beroepen
Gebaseerd op de 2e druk
Naam student: Joel Hoogendoorn
Opleiding: AD Social Work
Datum: 06-05-2025
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 – Perspectieven op gedrag.................................................................................................2
Hoofdstuk 2 – Systeemgericht werken...................................................................................................6
Hoofdstuk 3 – Communicatie.................................................................................................................9
Hoofdstuk 4 – Structuur.......................................................................................................................11
Hoofdstuk 5 – Tijd.................................................................................................................................14
Hoofdstuk 6 – Betekenis.......................................................................................................................17
Hoofdstuk 7 – Praktijkvoorbeeld 2SUR5...............................................................................................19
Hoofdstuk 8 – Praktijkvoorbeeld Beschermjassen................................................................................22
Hoofdstuk 9 – Praktijkvoorbeeld Casemanagement.............................................................................24
Hoofdstuk 10 – Praktijkvoorbeeld Familieopstelling.............................................................................27
Hoofdstuk 11 – Praktijkvoorbeeld Gezinstherapie................................................................................29
Hoofdstuk 12 – Praktijkvoorbeeld Maatjestraject................................................................................32
Hoofdstuk 13 – Praktijkvoorbeeld Ondersteuningsgroepen voor professionals...................................34
Hoofdstuk 14 – Praktijkvoorbeeld Presentie.........................................................................................37
Hoofdstuk 15 – Praktijkvoorbeeld Schoolmaatschappelijk werk..........................................................39
Hoofdstuk 16 – Praktijkvoorbeeld Signs of Safety.................................................................................42
Hoofdstuk 1 – Perspectieven op gedrag
Vanaf het begin van de twintigste eeuw zijn verschillende psychologische perspectieven
ontstaan, elk met hun eigen kijk op menselijk gedrag. In dit hoofdstuk worden acht
perspectieven besproken: psychodynamisch, behavioristisch, cognitief, humanistisch,
biologisch, oplossingsgericht, positief psychologisch en systeemgericht. Elk perspectief
draagt bij aan het begrijpen van gedrag, maar pas samen geven ze een vollediger beeld van de
mens in zijn context.
Psychodynamisch perspectief
Sigmund Freud stelde dat gedrag wordt beïnvloed door onbewuste driften, zoals de levensdrift
(Eros) en doodsdrift (Thanatos). Hij ontwikkelde een persoonlijkheidsmodel met drie delen:
het id (driften), het ego (realiteitsprincipe) en het superego (normen en waarden). Onbewuste
conflicten tussen deze delen leiden tot gedrag en psychische klachten. Freud introduceerde
ook afweermechanismen zoals verdringing, projectie en rationalisatie. Fixatie of regressie in
ontwikkelingsfasen kan leiden tot gedragspatronen op latere leeftijd. Overdracht en
tegenoverdracht spelen een rol in hulpverleningsrelaties. Neo-Freudianen zoals Jung en
Erikson bouwden voort op Freud, met meer aandacht voor cultuur, spiritualiteit en sociale
relaties. Hoewel de theorie moeilijk toetsbaar is, blijft de invloed van vroege ervaringen en
onbewuste processen erkend. Tegenwoordig ligt er meer nadruk op hechting, neurologische
processen en mentaliseren, zoals toegepast in Mentaliseren Bevorderende Therapie (MBT).
Karl Popper bekritiseerde Freuds theorie vanuit het kritisch rationalisme, omdat deze niet
falsifieerbaar is.
,Behavioristisch perspectief
Gedrag wordt verklaard door leerprocessen. Pavlov ontdekte klassieke conditionering: een
neutrale stimulus kan door herhaalde koppeling een reflex oproepen. Watson breidde dit uit
naar mensen en stelde dat alle gedrag aangeleerd is. Thorndike introduceerde operante
conditionering: gedrag wordt beïnvloed door de gevolgen ervan. Skinner verfijnde dit met
bekrachtiging en straf. Sociaal leren, zoals bij Bandura's Bobo-pop-experiment, toont aan dat
mensen ook leren door observatie. Hoewel het behaviorisme als te beperkt werd bekritiseerd
(black box), blijven leerprincipes als bekrachtiging belangrijk in opvoeding en therapie. De
behavioristische benadering is verder geëvolueerd naar ‘derde generatie’ gedragstherapieën
zoals ACT (Acceptance and Commitment Therapy) en MBCT (Mindfulness-Based Cognitive
Therapy). Het nature-nurture-debat komt hier nadrukkelijk terug: behavioristen benadrukken
nurture (leerervaringen), tegenover biologische verklaringen.
Cognitief perspectief
De cognitieve psychologie richt zich op mentale processen zoals waarnemen, denken en
herinneren. Piaget beschreef hoe schema’s zich ontwikkelen door assimilatie en
accommodatie. Cognitieve schema’s beïnvloeden waarneming, interpretatie en geheugen. Dit
verklaart waarom mensen in dezelfde situatie verschillend reageren. Constructivisme
benadrukt dat mensen hun eigen werkelijkheid construeren. Waarnemingsvertekeningen en
herinneringsfouten spelen hierbij een rol. Albert Ellis ontwikkelde de Rationeel Emotieve
Therapie (RET), waarin irrationele overtuigingen worden uitgedaagd en vervangen. Zijn
ABC-model laat zien hoe gedachten (beliefs) tussen een situatie en emotionele reactie
bemiddelen. Cognitieve therapieën zijn evidence-based en hebben brede toepassing. De
fenomenologie is hier van invloed: mensen ervaren de werkelijkheid subjectief, en dit
beïnvloedt hun gedrag.
