Martin Heidegger:
- Centrale begrippen: betrokken en zorgen voor;
- Centrale vraag: wat betekent het dat iets ‘is’?
- De mens ‘is’ niet zomaar, maar hij is altijd ‘zorgend’. Zorgend zijn wij in de wereld.
- ‘mens-zijn’ betekent in de wereld zijn. De mens en de wereld zijn niet los van elkaar te
denken.
- Hoewel we op verschillende manieren in de wereld kunnen zijn, kunnen we niet niét in
de wereld zijn.
- De betrokkenheid is onszelf noemt Heidegger ‘zelfzorg’.
Aristoteles – deugdethiek:
- Centrale vraag: hoe word ik gelukkig, door een goed leven te leiden, wat is een goed
leven?
- Het goede = iets wat ieder mens spontaan als nastrevenswaardig beschouwt.
- Alles heeft een bepaald doel en alles streeft ernaar om zijn doel te bereiken.
- Einddoel = geluk. Aristoteles noemt dit ‘zelfverwerkelijking’. Komt tot uiting door het
kiezen van het midden tussen twee uitersten. Bijv. je kiest een bepaalde opleiding,
omdat je een bepaald beroep wil beoefenen, omdat je daarmee zinvol denkt te zijn. Je
wil zinvol zijn, omdat…einddoel.
- Gelukkig zijn = gelukt zijn. Je bent gelukt als je je potenties en mogelijkheden als
mens hebt verwerkelijkt.
- Zelf de motivatie hebben om een goed mens te zijn en op het juiste moment het
goede te doen.
- Hanteert geen regels of plichten waaraan we ons dienen te houden. Elke situatie is
uniek, dat vraagt andere acties per situatie. Dus geen regels over wat het goede is.
- Probeert iets te zeggen over onze kwaliteiten als mens, het draait om de juiste
houding.
- Van één moedige handeling of één wijs besluit wordt iemand nog geen moedig of wijs
mens. Van één slechte daad wordt men dus ook geen slecht mens.
- Twee soorten deugden: intellectuele deugden staan boven karakterdeugden; je hebt
je verstand nodig om te bepalen wat in elke situatie de juiste manier is. Bijv. als je in
het water springt om een verdrinkend kind te redden terwijl je zelf niet kunt
zwemmen, is dat niet moedig maar dom.
Kohlberg & Gilligan:
De Zorgethiek is ontstaan uit de kritiek op Kohlberg (morele ontwikkeling). Hij ontdekte
drie verschillende niveaus van redeneren:
- Preconventioneel niveau: Eigenbelang
- Conventioneel niveau: relationele betrekkingen, gewoontes, tradities, wetten
- Postconventioneel niveau: eigen wetten, universele ethische principes
Gilligan had kritiek op Kohlberg. Kohlberg had namelijk alleen maar het mannelijke
perspectief in kaart gebracht en concludeerde daaruit dat vrouwen bij niveau 2 bleven
hangen. Gilligan ontdekte dat jongens veel rationeler zijn en vrouwen veel gevoeliger zijn
voor de manier van communiceren. Meisjes kijken vanuit een ander perspectief: vanuit
een relationeel en zorgperspectief.
Als het vrouwelijk perspectief dus een ander perspectief is dan dat van mannen, dan zegt
dat niet zozeer iets over ‘vrouwelijkheid’ of ‘mannelijkheid’, maar over de plaats die
mannen en vrouwen innemen in sociale praktijken. Simone de Beauvoir: “vrouwen zijn
niet als vrouw geboren, maar worden tot vrouw gemaakt”
Joan Tronto: de vier fasen van zorg (zorgethiek):
- Zorgdeugden, wij zijn zorgend in de wereld en dat is fundamenteel voor wie wij zijn.
, - Je leeft niet volgens de algemene leefregels of omdat iets je plicht is maar omdat je
om iets of iemand geeft en betrokken bent.
