MEDISCHE MICROBIOLOGISCHE DIAGNOSTIEK – SAMENVATTING
Infecties van urinewegen
Anatomie, fysiologie en klinische
syndromen
De vier belangrijkste anatomische
onderdelen van de urinewegen zijn de
nieren, urineleiders (ureter), blaas en
urinebuis (urethra). Het belangrijkste
verschil tussen mannen en vrouwen is dat
de urinebuis bij mannen langer is dan bij
vrouwen.
Definities en medische begrippen
Cystitis = blaasontsteking
Pyelitis = Ontsteking nierkelken, een – of dubbelzijding
Pyelonefritis – Nierbekkenonsteking pyelum – en nieerweefsel (koorts, slagpijn bij tikken op rug ter
hoogte van nier).
Urethritis = Ontsteking van urethra, met name bij SOA’s en onbehandelde UWI (koorts)
Prostatitis = Ontsteking van de prostaat, aanleiding recidiverende cystitis, met name bij oudere
mannen (urine onderzoek is meestal voldoende of via rectum voelden aan vergrotte prostaat).
Nieren (fysiologische)
functie
Met die nieren maken we
van bloed urine, om
afvalstoffen uit het lichaam
te verwijderen met filtratie,
reabsorptie, secretie en
extractie. Afferente
arteriolen brengen het
bloed naar een nefron
waar het vervolgens uit
komt in de glomerulus.
Bloedplasma en kleine
stoffen kunnen door de
glomerulus heen (filtratie).
Bloedplasma en grote
eiwitten blijven in het
bloed zitten. De
vloeistoffen worden
opgevangen in het kapsel
1
, van bouwman, dit is voorurine. Stoffen worden dan teruggehaald of juist
uitgescheiden in de rest van het nefron. Dit gebeurt in drie belangrijke
stappen: reabsorptie, secretie en excretie.
Reabsorptie: In de proximale tubulus worden nuttige stoffen zoals
glucose, aminozuren, en een groot deel van het water en zout weer terug
opgenomen in het bloed. Dit voorkomt dat het lichaam te veel
waardevolle stoffen verliest.
Secretie: In de distale tubulus en de lis van Henle worden ongewenste
stoffen, zoals overtollige ionen, medicijnen en afvalstoffen zoals
creatinine, actief uit het bloed gehaald en aan de voorurine toegevoegd.
Excretie: De overgebleven vloeistof, die nu urine heet, stroomt via de
verzamelbuisjes naar het nierbekken, vervolgens naar de urineleiders en uiteindelijk naar de blaas,
waar het wordt opgeslagen totdat het wordt uitgeplast.
Behalve afvalstoffen en overtollige vloeistoffen uit het bloed verwijderen nieren reguleren de
elektrolytenbalans, produceren hormonen die de bloeddruk en aanmaak van rode bloedcellen
reguleren. Daarnaast zijn nieren betrokken bij de aanmaak van vitamine D.
- Constant houden bloeddruk
- Waterhuishouding reguleren (inclusief beïnvloeden van gedrag: dorst)
- Gecontroleerd uitscheiden van zouten (Na+, K+, Ca2+)
- Reguleren van zuurbalans pH ()H+ en HCO3-)
- Uitscheiden van afvalstoffen: afbraak van hemoglobine → bilirubine → urochroom → gele
urine
- Productie van hormonen:
o EPO: aanmaak erytrocyten
o Renine (zout- en bloeddruk balans)
o Botmetabolisme Vitamine D3 omzetten in calciferol (Ca2+)
De nieren hebben zo een cruciale rol dat het onmisbaar is om zonder nieren te leven. Patiënten die
geen werkende nieren hebben, moeten regelmatige nierdialyse ondergaan om functies van de nieren
te vervangen, of een niertransplantatie ondergaan om hun leven te kunnen behouden.