Humanistisch perspectief
Deze stroming beklemtoont persoonlijke groei, zelfverwerkelijking en authenticiteit. Carl
Rogers stelde dat mensen een aangeboren neiging hebben tot zelfontplooiing, mits ze
onvoorwaardelijke acceptatie ervaren. Congruentie, empathie en echtheid zijn voorwaarden
voor een helende relatie. Abraham Maslow’s behoeftehiërarchie laat zien dat hogere
behoeften (zoals zelfactualisatie) pas kunnen ontwikkelen als basisbehoeften vervuld zijn.
Humanistische therapieën richten zich op beleving, subjectiviteit en het versterken van
autonomie. Client-centered therapy is een bekende vorm hiervan. Kritiek is dat het moeilijk te
objectiveren is, maar het perspectief is waardevol in relatiegerichte hulpverlening. Ook hier is
de fenomenologie relevant: de unieke beleving van de cliënt staat centraal.
Biologisch perspectief
Dit perspectief kijkt naar hersenstructuren, neurotransmitters en genetica als verklaringen
voor gedrag. Ontwikkelingen in de neurowetenschappen tonen hoe lichamelijke processen
samenhangen met gedrag en emoties. Denk aan de rol van dopamine bij beloning of
serotonine bij stemming. Erfelijkheid en omgevingsinvloeden (nature en nurture) werken
samen. Biologische verklaringen worden vaak gecombineerd met andere perspectieven,
vooral in de psychiatrie en farmacotherapie.
Oplossingsgericht perspectief
, In plaats van te focussen op problemen, richt dit perspectief zich op wat wél werkt.
Hulpverleners gaan uit van de kracht en mogelijkheden van de cliënt. Door kleine
veranderingen en het versterken van uitzonderingen wordt vooruitgang geboekt. Het draait
om doelen, hulpbronnen en toekomstgerichte vragen. Deze benadering is laagdrempelig,
motiverend en sluit goed aan bij kortdurende hulpverlening.
Positieve psychologie
De positieve psychologie onderzoekt wat mensen veerkrachtig en gelukkig maakt. In plaats
van te kijken naar stoornissen, staat floreren centraal. Begrippen als zingeving, talenten, hoop
en verbondenheid krijgen aandacht. Positieve gezondheid (Huber) verbindt dit met het sociaal
domein. Deze stroming is aanvullend op andere perspectieven, vooral in preventie en
welzijnsbevordering. Het PERMA-model van Seligman (Positive emotion, Engagement,
Relationships, Meaning, Accomplishment) biedt een wetenschappelijke basis voor
interventies zoals dankbaarheidsoefeningen en het versterken van sterke kanten.
Systeemgericht perspectief
Gedrag wordt begrepen in samenhang met de sociale context. De mens staat niet los van zijn
omgeving; interacties binnen systemen (zoals gezin, school, cultuur) beïnvloeden gedrag.
Problemen zijn zelden individueel, maar ontstaan in relatie met anderen. In plaats van
oorzaak-gevolgdenken staat circulair denken centraal. Systemisch werken vraagt om brede
dataverzameling, multiperspectiviteit en aandacht voor patronen. Het systeemgerichte
perspectief integreert inzichten uit andere stromingen, met nadruk op verbinding,
communicatie en context. Het systeemgerichte perspectief plaatst niet alleen gedrag in
context, maar ziet gedrag als een betekenisvolle reactie binnen relationele patronen.
Mentaliseren Bevorderende Therapie (MBT) is een voorbeeld van een systeemgerichte
interventie.
Samenvattend
Elk perspectief biedt een unieke lens om gedrag te begrijpen. In praktijkgericht sociaal werk
is het waardevol om eclectisch te denken: inzichten combineren afhankelijk van situatie en
cliënt. Het systeemgerichte perspectief fungeert als verbindende schil die helpt om gedrag te
plaatsen binnen de bredere context van relaties, betekenissen en dynamieken. Een volledig
begrip van gedrag vereist een meervoudige lens: elk perspectief draagt bij, maar pas wanneer
we ze in samenhang bezien – met oog voor relaties, systemen, betekenissen en krachten –
kunnen we werkelijk begrijpen en interveniëren in het leven van mensen.
Kernbegrippen Hoofdstuk 1
1. Id – De bron van driften en impulsen; streeft naar directe behoeftebevrediging.
2. Ego – Bemiddelt tussen het id en de buitenwereld; werkt volgens het realiteitsprincipe.
3. Superego – Vertegenwoordigt normen, waarden en geweten; het morele kompas van
de persoonlijkheid.
4. Afweermechanismen – Onbewuste strategieën zoals verdringing of projectie om
innerlijke conflicten te hanteren.
5. Klassieke conditionering – Leren door koppeling van een neutrale prikkel aan een
reflex (Pavlov).