TH03a HC AN Parkinson en Ataxie
Parkinson en ataxie is een aandoening van de subcorticale circuits.
We gaan het hebben over wat er in de cortex gebeurt voorafgaand aan de motoriek
● 2 extra gebieden die we moeten kennen
○ achterste pariëtale schors
○ prefrontale cortex
visuele input is een belangrijke bron voor motorgedrag
,visuele verwerking
● Eerst komt het signaal van de ogen in de primaire visuele cortex in de lobus
occipitalis terecht. Signaal verwerking wordt vervolgens in 2 informatiestromen
verdeeld
○ ventrale visuele stroom (in inferior temporal cortex)
■ houdt zich bezig met de inhoud van het beeld (wat gebeurt er)
○ dorsale visuele stroom (eindigt in posterior parietal cortex)
■ houdt zich bezig met de analyse van de bewegingen van dingen die
om ons heen gebeuren (waar gebeurt het)
posterior parietal cortex: is een multisensory cortex: Het voegt ruimtelijke info samen van
verschillende zintuigen. Voegt dus auditieve ruimte, geur ruimte, wat je voelt, evenwicht etc
●
● Het bevat kaarten van sensorische ruimten. niet alleen somatosensoriek, maar van
alles wat we met onze zintuigen voelen. Het zijn zelf-gecentreerde kaarten, staan
dus niet georiënteerd vanaf een vast referentiepunt, maar staan relatief van ons
lichaam georiënteerd.
● De achterste pariëtale schors is net als ander schors georganiseerd in kolommen. 1
kolom is een 1 samenwerkingseenheid
● Als er een bewegend object in onze omgeving is moet de PPC 2 dingen doen
○ de beweging van het object analyseren
○ het belang (saliency) van het object bepalen
,● voor de analyse van beweging is er dus visuele input, auditieve input etc.
● Elk punt in onze fysiologische ruimte is gerepresenteerd door een corticale kolom in
de achterste pariëtale cortex
○ onder fysiologische ruimte wordt verstaan de fysieke ruimte in je reikwijdte,
maar ook waar je een paar stappen later kan zijn en alles wat met
fysiologische snelheid beweegt (dus niet kogels of een vliegtuig ofzo, maar
wel een steen die naar je toe wordt gegooid). Voor elk punt en elke snelheid
in de ruimte hebben we dus een kolom in de schors
● In die kolom zitten dan neuronen die sensitief zijn voor beweging/richting en snelheid
○ er zijn apart neuronen sensitief voor verschillende bewegingingen en er zijn
aparte neuronen voor verschillende snelheden in de kolom
○ zo zou een kolom er dan uitzien, neuronen die
bewegingen van voren moeten zien aankomen zitten dan ook aan de
voorkant en achter, zitten achter. Ook zouden neuronen die met een hoge
snelheid komen verder van de relatieve kern af zitten en met een lage
snelheid dichterbij de relatieve kern
■ dit is daadwerkelijk hoe het eruitziet
● de neuronen kunnen niet voor discrete snelheden gevoelig zijn, want dan zou je voor
elke mogelijke snelheid een neuron moeten hebben. Dus in werkelijkheid zijn ze
gevoelig voor een range van snelheden en een range van richtingen
○ precisie krijg je door het gecombineerde resultaat van de neuronen in de
kolom
, ● op basis van dit precieze signaal kan je dan een voorspelling maken waar het object
zich straks zal bevinden. Dus vanuit de bewegingsvector wordt een grasp vector
gecreëerd
○ deze grasp vector is een toekomstige bepaling van waar een object zal zijn
■ deze grasp factor zal uiteindelijk worden doorgegeven aan de CPG
● CPG heeft voor elke mogelijkheid in jouw fysiologische ruimte
een motorische response preprogrammed
● Ook moet het belang van een object bepaald worden
● saliency bepalen gebeurt in alle stations waar zintuiglijke info verwerkt worden
● veel zintuiglijke info wordt onderweg weggefilterd
● 90% van de zintuiglijke info wordt weggefilterd door de reticulaire formatie
● ook wordt er thv de achterste pariëtale schors gefilterd: mn bewegende dingen in de
ruimte. Reticulaire formatie andere sensorische dingen.
○ is het groot?
○ gaat het me raken?
○ is het irritant
● de achterste pariëtale schors bepaalt niet wat er moet gebeuren, maar hecht alleen
een relevantie aan een beweging
Grasp vector en salience worden vervolgens doorgegeven aan de prefrontale cortex
prefrontale cortex is de baas cortex.
● Zorgt voor de executieve controle van cognitieve functie
○ rationele controle van gedrag
○ sociale controle van gedrag
○ plannen gedrag op lange termijn
● Bevat ego: persoonlijkheid uitdrukking
● de prefrontale cortex hangt een beloningswaarde aan dingen. Wat is de beloning als
ik een mug doodsla. Hoe groot is beloning als ik wegstap van deze auto
● prefrontale cortex geeft info door aan premotor cortex
Parkinson en ataxie is een aandoening van de subcorticale circuits.
