Doel:
– Rechtsnormen definiëren
– Verschillende rechtsbronnen onderscheiden
– Samenhang tussen de rechtsbronnen en de rechtsnormen
1. Inleiding
Een jurist werkt met rechtsnormen.
– Maakt rechtsnormen
– Past rechtsnormen toe
– Interpreteert rechtsnormen
– voert ze uit
– Probeert te voorspellen hoe anderen rechtsnormen zullen uitleggen
– Bekritiseert rechtsnormen
– Denkt na over nieuwe rechtsnormen
Wat is een rechtsnorm?
1. Is een norm
= Geeft aan wat mensen en organisatie behoren te doen.
# Een beschrijving van wat mensen en organisaties feitelijk doen.
Vb: Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van
rechtskomende bestuurders. Dat is de norm. Of men zich hier ook een
houdt, is een andere vraag. Een vraag over feitelijk gedrag.
Een norm is dus iets anders dan een feit.
2. Is een norm in het recht
# Morele norm
– Er kan overlap zijn tusen rechtsnormen en morele normen.
vb. Diefstal, moord,...
= In strijd met moreel en rechtsnormen.
– Rechtsnormen kunnen ook in moreel opzicht neutraal zijn.
vb. Links rijden in VK, in Nederland rechts. . Morele norm is 'rij veilig'.
De norm dicteert niet dat auto's links of rechts moeten rijden.
Het recht behoudt zich tot menselijk gedrag.
Zowel recht als moraal bevatten gedragsnormen. Soms komen ze overeen
(moord, diefstal), maar soms is het ingewikkelder vb liegen, In een rechtszaak
in burgerlijk moeten partijen de waarheid zeggen / schrijven, Art 21 BW. Een
verdachte in strafzaak mag gerust liegen tegen de politie.
Er is geen 1 op 1 relatie tussen recht en moraal. Soms komen ze overeen,
soms niet. Soms zijn er geen rechtnormen, maar wel morele normen.
Rechtsnormen zijn niet noodzakelijk identiek met morele normen. Ze kunnen
met elkaar overeenkomen maar het hoeft niet.
,Relatie rechtsnormen en morele normen:
– Komen overeen
– in strijd met elkaar
– Niets met elkaar te maken
Rechtsnormen bevinden zich tussen feitelijk gedrag en morele normen.
De Oostenrijkse filosoof Hans Kelsen (1881 – 1973) plaats rechtsnormen tussen de feiten en de
moraal.
==> Rechtsnorm (Recht) = norm van het recht
# morele norm
# feitelijk menselijk gedrag (feit)
Recht bevat rechtsnormen die de basiswaarden van een rechtsorde uitdrukken:
– Rechtsbeginsel (redelijkheid & billijkheid)
– fundamentele rechten (gelijkheidsbeginsel, vrijheid mening, godsdienstvrijheid)
Het recht biedt mogelijkheden tot kritische zelfreflectie.
Hoe weet je dat een norm een rechtsnorm is?
→ Wet
→ Jurispredentie (= rechtersrecht)
→ Gewoonterecht
→ Internationale verdragen
→ Besluiten internationale organisaties
→ Algemene rechtsbeginselen
→ Soft law
= RECHTSBRONNEN (is het te vinden in de rechtsbronnen?)
– Feiten
– Procedures = Rechtsnormen
– Gebeurtenissen
Rechtsbron verwijst naar de herkomst van de rechtsnorm.
2. Wetgeving
Wet = rechtsbron
Kenmerken:
1. Algemeen (Wie, wanneer, waar)
= Wet van toepassing op een onbepaald aantal burgers, organisatie en situaties.
= Geldt voor alle burgers.
= Geldt overal in een bepaald gebied (niet op 1 specifieke locatie)
= Geldt nu, in het verleden en in de toekomst
(vanaf moment in werking tot wijziging/afschaffing)
Vb. Verbod op vernieling Art 350 Sr.
2. Afkomstig van een instantie die bevoegd is wetten te maken
Belangrijkste instantie met wetgevende bevoegdheid
Staten-Generaal en regering samen.
= Formele wetgever.
, = Verantwoordelijk voor formele wetten
(Art. 81 Gw.)
Art. 127 Gw.
Provincie en gemeente
Art. 82-88 Gw.: Wet in formele zin tot standkoming
– Voorstel minister / staatssecretaris (regeringsvoorstel) / lid Tweede Kamer
(initiatiefvoorstel)
– Art. 82 Gw. Leden Eerste Kamer hebben geen recht tot initiatief
– Art. 84 Gw. Leden Tweede Kamer kunnen amendementen voorstellen
– Hierna wordt het behandeld in de Eerste Kamer, zij hebben geen recht van
amendement. Zij kunnen wel wijzigingen voorstellen (novelle).
– Tweede Kamer moet de aanpassing aanvaarden.
– Voorstel door Eerste en Tweede Kamer aanvaard? Ondertekening van de wet door
de verantwoordelijke minister en de koning.
– Publicatie in Staatsblad (Art. 87-88 Gw.)
Ook de instellingen van de Europses Unie zijn bevoegd om wetten te maken.
We noemen ze:
– Verorderingen
– Richtlijnen
– Besluiten
Art. 288 VWEU (Verdrag werking Europese Unie)voor meer info en kenmerken.
Verorderingen =
– Hebben een algemene strekking
– Verbindend in al haar onderdelen
– Rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat
= Gelden in elke lidstaat.
