Literatuur college 1: Nut en noodzaak van de theorie voor de
behandeling van psychopathologie
Hoofdstuk 8: wetenschap en praktijk
We hebben theorie nodig om te verklaren hoe iets werkt, en te voorspellen hoe
iets in de toekomst zal werken en om dit tot op zekere hoogte kunnen controleren
- waarheidsgehalte van een theorie moet hoog zijn
Inductie: het optellen van waarnemingen
- uit observaties wordt dmv inductie een theorie afgeleid
Inductieprobleem: om vast te stellen dat een theorie juist is, zouden we eigenlijk
iedereen moeten observeren over wie deze theorie een uitspraak doet, en dat is
onmogelijk.
Logisch positivisten: de wetenschapper observeert de realiteit, al dan niet met
behulp van experimentele procedures en observatieapparatuur.
Problemen in waarneming:
- fysiologisch beperktheid van zintuigen: buiten dit bereik ligt een wereld van
straling en trilling. Wat wij waarnemen is dus niet de realiteit, maar een stukje
daarvan
- onze interpretatie van deze waarneming is onderheving aan allerlei biases
(vertekeningen) waardoor ons begrip van de wereld vertekend raakt.
Kritisch rationalisten: al onze theorieën zijn niet meer dan onbewijsbare
aannamen over hoe de wereld in elkaar steekt. Of al die aannamen kloppen
zullen we nooit zeker weten. We kunnen dat hoogstens aannemelijk maken door
keer op keer voorspellingen uit onze theorieën af te leiden (te deduceren) en te
onderzoeken of die uitkomen
Deductie: het logisch afleiden van een specifieke hypothese met specifieke
voorspellingen uit een algemene theorie
- zolang voorspellingen kloppen mogen we de theorie accepteren als
aannemelijk, maar nooit als waar
- we bereiken wel een zekerheid als voorspellingen niet kloppen = theorie dan
weerlegt
De waarneming die noodzakelijk is voor toetsing is altijd theoriegeladen: we
hebben al een verwachting over wat we gaan zien voordat we de realiteit gaan
observeren, en die verwachting stuurt onze waarneming
,Omdat toetsing van theorie nooit tot zekerheid over waarheidsgehalte leidt,
wordt theorie voortdurend bijgeslepen tot er consensus is tussen wetenschappers
Paradigma/onderzoeksprogramma: verzameling aan basisprincipes, theorieën,
methoden en technieken
Benaderingen zijn incommensurabel: ze verschillen zozeer van elkaar in
zienswijze, taal en aanpak, dat het onmogelijk is om vanuit de ene benadering
een oordeel te vellen over de waarheid/bruikbaarheid van de andere benadering
Pragmatische opvatting: wetenschap gedefinieerd als een poging om op de
meest succesvolle manier met de wereld om te gaan. We kiezen een theoretisch
uitgangspunt dus niet vanwege het waarheidsgehalte, maar vanwege de waarde
daarvan voor ons handelen
Metafysica: dat wat volgt op, of uitstijgt boven onze kennis over de fysieke wereld
- metafysische uitgangspunten: de filosofische beginselen van een
onderzoeksprogramma die niet empirisch toetsbaar zijn, maar die wel bepalend
zijn voor de inrichting van het onderzoeksprogramma omdat ze leidend zijn voor
hoe de wereld gezien wordt door aanhangers van dat programma.
- de geloofsbeginselen van de wetenschapper
- bijv determinisme: de aanname dat alles in de wereld bepaalt wordt door de
blinde werking van causale mechanismen, waarbij gezocht wordt naar
oorzakelijke mechanismen
Reductionisme: het proces waarbij we ervan uitgaan dat verklaringen voor
fenomenen herleidbaar zijn naar onderliggende niveaus
Determinisme en reductionisme worden vaak gecombineerd:
- bijv. bij een neurobiologische benadering: hierbij proberen wetenschappers
psychologische fenomenen te verklaren a.d.h.v. fysiologische mechanismen die
naar veronderstelling hieraan ten grondslag liggen. Verklaringen op
psychologisch niveau worden gereduceerd tot verklaringen op fysiologisch niveau
Leertheorie: ook sterk deterministisch, gaat er sterk van uit dat gedrag
aangeleerd is
- gaat om invloed die omgeving heeft op gedrag
Gedragstherapie: doel hiervan is om op basis van eenvoudige leermechanismen
disfunctioneel gedrag uit te doven en daarvoor in de plaats een gezonder
,gedragspatroon aan te leren. Blijkt met name effectief voor behandelen fobie en
impulsstoornissen
Cognitieve benadering: ontstond als verlengde van leertheoretische benadering,
door onvrede over het gebrek aan aandacht voor psychologische processen.
