Klassieke massages:
- Klassieke gezichtsmassage: gezicht, hals, decolleté, hoofdhuid en oren.
- Klassieke lichaamsmassage: rug, nek, schouders, armen, buik, benen,
handen en voeten.
Specialistische massages:
- Bindweefselmassage (verstevigen)
- Lymfedrainage (afvalstoffen afvoeren)
- Pincementmassage (kleine kneepjes)
- Shiatsumassage (op drukpunten)
Bepaal het doel van de massage
- Ontspannend: bevordert de afvoer van afvalstoffen voor spierontspanning.
- Stimulerend: activeert spierweefsel en verbetert de doorbloeding.
Aanpassen aan klantwens stem massagegrepen en technieken af op het
gewenste effect en de klantbehoeften.
Verschillende massagegrepen:
- Intermitterend drukken: inleidende greep, belangrijkste effect is het
afvoeren van vocht. De greep kan ook ontspannend werken.
- Effleurages (lange strijking): gebruik je de gehele massage. Een vloeiende,
ononderbroken strijking. Ze kunnen zowel stimulerend (snel en dwars) als
ontspannend (langzaam en lang) werken.
Lengtestrijking: loopt gelijk met bloed-en lymfevaten en de spieren. Een rustige
lengtestrijking bevordert de afvoer.
Dwarsstrijking: loopt loodrecht op de bloed-en lymfevaten en de spieren, werkt
stimulerend en activerend.
Cirkelvorming: ook wel rotaties genoemd.
- Rotaties: kunnen zowel stimulerend als ontspannend werken. Een soort
effleurage in een roterende vorm. Kun je toepassen tijdens de gehele
massage.
, - Petrissages: een kneding, voert ritmisch druk uit op de spier. Een diepe
greep. Je pakt het weefsel op en gaat het kneden. Het is een stimulerende
greep, het activeert de stofwisseling in de spieren.
- Fricties: kleine cirkelvormige bewegingen. Diep, dieper, diepst. Je activeert
hiermee de doorbloeding, waardoor afvalstoffen beter afgevoerd kunnen
worden. Spierspanning verbetert.
- Tapotements: met tapotements prikkel en stimuleer je de sensibele
zenuwuiteinden van de huid. Beweging waarbij je de huid kort en snel
aanraakt.
Met een lichaamsmassage kun je de volgende effecten bereiken:
- Verbetering van de weefselstofwisseling.
- Verbetering van de huid- en spierdoorbloeding.
- Vermindering van vochtophoping.
- Tonisering van verslapte of verharde spieren.
- Vermindering van vermoeidheid.
- Ontspannen van de cliënt.
Directe effecten noemen we ook wel primair effect of mechanisch effect.
(heeft dus gelijk effect)
Mechanische effecten / primaire effecten:
- Prikkeling van de sensibele zenuwuiteinden. (een reactie)
- Loslaten van dode opperhuidcellen.
- Warmteontwikkeling.
- Vermeerdering van het aantal mestcellen.
- Verbeteren van de afvoer van aderlijk bloed en lymfe.
- Afvoeren van een teveel aan vocht in het weefsel.
- Losmaken van talgophopingen.
- Losmaken van weefsel.
Indirecte effecten duurt langer voordat het effect heeft. (biochemisch,
psychisch en reflectorisch)
Ook wel biochemisch effect: zorgt er bij een massage voor dat de stofwisseling
in de weefsels toeneemt. Door de massage worden de zenuwuiteinden in de huid
geprikkeld, wat zorgt voor de aanmaak van chemische stoffen, waaronder twee
belangrijke weefselhormonen
- Histamine: vlekkerige roodheid. Maakt de doorlaatbaarheid van de
bloedvatwanden groter. Hierdoor verbetert de doorbloeding en de
stofwisseling van de weefsels.
, - Acetylcholine: egale roodheid. Zorgt ervoor dat de motorische prikkel goed
wordt doorgegeven naar spieren en klieren. Maakt de doorlaatbaarheid van
de bloedvatwand groter, zodat de doorbloeding en de stofwisseling het
weefsel verbeteren. Acetylcholine brengt signalen van de zenuw over naar
de spier.
Reflectorisch effect: ontstaat als het centrale zenuwstelsel prikkelingen van de
massage doorgeeft aan de weefsels. Via een motorische baan worden de
prikkelingen doorgegeven. De bindweefselcellen, klieren, bloedvaten en spieren
reageren hierop
- Verbetering van de doorlaatbaarheid van de vaatwanden.
- Verbetering van de stofwisseling via de celwanden.
- Tonisering van verslapte of verharde spieren.
- Prikkeling van gladspierweefsel.
- Productie van weefselhormonen.
Nagelplaat bestaat uit 3 lagen
- Hoornlaag (schubbenlaag): wanneer deze loskomt door uitdroging
spreken we van splijtende nagels.
- Sponslaag: neemt voedingsstoffen op en houdt vet en vocht vast.
- Epitheellaag: bevestigt de nagelplaat aan het nagelbed.
Groei van de nagel:
De nagelcellen ontstaan in de nagelmatrix door celdeling. Hier zijn de cellen nog
zacht omdat ze niet verhoornd zijn. Tijdens de groei van de nagel verhoornen de
nagelcellen zich langzaam. Doordat nagelcellen keratohyalinekorrels bevatten.
Functies van de nagel
- Beschermen van vingers en tenen
- Tastzin
- Warmteverdeling
Factoren die groei van de nagels beïnvloeden
- Klimaat (warm/koel)
- Persoonlijke kenmerken (man/vrouw)
- Plaats van de nagels(vingers/tenen)
- Gewoonten (v.b.nagelbijten)
- Ziekte
- Stoffen (chemie)
Nagelafwijkingen onychosis kunnen verworven zijn of aangeboren. De
oorzaken van verworven nagelafwijkingen zijn:
Voeding en leefwijze
Ouderdom
Ziekten