeften te
vervullen) en het welzijn (de mate waarin mensen tevreden zijn over hun gezondheid) van haar
inwoners.
Om het collectief belang van welvaart en welzijn te realiseren, heeft de overheid medewerking van
de hele samenleving nodig. Solidariteit is daarbij essentieel. Solidariteit is de bereidheid van een
groep of samenleving om risico's met elkaar te delen. Van de overheid wordt verwacht dat zij wetten
maakt en maatregelen uitvoert om die solidariteit af te dwingen.
In de Nederlandse verzorgingsstaat is gelijkwaardigheid ook een belangrijke waarde. Iedereen moet
dezelfde kansen krijgen om zich te kunnen ontwikkelen en een menswaardig bestaan te leiden. Deze
waarde is terug te zien de in sociale grondrechten, zoals het recht op onderwijs, gezondheidszorg,
huisvesting, bestaanszekerheid en bescherming van het milieu. Het is de taak van de overheid om
deze doelen na te streven, hoewel de rechten niet juridisch afdwingbaar zijn. Naast deze rechten
heb je als burger ook plichten in een verzorgingsstaat. Tegenover het recht op onderwijs staat
bijvoorbeeld de leerplicht en tegenover het recht op bestaanszekerheid heb je de sollicitatieplicht.
Ook heb je, met premies en belastingen, als burger de plicht om bij te dragen aan de financiering van
de verzorgingsstaat.
Onze verzorgingsstaat wordt ingericht door de regering en het parlement. Daarbij spelen politieke
idealen, maatschappelijke ontwikkelingen en financiële middelen een rol. De drie terreinen waar de
overheid in Nederland het meeste geld aan uitgeeft zijn onderwijs, gezondheidszorg en sociale
zekerheid.
Naast de overheid en individuele burgers spelen ook het maatschappelijke middenveld en bedrijven
een grote rol binnen de verzorgingsstaat.
Het maatschappelijk middenveld bestaat uit organisaties die tussen de overheid en de individuele
burger staan en zaken regelen die niet door de overheid of bedrijven worden opgepakt. Dit noem je
ook wel particulier initiatief. In het maatschappelijk middenveld organiseren sociale partners (de
werknemers- en werkgeversorganisaties) zich om voor hun belangen op te komen. Zij overleggen
regelmatig en sluiten per branche een collectieve arbeidsovereenkomst af. Dat is een overeenkomst
tussen werkgevers en werknemers uit een bedrijfstak over de arbeidsvoorwaarden. De overheid
houdt toezicht op de afspraken om te voorkomen dat deze het algemeen belang schaden. Nederland
staat internationaal bekend om het poldermodel, waarbij overheid, vakbonden en werkgevers vaak
via compromissen tot overeenstemming komen.
Bedrijven dragen bij aan de verzorgingsstaat doordat de overheid sommige taken (deels) uitbesteedt
aan de vrije markt. Dit heeft voor- en nadelen, zoals lagere prijzen door concurrentie (voordeel) en
hogere collegegelden (nadeel). De overheid grijpt in met regels en wetgeving om de toegankelijkheid
en betaalbaarheid te waarborgen.
Verzorgingsstaten wereldwijd
Wereldwijd worden de verzorgingsstaten in 3 typen ingedeeld. Bij het vergelijken van deze
verzorgingsstaten kijk je naar de rol van de overheid, het niveau van sociale voorzieningen en de
hoogte van belastingen en premies.
, De liberale verzorgingsstaat (Verenigde Staten, Canada en Verenigd Koninkrijk)
- Rol van overheid: klein
- Niveau voorzieningen: laag
- Hoogte belastingen en premies: laag
- Waarden: Individuele vrijheid, eigen verantwoordelijkheid
De sociaaldemocratische verzorgingsstaat (Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken)
- Rol van overheid: groot
- Niveau voorzieningen: hoog
- Hoogte belastingen en premies: hoog
- Waarden: gelijkheid
De corporatistische verzorgingsstaat (Duitsland)
- Rol van overheid: aanvullend
- Niveau voorzieningen: relatief hoog/gemiddeld
- Hoogte belastingen en premies: hoog
- Waarden: samenwerking
Nederland is een combinatie van deze typen verzorgingsstaten. Hoe een verzorgingsstaat is
vormgegeven in een land hangt af van verschillende factoren, zoals de dominante politieke
ideologie, culturele tradities, de mate van welvaart, maar ook maatschappelijke ontwikkelingen en
onverwachte gebeurtenissen spelen een rol. Tot 1960 was Nederland een corporatistische
verzorgingsstaat. Met sociale partners die samen met de overheid afspraken maakten over de
hoogte van de lonen en werkloosheidsuitkeringen. Het maatschappelijke middenveld speelde in die
tijd ook een sterkere rol dan nu. Sinds de jaren zeventig is Nederland meer richting een
sociaaldemocratische verzorgingsstaat gegaan met uitgebreidere sociale voorzieningen.
Het is niet vanzelfsprekend dat de overheid zich inzet voor de welvaart en het welzijn van haar
inwoners en dus een verzorgingsstaat is. In sommige landen in Afrika en Zuidoost-Azië zijn de
overheidsvoorzieningen op gebied van onderwijs, gezondheidszorg of sociale zekerheid zo beperkt
dat je niet kunt spreken van een verzorgingsstaat. Dit heeft niet altijd te maken met ideologische
keuzes, maar vaak met een gebrek aan financiële middelen. In landen zonder verzorgingsstaat is er
grote ongelijkheid tussen arm en rijk en zijn mensen op zichzelf aangewezen. Niet alle kinderen gaan
naar school en publieke gezondheidszorg is van lage kwaliteit, wat leidt tot een lagere
levensverwachting.
5.3 Onderwijs
Belangrijke doelen van de overheid op het gebied van onderwijs zijn:
1. Burgerschapsvorming
Op school kom je in contact met mensen met andere levensstijlen, opvattingen en achtergronden.
Dit draagt bij aan de sociale cohesie in het land. Ook het leren over zaken die we als Nederlandse
burgers gemeen hebben werkt verbindend. Verder bereidt school ons voor op deelname aan de
maatschappij. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan verkeer, sportclubs, actiegroepen en
leerlingenraden. Deze activiteiten en de kennis die je daarbij opdoet horen bij burgerschapsvorming.
2. Zorgen voor een goed opgeleide beroepsbevolking