- beschouwt gedrag niet simpelweg als resultaat van leerervaringen, maar kijkt
daarnaast naar de manier waarop individuen informatie selecteren en verwerken.
Mens is een fysiologische machine die door interne en externe processen
aangedreven wordt
Benaderingen sluiten elkaar niet uit, daarom: integratieve therapie: diverse
inzichten en behandelmethoden worden gecombineerd ingezet.
Hermeneutische methode: gedrag wordt niet verklaard als
natuurwetenschappelijk, maar proberen we invoelend te begrijpen wat zich
afspeelt in de belevingswereld van een persoon
- door het aannemen van empathische houding kunnen de ervaringen van een
ander worden herbeleefd om deze vervolgens binnen hun sociaalhistorische
context te interpreteren
Psychodynamische benadering heeft aansluiting bij hermeneutiek, maar is
deterministisch
- interpretatief van aard (ondanks deterministische kant) = uitingen kunnen
verschillend opgevat worden
- gericht op algehele persoonlijkheidsverandering -> handig bij
persoonlijkheidspathologie behandeling
Humanistische benadering: legt sterk de nadruk op uniciteit vh individu, diens
ontwikkelingskansen en diens bewuste ervaring
- Voluntarisme: nadruk op vrije wil
- Therapie gericht op ondersteunen zelfactualisatie: worden wie je wilt worden
Systeembenadering: reactie op het reductionisme
- men kijkt vooral naar individu in samenhang met diens sociale en
maatschappelijke context
- holisme: mens wordt gezien als onderdeel van een groter geheel, nadruk ligt op
samenhang daartussen
- individu vormt met omgeving het systeem, binnen dat systeem komt gedrag tot
stand
, - deterministisch
- relevant voor relatie- en gezinsproblematiek
Integratie van neurobiologisch, leertheoretisch en cognitieve benaderingen =
uitstekend
Integratie van psychodynamisch, humanistisch en systeem benaderingen =
problematisch
Technisch eclecticisme: aanpak waarbij uiteenlopende therapeutische technieken
ingezet worden zonder daarbij theoretische integratie na te streven.
Randomized controlled trial (RCT): wordt gezien als de beste onderzoeksopzet om
dergelijke effecten te evalueren.
- patiënten worden gerandomiseerd toegewezen aan therapeutische interventie
of aan controlegroep
- overige factoren worden zoveel mogelijk uitgesloten of onder controle gehouden
- op vastgestelde momenten gemeten wat effect van aanpak is op verloop
klachten
- vergelijken klachtverloop tussen groepen
Preregistratie: het vooraf publiekelijk vastleggen van onderzoeksvraag en -opzet
Blindering: blinde data-analyse waarbij niemand weet tot welke groep individu
behoorde
Common factors: eigenschappen onderzoeker spelen rol bij effectiviteit therapie,
meer dan diens benadering
Evidence based practice: hulpverlener maakt op doelmatige en objectieve manier
gebruik van best beschikbare bewijs bij beslissingen over behandeling. Aanpak is
gebaseerd op drie pijlers, genaamd: de laatste stand vd wetenschap, de
expertise en de ervaring vd hulpverlener en de wensen en mogelijkheden vd
patiënt
Shared decision making: autonomie en eigen regie van patiënt
Atheoretische houding: wanneer kwaliteiten therapeut relevanter lijken dan
dienst theoretische uitgangspunten, men gaat over tot principes evidence based
practice
behandeling van psychopathologie
Hoofdstuk 8: wetenschap en praktijk
We hebben theorie nodig om te verklaren hoe iets werkt, en te voorspellen hoe
iets in de toekomst zal werken en om dit tot op zekere hoogte kunnen controleren
- waarheidsgehalte van een theorie moet hoog zijn
Inductie: het optellen van waarnemingen
- uit observaties wordt dmv inductie een theorie afgeleid
Inductieprobleem: om vast te stellen dat een theorie juist is, zouden we eigenlijk
iedereen moeten observeren over wie deze theorie een uitspraak doet, en dat is
onmogelijk.