== > De nationale wetgever moet de verordeningen dus NIET omzetten naar nationale
wetten.
! De nationale wetgever MAG de verordeningen NIET OMZETTEN naar nationale
wetten.
Ze mag wel uitvoeringsbesluiten maken. Dus nationale wetten die de verordening
concretiseren of uitvoerbaar maken.
Art. 17 AVG. Algemene verordening gegevensbescherming.
Richtlijnen =
– Is bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij
bestemd is.
– De nationale instanties mogen de vorm en de middelen kiezen
==> Richtlijnen MOETEN dus door de nationale wetgever worden omgezet.
De nationale wetgever is de verplicht de nationale wetten zo op te stellen dat het in
, de richtlijn benoemde resultaat wordt bereikt.
Vb. Nederlandse dienstenwet.
Besluiten =
Zie Art. 288 VWEU (cf. verordeningen)
– Verbindend in al haar onderdelen.
– Bevatten vaak algemene regels.
== > Verschil met verordeningen is dat besluiten meer specifieke regelingen zijn.
Niet alle wetten voldoen aan de hierboven genoemde kenmerken. Er zijn altijd
uitzonderingen!
Art 298 VWEU
De bevoegdheid tot het maken van Europese Wetten.
3. Jurisprudentie
Rechters maken rechtsregels.
De rechter = geschilbeslechter.
– Beslist over de uitkomst van een conflict tussen 2 of meer partijen.
– Past bestaande recht toe
– # Rechtsvormer:
= Hij maakt geen nieuwe rechtsnormen voor burgers, organisaties of
overheden die niets te maken hebben met de zaak waarover hij beslist.
– Worden benoemd voor het leven.
(Art. 12 Wet algemene bepalingen)
Rechtspraak = Regeltoepassing
= Vaststellen wat de feiten zijn
Soms kan de rechter de bestaande rechtsregel niet zomaar toepassen omdat deze
onduidelijk is.
→ Hij moet dan een nieuwe rechtsnorm formuleren.
→ Want de rechter moet beslissen.
→ Hij kan niet wachten tot de wetgever de onduidelijkheid heeft verholpen door middel van
wetswijziging.
vb. Art. 6 EVRM
JURISPRUDENTIE = NIEUW RECHT = RECHTSRECHT
Er zijn 2 redenen waarom de rechter een nieuwe regel formuleert
1. Interpretatie
= Noodzakelijk wanneer de betekening onduidelijk is van 1 of meer woorden
in de wet.
vb. Art 7:671b lid 8 sub c BW.
De rechter moet dus zelf bepalen welke factoren ertoe doen en hoe hij die
factoren toepast en omzet in een geldbedrag.
vb. In een pincode een goed?
, 2. Belangenafweging
= De rechter in een geschil botsende belangen of beginselen tegen elkaar
afweegt.
vb. Art 3:13 lid 2 BW
vb. Arrest grensoverschrijdende garage
= De rechter kan ook tot belangenafweging overgaan bij de invulling van
open normen.
vb. Art 6:162 BW Onrechtmatige daad
= De rechter is altijd tot belangenafweging genoodzaakt waneer fundamentele
rechten in het geding zijn.
Deze rechten moeten afgewogen worden tegen andere maatschappelijk
belangen zoals openbare veiligheid en volksgezondheid.
Er zijn vaak geen wettelijke regels over hoe een rechter zo'n botsende
belangen tegen elkaar moet afwegen. In de rechtspraak zijn er daarom
zogenaamde GEZICHTSPUNTENCATALOGIE ontwikkeld.
= Lijsten van factoren waar een rechter (gelet op alle
omstandigheden van het geval) rekening mee moet
houden bij het bepalen welk belang voorgaat.
Deze lijsten worden aangevuld.
Precedentwerking =
De nieuwe regel die de rechter heeft geformuleerd om een voorliggend geschil op te lossen
wordt in vergelijkbare gevallen overgenomen door andere rechters. Hierdoor krijgt de
nieuwe regel algemene werking.
Precedentwerking is geen verplichting is de Nederlandse rechtsorde.
In Nederland geldt een mild precedentenstelsel:
De rechter volgt in beginsel een eigen eerdere uitspraak.
Jurisprudentie wordt niet alleen gevormd door Nederlandse rechters. Ook door internationale
rechters zoasls Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese
Unie, vormen rechtersrecht.
De oorzaken zijn dezelfde:
– noodzaak van interpretatie
– belangenafweging
vb. Spel Runescape = precedent
Minderjarig is goed in het spel en heeft veel virtueel geld en goederen. 2 andere jongeren wil dat
hij dat aan hen geeft en brengen hem slagen toe. Minderjarig doet aangifte. Zaak komt op zitting.
Diefstal met geweld wordt ten laste gelegd. Geweld sowiewo, maar is er ook diefstal?
Zijn virtueel geld en spullen, een goed? Een goed is iets stoffelijk. Je kan het vastpakken. Virtueel
geld is niet stoffelijk.
Vroeger was er een elektriciteitsarrest (precedent). Is elektriciteit een goed? Stoffelijkheid is niet
langer vereist.
De officier van Justitie lost dit op. Voor wie het spel speelt vertegenwoordigt het virtueel geld een
enorme waarde. Het heeft dus subjectieve waarde. Art. 310 Sr.