Strom en stress: bevonden moeilijke 2jd in puberteit door ouders.
Detachement binnen het gezin, het gaat vaak samen met ouder conflict. Je kan het niet
vermijden, omdat het hoort bij de ontwikkeling van het kind. Fluctua2es in gevoelens: ervaren
van sterke emo2es. Hierbij wordt ook risicogedrag vertoond.
Wat verandert en waarom?
Onderzoek: gekeken naar de ontwikkeling van ouder kind waarnemen, elk jaar gemeten.
Tussen 15/16 voelen ouders minder steun. Nega2eve ac2e dan zien we dat ruzie toeneemt in
de 2jd van 15/16 en dan ook weer afneemt. Dominan2e gaat over controle, regels: in begin
veel en wordt veel minder naar mate van de leeLijd.
Waarom is de steun van moeder over het algemeen hoger dan vaders: moeder hebben
meestal meer de steun/opvoeders taak dan de vaders. (Oudere studie) Hierdoor is de
betrokkenheid van vader/kind minder dan lijkt te zijn, ook kunnen er meerdere reden zijn
waarom dit zo is.
11 slide: 2jdens kinder2jd ouder bepaalt heel veel en is ook erg aOankelijk van de ouder, naar
mate het kind oud wordt het horizontaal. Ook wordt het symmetrisch er is dan wederzijdse
communica2e tussen ouder kind en het kind wordt onaOankelijker.
Als de rela2e gelijkwaardiger worden, draagt dit zeer bij aan de ontwikkeling voor de hun
eigen. Dat geldt niet voor iedereen; er zijn ook individuele verschillen tussen gezinnen.
Harmonious betekent goede band, puberteit gaat goed.
Turbulent: weinig steun, communica2e van ouders neemt ook vanaf leeLijd van 17 jaar af.
Individuele verschillen zijn belangrijk, want alles wat er gebeurt voor de adolescen2e is
belangrijk om mee te nemen in de rela2e van ouder kind.
Dus: als we nu teruggaan naar storm en stress, zijn er inderdaad periodes van storm en stress
want je ziet de steun neemt af en de conflicten nemen toe. Als je ouders zeggen dan dat het
dan de moeilijkste periode is. Maar we kunnen ook zeggen dat het niet waar is, want niet
iedereen moet het doorlopen om een goede ontwikkeling te hebben tussen ouder en kind
rela2e. Hier zie je dat het gaat om varia2e tussen die individuele verschillen.
Conflicten 2jdens de ouder adolescen2e: de hoeveelheid van conflicten gaat om hoog
gemiddeld. Normaal je moet onderscheid kunnen maken tussen hoe vaak de ruzie plaats vindt
en hoe erns2g het is. De hoeveelheid neemt af, maar het wordt wel intensiever.
Frequen2e is het hoogst in de vroege adolescen2e en de intensiviteit in de midden
adolescen2e.
De meeste mensen maken ruzie om verschillende dingen zoals; regels -> autonomie-
gerelateerde issues = control issues. Streven naar autonomie, vanuit de adolescent het gevoel
dat je zelf zelfstanding kan zijn en beslissingen kan nemen. En de ouder moet zich afvragen om
de hoeveelheid autonomie die hij/zij geeL.
,De ontwikkeling van adolescenten vindt niet in isola2e plaats, maar wordt sterk beïnvloed door
eerdere interac2es en rela2epatronen met ouders. De kwaliteit van de ouder-kindrela2e vóór
de adolescen2e speelt een cruciale rol in hoe deze rela2e zich verder ontwikkelt. Als een
adolescent in de kinder2jd nega2eve ervaringen met ouders heeL gehad, maar 2jdens de
adolescen2e posi2eve rela2es ervaart, kunnen de nega2eve effecten deels worden
gecompenseerd. Over het algemeen blijL de geschiedenis van de ouder-kindrela2e een
bepalende factor.
• Steun en warmte: Jongeren die vóór de adolescen2e weinig ouderlijke steun hebben
ervaren, ontwikkelen vaak een minder hechte rela2e met hun ouders. De mate van
ervaren steun neemt af in de vroege en midden-adolescen2e en blijL daarna rela2ef
stabiel. Dit patroon geldt zowel voor moeders als vaders, met als uitzondering dat
vader-dochterrela2es soms een lichte toename in steun laten zien.
• Nega2eve interac2es: Adolescenten die in hun kinder2jd veel nega2eve interac2es
met ouders hadden, ervaren vaak een verdere toename van deze conflicten in de
midden- en late adolescen2e, waarna deze in de jongvolwassenheid weer afnemen.