Logisch positivisten: de wetenschapper observeert de realiteit, al dan niet met
behulp van experimentele procedures en observatieapparatuur.
Problemen in waarneming:
- fysiologisch beperktheid van zintuigen: buiten dit bereik ligt een wereld van
straling en trilling. Wat wij waarnemen is dus niet de realiteit, maar een stukje
daarvan
- onze interpretatie van deze waarneming is onderheving aan allerlei biases
(vertekeningen) waardoor ons begrip van de wereld vertekend raakt.
Kritisch rationalisten: al onze theorieën zijn niet meer dan onbewijsbare
aannamen over hoe de wereld in elkaar steekt. Of al die aannamen kloppen
zullen we nooit zeker weten. We kunnen dat hoogstens aannemelijk maken door
keer op keer voorspellingen uit onze theorieën af te leiden (te deduceren) en te
onderzoeken of die uitkomen
Deductie: het logisch afleiden van een specifieke hypothese met specifieke
voorspellingen uit een algemene theorie
- zolang voorspellingen kloppen mogen we de theorie accepteren als
aannemelijk, maar nooit als waar
- we bereiken wel een zekerheid als voorspellingen niet kloppen = theorie dan
weerlegt
De waarneming die noodzakelijk is voor toetsing is altijd theoriegeladen: we
hebben al een verwachting over wat we gaan zien voordat we de realiteit gaan
observeren, en die verwachting stuurt onze waarneming
,Omdat toetsing van theorie nooit tot zekerheid over waarheidsgehalte leidt,
wordt theorie voortdurend bijgeslepen tot er consensus is tussen wetenschappers
Paradigma/onderzoeksprogramma: verzameling aan basisprincipes, theorieën,
methoden en technieken
Benaderingen zijn incommensurabel: ze verschillen zozeer van elkaar in
zienswijze, taal en aanpak, dat het onmogelijk is om vanuit de ene benadering
een oordeel te vellen over de waarheid/bruikbaarheid van de andere benadering
Pragmatische opvatting: wetenschap gedefinieerd als een poging om op de
meest succesvolle manier met de wereld om te gaan. We kiezen een theoretisch
uitgangspunt dus niet vanwege het waarheidsgehalte, maar vanwege de waarde
daarvan voor ons handelen
Metafysica: dat wat volgt op, of uitstijgt boven onze kennis over de fysieke wereld
- metafysische uitgangspunten: de filosofische beginselen van een
onderzoeksprogramma die niet empirisch toetsbaar zijn, maar die wel bepalend
zijn voor de inrichting van het onderzoeksprogramma omdat ze leidend zijn voor
hoe de wereld gezien wordt door aanhangers van dat programma.
- de geloofsbeginselen van de wetenschapper
- bijv determinisme: de aanname dat alles in de wereld bepaalt wordt door de
blinde werking van causale mechanismen, waarbij gezocht wordt naar
oorzakelijke mechanismen
Reductionisme: het proces waarbij we ervan uitgaan dat verklaringen voor
fenomenen herleidbaar zijn naar onderliggende niveaus
Determinisme en reductionisme worden vaak gecombineerd:
- bijv. bij een neurobiologische benadering: hierbij proberen wetenschappers
psychologische fenomenen te verklaren a.d.h.v. fysiologische mechanismen die
naar veronderstelling hieraan ten grondslag liggen. Verklaringen op
psychologisch niveau worden gereduceerd tot verklaringen op fysiologisch niveau
Leertheorie: ook sterk deterministisch, gaat er sterk van uit dat gedrag
aangeleerd is
- gaat om invloed die omgeving heeft op gedrag
Gedragstherapie: doel hiervan is om op basis van eenvoudige leermechanismen
disfunctioneel gedrag uit te doven en daarvoor in de plaats een gezonder
,gedragspatroon aan te leren. Blijkt met name effectief voor behandelen fobie en
impulsstoornissen
Cognitieve benadering: ontstond als verlengde van leertheoretische benadering,
door onvrede over het gebrek aan aandacht voor psychologische processen.
