HC 6: Internationaal privaatrecht: goederenrecht I
Vormvoorschriften
Als algemene regel geldt een alternatieve aanknoping van de formele geldigheid van de
rechtshandeling aan ofwel de lex causae (het recht dat de materiële geldigheid van de
rechtshandeling beheerst) ofwel aan de lex loci actus (het recht van het land waar de
overeenkomst/rechtshandeling is gesloten). Soms geldt alleen de lex loci actus (bijv. bij
huwelijkssluiting). Soms geldt uitsluitend de lex causae en is er dus geen sprake van een
alternatieve aanknoping. Bijv. bij de oprichting van een vennootschap of de levering van een
goed.
Welk recht is van toepassing op de formele geldigheid (de vormvoorschriften van wel
rechtsstelsel zijn van toepassing)? Lex causae, lex loci actus of kan er alternatief worden
aangeknoopt?
Soms kan er hierna nog een tweede vraag rijzen: Kan men gebruikmaken van een lokale
equivalente vorm? Dit speelt met name wanneer het toepasselijke vormvoorschrift zegt dat
een notariële of authentieke akte is vereist. Volgens de HR mag dit in beginsel. Wanneer een
Nederlands vormvoorschrift een authentieke akte eist, kan dat, mits er aan bepaalde
voorwaarden is voldaan, ook een buitenlandse authentieke akte zijn. Welke voorwaarden
zijn dit dan? Dit vinden we in Californische volmacht: 1. Er is een lokale buitenlandse vorm
gekozen die het meest de Nederlandse authentieke akte benadert, 2. Deze lokale
buitenlandse vorm moet bovendien voldoen aan dezelfde eisen van echtheid en
betrouwbaarheid als de Nederlandse authentieke akte. Steeds wanneer de Nederlandse wet
een notariële akte eist, dat ook een akte kan zijn die is verleden door een buitenlandse
notaris. Soms geeft de wet echter uitdrukkelijk aan dat het om een Nederlandse notariële
akte moet gaan (art. 2:196 BW, art. 3:31 BW).
Belangrijk is dus dat je twee vragen onderscheid:
1. Welk rechtsstelsel is van toepassing op de formele geldigheid/vormvoorschriften?
2. Als die vraag is beantwoord en je komt tot de conclusie dat alle toepasselijke
vormvoorschriften een notariële akte eisen, dan kan de vraag rijzen of ook een
buitenlandse notariële/authentieke akte kan worden gehanteerd (daarvoor kijk je
naar HR Californische Volmacht en Nederlandse bepalingen die expliciet een
Nederlandse notariële/authentieke akte eisen).
Goederenrecht
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een aantal categorieën van goederen (denk aan
onroerende/roerende zaken, vorderingen op naam).
In het ipr geldt voor onroerende en roerende zaken dezelfde verwijzingsregel.
Vormvoorschriften
Als algemene regel geldt een alternatieve aanknoping van de formele geldigheid van de
rechtshandeling aan ofwel de lex causae (het recht dat de materiële geldigheid van de
rechtshandeling beheerst) ofwel aan de lex loci actus (het recht van het land waar de
overeenkomst/rechtshandeling is gesloten). Soms geldt alleen de lex loci actus (bijv. bij
huwelijkssluiting). Soms geldt uitsluitend de lex causae en is er dus geen sprake van een
alternatieve aanknoping. Bijv. bij de oprichting van een vennootschap of de levering van een
goed.
Welk recht is van toepassing op de formele geldigheid (de vormvoorschriften van wel
rechtsstelsel zijn van toepassing)? Lex causae, lex loci actus of kan er alternatief worden
aangeknoopt?
Soms kan er hierna nog een tweede vraag rijzen: Kan men gebruikmaken van een lokale
equivalente vorm? Dit speelt met name wanneer het toepasselijke vormvoorschrift zegt dat
een notariële of authentieke akte is vereist. Volgens de HR mag dit in beginsel. Wanneer een
Nederlands vormvoorschrift een authentieke akte eist, kan dat, mits er aan bepaalde
voorwaarden is voldaan, ook een buitenlandse authentieke akte zijn. Welke voorwaarden
zijn dit dan? Dit vinden we in Californische volmacht: 1. Er is een lokale buitenlandse vorm
gekozen die het meest de Nederlandse authentieke akte benadert, 2. Deze lokale
buitenlandse vorm moet bovendien voldoen aan dezelfde eisen van echtheid en
betrouwbaarheid als de Nederlandse authentieke akte. Steeds wanneer de Nederlandse wet
een notariële akte eist, dat ook een akte kan zijn die is verleden door een buitenlandse
notaris. Soms geeft de wet echter uitdrukkelijk aan dat het om een Nederlandse notariële
akte moet gaan (art. 2:196 BW, art. 3:31 BW).
Belangrijk is dus dat je twee vragen onderscheid:
1. Welk rechtsstelsel is van toepassing op de formele geldigheid/vormvoorschriften?
2. Als die vraag is beantwoord en je komt tot de conclusie dat alle toepasselijke
vormvoorschriften een notariële akte eisen, dan kan de vraag rijzen of ook een
buitenlandse notariële/authentieke akte kan worden gehanteerd (daarvoor kijk je
naar HR Californische Volmacht en Nederlandse bepalingen die expliciet een
Nederlandse notariële/authentieke akte eisen).
Goederenrecht
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een aantal categorieën van goederen (denk aan
onroerende/roerende zaken, vorderingen op naam).
In het ipr geldt voor onroerende en roerende zaken dezelfde verwijzingsregel.