Dit patroon is zichtbaar in rela2es met zowel vaders als moeders.
• Dominan2e en controle: Ouderlijk gezag en controle nemen over het algemeen af
naarmate adolescenten ouder worden, wat wijst op een groeiende autonomie binnen
de ouder-kindrela2e. Dit geldt voor beide ouders.
Daarnaast blijkt dat adolescenten die vóór de adolescen2e een sterke, ondersteunende rela2e
met hun ouders hadden, ook vaker een hechte band met broers en zussen ontwikkelen en
opgroeien in gezinnen met stabiele ouderlijke rela2es. Omgekeerd ervaren jongeren die in hun
kinder2jd weinig steun van hun ouders kregen, doorgaans ook een lagere kwaliteit in hun
ouder-kindrela2e 2jdens de adolescen2e.
Ouder-kindconflicten 2jdens de adolescen2e draaien vaak om fundamentele thema’s zoals
iden2teit, autonomie en sociale aanslui2ng. Belangrijke vragen die adolescenten bezighouden
zijn: Wie ben ik? Wat wil ik? Waar hoor ik bij? En wie wil ik worden? Veel conflicten ontstaan
rondom autonomie-gerelateerde kwes2es en controle: welke beslissingen mag de adolescent
zelfstandig nemen en welke blijven onder ouderlijk gezag? De kern van de
adolescen2eontwikkeling ligt in het streven naar autonomie, wat bijdraagt aan een gevoel van
onaOankelijkheid en zelbeschikking. Dit omvat het nemen van autonome beslissingen, het
ontwikkelen van eigen gedachten en gevoelens en een toegenomen behoeLe aan privacy.
Er bestaan verschillende theore2sche perspec2even op ouder-kindconflicten in de
adolescen2e:
Separa2on-individua2on theorie: Adolescenten streven naar autonomie en de ontwikkeling
van een eigen iden2teit, wat leidt tot natuurlijke spanningen met ouders.
Evolu2onair perspec2ef: Hormonale veranderingen s2muleren de drang naar autonomie en
onaOankelijkheid, waarbij ook het vinden van een partner een rol speelt.
Matura2onal perspec2ef: Cogni2eve ontwikkeling leidt ertoe dat adolescenten ouderlijk gezag
kri2scher beoordelen en de legi2miteit van ouderlijke controle ter discussie stellen.
Expectancy viola2on-realignment theorie: Conflicten ontstaan wanneer ouders en
adolescenten verschillende verwach2ngen hebben over het moment en de mate waarin
autonomie wordt toegekend. Door deze verwach2ngen opnieuw af te stemmen, kan een
nieuw evenwicht worden bereikt.
,Social Domain theorie: De effec2viteit van ouderlijk toezicht hangt af van het domein waarop
het betrekking heeL. Ouders en adolescenten kunnen verschillende perspec2even hebben op
wat een persoonlijke versus een conven2onele of morele kwes2e is. Bijvoorbeeld, ouders
kunnen verwachten dat hun kind vreemden begroet, terwijl een adolescent dit als een
persoonlijke keuze beschouwt.
Daarnaast verandert de 2jdsbesteding binnen het gezin gedurende de adolescen2e. Jongere
kinderen brengen veel 2jd door met het hele gezin, terwijl adolescenten geleidelijk meer 2jd
apart doorbrengen, bijvoorbeeld met vrienden of alleen met hun moeder, terwijl de interac2e
met vaders vaak afneemt.
Opvoeding in adolescen2e
Tijdsbesteding van adolescen2e; in jongere jaren meer contact met familieleden maar neemt
af. De 2jdsbestending neemt af meestal door de vrienden van de kinderen, ze willen de 2jd
zelf indelen. Hierdoor veranderd de opvoeding niet, maar het gedrag veranderd. We bepaalde
aanpassingen worden gedaan maar opvoeds2jl veranderd niet over het algemeen.
Balans tussen autonomie en verbondenheid.
Effecten op ontwikkeling in verschillende landen.
Branje, S., Mastrotheodoros, S., & Laursen, B. (2021). Family Rela2onships During
Adolescence. In A. L. Vangelis2, The Routledge Handbook of Family Communica2on
(3rd ed., pp. 247-261). Routledge. hkps://doi.org/10.4324/9781003043423-22
Familierela2es spelen een cruciale rol in de ontwikkeling van adolescenten. De adolescen2e is
een periode van toenemende autonomie, verschuivende machtsdynamiek en veranderende
communica2epatronen binnen gezinnen. Dit hoofdstuk onderzoekt hoe rela2es tussen ouders
en adolescenten, broers en zussen en interparentale rela2es veranderen en welke effecten
deze transforma2es hebben op de ontwikkeling van jongeren.