Hemodialyse (HD)
Hemodialyse is een proces dat wordt gebruikt om de bloedcirculatie effectief te zuiveren bij mensen
met nierfalen. Er wordt een shunt aangelegd tussen de slagader en ader. Op je ader leggen ze een
bleodpopmp aan die het door een kunstnier heen pompt. In de machine stroomt het bloed langs een
dialysefilter (kunstnier), waar afvalstoffen en overtollig vocht via een speciale vloeistof
(dialysevloeistof) worden verwijderd. De dialyseer (kunstnier) maakt gebruik van een semipermeabel
membraan dat bepaalde stoffen doorlaat en andere tegenhoudt. Dit werkt op basis van diffusie en
osmose.
Diffusie: Afvalstoffen (zoals ureum, creatinine en overtollige elektrolyten) bewegen vanuit het bloed
naar de dialysevloeistof, omdat daar een lagere concentratie van deze stoffen is.
Osmose: Overtollig water wordt onttrokken door een drukverschil (ultrafiltratie).
Hierdoor worden afvalstoffen en overtollig vocht verwijderd, terwijl belangrijke stoffen (zoals eiwitten
en bloedcellen) in het bloed blijven. Het gezuiverde bloed wordt dan weer terug naar het lichaam
gepompt.
Meestal 3 keer per week voor ongeveer 4 uur per sessie.
Peritoneale dialyse (PD)
2
,In plaats van een machine te gebruiken om het bloed te filteren, maakt peritoneale dialyse gebruik van
het natuurlijke filtervermogen van je buikvlies (peritoneum) om het bloed te zuiveren.
Bij peritoneale dialyse wordt er een katheter in de buikholte geplaatst. Via deze katheter wordt een
speciale vloeistof, het dialysaat, in de buikholte gebracht. Het dialysaat komt in contact met het
buikvlies, dat als een filter werkt. De afvalstoffen, zoals ureum en creatinine, die zich in het bloed
bevinden in hogere concentraties, bewegen via diffusie naar het dialysaat, waar ze in lagere
concentraties aanwezig zijn. Daarnaast speelt osmose een belangrijke rol bij het verwijderen van
overtollig vocht uit het lichaam. Het dialysaat bevat stoffen zoals glucose, die een hogere concentratie
hebben dan het bloed. Hierdoor wordt water uit het bloed via osmose naar het dialysaat getrokken,
om de concentratie in beide vloeistoffen in balans te brengen. Na een paar uur wordt het dialysaat,
samen met de afvalstoffen en het overtollige vocht, via de katheter uit de buikholte verwijderd.
Urethritis (plasbuis)
Urethritis is een ontsteking van de plasbuis en kan leiden tot symptomen zoals pijn bij plassen,
frequent urineren, etc. De veroorzaker van urethritis kan via geslachtsgemeenschap worden
overgedragen en dit maakt het belangrijk om aan seksueel overdraagbare infectie (SOA’s) te denken.
Mogelijke pathogenen:
- Chlamydia trachomatis (chlamydia)
- Neisseria gonorrhoeae (gonorroe)
- Mycoplasma genitalium
- Herpes simplex (pijnlijke blaasjes)
Afweermechanismen tegen infecties
Het lichaam heeft verschillende tactieken om infecties, zoals urineweginfecties (UWI), te voorkomen.
Mechanische afweer
- Blaasontlediging en verdunning: Regelmatig plassen spoelt bacteriën uit de urinewegen en
voorkomt dat ze zich vermenigvuldigen.
- Sfincters op overgang urethra/blaas en blaas/ureter: Deze sluitspieren zorgen ervoor dat
urine niet terugstroomt, waardoor bacteriën moeilijker de blaas en nieren kunnen bereiken.
Chemische afweer
- Antibacteriële activiteit van urine: De lage pH, hoge osmolariteit en hoge ureumconcentratie
van urine remmen de groei van bacteriën.
- Antimicrobiële factoren in prostaatvloeistof: Bij mannen heeft de prostaatvloeistof een
bacteriedodende werking, waardoor mannen minder vaak een urineweginfectie krijgen dan
vrouwen.
