Samenvatting KOM - hoofdstuk 10 en 11
Samenvatting KOM
Inhoud
▪ Inleiding
▪ Vragen begrijpen
▪ Informatie hebben
▪ Antwoordmogelijkheden kiezen (informatie vertalen)
▪ Antwoord geven
▪ Specifieke antwoordmogelijkheden
▪ Kwesties met antwoordschalen
▪ Vraagvolgorde
Vb. TSS vragenlijst; “woont u in Brussel?”
300 mensen “ja” maar ze woonden niet in Brussel je moet de vragen
op zo’n manier stellen om zo een juist mogelijk antwoord te krijgen
Kwesties met antwoordschalen
1. Unipolaire of bi-polaire schalen
2. Aantal categorieën
3. Een midden-categorie ?
4. Een “geen mening” categorie ?
5. Richting van de ordinaliteit
6. Gelijke afstanden in schalen
7. Verbale labels op categorieën
8. Rating of Ranking
9. Semantische differentiaal
,1) Unipolaire & bipolaire antwoordschalen
Schalen (als antwoordcategorie) zijn OFWEL uni- OFWEL bipolair
, Unipolair
- Eén dimensie met het nulpunt aan één zijde van de schaal
- Om niveaus of gradaties te meten
- (gaat in één richting); bv. Van klein naar groot 0-1-2-3
- Je kan er alleen sterkte mee meten
Bipolair
- Heeft twee dimensies met het nulpunt in het midden (nl. waar
negatief overgaat in positief)
- Dient om richting én intensiteit te meten
FOUT: Dubbele nulpunten (mix van uni- en bipolair)
2) Categorieën in antwoordschalen
- Aantal antwoordcategorieën
- Hoger aantal:
Moeilijker: Effect opleidingsniveau
Statistisch interessant: Ordinaal meetniveau → interval
- “Heaping” bij heel veel categorieën (mensen worden aangetrokken
door natuurlijk aangetrokken getallen)
Samenvatting KOM
Inhoud
▪ Inleiding
▪ Vragen begrijpen
▪ Informatie hebben
▪ Antwoordmogelijkheden kiezen (informatie vertalen)
▪ Antwoord geven
▪ Specifieke antwoordmogelijkheden
▪ Kwesties met antwoordschalen
▪ Vraagvolgorde
Vb. TSS vragenlijst; “woont u in Brussel?”
300 mensen “ja” maar ze woonden niet in Brussel je moet de vragen
op zo’n manier stellen om zo een juist mogelijk antwoord te krijgen
Kwesties met antwoordschalen
1. Unipolaire of bi-polaire schalen
2. Aantal categorieën
3. Een midden-categorie ?
4. Een “geen mening” categorie ?
5. Richting van de ordinaliteit
6. Gelijke afstanden in schalen
7. Verbale labels op categorieën
8. Rating of Ranking
9. Semantische differentiaal
,1) Unipolaire & bipolaire antwoordschalen
Schalen (als antwoordcategorie) zijn OFWEL uni- OFWEL bipolair
, Unipolair
- Eén dimensie met het nulpunt aan één zijde van de schaal
- Om niveaus of gradaties te meten
- (gaat in één richting); bv. Van klein naar groot 0-1-2-3
- Je kan er alleen sterkte mee meten
Bipolair
- Heeft twee dimensies met het nulpunt in het midden (nl. waar
negatief overgaat in positief)
- Dient om richting én intensiteit te meten
FOUT: Dubbele nulpunten (mix van uni- en bipolair)
2) Categorieën in antwoordschalen
- Aantal antwoordcategorieën
- Hoger aantal:
Moeilijker: Effect opleidingsniveau
Statistisch interessant: Ordinaal meetniveau → interval
- “Heaping” bij heel veel categorieën (mensen worden aangetrokken
door natuurlijk aangetrokken getallen)