- beschouwt gedrag niet simpelweg als resultaat van leerervaringen, maar kijkt
daarnaast naar de manier waarop individuen informatie selecteren en verwerken.
Mens is een fysiologische machine die door interne en externe processen
aangedreven wordt
Benaderingen sluiten elkaar niet uit, daarom: integratieve therapie: diverse
inzichten en behandelmethoden worden gecombineerd ingezet.
Hermeneutische methode: gedrag wordt niet verklaard als
natuurwetenschappelijk, maar proberen we invoelend te begrijpen wat zich
afspeelt in de belevingswereld van een persoon
- door het aannemen van empathische houding kunnen de ervaringen van een
ander worden herbeleefd om deze vervolgens binnen hun sociaalhistorische
context te interpreteren
Psychodynamische benadering heeft aansluiting bij hermeneutiek, maar is
deterministisch
- interpretatief van aard (ondanks deterministische kant) = uitingen kunnen
verschillend opgevat worden
- gericht op algehele persoonlijkheidsverandering -> handig bij
persoonlijkheidspathologie behandeling
Humanistische benadering: legt sterk de nadruk op uniciteit vh individu, diens
ontwikkelingskansen en diens bewuste ervaring
- Voluntarisme: nadruk op vrije wil
- Therapie gericht op ondersteunen zelfactualisatie: worden wie je wilt worden
Systeembenadering: reactie op het reductionisme
- men kijkt vooral naar individu in samenhang met diens sociale en
maatschappelijke context
- holisme: mens wordt gezien als onderdeel van een groter geheel, nadruk ligt op
samenhang daartussen
- individu vormt met omgeving het systeem, binnen dat systeem komt gedrag tot
stand
, - deterministisch
- relevant voor relatie- en gezinsproblematiek
Integratie van neurobiologisch, leertheoretisch en cognitieve benaderingen =
uitstekend
Integratie van psychodynamisch, humanistisch en systeem benaderingen =
problematisch
Technisch eclecticisme: aanpak waarbij uiteenlopende therapeutische technieken
ingezet worden zonder daarbij theoretische integratie na te streven.
Randomized controlled trial (RCT): wordt gezien als de beste onderzoeksopzet om
dergelijke effecten te evalueren.
- patiënten worden gerandomiseerd toegewezen aan therapeutische interventie
of aan controlegroep
- overige factoren worden zoveel mogelijk uitgesloten of onder controle gehouden
- op vastgestelde momenten gemeten wat effect van aanpak is op verloop
klachten
- vergelijken klachtverloop tussen groepen
Preregistratie: het vooraf publiekelijk vastleggen van onderzoeksvraag en -opzet
Blindering: blinde data-analyse waarbij niemand weet tot welke groep individu
behoorde
Common factors: eigenschappen onderzoeker spelen rol bij effectiviteit therapie,
meer dan diens benadering
Evidence based practice: hulpverlener maakt op doelmatige en objectieve manier
gebruik van best beschikbare bewijs bij beslissingen over behandeling. Aanpak is
gebaseerd op drie pijlers, genaamd: de laatste stand vd wetenschap, de
expertise en de ervaring vd hulpverlener en de wensen en mogelijkheden vd
patiënt
Shared decision making: autonomie en eigen regie van patiënt
Atheoretische houding: wanneer kwaliteiten therapeut relevanter lijken dan
dienst theoretische uitgangspunten, men gaat over tot principes evidence based
practice