Competitie met eigen flora
- Kolonisatie door ‘eigen flora’: De voorzijde van de urethra is bedekt met goede bacteriën,
zoals lactobacillen. Deze concurreren met schadelijke bacteriën en voorkomen dat
ziekteverwekkers zich vestigen en vermenigvuldigen.
Pathogenese van urineweginfecties (UWI)
Urine is bij gezonde mensen normaal gesproken steriel, maar de aanwezigheid van bacteriën
betekent niet altijd dat er een infectie is. Vooral bij ouderen en mensen met diabetes kan
asymptomatische bacteriurie voorkomen, waarbij bacteriën in de urine aanwezig zijn zonder klachten
te veroorzaken.
Bij cystitis (blaasontsteking) wordt de infectie meestal veroorzaakt door bacteriën uit de eigen
darmflora. De infectie ontstaat vaak via een ascenderende (opstijgende) route, waarbij bacteriën via
de urethra in de blaas terechtkomen. Vrouwen hebben door hun kortere urethra een groter risico op
3
, urineweginfecties dan mannen. Ook kan geslachtsgemeenschap een rol spelen bij het ontstaan van
cystitis.
Cystitis (blaasontsteking)
Symptomen
- Pollakisurie: vaak moeten plassen (frequente mictie)
- Strangurie: pijn of branderig gevoel bij het plassen
Diagnostiek en behandeling
- Acute ongecompliceerde cystitis (bij niet-zwangere vrouwen):
o Bacteriologisch onderzoek (urinekweek) is meestal niet nodig.
- Chronische of recidiverende infecties, kinderen, mannen, zwangere en risicogroepen:
o Een urinekweek is vrijwel altijd nodig om de oorzaak en gevoeligheid voor antibiotica
te bepalen.
Gecompliceerde urineweginfecties (UWI)
Een urineweginfectie wordt als gecompliceerd beschouwd wanneer er risicofactoren zijn die de
infectie verergeren of de behandeling bemoeilijken. Dit kan het geval zijn bij onderliggende
aandoeningen, anatomische afwijkingen, nierfunctiestoornissen of bij infecties die zich verder
uitbreiden dan de blaas.
Voorbeelden van gecompliceerde UWI
- Pyelonefritis (nierbekkenontsteking)
o Infectie stijgt op naar de nieren en veroorzaakt symptomen zoals koorts en slagpijn in
de nierloge (pijn bij tikken op de flank).
- Chronische pyelonefritis
o Langdurige of herhaalde nierinfecties kunnen leiden tot nierfunctiestoornissen.
- Prostatitis (prostaatontsteking)
o Vaak gepresenteerd als recidiverende cystitis (terugkerende blaasontsteking bij
mannen).
o Meestal is urineonderzoek voldoende om de diagnose te stellen.
o In sommige gevallen kan semenonderzoek (sperma-analyse) nodig zijn om de
aanwezigheid van bacteriën in de prostaatvloeistof aan te tonen.
Een UWI wordt als gecompliceerd beschouwd als er sprake is van bijkomende risicofactoren zoals een
verminderde nierfunctie, een verstoorde urine-afvloed (bijvoorbeeld door nierstenen of een vergrote
prostaat), of als de infectie zich uitbreidt naar de nieren of prostaat.
Urosepsis
Urosepsis is een ernstige complicatie van een niet of onvoldoende behandelde urineweginfectie (UWI).
Dit kan ontstaan door:
- Pyelonefritis (nierbekkenontsteking): bacteriën breiden zich verder uit naar de nieren.
- Bacteriëmie: bacteriën uit de urinewegen komen in de bloedbaan terecht (translocatie) en
veroorzaken een systemische infectie.
Symptomen van urosepsis
- Hoge koorts en koude rillingen
- Versnelde ademhaling en hartslag
- Lage bloeddruk (hypotensie)
- Bewustzijnsveranderingen
Sepsis en septische shock
- Sepsis is een levensbedreigend orgaan falen, veroorzaakt door een ontregelde reactie van het
lichaam op een infectie.