- Het volgen van regels en protocollen en het op de juiste manier uitvoeren van
technische (zorg)handelingen is niet voldoende om te kunnen spreken van ‘goede
zorg’
Fasen van zorg:
1. Je zorgen maken (caring about): Aandachtig, betrokken, zorgzaam, ethische
gevoeligheid
2. Zorgen dat (caring for): Verantwoordelijkheid
3. Verzorgen, zorg geven (caregiving): Competentie, bekwaamheid
4. Zorg ontvangen (care receiving): Ontvankelijkheid
Levinas:
Gaat nog wat dieper in op de zorgdeugden van Tronto; hij zegt dat om je ergens bij
betrokken te voelen, of je zorgen te maken om iemand moet je:
1. Opmerken dat iemand zorg behoeft (ethische gevoeligheid).
2. Het op je nemen van verantwoordelijkheid voor de ander zonder dat je schuld hebt
aan zijn situatie.
3. Geven van juiste zorg die aansluit bij de behoefte van de zorgvrager
4. Zorgvrager moet ontvankelijk zijn, zijn eigen zorgbehoefte onderkennen en goed
interpreteren en vervolgens openstaan voor en reageren op de gegeven zorg.
Nietzsche: de omkering aller waarden (zorgen vanuit de wil tot ‘macht’):
- Nihilisme = de ontkenning van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld.
Een ontkenning van elke bestaansgrond van een objectieve waarheid. Een geloof
dat het leven eigenlijk zonder zin of doel is.
- Vraagt zich af wie zegt dat deugdzaam handelen ook altijd het goede is en altijd
vanuit goede motieven voortkomt. Hij vraagt zich af of helpen en zorgen voor,
misschien een bevestiging is voor je eigen ego. Bijv. je gaat naar een oude vriend
in het ziekenhuis omdat je je hier maatschappelijk verplicht bij voelt, eigenlijk heb
je hier zelf helemaal geen zin in maar dan ben je wel geweest en heb je je
betrokkenheid geuit.
- Als mens zijn we opzoek naar het ware, het schone en het goede met de ideeën
dat er één waarheid is en dat die waarheid gevonden kan worden (Plato). Maar
wat als niets waar is en niets echt goed is. Er is geen zin, nut of doel in het leven.
- Medeleven kan een machtsmiddel zijn. We willen belangrijk zijn, we willen ons
goed voelen, we willen ertoe doen. Nietzsche noemt onze diepste drijfveer daarom
‘wil tot macht’. Bijv. politieke macht, macht over anderen, macht over jezelf
- Omkering der waarde = om je wil tot macht ‘goed’ te vormen is een
herinterpretatie van de ouden deugden nodig. wat is goed? Alles wat het gevoel
van macht, de wil tot macht, de macht zelf in de mens vermeerdert. Wat is slecht?
Alles wat voortkomt uit zwakte. Wat is geluk? Het gevoel dat de macht toeneemt,
dat er weerstand is overwonnen
- Het gaat om de voortreffelijke vorming van jezelf. Je moet je driften juist
vormgeven. De deugd van de maat bestaat niet in verzwakking van eigen natuur,
maar juist in het vorm geven aan de kracht die in je huizen. Bijv. een goede ruiter
moet zijn paard temmen, maar dat betekend niet dat hij alle wilde kracht eruit
moet halen. Hij moet de wildheid cultiveren, aan zich onderwerpen en weten te
gebruiken voor zijn eigen doelen. Hoe meer kracht er in het paard blijft, des te
groter de uitdaging van de ruiter en des te beter zijn rijkunst.
- Kijk kritisch naar jezelf over je ware intenties, ben integer en ben niet bang om
tegen de stroom in te roeien, heb moet. Door de deugden van naastenliefde,
zorgzaamheid en hulpvaardigheid blind te volgen, handelt de mens volgens de
richtlijnen van de samenleving, hij past zich aan en volgt de kudde.