We gaan het hebben over wat er in de cortex gebeurt voorafgaand aan de motoriek
● 2 extra gebieden die we moeten kennen
○ achterste pariëtale schors
○ prefrontale cortex
visuele input is een belangrijke bron voor motorgedrag
,visuele verwerking
● Eerst komt het signaal van de ogen in de primaire visuele cortex in de lobus
occipitalis terecht. Signaal verwerking wordt vervolgens in 2 informatiestromen
verdeeld
○ ventrale visuele stroom (in inferior temporal cortex)
■ houdt zich bezig met de inhoud van het beeld (wat gebeurt er)
○ dorsale visuele stroom (eindigt in posterior parietal cortex)
■ houdt zich bezig met de analyse van de bewegingen van dingen die
om ons heen gebeuren (waar gebeurt het)
posterior parietal cortex: is een multisensory cortex: Het voegt ruimtelijke info samen van
verschillende zintuigen. Voegt dus auditieve ruimte, geur ruimte, wat je voelt, evenwicht etc
●
● Het bevat kaarten van sensorische ruimten. niet alleen somatosensoriek, maar van
alles wat we met onze zintuigen voelen. Het zijn zelf-gecentreerde kaarten, staan
dus niet georiënteerd vanaf een vast referentiepunt, maar staan relatief van ons
lichaam georiënteerd.
● De achterste pariëtale schors is net als ander schors georganiseerd in kolommen. 1
kolom is een 1 samenwerkingseenheid
● Als er een bewegend object in onze omgeving is moet de PPC 2 dingen doen
○ de beweging van het object analyseren
○ het belang (saliency) van het object bepalen
,● voor de analyse van beweging is er dus visuele input, auditieve input etc.
● Elk punt in onze fysiologische ruimte is gerepresenteerd door een corticale kolom in
de achterste pariëtale cortex
○ onder fysiologische ruimte wordt verstaan de fysieke ruimte in je reikwijdte,
maar ook waar je een paar stappen later kan zijn en alles wat met
fysiologische snelheid beweegt (dus niet kogels of een vliegtuig ofzo, maar
wel een steen die naar je toe wordt gegooid). Voor elk punt en elke snelheid
in de ruimte hebben we dus een kolom in de schors
● In die kolom zitten dan neuronen die sensitief zijn voor beweging/richting en snelheid
○ er zijn apart neuronen sensitief voor verschillende bewegingingen en er zijn
aparte neuronen voor verschillende snelheden in de kolom
○ zo zou een kolom er dan uitzien, neuronen die
bewegingen van voren moeten zien aankomen zitten dan ook aan de
voorkant en achter, zitten achter. Ook zouden neuronen die met een hoge
snelheid komen verder van de relatieve kern af zitten en met een lage
snelheid dichterbij de relatieve kern
■ dit is daadwerkelijk hoe het eruitziet
● de neuronen kunnen niet voor discrete snelheden gevoelig zijn, want dan zou je voor
elke mogelijke snelheid een neuron moeten hebben. Dus in werkelijkheid zijn ze
gevoelig voor een range van snelheden en een range van richtingen
○ precisie krijg je door het gecombineerde resultaat van de neuronen in de
kolom
, ● op basis van dit precieze signaal kan je dan een voorspelling maken waar het object
zich straks zal bevinden. Dus vanuit de bewegingsvector wordt een grasp vector
gecreëerd
○ deze grasp vector is een toekomstige bepaling van waar een object zal zijn
■ deze grasp factor zal uiteindelijk worden doorgegeven aan de CPG
● CPG heeft voor elke mogelijkheid in jouw fysiologische ruimte
een motorische response preprogrammed
● Ook moet het belang van een object bepaald worden
● saliency bepalen gebeurt in alle stations waar zintuiglijke info verwerkt worden
● veel zintuiglijke info wordt onderweg weggefilterd
● 90% van de zintuiglijke info wordt weggefilterd door de reticulaire formatie
● ook wordt er thv de achterste pariëtale schors gefilterd: mn bewegende dingen in de
ruimte. Reticulaire formatie andere sensorische dingen.
○ is het groot?
○ gaat het me raken?
○ is het irritant
● de achterste pariëtale schors bepaalt niet wat er moet gebeuren, maar hecht alleen
een relevantie aan een beweging
Grasp vector en salience worden vervolgens doorgegeven aan de prefrontale cortex
prefrontale cortex is de baas cortex.
● Zorgt voor de executieve controle van cognitieve functie
○ rationele controle van gedrag
○ sociale controle van gedrag
○ plannen gedrag op lange termijn
● Bevat ego: persoonlijkheid uitdrukking
● de prefrontale cortex hangt een beloningswaarde aan dingen. Wat is de beloning als
ik een mug doodsla. Hoe groot is beloning als ik wegstap van deze auto
● prefrontale cortex geeft info door aan premotor cortex