4
Infecties van urinewegen
Anatomie, fysiologie en klinische
syndromen
De vier belangrijkste anatomische
onderdelen van de urinewegen zijn de
nieren, urineleiders (ureter), blaas en
urinebuis (urethra). Het belangrijkste
verschil tussen mannen en vrouwen is dat
de urinebuis bij mannen langer is dan bij
vrouwen.
Definities en medische begrippen
Cystitis = blaasontsteking
Pyelitis = Ontsteking nierkelken, een – of dubbelzijding
Pyelonefritis – Nierbekkenonsteking pyelum – en nieerweefsel (koorts, slagpijn bij tikken op rug ter
hoogte van nier).
Urethritis = Ontsteking van urethra, met name bij SOA’s en onbehandelde UWI (koorts)
Prostatitis = Ontsteking van de prostaat, aanleiding recidiverende cystitis, met name bij oudere
mannen (urine onderzoek is meestal voldoende of via rectum voelden aan vergrotte prostaat).
Nieren (fysiologische)
functie
Met die nieren maken we
van bloed urine, om
afvalstoffen uit het lichaam
te verwijderen met filtratie,
reabsorptie, secretie en
extractie. Afferente
arteriolen brengen het
bloed naar een nefron
waar het vervolgens uit
komt in de glomerulus.
Bloedplasma en kleine
stoffen kunnen door de
glomerulus heen (filtratie).
Bloedplasma en grote
eiwitten blijven in het
bloed zitten. De
vloeistoffen worden
opgevangen in het kapsel
1
, van bouwman, dit is voorurine. Stoffen worden dan teruggehaald of juist
uitgescheiden in de rest van het nefron. Dit gebeurt in drie belangrijke
stappen: reabsorptie, secretie en excretie.
Reabsorptie: In de proximale tubulus worden nuttige stoffen zoals
glucose, aminozuren, en een groot deel van het water en zout weer terug
opgenomen in het bloed. Dit voorkomt dat het lichaam te veel
waardevolle stoffen verliest.
Secretie: In de distale tubulus en de lis van Henle worden ongewenste
stoffen, zoals overtollige ionen, medicijnen en afvalstoffen zoals
creatinine, actief uit het bloed gehaald en aan de voorurine toegevoegd.
Excretie: De overgebleven vloeistof, die nu urine heet, stroomt via de
verzamelbuisjes naar het nierbekken, vervolgens naar de urineleiders en uiteindelijk naar de blaas,
waar het wordt opgeslagen totdat het wordt uitgeplast.
Behalve afvalstoffen en overtollige vloeistoffen uit het bloed verwijderen nieren reguleren de
elektrolytenbalans, produceren hormonen die de bloeddruk en aanmaak van rode bloedcellen
reguleren. Daarnaast zijn nieren betrokken bij de aanmaak van vitamine D.
- Constant houden bloeddruk
- Waterhuishouding reguleren (inclusief beïnvloeden van gedrag: dorst)
- Gecontroleerd uitscheiden van zouten (Na+, K+, Ca2+)
- Reguleren van zuurbalans pH ()H+ en HCO3-)
- Uitscheiden van afvalstoffen: afbraak van hemoglobine → bilirubine → urochroom → gele
urine
- Productie van hormonen:
o EPO: aanmaak erytrocyten
o Renine (zout- en bloeddruk balans)
o Botmetabolisme Vitamine D3 omzetten in calciferol (Ca2+)
De nieren hebben zo een cruciale rol dat het onmisbaar is om zonder nieren te leven. Patiënten die
geen werkende nieren hebben, moeten regelmatige nierdialyse ondergaan om functies van de nieren
te vervangen, of een niertransplantatie ondergaan om hun leven te kunnen behouden.