Ouder-kindrela,e ,jdens de adolescen,e
Nabijheid en verbondenheid: Adolescenten en ouders ervaren hun rela2e meestal als hecht,
maar de manier waarop deze nabijheid wordt uitgedrukt, verandert. Fysieke affec2e neemt af,
terwijl gesprekken en emo2onele ondersteuning belangrijker worden. De percep2e van
ouderlijke steun neemt af vanaf de vroege adolescen2e, vooral bij jongeren die in de kinder2jd
al nega2eve interac2es met hun ouders hadden. Jongeren hebben over het algemeen een
hechtere band met moeders dan met vaders, waarbij vaders meer als autoritaire figuren
worden gezien.
Individuele verschillen: Jongens ervaren doorgaans minder ouderlijke controle en delen
minder informa2e dan meisjes. Adolescenten met een posi2eve ouder-kindrela2e ervaren
minder gedragsproblemen en een betere psychosociale aanpassing.
Conflicten tussen ouders en adolescenten: nemen toe in frequen2e en intensiteit in de
vroege adolescen2e, maar nemen af naarmate de adolescen2e vordert.
, De expectancy-viola2on realignment-theorie stelt dat conflicten ontstaan doordat ouders en
adolescenten verschillende verwach2ngen hebben over autonomie en
verantwoordelijkheden. Ouders en adolescenten moeten hun rela2e herstructureren van een
ouderlijk gecontroleerd model naar een meer wederkerige en gelijkwaardige dynamiek. Het is
belangrijk dat er onderscheid wordt gemaakt tussen:
Frequen2e van conflicten: de frequen2e neemt af gedurende de adolescen2e.
Intensiteit van conflicten: de intensiteit neemt toe gedurende de adolescen2e.
Studies tonen een U-vormige curve: conflicprequen2e piekt in de vroege adolescen2e en
neemt daarna af, terwijl de intensiteit van conflicten 2jdelijk toeneemt.
Onderzoek toont aan dat conflicten tussen ouders en adolescenten vaker voorkomen bij
dochters dan bij zonen. Daarnaast verschilt de manier waarop conflicten worden afgehandeld
aOankelijk van het geslacht van de ouder: moeders zijn eerder geneigd tot het sluiten van
compromissen dan vaders.
Empathie speelt een belangrijke rol in de dynamiek van ouder-kindconflicten. Adolescenten
met een lager niveau van empathie hebben niet alleen vaker conflicten met hun ouders, maar
onderschaken ook de frequen2e en ernst ervan.
Er zijn drie typen moeder-adolescentrela2es geïden2ficeerd op basis van conflictpatronen:
1. Explosieve rela2e: Conflicten komen zowel vaak als met hoge intensiteit voor.
2. Ruziënde rela2e: Conflicten zijn frequent en de rela2e wordt als nega2ef ervaren.
- Beide conflicts2jlen zijn geassocieerd met verhoogde niveaus van internaliserend
(bijvoorbeeld depressie en angst) en externaliserend (bijvoorbeeld agressie en
gedragsproblemen) probleemgedrag.
3. Rus2ge rela2e: Conflicten zijn zeldzaam en de rela2e wordt gekenmerkt door lage
nega2viteit.
De manier waarop conflicten worden opgelost, blijkt bepalender te zijn voor de ouder-
kindrela2e dan de frequen2e of oorzaak van de conflicten zelf. Construc2eve
conflicthantering, zoals het zoeken naar gezamenlijke oplossingen, leidt tot een afname in
conflicprequen2e, terwijl niet-construc2eve strategieën juist kunnen leiden tot een toename
van conflicten en rela2onele spanningen.
Ouderlijk toezicht en informa3ebeheer: Ouders hanteren verschillende strategieën om
toezicht te houden op hun adolescenten, zoals het direct vragen naar hun ac2viteiten of het
ac2ef controleren van hun gedrag. Echter, onderzoek toont aan dat ouderlijke kennis over de
ac2viteiten van adolescenten vooral aOankelijk is van vrijwillige informa2everstrekking door
de adolescent zelf.
- Naarmate adolescenten ouder worden, verminderen ouders hun directe controle en
vertrouwen ze meer op vrijwillige zelfonthulling van hun kind.
- Jongeren ontwikkelen een toenemende behoeLe aan privacy en bepalen zelf welke
informa2e ze met hun ouders delen.
- Een disbalans tussen ouderlijke controle en autonomie kan resulteren in geheimhouding,
wat kan leiden tot een afname van wederzijds vertrouwen.