Hemodialyse (HD)
Hemodialyse is een proces dat wordt gebruikt om de bloedcirculatie effectief te zuiveren bij mensen
met nierfalen. Er wordt een shunt aangelegd tussen de slagader en ader. Op je ader leggen ze een
bleodpopmp aan die het door een kunstnier heen pompt. In de machine stroomt het bloed langs een
dialysefilter (kunstnier), waar afvalstoffen en overtollig vocht via een speciale vloeistof
(dialysevloeistof) worden verwijderd. De dialyseer (kunstnier) maakt gebruik van een semipermeabel
membraan dat bepaalde stoffen doorlaat en andere tegenhoudt. Dit werkt op basis van diffusie en
osmose.
Diffusie: Afvalstoffen (zoals ureum, creatinine en overtollige elektrolyten) bewegen vanuit het bloed
naar de dialysevloeistof, omdat daar een lagere concentratie van deze stoffen is.
Osmose: Overtollig water wordt onttrokken door een drukverschil (ultrafiltratie).
Hierdoor worden afvalstoffen en overtollig vocht verwijderd, terwijl belangrijke stoffen (zoals eiwitten
en bloedcellen) in het bloed blijven. Het gezuiverde bloed wordt dan weer terug naar het lichaam
gepompt.
Meestal 3 keer per week voor ongeveer 4 uur per sessie.
Peritoneale dialyse (PD)
2
,In plaats van een machine te gebruiken om het bloed te filteren, maakt peritoneale dialyse gebruik van
het natuurlijke filtervermogen van je buikvlies (peritoneum) om het bloed te zuiveren.
Bij peritoneale dialyse wordt er een katheter in de buikholte geplaatst. Via deze katheter wordt een
speciale vloeistof, het dialysaat, in de buikholte gebracht. Het dialysaat komt in contact met het
buikvlies, dat als een filter werkt. De afvalstoffen, zoals ureum en creatinine, die zich in het bloed
bevinden in hogere concentraties, bewegen via diffusie naar het dialysaat, waar ze in lagere
concentraties aanwezig zijn. Daarnaast speelt osmose een belangrijke rol bij het verwijderen van
overtollig vocht uit het lichaam. Het dialysaat bevat stoffen zoals glucose, die een hogere concentratie
hebben dan het bloed. Hierdoor wordt water uit het bloed via osmose naar het dialysaat getrokken,
om de concentratie in beide vloeistoffen in balans te brengen. Na een paar uur wordt het dialysaat,
samen met de afvalstoffen en het overtollige vocht, via de katheter uit de buikholte verwijderd.
Urethritis (plasbuis)
Urethritis is een ontsteking van de plasbuis en kan leiden tot symptomen zoals pijn bij plassen,
frequent urineren, etc. De veroorzaker van urethritis kan via geslachtsgemeenschap worden
overgedragen en dit maakt het belangrijk om aan seksueel overdraagbare infectie (SOA’s) te denken.
Mogelijke pathogenen:
- Chlamydia trachomatis (chlamydia)
- Neisseria gonorrhoeae (gonorroe)
- Mycoplasma genitalium
- Herpes simplex (pijnlijke blaasjes)
Afweermechanismen tegen infecties
Het lichaam heeft verschillende tactieken om infecties, zoals urineweginfecties (UWI), te voorkomen.
Mechanische afweer
- Blaasontlediging en verdunning: Regelmatig plassen spoelt bacteriën uit de urinewegen en
voorkomt dat ze zich vermenigvuldigen.
- Sfincters op overgang urethra/blaas en blaas/ureter: Deze sluitspieren zorgen ervoor dat
urine niet terugstroomt, waardoor bacteriën moeilijker de blaas en nieren kunnen bereiken.
Chemische afweer
- Antibacteriële activiteit van urine: De lage pH, hoge osmolariteit en hoge ureumconcentratie
van urine remmen de groei van bacteriën.
- Antimicrobiële factoren in prostaatvloeistof: Bij mannen heeft de prostaatvloeistof een
bacteriedodende werking, waardoor mannen minder vaak een urineweginfectie krijgen dan
vrouwen.
Competitie met eigen flora
- Kolonisatie door ‘eigen flora’: De voorzijde van de urethra is bedekt met goede bacteriën,
zoals lactobacillen. Deze concurreren met schadelijke bacteriën en voorkomen dat
ziekteverwekkers zich vestigen en vermenigvuldigen.
Pathogenese van urineweginfecties (UWI)
Urine is bij gezonde mensen normaal gesproken steriel, maar de aanwezigheid van bacteriën
betekent niet altijd dat er een infectie is. Vooral bij ouderen en mensen met diabetes kan
asymptomatische bacteriurie voorkomen, waarbij bacteriën in de urine aanwezig zijn zonder klachten
te veroorzaken.
Bij cystitis (blaasontsteking) wordt de infectie meestal veroorzaakt door bacteriën uit de eigen
darmflora. De infectie ontstaat vaak via een ascenderende (opstijgende) route, waarbij bacteriën via
de urethra in de blaas terechtkomen. Vrouwen hebben door hun kortere urethra een groter risico op
3
, urineweginfecties dan mannen. Ook kan geslachtsgemeenschap een rol spelen bij het ontstaan van
cystitis.
Cystitis (blaasontsteking)
Symptomen
- Pollakisurie: vaak moeten plassen (frequente mictie)
- Strangurie: pijn of branderig gevoel bij het plassen
Diagnostiek en behandeling
- Acute ongecompliceerde cystitis (bij niet-zwangere vrouwen):
o Bacteriologisch onderzoek (urinekweek) is meestal niet nodig.
- Chronische of recidiverende infecties, kinderen, mannen, zwangere en risicogroepen:
o Een urinekweek is vrijwel altijd nodig om de oorzaak en gevoeligheid voor antibiotica
te bepalen.
Gecompliceerde urineweginfecties (UWI)
Een urineweginfectie wordt als gecompliceerd beschouwd wanneer er risicofactoren zijn die de
infectie verergeren of de behandeling bemoeilijken. Dit kan het geval zijn bij onderliggende
aandoeningen, anatomische afwijkingen, nierfunctiestoornissen of bij infecties die zich verder
uitbreiden dan de blaas.
Voorbeelden van gecompliceerde UWI
- Pyelonefritis (nierbekkenontsteking)
o Infectie stijgt op naar de nieren en veroorzaakt symptomen zoals koorts en slagpijn in
de nierloge (pijn bij tikken op de flank).
- Chronische pyelonefritis
o Langdurige of herhaalde nierinfecties kunnen leiden tot nierfunctiestoornissen.
- Prostatitis (prostaatontsteking)
o Vaak gepresenteerd als recidiverende cystitis (terugkerende blaasontsteking bij
mannen).
o Meestal is urineonderzoek voldoende om de diagnose te stellen.
o In sommige gevallen kan semenonderzoek (sperma-analyse) nodig zijn om de
aanwezigheid van bacteriën in de prostaatvloeistof aan te tonen.
Een UWI wordt als gecompliceerd beschouwd als er sprake is van bijkomende risicofactoren zoals een
verminderde nierfunctie, een verstoorde urine-afvloed (bijvoorbeeld door nierstenen of een vergrote
prostaat), of als de infectie zich uitbreidt naar de nieren of prostaat.
Urosepsis
Urosepsis is een ernstige complicatie van een niet of onvoldoende behandelde urineweginfectie (UWI).
Dit kan ontstaan door:
- Pyelonefritis (nierbekkenontsteking): bacteriën breiden zich verder uit naar de nieren.
- Bacteriëmie: bacteriën uit de urinewegen komen in de bloedbaan terecht (translocatie) en
veroorzaken een systemische infectie.
Symptomen van urosepsis
- Hoge koorts en koude rillingen
- Versnelde ademhaling en hartslag
- Lage bloeddruk (hypotensie)
- Bewustzijnsveranderingen
Sepsis en septische shock
- Sepsis is een levensbedreigend orgaan falen, veroorzaakt door een ontregelde reactie van het
lichaam op een infectie.
4